Grote waternavel ook in Groningen

Hydrocotyle ranunculoides ook in Groningen een beginnend probleem
Home   Waarnemingen

Grote waternavel in Groningen

Hydrocotyle ranunculoides geeft problemen

Bert Oving

 

Inleiding

In het algemeen kan gesteld worden dat nieuwkomers onder de planten bij veel floristen de nodige aandacht krijgen. Een aantal vragen dringt zich daarbij vanzelfsprekend meteen op. Is de soort goed te herkennen? Wanneer zal de soort voor het eerst in onze omgeving opduiken? En zal hij zich dan ook handhaven en verder verspreiden? Zo ook in het geval van de Grote waternavel. Deze goed herkenbare, van oorsprong Zuid-Amerikaanse soort is in Nederland voor het eerst aangetroffen in 1994 in de Utrechtse wijk Rijnsweerd.1 De daarop volgende jaren is deze oeverplant flink toegenomen en inmiddels komt hij in vrijwel het gehele land voor. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt echter in de provincies Utrecht, Zuid-Holland,  Noord-Brabant en Overijssel. Dit jaar lijkt de soort voor het eerst toch ook vaste voet in de provincie Groningen te krijgen.

Pas in 2002 wordt duidelijk dat ook in Groningen de aanwezigheid van Grote waternavel  tot enige overlast begint te leiden. In september blijkt de Poortmanswijk tussen Nieuwe Pekela en Alteveer over de gehele lengte begroeid te zijn in de vorm van halfronde eilanden. In het jaar daarvoor heb ik dit kanaal nog bezocht, maar deze plant niet aangetroffen. Kennelijk is de kolonisatie in slechts één groeiseizoen verlopen.

Ook in Veendam en Wildervank blijkt de soort zich inmiddels massaal verspreid te hebben over verschillende watertjes, waarbij de vijverrijke wijk Sorghvliet vreemd genoeg nog steeds buiten schot is gebleven. Illustratief is de explosieve uitbreiding in een langgerekt vijvertje aan de zuidzijde van de begraafplaats Buitenwoel in Veendam. In 2001 zijn hier twee flinke plakken aangetroffen met een gezamenlijke oppervlakte van  8 m2. In 2002 blijkt de soort zich inmiddels over een afstand van meer dan 800 meter verspreid te hebben,een oppervlakte van minstens 150 m2 in beslag nemend. En dat terwijl deze vijver in hetzelfde groeiseizoen tweemaal volledig geschoond is! 3

Het lijkt er dus op dat deze woekeraar zich vooral in 2002 flink heeft weten uit te breiden in het Groningse oppervlaktewater. De warme zomer zal hier ongetwijfeld debet aan zijn. De meteorologische zomer, over de maanden juni, juli en augustus, hoort met gemiddeld 17,6 graden tegen 16,6 graden normaal tot de warme zomers. Vooral juni en augustus waren warm, terwijl juli wat temperatuur betreft vrijwel normaal was. Opmerkelijk is dat de hoogste gemiddelde temperaturen in augustus zijn berekend voor het noordoosten van ons land, terwijl meestal het zuidoosten met die eer gaat strijken. In het noorden van Groningen komt het maandgemiddelde zelfs uit op bijna 20 graden, terwijl die waarde hier normaal iets onder de 17,0 graden ligt. 4

Problemen door Grote waternavel.

Op de internetsite van STOWA worden de volgende problemen genoemd die het voorkomen van Grote waternavel met zich meebrengt: afwateringsproblemen, hinder voor de scheepvaart, schade aan waterkunstwerken, problemen voor recreanten als hengelaars en kanovaarders, zuurstofloosheid door afsluiting van het wateroppervlak en verdringing van de inheemse flora.

In Groningen lijken deze problemen vooralsnog geen grote rol van betekenis te spelen. De Poortmanswijk vervult een belangrijke rol bij de afvoer van water. Door machinale verwijdering van de plantenmassa in het najaar wordt de waterafvoer in het winterhalfjaar niet belemmerd.

In Veendam wil men de vijvers graag open houden . In de betreffende vijvers zal ongebreidelde groei waarschijnlijk tot ergernis van hengelaars leiden omdat zij hun favoriete stekje zien dichtgroeien. Verder kan verdringing van overige waterplanten en het optreden van zuurstofloosheid, met name in enkele kleine vijvers, een rol gaan spelen. Door actieve bestrijding van de gemeente zijn echter tot dusverre dergelijke problemen uitgebleven.Wel is geconstateerd dat tijdens de schoningsactiviteiten ‘en passant’ ook de Krabbenscheervegetatie is meegenomen. Veendam is een van de plaatsen waar de grootste Krabbenscheervegetaties van de provincie Groningen voorkomen. 5 Het zou bijzonder ongewenst zijn dat ten gevolge van deze schoningsactiviteiten de Krabbenscheer op sommige plaatsen het loodje legt.

 

 

 

Bestrijding van Grote waternavel.

Zoals zo vaak bij de bestrijding van ‘ongewenste organismen’ is ook bij de bestrijding van de Grote waternavel de beste remedie samen te vatten in de zinsnede: ‘voorkomen is beter dan genezen’.   Sinds 9 januari 2001 is er een wettelijke regeling van kracht  Ingevolge de Flora en Faunawet ( Besluit aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en Faunawet) is de Grote waternavel aangewezen als plantensoort waarvoor een plant- en uitzaaiverbod geldt, alsook een bezit-, handels- en vervoersverbod.. 6

Dit is op zich een goede zaak, maar deze regeling komt eigenlijk iets te laat. Het kwaad is zogezegd al geschied. In die zin is het dan ook misschien beter te spreken van beheersing in plaats van bestrijding. Maar goed, de plant is (nog) niet overal aangetroffen en met het inwerking treden van deze regeling is in ieder geval een belangrijke ‘besmettingsbron’ geëlimineerd. Bovendien wordt voorkomen dat in de toekomst planten met andere genetische eigenschappen (zoals betere winterhardheid) worden geïntroduceerd.

Aanvullend op deze regeling zou een goede voorlichting via de media of provincies, gemeenten en waterschappen, maar ook particuliere organisaties als hengelsportverenigingen moeten plaatsvinden zodat nieuwe vondsten tijdig ontdekt en doorgegeven worden. De provincie Groningen en het waterschap Hunze & Aa’s zijn bekend met de materie. Op de website van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) heb ik echter niets kunnen vinden over Grote waternavel. Ook gemeenten blijken niet goed op de hoogte te zijn. Afgelopen najaar heb ik vijf gemeenten benaderd om ze te attenderen op het voorkomen van Grote waternavel. Alleen gemeente Veendam bleek in alle opzichten goed op de hoogte te zijn. De overige gemeenten hadden nog nooit van Grote waternavel gehoord, laat staan dat ze op de hoogte waren van het voorkomen van deze plant binnen hun gemeente.

 

Is de plant eenmaal aanwezig dan blijkt bestrijding van de Grote waternavel in de praktijk nog niet mee te vallen. Bovendien is het maar zeer de vraag of een strenge winter hier wel de helpende hand kan bieden. Afwachten welke plaats deze plant op den duur in ons aquatisch ecosysteem zal innemen is waarschijnlijk wel interessant maar niet echt een optie.

Actieve bestrijding lijkt de enigste mogelijkheid, waarbij recente ervaringen er op wijzen dat de slimste aanpak er een is van stug volhouden.1 Een handmatige verwijdering verdient de voor keur omdat bij deze methode minder fragmenten vrijkomen. Bij grotere oppervlakten is echter alleen nog maar machinaal verwijderen mogelijk. In beide gevallen is het belangrijk verloren stukjes zo goed mogelijk handmatig te verwijderen. Vervolgens moeten deze plaatsen de rest van seizoen regelmatig worden gecontroleerd om alle nieuwe uitlopers te verwijderen.  Gebeurt dit laatste niet dan zal de plant, alle moeite ten spijt, zich juist verder verspreiden en toenemen.

Het lijkt erop dat bij bestrijding zonder nazorg de opmars van deze plant moeilijk te stuiten is. Zowel in Veendam als bij de Poortmanswijk is mij gebleken dat de bestrijding met de beste intenties worden uitgevoerd. De controle na de uitvoering van deze werkzaamheden laat echter te wensen over. In november bleken er op beide locaties nog veel fragmenten rond te drijven. Dat geeft in ieder geval de verwachting dat we, zeker bij het uitblijven van strenge vorst, ook het komende jaar nog volop kunnen ‘genieten’ van de aanwezigheid van deze woekeraar.

 

 

Literatuur:

 

1. Website STOWA.

2. Nieuwsbrief Floron district Groningen nr. 7, 2000.

3. Mondelinge mededeling W. de vries, gemeente Veendam

4. Website KNMI

5. B. Oving. 2001. Het voorkomen van  Krabbenscheer (Stratiotes aloides) in de provincie Groningen.     

    Nieuwsbrief Floron district Groningen nr. 9, februari 2002.

6. Staatsblad van Koninkrijk der Nederlanden. 523, jaargang 2000



Alweer is er bewijs dat planten baat hebben bij de opwarming van de aarde. Ook in Nederland neemt het aantal wilde plantensoorten uit warmere streken razendsnel toe. "Er is geen reden om somber te zijn. De schuine lijn naar nul wordt niet bewaarheid." [27 juli 2004]

De waterteunisbloem uit Zuid-Amerika, het balkanvergeet-mij-nietje en de Zuid- Afrikaanse gierst doen het weer goed deze zomer. En dat is opvallend: de soorten kwamen tot voor kort helemaal niet voor in ons land. Een en ander blijkt uit tellingen van het Nationaal Herbarium Nederland (NHN) in Leiden.
 
De soorteninvasie heeft ook nadelen. Zo zorgt de van oorsprong Amerikaanse waterwoekerplant de grote waternavel sinds zijn komst in de jaren negentig voor veel overlast in de Nederlandse binnenwateren. En in mei nog wees de Wageningse hoogleraar Wim van der Putten er in een rede op dat er makkelijk plantenplagen kunnen ontstaan, als de nieuwkomers ontsnappen aan hun natuurlijke vijanden.
  Straatliefdegras is eind jaren 60 verschenen, ergens op een stukje grond tussen Schiedam en Rotterdam. Nu vind je hem van Catzand tot Delfzijl en van Maastricht tot Den Helder. Zó snel kan het gaan."
 
;We hebben de neiging om te denken dat het hier vijftig of honderd jaar geleden allemaal schitterend was. Maar als ik kijk naar onze gegevens, dan denk ik dat we de natuur van vroeger volstrekt romantiseren. Met respect, in werkelijkheid was het hier toch een beetje een armelijke zooi."
 
Maarten K.
 

post lidmaatschap NVL

KNNV projecten

Thema's


Locale projecten

FLORON

  1. WFD Drenthe
  2. Groningen

More . . .

KNNV in Media

On the Spotlight:

Design Resources

Recently added:

Vijf op een rij Plantenexcursie lengerich BRD

Romantische Picknick Plantenexcursie Lengerich BRD

Maanlandschap Plantenexcursie Lengerich BRD

6 februari 2006 Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Plantenexcursie aan de zuid west kant van Groningen

Extra uitleg voor de verschillende planten

Een FLORON hok wordt gekarteerd

Een stinzen-/vroege voorjaarswandeling bij onze oosterburen

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris celebrate their spring, Foto afkomstig van www.franknature.nl

The floodplain-forest floor covered by Anemone nemorosa and Anemone ranunculoides, Foto afkomstig van www.franknature.nl
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left), Foto afkomstig van www.franknature.nl
Het is nu (lokale tijd) :
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op:
En u leest op dit moment het document
eXTReMe Tracker