BEKNOPT VERSLAG VAN DE INVENTARISATIE VAN HET ZUIDLAARDERMEERGEBIED IN 2002

De Zuidlaardermeergebied-rietlanden zijn eigendom van Landschapsbeheer Groningen
Home   Waarnemingen       Kleine populaties Kleine valeriaan, Veenreukgras, Moeraslathyrus, Ronde zegge, Waterdrieblad en Noordse zegge

Belangerijke populaties gevonden in Zuidlaardermeergebied

Kleine valeriaan, Moeraskartelblad, Plat fonteinkruid, Veenreukgras, Waterdrieblad en de zeggen Draadzegge, Noordse zegge, Ronde zegge en Sterzegge

Edwin & Bert Oving

 

INLEIDING

In 2002 is het Groninger deel van het gebied rondom het Zuidlaardermeer bekeken. In dit gebied groeien diverse interessante soorten van vochtige tot natte, matig voedselrijke omstandigheden. Veel van deze soorten zijn in de provincie Groningen zeldzaam, simpelweg door het vrijwel ontbreken van geschikte gebieden. Reden genoeg om in deze nieuwsbrief een overzicht te geven van onze  bevindingen. De nadruk komt daarbij te liggen op de voor dit gebied karakteristieke soorten. Om de leesbaarheid van het verhaal te bevorderen worden plantennamen alleen in het Nederlands vermeld.

 

HET ZUIDLAARDERMEERGEBIED

Het Zuidlaardermeergebied (ruim 1400 ha.) is meer dan alleen het Zuidlaardermeer (540 ha.). Het omvat de oeverlanden rondom het meer (zo’n 120 ha.) en de vogelrijke polders daaromheen. Zie voor een overzicht van het gebied figuur 1.  De door ons geïnventariseerde km-hokken zijn daarin met een kruisje aangegeven.

Het Zuidlaardermeer is niet, zoals bijvoorbeeld het Paterswoldemeer en het Friesche veen, ontstaan door de winning van turf. Het is een natuurlijke verbreding van de Hunze en ontstaan tijdens de laatste ijstijd doordat zich op deze plaats, onder invloed van eb en vloed (via het Reitdiep) geen veen kon vormen. Het Zuidlaardermeer heeft een zandige bodem. De oevers bestaan uit rietlanden met plaatselijk wilgen en elzenbroekbosjes. De rietlanden worden door het Groninger landschap regelmatig gemaaid om verbossing tegen te gaan. Van deze gemaaide zones hebben wij dankbaar gebruik gemaakt tijdens het inventariseren. In het Zuidlaardermeer wordt momenteel gestreefd naar een ecologisch herstel in de richting van een helder en plantenrijk watersysteem. Het water is nu troebel en in de zomermaanden is er vaak sprake van algenbloei. Dit wordt veroorzaakt doordat het aanvoerwater (Hunze) teveel nutriënten bevat. Ook is er als gevolg van een constant peil sprake van minder dynamiek dan vroeger, met hoge waterstanden in de winter en lage in de zomer. Hierdoor hoopt het slib zich op en zijn grote delen van het moeras verdwenen of niet meer functioneel.

 

Het Zuidlaardermeergebied wordt aan de westzijde begrensd door de Hondsrug. Op de Hondsrug liggen de dorpen Midlaren, Noordlaren en Onnen. Tussen de Hondrug en het Zuidlaardermeer vinden we een veenweidegebied dat bestaat uit de Oostpolder en de Onnerpolder, het zijn belangrijke weidevogelgebieden. Ten oosten van het Zuidlaardermeer ligt de Kropswolderbuitenpolder en de Westerbroekstermadepolder met daar tussenin het Foxholstermeer. De Westerbroekstermadepolder (195 ha.) ligt aan het Drentsche Diep. De bodemopbouw is gevarieerd. Langs het Drentse diep vinden we plaatselijk zeeklei en aan de zuidoostzijde bestaat de bodem uit (laag)veen. In het midden van de polder komt een zandrug boven het veen uit die nog tot voor kort voor de teelt van maïs, aardappelen en graan werd gebruikt. Nu is het gebied in eigendom van het Groninger landschap en grazen er Schotse Hooglanders en Konikpaarden.  De Kropswolderbuitenpolder (300 ha.), ook wel Rolkepolder genoemd, bevindt zich tussen het Meerwijckbos en het Foxholstermeer. Het bestaat uit vlakke veengrond met langs het Drentsche Diep een kleiige bovengrond. Ook hier vinden we plaatselijk omhoogstekende zandruggen. Het gebied wordt momenteel door het Groninger landschap omgevormd tot natte natuur; een laagveenmoeras met open water, rietmoeras, natte graslanden en bossages. Het heeft straks tevens een functie als waterberging.

 

METHODE

Inventarisaties zijn uitgevoerd in de tweede helft van mei. Elk kilometerhok is intensief afgelopen met uiteraard de nadruk op gedeelten die floristisch interessant lijken. In de praktijk komt dit op het volgende neer. In de weilanden is de nadruk gelegd op de sloten en slootkanten en de hier en daar aanwezige moerasjes. In de rietlanden zijn vooral de gemaaide gedeelten onderzocht. Gemiddeld is per kilometerhok een dag besteed aan de inventarisatie. Tijdens de oriëntatie in het veld is veelvuldig gebruik gemaakt van GPS apparatuur in combinatie met topografische kaarten. Tijdens het bezoek aan de rietlanden rondom het meer is voor de oriëntatie in het veld tevens gebruik gemaakt van luchtfoto’s. Van een groot aantal van de aangetroffen soorten ( o.a. vrijwel alle zeggen) zijn de groeiplaatsen ingetekend op een topografische kaart en is de abundantie bepaald.

AANGETROFFEN PLANTEN

De rietlanden zijn grotendeels in eigendom van Landschapsbeheer Groningen. Grote  delen zijn helaas verdroogd en dientengevolge verruigd. Deze gedeelten worden gekenmerkt door de veelal dominante aanwezigheid van soorten als Liesgras, Scherpe zegge en Oeverzegge

met daartussen allerlei ruigtekruiden. Voor echt interessante planten is hier nauwelijks ruimte.

Andere gedeelten worden gedomineerd door aanwezigheid van overjarig riet en wilgenstruweel. Vooral aan de oostzijde van het meer zijn grote delen begroeit met overjarig riet, welke weinig ruimte laat voor andere planten. De enige soort die hier vrij algemeen tussen het manshoge riet voorkomt is Grote watereppe.

De floristisch meest  interessante gedeelten zijn nat, de rietgroei is ijl (maaien) en Hennegras treedt vaak als een van de dominante soorten naar voren. Dergelijke groeiplaatsen bevinden zich vooral in een strook van zo’n tien tot twintig meter van het water. In deze smalle strook komt hier en daar massaal Dotterbloem voor. Plaatselijk bevinden zich hier groeiplaatsen met honderden, soms duizenden exemplaren van Grote watereppe, Kamvaren,  Moeraslathyrus, Moerasvaren en Poelruit. Minder algemeen maar toch wel regelmatig aangetroffen zijn: Wijfjesvaren, Bittere veldkers, Moerasbasterdwederik, Rietorchis, Veenreukgras, Moerasbeemdgras, Wateraardbei, Zeegroene muur, Schildereprijs, Zwarte bes, Gelderse Roos en een aantal interessante zeggen als Tweerijige zegge, Elzenzegge, IJle zegge en Noordse zegge.

 De weilanden in de Onner- en Oostpolder worden gekarakteriseerd door de vele sloten. De meeste van deze sloten zijn inmiddels nog slechts enkele decimeters diep en het  water staat veelal op bijna gelijke hoogte met het maaiveld. De bodem is bedekt met een dikke laag zachte prut. In de oeverzone van deze sloten zijn een twintigtal soorten zeggen aangetroffen, waarvan Blauwe zegge, Noordse zegge, Tweerijige zegge, Ronde zegge,  Draadzegge, Scherpe zegge en Sterzegge het meest tot de verbeelding spreken. Andere zeggensoorten die hier algemeen voorkomen maar ook elders in Groningen algemeen worden gevonden zijn: Hoge cyperzegge, Snavelzegge, Zompzegge, Zwarte zegge, Pluimzegge, Scherpe zegge en Stijve zegge. Naast deze zeggen zijn de volgende planten algemeen aangetroffen: Holpijp, Kleine watereppe, Zwanenbloem, Pijptorkruid, Moerasbasterdwederik, Veenreukgras, Moeraslathyrus, Moeraswederik, Wateraardbei, Egelboterbloem, Grote watereppe en Poelruit. Minder frequent Dotterbloem, Waterscheerling, Echte koekoeksbloem, Zeegroene muur, Grote boterbloem, Gewone waternavel en Mattenbies

 

De karakteristieke sloten zelf hebben een soortenarme vegetatie. In de Onner- en Oostpolder groeit in vrijwel  elke sloot Brede waterpest en Plat fonteinkruid en in iets mindere mate Klein- en Veelwortelig kroos, Tenger fonteinkruid, Stijve waterranonkel en Zwanenbloem. Minder vaak zijn soorten aangetroffen als Waterviolier, Kikkerbeet en Pijlkruid.

 

Grote delen van het weilandencomplex zijn floristisch gezien niet interessant, maar kunnen zich in de toekomst wellicht ontwikkelen in de richting van een soortenrijke vegetatie. Het gedeelte dat tegen het Drentsche Diep aan ligt is voor het grootste gedeelte in handen van Het Groninger Landschap en wordt extensief begraasd door runderen. Hier kun je als het ware al proeven in welke richting het gebied zich verder zal kunnen ontwikkelen. Op sommige plaatsen is het drassig en groeit Moerasbeemdgras, Egelboterbloem, Scherpe zegge, Snavelzegge en Zwarte zegge. De Noordse zegge vormt hier en daar zelfs hele velden. De opengetrapte plekjes en drooggevallen plaatsen langs plasjes zijn goed voor allerlei kleine, interessante soorten van onze flora zoals Klein bronkruid, Moerasmuur en Muizenstaartje.

In zuidelijke richting, in de omgeving van Noordlaren ligt een vochtig tot nat weiland welke geleidelijk overgaat in rietland. Hier groeien diverse soorten die karakteristiek zijn voor natte, voedselarme, zwak zure omstandigheden: Sterzegge, Blauwe zegge, Veenpluis, Moerasviooltje en Moeraskartelblad. Van deze laatste soort zijn in Groningen slechts enkele vindplaatsen bekend. Net buiten dit weiland, in wilgenopslag in rietland groeit Kleine valeriaan, een eveneens voor Groningen zeldzame soort. Binnen het onderzoeksgebied zijn dit de enige groeiplaatsen van beide laatste soorten. De populaties zijn bovendien erg klein en daardoor tevens erg kwetsbaar.

 

Het gebied aan de oostzijde van het Drentsche Diep en Zuidlaardermeer is nog volop in ontwikkeling. Vrijwel het gehele gebied is inmiddels onttrokken aan agrarische bestemming en zal in het kader van de EHS worden ingericht als natuurgebied. Enkele jaren geleden is aldus tussen het Zuidlaardermeer en Kropswolde het natuurgebied ‘de Leine’ ontstaan. Meer recent is er een start gemaakt met de inrichting van de Kropswolderbuitenpolder. Tijdens de inventarisaties werden delen van dit gebied nog afgegraven en ingericht. Een groot gedeelte is inmiddels bedijkt en zal dienen als opslagbazin voor het slib dat uit het Zuidlaardermeer wordt gebaggerd. Grote delen van dit gebied zijn droger dan de Onner- en Oostpolder. Er zit meer zand in de bodem en in de plantengroei is dit goed terug te vinden in het voorkomen van soorten als Akkerviooltje en Bosdroogbloem en op de nog drogere delen Hazenpootje, Zilverhaver en Vroege haver.

De sloten zijn soortenarm. In tegenstelling tot de sloten in de Oost- en Onnerpolder groeit hier vrijwel geen Brede waterpest en Plat fonteinkruid maar wel een aantal soorten die in de Onner- en Oostpolder niet voorkomen zoals Gewoon blaasjeskruid, Naaldwaterbies, Grote kroosvaren, Bultkroos en Wortelloos kroos. Redelijk algemeen zijn hier Holpijp, Drijvend fonteinkruid en Waterviolier Met de zeggen is het daarentegen maar droevig gesteld. Zwarte zegge, Zompzegge, en Hoge cyperzegge zijn nog wel regelmatig gevonden; Stijve-,  Tweerijige-, en Scherpe zegge komen alleen voor in lage aantallen; Noordse zegge, Draadzegge, Sterzegge en Snavelzegge ontbreken in dit gebied .

 

De rietlanden aan de oostzijde van het Zuidlaardermeer tenslotte, zijn floristisch evenzeer interessant.In grote lijnen groeien hier dezelfde reeds eerder besproken soorten. Beduidend algemener zijn hier echter Pluim-, Tweerijige- en Elzenzegge. Daarentegen zijn van soorten als Waterdrieblad en Noordse zegge slechts kleine populaties gevonden. Soorten als Bittere veldkers en Draadzegge ontbreken in dit rietland.

 

TENSLOTTE

Door het vrijwel ontbreken van geschikt biotoop komen veel van de besproken moerassoorten elders in de provincie niet of nauwelijks voor. Van diverse soorten bevinden zich dan ook de grootste populaties in het Zuidlaardermeergebied. Voor een aantal ‘kritische’ soorten is het gebied uiterst belangrijk. Ze vertonen landelijk een duidelijke achteruitgang en in de provincie Groningen zijn ze (zeer) zeldzaam. In dit verband zijn met name te noemen Kleine valeriaan, Moeraskartelblad, Plat fonteinkruid, Veenreukgras, Waterdrieblad en de zeggen Draadzegge, Noordse zegge, Ronde zegge en Sterzegge.

Zoals gezegd is het gebied nog volop in ontwikkeling. De inventarisaties wijzen uit dat het gebied op dit moment voor veel soorten nog steeds belangrijk is. Hopelijk zal door een goed beheer de voor dit gebied zo karakteristieke vegetatie met de bijbehorende soorten worden behouden.

 

post lidmaatschap NVL


Choose Style

Search

KNNV projecten

Thema's

Verslagen

More . . .

Category

On the Spotlight:

Design Resources

Recently added:

Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris celebrate their spring, Foto afkomstig van www.franknature.nl

The floodplain-forest floor covered by Anemone nemorosa and Anemone ranunculoides, Foto afkomstig van www.franknature.nl
Vijf op een rij Plantenexcursie lengerich BRD

Romantische Picknick Plantenexcursie Lengerich BRD

Maanlandschap Plantenexcursie Lengerich BRD

6 februari 2006 Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Plantenexcursie aan de zuid west kant van Groningen

Extra uitleg voor de verschillende planten

Een FLORON hok wordt gekarteerd

Een stinzen-/vroege voorjaarswandeling bij onze oosterburen

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left), Foto afkomstig van www.franknature.nl
Het is nu (lokale tijd) :
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op:
En u leest op dit moment het document
eXTReMe Tracker