Muurvegetatie in de binnenstad van Groningen

Muurplanten in de Diepenring in 1998
Home   Waarnemingen   Groningen   Lauwersmeer   Oost-Groningen   Duurswold   Eemshaven   Buitenland (DK)   Observado.org (Dld)   Actuele Activiteiten

MUURPLANTEN VAN DE DIEPENRING

Een onderzoek in het centrum van Groningen

Edwin Dijkhuis, Roel Douwes, André Hospers en Roland Jalving.


In 1998 inventariseerde de werkgroep 'Florakartering stad Groningen', samen met de plantenwerkgroep van de KNNV-afdeling Groningen, de muurplanten langs de zogenaamde 'Diepenring', de grachtengordel in de stad. Hun bevindingen werden vastgelegd in een rapport dat in 2000 werd uitgebracht, met steun van de gemeente Groningen. Het blijkt dat ook in onze noordelijke provincies specifieke muurvegetaties te vinden zijn.


NATUUR IN DE STAD
Een hard bestaan
In de compacte binnenstad van veel grote steden is weinig ruimte voor natuur: in deze stenige omgeving leiden de aanwezige planten meestal een marginaal en vaak tijdelijk bestaan. Alleen taaie overlevers als Liggend vetmuur (Sagina procumbens) en Straatgras (Poa annua) weten buiten het 'officiële' groen van singels en parken altijd wel een plekje te veroveren. Daarnaast zijn er planten die over het algemeen veel kritischer zijn wat betreft hun standplaats maar juist minder moeite hebben met een stenige omgeving: dit zijn de typische muurplanten. De oude muren en kaden in de binnenstad vormen voor zulke planten een belangrijk potentieel biotoop. In het verleden boden deze muren volop mogelijkheden voor een wilde plantengroei maar helaas zijn door sloop, schoonmaak en restauratie van oude muren veel begroeiingen verloren gegaan. Hervestiging is vaak moeilijk doordat de eigentijdse bouwmaterialen die meestal bij restauratie gebruikt worden bijna niet verweren. Mede hierdoor behoren muurplanten tot de meest bedreigde plantengroepen van Nederland.

Rotsplanten
De planten die we in Nederland als muurplanten kennen zijn vaak van nature rotsplanten die bij ons een alternatieve standplaats vinden op allerlei stenige oppervlakken. De rijkste muurvegetaties worden aangetroffen op oude waterkerende muren, zoals van kaden en sluizen, en op bruggenhoofden. Ook waterputten en muren van oude tuinen, pakhuizen en kerken kunnen rijk begroeid zijn. Net als op rotsen zijn de milieuomstandigheden op muren vaak zeer extreem: op het zuiden gerichte standplaatsen zijn zonnig en droog, met sterk wisselende dag en nachttemperaturen, terwijl bij noordexpositie vaak sprake is van lichtarme en vochtige omstandigheden met relatief weinig temperatuurschommelingen.
In Nederland groeien ongeveer twintig plantensoorten vrijwel uitsluitend op muren; hieronder zijn opvallend veel varens. Sommige soorten hebben een voorkeur voor vrijwel kale, humusarme muren terwijl andere juist groeien op humusrijke muren. Naast deze 'echte' muurplanten zijn er ook heel wat soorten die we niet tot de karakteristieke muurplanten rekenen maar die je wel op oude muren kunt aantreffen. Daartoe behoren ook verwilderde, niet inheemse soorten als de Vlinderstruik (Buddleja davidii) en de Vijgenboom (Ficus carica), die zich op een oude muur prima thuis voelen. Maar of het nu rotsplanten zijn of niet, muurplanten geven een speciale sfeer aan oude muren: ze zijn decoratief en verhogen de belevingswaarde van een oude binnenstad. Ze verdienen onze bescherming.

MUURPLANTEN IN GRONINGEN
Recente gegevens
Er is tot nu weinig gepubliceerd over muurvegetaties in de provincie en de stad Groningen. Toch bestaan ze wel. Vooral oude kerken in het noorden en oosten van de provincie zijn bekende vindplaatsen, evenals oude sluizencomplexen, zoals bij Zoutkamp en in de veenkoloniën. Binnen floristenkringen geniet de sluis van Musselkanaal landelijke beroemdheid omdat daar in 1983 de in Nederland zeer zeldzame Groensteel (Asplenium viride) werd gevonden [LUIJTEN, 1996]. Deze komt behalve in Musselkanaal alleen nog voor op de Amstelsluizen in Amsterdam [DENTERS, 2001]. In het rapport 'Planten van West-Groningen' [WESTERINK & DE KEIJZER, 1990] wordt aandacht besteed aan het voorkomen van Muurvaren (Asplenium ruta-muraria), Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis), Muurpeper (Sedum acre) en Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea), maar het binnenstedelijke gebied van Groningen is niet systematisch onderzocht.

Historische gegevens
Oude gegevens over het voorkomen van muurplanten in de stad Groningen zijn vrijwel niet voorhanden. De oudste nauwkeurige vermelding over het voorkomen van muurplanten in de stad dateert van 1825 [STRATINGH et al., 1825]. In de in dat jaar gepubliceerde 'Initia florae Groninganae' noemen de auteurs drie soorten die onder de categorie muurplanten vallen: Muurhavikskruid (Hieracium murorum), Wit vetkruid (Sedum album) en Muurleeuwenbek. Muurhavikskruid groeide toentertijd "... aan de muren der wallen (van de stad) en vooral der buitenwerken en elders bij de huizen in het Gorecht.", maar komt nu niet meer in onze provincie voor. Wit vetkruid groeide "... op daken en oude muren; vrij algemeen door de gansche Provincie" Over de Muurleeuwenbek berichtten de schrijvers: "... enkel in onze Provincie aan de muren en huizen in het wild voorkomende, zoo als aan de A-kerk en aan enige huizen daarnevens". Helaas worden in de lijst geen varens behandeld. In 1860 verscheen van de hand van H.C. van Hall, hoogleraar te Groningen, een overzicht getiteld 'De planten der provincie Groningen' [VAN HALL, 1860]. Van Hall kwam tot een aantal van 637 soorten voor het provinciaal Groningse gebied. Onder deze soorten worden wederom Wit vetkruid en Muurleeuwenbek vermeld als "... de op muren en steenen in het bijzonder groeijende planten", evenals Muurpeper, Plat beemdgras (Poa compressa) en Muurvaren.

Systematisch onderzoek
Door de gemeente Groningen is in 1994, bij het tot stand komen van een eerste aanzet voor een stadsecologische beleid, onderkend dat muurplanten in de binnenstad moeten worden beschermd en behouden [ANONYMUS, 1994]. Gegevens over het voorkomen van muurplanten ontbraken echter, doordat tot nu toe weinig systematisch onderzoek werd gedaan. In vergelijking met oude steden als Amsterdam, Leiden en Utrecht is Groningen vrij arm aan potentieel geschikte muren. De bakstenen kademuren van de stedelijke grachtengordel, ter plaatse bekend als de 'Diepenring', vormen de belangrijkste oude muurelementen in de stad. In 1996 namen twee floristen een kijkje langs een deel van de Diepenring. Ze kwamen enthousiast terug, met waarnemingen van o.a. Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) en Tongvaren (Asplenium scolopendrium). Hun verslag vormde de aanleiding voor de 'Werkgroep Florakartering stad Groningen' om in 1998 de gehele Diepenring te inventariseren, in samenwerking met de plaatselijke KNNV-afdeling.

DE DIEPENRING
Groningen is vroeger een belangrijke havenstad geweest. Gelegen op de noordelijke uitloper van de hondrug groeit de stad in de late middeleeuwen uit tot een welvarend handelscentrum. De stad is reeds in de middeleeuwen omgeven door een wal met gracht. Dit verdedigingsstelsel wordt diverse malen aangepast. Zo worden in de 17e eeuw de middeleeuwse stadsgrachten vergraven tot 'diepen' die grotendeels nog aanwezig zijn (zie de kaart in figuur 1). Een diep is de lokale benaming voor een riviertje, gracht of kanaal. Langs de diepen werden in de loop der tijd, tot in de 19e eeuw toe, stenen kades gemaakt. Tot 1877 stond Groningen (via het Reitdiep) in open verbinding met de zee en was het getij tot in de stad merkbaar. Dit vinden we nog terug in de benamingen Hoge- en Lage der A, kaden die eveneens onderdeel uitmaken van de Diepenring. Van de kades uit de 17e eeuw is weinig tot niets bewaard gebleven; de huidige kades dateren waarschijnlijk uit de tweede helft van de 19e eeuw, voor zover niet vernieuwd of vervangen in de 20e eeuw. Er is altijd veel onderhoud gepleegd, waardoor een lappendeken van oude en recent gerestaureerde muurdelen is ontstaan. De oudste delen van de kades zijn gemetseld met specie van lokaal gebrande Waddenzeeschelpen die waarschijnlijk vermengd werden met tras (gemalen tufsteen). De kademuren die dateren uit het begin van de 20e eeuw, dat wil zeggen van voor de Tweede Wereldoorlog, zijn gemaakt van lokaal geproduceerde Groninger steen. Deze muurdelen zijn geschikt voor de vestiging van muurplanten. De vernieuwingen uit de jaren tachtig zijn uitgevoerd met geïmporteerde bakstenen en voor het metselen is gebruik gemaakt van Portlandcement, hetgeen gemaakt wordt van gebrande mergel. Dit type cement is zeer hard, verweert daardoor moeilijk en biedt dus nauwelijks kansen voor (her)vestiging van muurplanten.
Het zuidelijk deel van de Diepenring is veel jonger dan het noordelijk deel. Het ontstond eind 19e eeuw, toen het Zuiderdiep en het Kattendiep gedempt werden. Ter vervanging daarvan werd in 1870 het Verbindingskanaal gegraven, waarvan de schuine, met gras begroeide taluds voor muurplanten van weinig betekenis zijn. Daartegenover is de ongeveer even oude basaltkade bij het NS-station wel zeer rijk aan muurvegetatie.

MUURPLANTEN LANGS DE DIEPENRING
Tijdens twee inventarisatieronden in 1998 zijn de grachtmuren van de Diepenring systematisch te voet afgezocht op het voorkomen van muurplanten. De totale lengte van de onderzochte grachtmuren bedraagt circa 5 km.
In de wateren van de Diepenring liggen nogal wat woonschepen en tijdens het inventariseren viel op dat veel bewoners daarvan zeer gesteld zijn op de plantengroei op de kademuren. Zelfs zo zeer dat sommigen er hun privé rotstuintjes van maken, waardoor voor ons het onderscheid tussen 'wild' en 'aangeplant' soms moeilijk te zien was. Zo is de regelmatig aangetroffen Tripmadam (Sedum reflexum) waarschijnlijk aangeplant of vanuit tuinen verwilderd.
Als belangrijkste conclusie kwam uit het onderzoek naar voren dat de muurvegetaties in Groningen vrijwel nergens echt goed ontwikkeld zijn. De grootste populaties komen voor in de omgeving van de Noorderhaven. Ook de basaltkade tegenover het NS-station is een soortenrijke groeiplaats. De aangetroffen soorten zijn weergegeven in tabel 1. Drie daarvan, Tongvaren, Steenbreekvaren en Gele helmbloem zijn wettelijk beschermd (Koninklijk Besluit 23 mei 1991). De Steenbreekvaren staat tevens op de Rode Lijst van bedreigde hogere planten. Tabel 1 geeft een overzicht van alle aangetroffen muurplanten; in het rapport dat over dit onderzoek is verschenen (zie kader) is een beschrijving opgenomen van de soorten en groeiplaatsen. Bij drie soorten willen we hier nog wat uitgebreider stil staan.

Tongvaren (Asplenium scolopendrium) is in 1998 op vier locaties aangetroffen. Op één locatie, gelegen tegenover het NS-station, groeiden twee exemplaren op een naar het noorden gerichte basalten kademuur. Dit lijkt een vrij bestendige groeiplek: ook in eerdere jaren werden hier enkele exemplaren gesignaleerd. De andere drie groeiplaatsen (met elk één plant) waren de noordoost-geëxponeerde bakstenen kademuren van de Noorderhaven en het Winschoterdiep en een op het zuiden gerichte kademuur aan de Spilsluizen. Op deze laatste locatie was de plant in 2000 verdwenen.
Behalve deze vier groeiplaatsen op kademuren aan de diepenring zijn er ook nog andere plekken in de binnenstad van Groningen waar deze plant wel eens voorkwam. Zo werd in 1996 een Tongvaren ontdekt onder het viaduct van de Hereweg, maar die overleefde de winter niet. Ook zijn er waarnemingen van Tongvarens in een circa 400 jaar oude waterput aan de Visserstraat (in 1998) en in een trappengang aan de Boteringestraat (in 1992). Verder stond er ook een langdurig kwijnende Tongvaren op een tuinmuur aan de Westersingel [JALVING & TONCKENS, 1996]. Kortom, de ervaring leert dat de soort zich in de stad vrij makkelijk kan vestigen, maar ook snel weer kan verdwijnen bij ongunstige omstandigheden, zoals een droge zomer of een te strenge winter.

Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes) is op slechts twee locaties aangetroffen. Deze groeiplaatsen betroffen de Reitdiepskade (1 exemplaar) en de Noorderhaven zuidzijde (5 exemplaren). Op de groeiplaats aan de Reitdiepskade is sprake van een noordoost expositie; de plek aan de Noorderhaven is meer op het noordwesten gericht. Op beide locaties groeien de planten langs de bovenrand van de bakstenen kademuur. Op een andere plek aan de Noorderhaven zuidzijde, circa 75 meter westelijk van de huidige locatie, stonden in 1996 ongeveer 30 Steenbreekvarens [JALVING & TONCKENS, 1996]. Helaas zijn deze planten verloren gegaan, waarschijnlijk als gevolg van herstelwerkzaamheden aan de kaden. In 1996 werd ook een enkel exemplaar aangetroffen
Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris
             celebrate their spring

Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris
             celebrate their spring

The floodplain-forest floor covered by Anemone nemorosa and Anemone
               ranunculoides
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left)
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left)
Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris
             celebrate their spring

Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris
             celebrate their spring

The floodplain-forest floor covered by Anemone nemorosa and Anemone
               ranunculoides
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left)
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left)
bij de Poelebrug.

Bijzonder is de Vijgenboom (Ficus carica) aan de Noorderhaven. Het betreft waarschijnlijk de meest noordelijke groeiplaats van een Vijgenboom in Nederland. Volgens omwonenden houdt deze boom hier al jaren stand. In Nederland komt de Vijgenboom de laatste jaren plaatselijk verwilderd voor, waarbij hij zich vooral vestigt op relatief warme en stenige plaatsen in het stedelijk gebied, zoals stads- en kademuren. Er komen in Nederland twee variëteiten voor die van elkaar verschillen in de mate van de insnijding van het blad [mondelinge mededeling van Bert Maes]. Het exemplaar in Groningen is momenteel circa 2 meter hoog en behoort tot de variëteit met diep ingesneden blad. De groeiplek is een zuid-geëxponeerde kademuur waarbij de plant extra beschutting heeft door de woonboot die daar ligt. De enig andere ons bekende waarneming van een Vijgenboom in Groningen betreft een plant die in het midden van de jaren tachtig groeide op een afvalhoop op een binnenplaats. Helaas is bij renovatie van deze woning met de afvalhoop ook de Vijgenboom gesaneerd…

VERGELIJKING MET DE SITUATIE VOOR 1990
Pas na het verschijnen ons rapport kwam ons ter ore dat wij niet de eersten waren die de Diepenring hebben geïnventariseerd op het voorkomen van muurplanten. Tot onze verbazing bleek er een afstudeerscriptie te bestaan met als onderwerp 'Muurplanten in Groningen' [KRUK, 1988]. Uit dit rapport, dat ons door de auteur vrijelijk ter beschikking werd gesteld, bleek dat reeds in 1988 een gebied dat grotendeels binnen de Diepenring ligt te zijn geïnventariseerd op het voorkomen van muurplanten. Deze oudere gegevens boden ons de onverwachte mogelijkheid om de huidige situatie te vergelijken met die van tien jaar geleden.
Het grootste verschil tussen 1988 en 1998 is het aantal soorten: in 1988 werden langs de Diepenring slechts een zestal soorten aangetroffen (tegen 17 in 1998), te weten: Muurvaren, Gele helmbloem, Muurleeuwenbek, Muurpeper, Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en Moerasvaren (Thelypteris palustris). Op de belangrijkste groeiplaatsen van Muurvaren, Muurpeper, Gele helmbloem en Muurleeuwenbek die Kruk beschrijft komen deze soorten ook nu nog voor. Ondanks het dynamische milieu blijken deze planten zich dus goed te kunnen handhaven in de stad. De Moerasvaren is echter in 1998 niet meer in de stad aangetroffen, al komt ze nog wel voor in de directe omgeving ervan [WERKGROEP FLORAKATERING DRENTHE, 1999]. Opvallend is de afwezigheid van Steenbreekvaren en Tongvaren in 1988. Uit beschrijvingen in de literatuur [CLASON, 1957] kunnen we opmaken dat zowel Tongvaren als Steenbreekvaren toen wel in het gebied rondom Groningen zijn aangetroffen, al waren ze beide zeldzaam. In de betreffende KNNV-Wetenschappelijke Mededeling worden echter geen vindplaatsen genoemd. Mogelijk kwamen deze soorten ook voor 1990 wel ergens in de stad voor en zijn zij in 1988 onopgemerkt gebleven.
Voor de opmerkelijke toename van het aantal gevonden soorten is geen eenduidige verklaring te geven. Mogelijk heeft het gemeentelijk beleid om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen een positief effect gehad op de ontwikkeling van de muurflora. Maar het kan natuurlijk ook gewoonweg een inventarisatie-effect zijn, waarbij 'twee meer zien dan één...'

VERGELIJKING MET ANDERE STEDEN
In de afgelopen jaren is in een groot aantal steden de muurflora geïnventariseerd. Vergelijken we Groningen met andere goed onderzochte steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, dan moeten we constateren dat de muurvegetatie van de Diepenring matig ontwikkeld is, met name in kwantitatief opzicht. Alleen Muurvaren en Muurleeuwenbek zijn, met enkele honderden exemplaren, goed vertegenwoordigd. Van bijzonderheden als Tongvaren en Steenbreekvaren komen in Groningen slechts enkele exemplaren voor. Deze individuele planten zijn als 'populatie' uiteraard veel kwetsbaarder dan de uit tientallen tot honderden exemplaren bestaande populaties zoals die te vinden zijn Amsterdam, het eldorado voor muurplanten, of Utrecht [MAES & BAKKER, 1997].
Voor de lagere dichtheden en geringere soortenrijkdom zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Ten eerste kent de provincie Groningen, door de noordelijke ligging, wat strengere winters - met meer vorstdagen - dan het midden en westen van Nederland. Ten tweede zijn daar de vele restauraties die de oude kademuren in de afgelopen jaren hebben ondergaan. En verder is een belangrijk verschil met de eerder genoemde steden de beperkte lengte aan potentieel geschikte oude muren in Groningen. In Amsterdam, Rotterdam en Utrecht is de lengte van onderzocht (en geschikt) oppervlak aan gracht- en kademuren vele malen groter dan in Groningen. In Groningen is ongeveer vijf kilometer geschikte kademuur aanwezig, tegen maar liefst ruim honderd kilometer in Amsterdam [DENTERS, 2001]. Dit beperkte aanbod aan geschikt substraat maakt niet alleen de kans op vestiging kleiner maar maakt ook de gevestigde muurvegetaties extra kwetsbaar.

TOEKOMST VOOR MUURPLANTEN IN GRONINGEN
De laatste jaren is er op veel plaatsen in ons land meer aandacht gekomen voor de zogenaamde stadsnatuur. Ook het binnenstedelijk gebied van Groningen is in de afgelopen jaren geïnventariseerd op het voorkomen van vogels, vleermuizen en hogere planten. In 1998 zijn de muurplanten op de kademuren aan de Diepenring in kaart gebracht, wat heeft geleid tot het in de inleiding genoemde rapport. Door diverse artikelen in regionale bladen kwam ons werk ook onder de aandacht van een groter publiek. Onze inventarisatie heeft de gemeente Groningen waardevolle informatie opgeleverd over het voorkomen van muurplanten in Groningen. Daarnaast hebben we in het rapport verschillende beheersadviezen opgenomen: dit zijn enerzijds aanbevelingen hoe de kwetsbare muurvegetaties bij eventueel noodzakelijke restauraties kunnen worden behouden en anderzijds suggesties voor een beheer waarbij de muurvegetatie zich in de toekomst mogelijk verder kan ontwikkelen.
Wij hopen dat de gemeente Groningen, nu bekend is dat op de kademuren langs de Diepenring in Groningen wettelijk beschermde muurplanten voorkomen, het behoud en bescherming van deze planten een grotere rol gaat geven in het stadsecologische beleid.

Edwin Dijkhuis is werkzaam bij het milieuadviesbureau Bioclear en is in zijn vrije tijd actief in de plantenwerkgroep van de KNNV, afdeling Groningen en als enthousiast florist voor FLORON.
Roel Douwes heeft een passie voor planten en paddestoelen, is ecoloog bij Natuurmonumenten en is in zijn vrije tijd actief in de plantenwerkgroep van de KNNV, afdeling Groningen.
André Hospers is een voormalig jeugdbonder (NJN en JNM). Na de jeugdbonden heeft hij zich aangesloten bij de KNNV en is actief bij landelijke en buitenlandse inventarisaties van libellen, sprinkhanen, planten en kranswieren.
Roland Jalving is ecoloog bij Altenburg & Wymenga

Geraadpleegde Literatuur
ANONYMUS (1994), De levende stad (1994), een aanzet voor een stadsecologisch beleid. Gemeente Groningen, dienst RO/EZ.
CLASON, E.W. (1957), Korte inleiding tot de Floristiek der vaatplanten, in het bijzonder van het gebied rond Groningen. Wetenschappelijke Mededelingen nr. 23. KNNV-uitgeverij, Utrecht.
DENTERS, T. (2001), Amsterdam 'Wilde plantenstad'. In: H. van Halm, G. Timmermans, H. Koningen, R. Bouman, M. Melchers & J. Kazus (red.), 'De wilde stad, 100 jaar natuur van Amsterdam, …': pp. 104-111. KNNV uitgeverij, Utrecht.
HALL, H.C. VAN (1860), De planten van de provincie Groningen. Bijdragen tot de kennis van den tegenwoordigen staat der provincie Groningen, pp. 355-376, Groningen.
JALVING, R. EN J. TONCKENS (1996), Botaniseren in Stad. Floron nieuwsbrief 1996 (2).
KRUK, H. (1988), Muurplanten in Groningen. Afstudeerscriptie M.O. Biologie, C.L.Z., Zwolle.
LUIJTEN L. (1996), Asplenium viride (Groensteel). Gorteria 22 (3/4): 84-86.
MAES, N.C.M. EN P.A. BAKKER (1997), Muurvegetatie van de Utrechtse gracht- en werfmuren. Inventarisatie en beheersadvies in opdracht van de Gemeente Utrecht.
STRATINGH, G.A., R. WESTERHOFF en J. BOSMAN TRESLING (1825), Intitia florae Groninganae, of proeve van eene naamlijst der planten, welke in de provincie Groningen gevonden worden. Uitg. J. Oomkens, Groningen.
WESTERINK, B. EN H. DE KEIJZER (1990), Wilde planten van West-Groningen, Provincie Groningen, Groningen.
WERKGROEP FLORAKARTERING DRENTHE (1999), Atlas van de Drentse flora. Schuyt & Co, Haarlem.


In kader:
Titel : Muurplanten van de Diepenring
Uitvoering: Werkgroep Florakartering Stad Groningen, i.s.m. Plantenwerkgroep KNNV afd. Groningen
Auteurs: Roel Douwes, Edwin Dijkhuis, André Hospers en Roland Jalving
Bestellen: Belangstellenden kunnen het rapport, voor zover de voorraad strekt, bestellen door overmaking van ƒ 25,- (inclusief verzendkosten) op gironummer 843924 ten name van Dienst RO/EZ, gemeente Groningen, onder vermelding van 'Muurplanten van de Diepenring'

Figuur 1. Kaart van de Diepenring met de namen van de belangrijkste wateren.
Legenda bij figuur 1:
(1) Verbindingskanaal; (2) Oosterhaven; (3) Oude Winschoterdiep; (4) Schuitendiep; (5) Turfsingel; (6) Spilsluizen ; (7) Lopende diep; (8) Noorderhaven; (9) Hoge- en Lage der A; (10) Bakkersrijge; (11) Noord-Willemskanaal

Figuur 2. Verspreiding van Muurvaren langs de Diepenring

Tabel 1. Karakteristieke muurflora van Groningen

Naam waarnemingsjaar
Wetenschappelijk Nederlands 1988 1998

Specifieke muurplanten
Asplenium ruta-muraria Muurvaren x x
Asplenium scolopendrium Tongvaren x
Asplenium trichomanes Steenbreekvaren x
Cymbalaria muralis Muurleeuwenbek x x
Ficus carica Vijgenboom x
Pseudofumaria lutea Gele helmbloem x x

Karakteristieke begeleiders
Anthyrium filix-femina Wijfjesvaren x
Buddleja davidii Vlinderstruik x
Dryopteris carthusiana Smalle stekelvaren x
Dryopteris dilatata Brede stekelvaren x
Dryopteris filix-mas Mannetjesvaren x x
Poa compressa Plat beemdgras x
Polypodium vulgare Gewone eikvaren x
Mycelis muralis Muursla x
Sedum acre Muurpeper x x
Sedum album Wit vetkruid x
Sedum reflexum Tripmadam x
Thelypteris palustris Moerasvaren x
Totaal aantal soorten 6 17


Foto 1. Tongvaren en Muurvaren op kademuur bij de Spilsluizen (Foto: Bep de Haas)


Foto 2. Floristen in actie. Op de kademuur onder andere Langbaardgras (Vulpia myuros) en Muurleeuwenbek (Foto: Roel Douwes)


Foto 3. Vijgenboom op kademuur aan de Noorderhaven (Foto: Roel Douwes)

Home KNNV Groningen

Wil je je waarnemingen delen met anderen en ze op overzichtelijke wijze digitaal opslaan?
Voer dan je waarnemingen dan via deze link in.
Het is ook mogelijk foto's van uw waarneming toe te voegen.
Denk bijvoorbeeld aan prooien van uw kat of hond. Of aan reeen, hazen en konijnen die u ziet tijdens het uitlaten van uw hond.
Ook verkeersslachtoffers als vossen, marters, hazen en konijnen zijn waardevol om door te geven. U kunt ook denken aan de vogels die u in uw woonomgeving ziet of alle andere leuke planten en dieren die u tegenkomt.

KNNV projecten

Thema's

  • Ogen op steeltjes
  • Slakken 2005
  • Vlinders gezocht 2004
  • Tuinvogelproject 2003
  • Kijk Hommels 2003
  • Mussen 2001

  • Locale projecten

  • 1995: Naar een zonering van natuurwaarden rond de Borgmeren / Borgmeren (pdf)
  • 1997: Stinzeplanten op landgoed "De Braak"
  • 1997: Geluidswal De Wijert In ecologisch perspectief
  • 1998: Muurplanten van de Diepenring. Een onderzoek naar het voorkomen van de muurplanten in het centrum van de stad Groningen in 1998
  • 1999: Het tussengebied: de tuin van Groningen en Haren (atikel in Regio Vizier nr.4 Nieuwsbrief Comite Regio groningen -Haren)
  • 2001: Dijkhuis, Edwin Flora en fauna van de groenlanden van Selwerd (pdf) / Selwerd (HTML)
  • 2001: Jubileum
  • Muurvegetatie Groningen Natura
  • Muurvegetatie Bruggen Sluizen (pdf)
  • Nieuwsblad Noorden
  • Padloper


    Kwartaalblad KNNV 2001 (pdf)
  • Padloper 2001 Nr.2 (html)
  • Padloper 2001 Nr.3 (html)
    Kwartaalblad KNNV 2002 (pdf)
  • Padloper 2002 Nr.1 (html)
  • Padloper 2002 Nr.2 (html)
  • Padloper 2002 Nr.3 (html)
  • Padloper 2002 Nr.4 (html)
    Kwartaalblad KNNV 2003 (pdf)
  • Padloper 2003 Nr.1 (html)
  • Padloper 2003 Nr.2 (html)
  • Padloper 2003 Nr.3 (html)
  • Padloper 2003 Nr.4 (html)
    Kwartaalblad KNNV 2004 (pdf)
  • Padloper 2004 Nr.1 (html)
  • Padloper 2004 Nr.2 (html)
  • Padloper 2004 Nr.3 (html)
  • Padloper 2004 Nr.4 (html)
    Kwartaalblad KNNV 2005 (pdf)
  • Padloper 2005 Nr.1 (html)
  • Padloper 2005 Nr.2 (html)
  • Padloper 2005 Nr.3 (html)
    Kwartaalblad KNNV 2006 (pdf)
  • Padloper 2006 Nr.1 (html)
  • Padloper 2006 Nr.2 (html)
  • Padloper 2006 Nr.3 (html)
  • Padloper 2006 Nr.4 (html)


    Choose Style

    Categorie

    Design Resources

    Recently added:

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena Foto Edwin Dijkhuis

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena Foto Edwin Dijkhuis

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena Foto Edwin Dijkhuis

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena Foto Edwin Dijkhuis

    Euroborg Hartbladige els Foto Edwin Dijkhuis

    Euroborg kent een zeer dynamische en leuke Flora Ijzerhard Verbena

    Dwergkroos Foto Edwin Dijkhuis

    Wegedoorn Foto Edwin Dijkhuis

    Wandelend over de hei

    zondag_muurvegetatie_Eikvaren_Steenbreekvaren

     Veel_Eikvarens.

     Veel_Eikvarens.

    Mannetjesvaren_Steenbreekvaren_Muurvaren

    Gele Helmbloem op een alleenstaande muur zonder achterliggend Gronddek

    Muurvaren (Asplenium) op een alleenstaande muur zonder achterliggend Gronddek

    Tongvarens (Asplenium) op de Grote Markt van Delft

    Tongvarens (Asplenium) op de Grote Markt van Delft

    Tongvarens (Asplenium) op een hoge droge muur

    Steenbreekvarens (Asplenium) onder een stootsteen van de kade

    Tongvaren (Asplenium) onder een stootsteen van de kade

    Zwartsteel  Asplenium adiantum-nigrum op gewoon tuinmuurtje onder schaduw bomen

    Zwartsteel  Asplenium adiantum-nigrum op gewoon tuinmuurtje onder schaduw bomen

    Steenbreekvaren_op_benedenlicht

    Steenbreekvaren_op_benedenlicht

    Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris celebrate their spring, Foto afkomstig van www.franknature.nl

  • Het is nu (lokale tijd) :
    Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op:
    En u leest op dit moment het document
    Onderhoud website: Andre H
    eXTReMe Tracker