Oerbos Hasbruch weekend olv Bart Veenstra 24-26 april

Hasbruch, een zeer oud laaglandbos met eikenbomen van 1200 jaar oud
Home   Waarnemingen:   Lauwersmeer   Oost-Groningen   NDR Mediathek Hasbruch   Buitenland (Den)   Hasbruch (Observado.org)   Neuenburger Urwald   Observado.org (Dld)   Actuele Activiteiten

29 hectare oerbos was eeuwenlang adelijk bezit

Hasbruch weekend olv  Bart Veenstra 24-26 april

15 deelnemers

 

Hasbruch, een zeer oud laaglandbos met eikenbomen van 1200 jaar oud, was oorspronkelijk eigendom van kloosterorden maar werd vanaf de 15e eeuw adelijk bezit. Eeuwenlang werd het als Hudewald -Hude is een naburige plaats - gebruikt, boeren haalden hier hun geriefhout en veel van de huidige haagbeuken vertonen nog steeds de uit die tijd stammende knotsporen op 2 meter hoogte. Vroeger werden de eikels gebruikt als veevoer en strooisel geraapt als meststof. De laatste 100 jaar vond in het centrum geen kap meer plaats en in 1938 werd 29 hectare natuurreservaat. Tegenwoordig is dat 55 hectare, waarvan voor 38 hectare een ‘laissez-faire’ beleid wordt gevoerd. In de jaren 60 is ternauwernood voorkomen dat een snelweg niet door maar rond het bos werd gelegd. Deze snelweg was overdag en ‘s avonds goed te horen. Alleen ‘s ochtends werd het overzongen door een muur van geluid van alle vogels die te keer gingen, oorverdovend. Ik had niet verwacht zulke grote concentraties nesten van vogels aan te treffen. Je schudt bij wijze van spreken een willekeurige boom uit en de eieren voor je ‘breakfast’ komen zo naar beneden. Tegenwoordig heeft de EEG trouwens 20 miljoen beschikbaar gesteld voor aankoop en beheer van dit ‘ongestoorde oerbos’. Ook in dit bos is sprake van verdroging, ook al was tijdens ons verblijf genoeg regen gevallen en stond alles goed vol met water.

 

Het weekeinde was goed voor bereid. Al op het overwinningsplein werden we overladen door teksten en plattegrondjes. Vooral de laatste zouden later verder veel gebruikt en uitgedeeld worden, o.a. aan een KNNV excursie met Anneke en een amfibieen excursie uit Friesland.

 

Dag 1 Vrijdag Nesten van Appelvinken, Steenuil, larven van vuursalamanders

Aangekomen op de Parkplatz am Forsthaus worden met vereende krachten, staande op het bokje, de luiken voor de ramen weggetild en daarna meteen weer afgesloten met een beugel, maar nu zonder luik er voor. Duitsers kunnen namelijk heel benieuwd zijn hoe die hut, die vrijwel altijd dicht is, er nu eens van binnen uit ziet. Ze lopen - zoals we zondag zouden merken- gewoon onbeschaamd naar binnen. In de omgeving van de Jachthut kunnen we meteen genieten van de vogels. Vooral de vele nesten van de Appelvinken, die overal om ons heen vliegen, trekken veel bekijks. Het zijn vaak losse ‘Houtduif’nesten die op de waterloten, knoesten van eiken of vorken van bomen liggen. Later zouden we nog een Appelvink broedend vinden en dat nest zag er toch aanzienlijk beter uit dan de rest van de (afgekeurde ?) bouwsels.

Ook in de omgeving van de Jachthut zouden de Vuursalamanders, echte landrotten trouwens, voor moeten komen. Tijdens de mei excursie van ‘95 (Jaargang 23 No 1995-3 p90) is deze goed gezien. In ‘95 zijn trouwens veel meer roofvogels en Gobo’s gezien. Dit komt door het bezoektijdstip. Eind april zitten de Mibo’s achter elkaar aan terwijl de Gobo’s al op het nest zitten. Zoals voor zoveel vogels als Appelvink, Grote gele Kwikstaart, Wilde eenden, Grijskop en Middelste bonte specht was de beste plek voor Vuursalamanders de hut zelf. Ondanks de redelijke hoeveelheid regen -in eerste instantie was ik hier zelfs blij mee- kwam de Vuursalamander maar niet te voorschijn. Hierdoor werd de regen een wat minder wenselijk natuurverschijnsel. De Vuursalamanderlarven zelf zaten trouwens in stilstaand water die vol met afgevallen bladeren zaten waardoor ze nogal zuurstof arm waren. Uit onderzoek bij twee bomkraters -eentje schoon uitgebaggerd en de ander vol met blad en tubifex  (=tubifex zijn door het haemoglobine zachtroze gekleurde gelede wormpje die vaak in zuurstof arme milieus voorkomen, veel gebruikt als vissenvoer, waar het leeft van het organische afval)- in Hasbruch bleken de kikkers voor de gebaggerde zuurstofrijke bomkrater te kiezen terwijl de Vuursalamanders niets gaven om het schone water. Waarschijnlijk kunnen Vuursalamanders prima tegen een slechte kwaliteit water maar hebben ze insecten en wormen rijke omgeving nodig om te overleven.

De avondexcursie ging naar het noorden en leverde weinig soorten op. Alle uilen waren stil terwijl in het eerste inventarisatie jaar van Bart, 1990, na de Rosse woelmuis explosie in ‘89, enorm veel aanwezig waren. Zoveel, dat geen voer meer over was voor de jongen omdat zoveel volwassen uilen eerst eten moesten hebben. Vuursalamanderlarven waren deze avond in stromend water in lage aantallen en in stilstaand water vaak vrij goed te vinden. Dit weekeinde zouden we ze ook nog regelmatig overdag zien. De Alpenwatersalamander werd echter niet gevonden. Verder zagen we nog de monumentale Friederiken eiche van 1200 jaar oud en hoorden we nog een kerkuile achtige roepje van de steenuil. ‘s Avonds was iedereen toch wel moe en bleven we al snel met drie man en twee vrouw over. Nog een glaasje theerum gehad en wat hout blokken, die klaar lagen, op het haardVuur gegooid. Na een uurtje gaan slapen op te kleine bedden die veel beter sliepen dan ik ooit gedacht had. Mischien dat het ook kwam door de paar uurtje slaap, want de volgende dag ging wel de wekker om 05:20.

 

Dag 2 Mibo’s, woudreuzen, een haviksthorst, baltsende houtsnippen

Met Niels, Els en Emma op stap en al snel zagen we de eerste Middelste bonte specht. Helaas zag ik hem alleen maar wegvliegen en dat zou nog vaak gebeuren dit weekeinde. Pas zondag kreeg ik hem goed in het vizier. Ook werden veel Appelvinken gezien en gehoord, die hier leven van de hagebeukzaadjes, die overal leeg doormidden lagen. Naast de Bruine kikker werd nog een jonge (Hei)kikker met een afwijkend lichtbruiner patroon en een spitse snuit gezien. Ook de Sperwer, Glanskop en een nest van de Staartmees passeren. In de buurt van de nestholte van de Middelste bonte specht wachten we lang totdat we een Zwarte spechte roep horen die overgaat naar een Groene, maar wat minder lacht dan deze, en tenslotte wegsterft en lager van toon wordt. Het blijkt inderdaad een van de twee gefrustreerde mannetjes Grijskopspechten in het bos te zijn. Zoals het hele weekeinde blijft het een heel gezoek tussen de boomtoppen en tenslotte komt hij recht boven ons zitten zodat alleen de buik te zien is. We vinden nog een bemetselde boomklevernest op 2 meter hoogte en een Moerasviooltje met donker paarsgeaderde bloempjes pal naast een zandpad (!).

Om 11.00 is Bart weer klaar met zijn excursie met de Duitse Hasbruch vrienden. Tijdens deze excursie had hij nog per ongeluk een nestje roodborst gevonden tussen de wortels van een van de omgewaaide bomen. Veel vogels kiezen omgevallen wortelstelsels als nestplaats omdat een goede struiken laag vrijwel ontbreekt in Hasbruch. We horen heel in de verte nog wel de Grijskopspecht twee maal roepen maar de specht laat zich niet erg lokken, hoe erg Bart ook fluit. We komen nog langs de grootste horst van Hasbruch, waarin ook een Boomkruiper broedt en de Amalien eiche, voorzien van bordjes ‘niet betreden’. Deze in 1982 omgevallen eik is nog steeds niet begroeid met bijv alpenheksenkruid door de hoge recreatiedruk.

Ivm de regen wordt excursie uiteindelijk afgelast terwijl we net allerlei leuke gevelde of halfvergane bomen tegenkomen. Bij grote, meer dan mans holle woudreuzen is de jonge opvolger alvast aangeplant. Verder wordt nog de fraaie slagpen van de Appelvink gevonden die een speciaal plaatsje in de geldbuidel van Willem krijgt. Het blijkt dat Appelvinken een hele speciale waaier aan de vleugeltop te hebben. Ook lopen we langs het oude loofbos waar in begin april de tjiftjaffen hun intrek nemen. Eind april worden ze echter uit de ene helft verdreven door de Fluiters. Bart wilde graag te weten komen hoe dat komt. Waarschijnlijkt speelt de aanwezigheid of afwezigheid van de beuk toch een rol. Langs een open pad op opvallende verhogingen zoals boomstammen vinden we uitwerpselen van Vos (te herkennen aan een draaipunt en eventueel wat dikker dan die van marters), Bunzing (stinkt erg) en Boommarter (vaak op hout,ook dun, ruikt niet onaangenaam dropachtig).

‘s Avond gingen we eten in een bekend Turks Grieks restaurant. Onderweg werden nog Kleine bonte spechten gezien. De soort kun je herkennen aan het roffelen : vier maal maal vrij lang achter elkaar. Na het eten gingen we weer de Houtsnip zoeken. 10 jaar geleden werden nog hele stukken in een keer kaal gekapt. Op deze kaalslag zitten nu juist de Houtsnippen. Misschien dat het vroeg in het jaar was maar ze lieten zich daar niet zien. Bij de potentiele pingo ruine (ijslens die gesmolten is na de ijstijd) werd gewacht op de Houtsnip. Dit duurde vrij lang. Ondertussen kon wel genoten worden van de zang en tegenzang van Zanglijsters. Hoewel deze soort toch van slakken houdt heb ik ze niet veel gezien, ondanks de regen. Misschien komt dat wel juist door die hoge lijster aantallen. De Houtsnip werd twee maal gehoord. Maar los van de groep kon ik ook eens het tsjip in de verte waarnemen. Maar nu boven jonge aanplant en niet boven water. De Watergentiaan die hier vroeger in de pingo groeide was volledig vervangen door Veelwortelig kroos en heel veel erg klein (een paar mm) Watervorkje (Riccia fluitans), een bladmos dat wel wat weg heeft van een kruising tussen een driearmige boemerang en de swastika(=hakenkruis). Op de terugweg zag ik als een van de weinigen nog een mannetje Houtsnip roepend in een typische baltsvlucht de weg overvliegen.

 

Dag 3 Zondag ‘Return of the Grote Gele Kwikstaart’

De laatste dag ging veel tijd verloren met het koffie en thee zetten, wat niet erg was omdat het buiten erg nat was. Gelukkig was door de deur ook al het nodig te zien. s‘Ochtends werden de Grote gele kwikstaart (eindelijk !), Goudvink en Wateraardbei waargenomen. Hierbij kwamen we excursie van Niels tegen en vertrokken samen naar de Amalien Eiche. Ondertussen weer een Middelste bonte specht. Dit keer niet een exemplaar die wegvloog wanneer mijn kijker op hem gericht werd. We zagen npg een 30 cm hoge Tonderzwam van 50 jaar oud en twee maal een Bont zandoogje, een vlinder van open oude bosgebieden.

Woudreuzen en planten

Omdat de meeste soorten al gezien zijn zou vandaag veel meer aandacht uitgaan naar de oudewoud reuzen en naar de planten. We zien Eenbes (FischbeckEiche), Bosbingelkruid met zijn mannelijke en vrouwlijke planten en ook nog de nat groeiende uitgebloeide Slanke sleutelbloem (Primula elatior) bij het Verspreidbladige goudveil. Het veel kleinere Paarbladige goudveil is een soort van bronnetjes en kan in Hasbruch dus niet voorkomen. Schedegeelster met haar draadvormige bladeren en slechts een (!) schutblad, een veel voorkomende stinzeplant in de parken van Groningen, beleeft hier ook haar laatste weken en is amper nog te vinden. Het Donkersporig bosviooltje wordt hier gemist. Wel werd ik door Els op de rozetten van Berg/Welriekende nachtorchis gewezen, waarvan we maar twee vegetatieve exemplaren vonden. Hier staat ook een zeer grote Pinksterbloem wat een ondersoort zou zijn, dit kon ik echter niet terug vinden in atlassen en dergelijke. Wel blijkt hier  van Longkruid de zeldzame ondersoort subsp obscura voor te komen. We horen nog achter elkaar Vuurgoudhaantje en Goudhaantje zodat de verschillen goed te horen zijn. Ook wordt nog een Spreeuwe- en een Zanglijsterei gevonden. Omdat het vlies zo sterk is dat de schalen eerder los laten dan het vlies scheurt moet het ei gewoon uitgekomen zijn en is het niet door een predator gebeurd. Nog opzoek naar de Grijskopspecht maar die bleek niet te reageren. Bleek Bart al te kennen.....

 

We kwamen nog in een typisch Bosgierstgras met Beukenbos terecht die een soort eindfase van successie aangaf. Hoewel, plotseling stond onder de bomen enorm veel Hulst als opslag. Met die ondergroei is meer aan de hand : Vaak worden alleen maar jonge beuken en haagbeuken aangetroffen en vrijwel geen jonge eiken. De eiken verjongen zich niet meer. In dit bos vonden we nog langs een pad 17 Zwartblauwe rapunzels aan de voet van een grote eik. Het was leuk om te zien hoe de haagbeuken onder de eiken blijven terwijl de beuken kaarsrecht zo snel mogelijk omhoog groeien om net boven de eik hun kroon te ontplooien. Tientallen jaren oude beuken waren hoger dan honderden jaren oude eiken. Probleem is de Eikebladroller die al enkele jaren een plaag is. Hier lijdt de eik erg onder en wordt veel blad uit de eerste groeiperiode opgegeten. Een dergelijke periode is een feest voor vogels als de Grote kwikken die dan hoog over  het bladerdek lopen om de rupsen op te eten. Verder hoorden we veel Fluiters die ratelend heen en weer zaten te vliegen op een hoogte van 2-3 meter. Dit weekeinde bleven de Bosuil, die zich ook vaak om een uur of 12 laat horen, en Taigaboomkruiper vrijwel geheel afwezig.

 

Goed, Tenslotte het vertrek. Niet iedereen vond het erg want het vroege opstaan en het lawaai ‘s nachts heeft iedereen (erg) moe gemaakt. Mijn auto vertrekt dan ook rechtstreeks naar Groningen en ik zal hierdoor zo vroeg thuis zijn dat ik net de muurplanteninventarisatie van Roland Jalving zal missen. Wij zullen het Borkener Paradies overslaan. Dit zal misschien toch wel wat tegenvallend zijn geweest na het zeer vogelzang en vogelnest rijke Hasbruch. Bovendien wordt ik, nog voordat ik in de auto kan stappen, gestrikt voor dit verslag.

Wachtend om te vertrekken hoorden we de bijna lachende roep van een Zwarte of Groene specht. Het bleek de Grijskopspecht te zijn die  een groep vogelaar gevolgd had die geprobeerd hadden de roep tussen de lachende Groene en Zwarte specht na te doen. De beide mannetjes grijskopspechten in Hasbruch waren individueel te herkennen aan hun geluid. De ene leek nog veel op een Groene specht en had niet het aflopende van een uitgeputte batterij. De specht ging op drie verschillende bomen zitten bij de Jachthut. De derde maal heel erg hoog en dat was net voldoende op de scoop uit te pakken maar te kort om de telescoop te richten.

 

Ik voeg een soortenlijst bij. Mocht deze niet (volledig) geplaatst worden dan is de lijst alleen via email (ahospers@dds.nl) bij mij op te vragen in ASCII

 

Andre Hospers (ahospers@dds.nl)

Klaprooslaan

Groningen

 

 

Literatuur

Hasbruch W.Woudman De Grauwe Gors 1996-2: p66

1e Hasbruch Excursie 1995 W. Woudman 1995-1: p57

2e Hasbruch Excursie 1995 D.Veenendaal 1995-3: p90

http://www1.ndr.de/flash/mediathek/mediathek.html?media=naturnah124

 

Bankentellingen project in Hasbruch

Bart heeft in ‘90, ‘94 en ’95 het gebied grondig gevolgd en wil dat met onze hulp de komende jaren blijven doen met het ‘Bankentel project’. Dit is een telling vanaf een punt (altijd een comfortabel bankje, maar ik weet niet hoe die bankjes genummerd zijn) gedurende drie kwartier, waarbij per vijf minuten wordt bij gehouden welke soorten gezien of gehoord zijn binnen een straal van (drie afstands klassen): 0-30 m, 30-100m en > 100m. Dit kan op elk tijdstip van de dag gebeuren, maar wel steeds 9 maal vijf minuten lang. Dit om later de verwerking van de gegevens gemakkelijker te maken. Het is dus ahw een trefkans onderzoekje. Voor dit project zijn al leuke formulieren - ik bezit een latijnse versie- gemaakt maar ik blijf met het probleem van de positiebepaling zitten. Hiervoor dient mogelijkerwijs de plattegrond die tijdens het weekeinde is uitgereikt . Nu moeten de gegevens nog geleverd worden. Maar ik blijf met het probleem van de positiebepaling zitten. Hiervoor is op het formulier geen ruimte ingeruimd. Het zou toch leuk als er nog iets van een vervolg komt op deze inventarisatie.

 

Andre Hospers

Groningen




Zaterdagochtend 19 april Hasbruch

Zaterdagochtend 19 april ging de KNNV op planten excursie naar Hasbruch in Duitsland wat eengenamere vertrektijd gaf dan bij een specifieke vroege vogelexcursie. Het bleef lang leeg op de verzamelplaats bij Kardinge maar gelukkig kwamen Martin en Leo aanrijden…van wie we de autolift kregen, wat wel zo gezellig was. Na het biologische onderzoekleven besproken te hebben kwamen we na anderhalf uur rijden aan Hasbruch waar de parkeerplaats al behoorlijk vol stond. Het was schitterend weer zodat ik hoopte op een rijk insectenleven. Dit zou enigszins beperkt blijven tot dagvlinders, een oprolduizendpoot en zakdragers zoals de Taleporia tubulosa. De vijftien deelnemers hadden verschillende interessegebieden zodat het toch een wonder mag blijven dat de groep tijdens de route behoorlijk in tact is gebleven.

Vogels en vlinders

Tijdens onze toch werd nog naar appelvinken gezocht maar zelf heb ik de soort deze excursie niet waargenomen. Wel was twee keer middelste bonte specht goed zichtbaar. De grote roze broek en de grote vuurrode kop waren duidelijk aanwezig. Groene specht en Grote Bonte werden wel gehoord maar niet (duidelijk genoeg) gezien.Dit komt doordat we te laat in het seizoen waren voor de Grote Bonte Specht. Overigens was de Appelvink tien jaar geleden erg algemeen in Hasbruch. Het warme weer tijdens deze excursie was erg prettig en ik hoorde later dat deze dag in Leek in de tuin al temperaturen van 30 graden behaald waren. Zo warm werd het in Hasbruch nog niet. Wel genoten er er een vijf tal klein geaderd witjes, een paar gehakkelde aurelias, oranje tipjes en dagpauwogen van de erg warme lentezon.

Zoogdieren

De boommarter bleef dit keer afwezig. Tijdens een eerdere excursie had hij zich goed laten zien, lopend in de boomtoppen. Dit keer waren eekhoorn en muis aanwezig. De eekhoorn zat behoorlijk hoog in de boom. Hij had zijn staart om de dunne tak gelegd en keek naar ons om de tak heen. Doordat de eekhoorn lang stil bleef zitten was hij niet voor iedereen meteen goed zichtbaar. In de bladeren op de grond was regelmatig geritsel te horen en uiteindelijk kon ik een bosmuis of rosse woelmuis spotten. Later die wandeling vond de familie Boele nog een (rosse woel)muizen rijkere locatie waar meerdere muizen kort zichtbaar waren. Ik dacht dat rosse moelmuizen relatief rustig waren..maar deze beestjes roetsjen wel snel over en door de bladeren en takken naar de volgende dekking toe.Toch was de determinatie verrassend eenstemmig. In elk geval heeft Hasbruch in 1989 een Rosse woelmuis explosie gekend, wat leidde tot een enorme hoeveelheid uilen in dat jaar.

Stereofotografie, fotocamera's met voelsprieten

Al enige tijd waren me de traditionele camera's opgevallen met een of twee 40 of 60 cm lange sprieten. Gelukkig werd na een korte vraag aan een bezitter van een dergelijke camera gevolgd door een uitgebreid antwoord. Het bleek dat de betrokkenen behoorden tot de 450 stereofotograven in Nederland. Tegenwoordig kan stereofotografie ook digitaal, met als nadeel dat je dan twee (dure) beamers nodig hebt. Maar gewoon met twee gefixeerde lensjes op een gewone film kwam je al ver. De (een of twee) sprieten gaven aan hoe ver het onderwerp van de camera af moest staan om een scherp beeld te krijgen. Elke lens kreeg de helft van de film toe bedeeld en na afloop moet dit redelijk nauwkeurig ingeraamd worden en ook de diaprojectoren moesten nauwkeurig projecteren op een speciaal aluminum projectscherm. Te veel verloop van het beeld tijdens een presentatie zorgde voor slechte weergave. De presentatie werd uitgevoerd met gepolariseerde filters op de projectoren en op de brillen van de kijkers. Omdat de afstanden bij de camera min of meer vast staan was voor elke afstand een eigen camera meegenomen.

Reptielen

Naast muizen werden ook regelmatig jonge bruine kikkers aangetroffen…waarschijnlijk eerste en tweede jaars beestjes. Deze beestjes waren slecht te horen maar een stuk beter te zien en vangen. En in de vijvers waren al klompen kikkerdril aanwezig waarin de eitjes al larvaal ontwikkeld waren. Op twee locaties midden in het bos werden vuursalamanders gevonden, de tweede op onze lunch locatie bij een flink aantal omgehakte boomstammen in het midden van het bos. Uit de verhalen van omstanders bleek al wel dat ze vroeger ook vlak bij de parkeerplaats al aangetroffen werden. Maar deze keer dus in het midden van het bos.

Planten en het bruggetje

Bij het bruggetje werd lang stilgestaan en terecht. Naast Zakdragers (een soort kokerjuffers tegen de boom) werd ook kegelmos aangetroffen..een spectaculaire soort die vrijwel niet in nederland voor komt. Ook Gulden boterbloem, slanke sleutelbloem en Zwartblauwe rapunzel werden aangetroffen. Bij het longkruid werd erg lang stil gestaan..en de uitkomst (welk specifiek longkruid) is me nu ook niet bekend. Na een eindje werd ook de bladeren van Heelkruid gezien..maar deze plant zou ik zo niet terug kunnen vinden. Van een vorige excursie kon ik me de reusachtige pinksterbloemen nog herrinerern..maar die heb ik nu niet eens gezien.

Amalien eiche 1200 jaar 1983

In 1983 is de Amalia (??) eik omgevallen en het was wel grappig om te horen dat een van de deelnemers de eik nog rechtop had zien staan. Nu lag de eik plat in een open bosstuk waar de nodige koolwitjes en gehakkelde aurelia's rond vladderden.

Uitkijktoren en Jagthut

Vlak bij de jachthut was een uitkijktoren gebouwd. De nieuwe, degelijke uitkijktoren kwam niet boven de haagbeuken en beuken uit, maar gaf zo in het voorjaar toch nog wel een goed zicht op de oude beek. Vroeger liep de oude beek recht langs het weiland in het bos maar nu hadden ze dit al wat gedekanaliseerd. In het vroege voorjaar zag het er nog wat kaal uit. In elk geval liep de beek niet meer pal langs de bosrand waardoor mogelijk ook minder bladafval in het water terecht zou komen. De jachthut had een aantal bankjes waar we gingen rusten. Tien jaar geleden waren hier 's ochtens vroeg (echt vroeg dus, omstreeks 5:00) de nodige vogels te horen en ik weet nog wel dat er veel appelvinken te horen en zien waren, inclusief nesten. Die bleven dit keer weg maar de Grote gele kwikstaart liet zich dit keer wel zien al heb ik deze vogel alleen maar bij de beek gehoord. Kim had een oprol insect gevonden maar het tellen van de vele pootjes ging, opgerold naar traditie der oprol insecenten, erg lastig. Zeker wanneer al die pootje ook nog, in enigszins afgerolde staat, druk aan het lopen waren. Kortom, ik weet nog niet wat het echt geworden is. Een geslaagde dag die ik, na enige spannende momenten, gelukkig met mijn rugzakje weer kon verlaten.

 

Soortenlijst Hasbruch 24-26 april 1998

 

amfibiën/reptielen   bruine kikker                                

                      heikikker /bruine kikker                    

                      Vuursalamander                              

blad en levermossen   watervorkje                                 

dagvlinders           bont zandoogje                              

                      dagpauwoog                                  

                      klein geaderd witje                         

planten               bergnachtorchis                             

                      beuk                                        

                      bleeksporig bosviooltje                     

                      bosandoorn                                  

                      bosanemoon                                  

                      bosereprijs                                 

                      bosgeelster                                 

                      bospaardestaart                             

                      boswederik                                   

                      boszegge                                    

                      dolle kervel                                

                      drienerfmuur                                

                      eenbes                                      

                      eenstijlige meidoorn                        

                      geel nagelkruid                             

                      gewone veldbies                             

                      groot heksenkruid                           

                      grote muur                                  

                      haagbeuk                                    

                      hulst                                       

                      ijle zegge                                  

                      knopig helmkruid                            

                      lijsterbes                                  

                      mercurialis perennis                         

                      moerasspirea                                

                      moerasviooltje                              

                      muskuskruid                                 

                      muursla                                     

                      phyteuma spicatum subsp. nigrum             

                      pijpestrootje                               

                      pinksterbloem                               

                      primula elatior                             

                      pulmonaria officinalis                      

                      ruige veldbies                              

                      verspreidbladig goudveil                    

                      wateraardbei                                

                      welriekende nachtorchis                     

                      zomereik                                    

vogels                appelvink                                   

                      bonte vliegenvanger                         

                      boomklever                                  

                      boomkruiper                                 

                      fitis                                       

                      geelgors                                    

                      glanskop                                    

                      goudhaantje                                 

                      goudvink                                     

                      grijskopspecht                              

                      grote bonte specht                          

                      grote gele kwikstaart                       

                      grote lijster                               

                      heggemus                                    

                      holenduif                                   

                      houtduif                                    

                      houtsnip                                    

                      keep                                        

                      kleine bonte specht                         

                      koolmees                                    

                      kuifmees                                    

                      merel                                       

                      middelste bonte specht                      

                      pimpelmees                                   

                      roodborst                                   

                      sperwer                                     

                      staartmees                                  

                      steenuil                                    

                      tjiftjaf                                    

                      vink                                        

                      vuurgoudhaantje                             

                      wilde eend                                  

                      winterkoning                                

                      zanglijster                                 

                      zwarte mees                                 

                      zwarte specht                               

                      zwartkop                                    

zoogdieren            boommarter                                  

                      bunzing                                      

                      eekhoorn                                    

                      ree                                         

                      vos

post lidmaatschap NVL

Oerbos Hasbruch

Fotos Hasbruch 2010

Natuurmonumenten Beekbergerwoud

Het laatste oerbos dat ooit in Nederland voorkwam is in 1871 geveld en zal niet meer terugkomen. Natuurmonumenten creëert wel de omstandigheden waardoor hier weer opnieuw nat bos kan groeien. Het Beekbergerwoud was een echt oerbos van achtduizend jaar oud. De kern van het bos bestond uit zeer hoge, vaak met klimop begroeide zwarte elzen, gemengd met essen. Op een paar hoge gedeelten stonden eiken en beuken. En er was een rijke ondergroei. Om enkele soorten te noemen: gele dovenetel, slanke sleutelbloem, zwarte en witte rapunzel, bosbies, gulden boterbloem en het bijzondere knikkend nagelkruid. Op de open, zompige plekken groeide boswederik, waterviolier en bronmos. Ook in de dierenwereld is een enorme verscheidenheid aangetroffen, de vogelsoorten waren talrijk, zoals de purperreiger, roerdomp, de ijsvogel, de raaf, wielewaal, nachtegaal en goudvink. Rond 1800 hebben er zelfs nog wolven door het gebied gezworven.



Oerbos terug in Nederland ?

Observado.org

Voor de internationale registratie van Vogels, Reptielen en Zoogdieren kan de website Observado.org gebruikt worden. Behalve de waarneming zelf kunt u ook foto's toevoegen aan uw waarneming of geluiden. Bovendien kunt u als de soort toegevoegd is aan de database ook waarnemingen van andere dieren en planten invoeren in de database en van deze soorten verspreidingskaartjes of statistieken opvragen, bijv van Waarnemingen in Hasbruch

TNO heeft een rapport geschreven over het nieuwe rijden. Wat is het brandstofverbruik van een airco op half vermogen ? Hoeveel neemt het brandstofverbruik toe bij het rijden met open ramen ? Lees hier alles over brandstofverbruik.


Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

In het 26 hectare natuurgebied zijn genoeg wandelpaden opgenomen

In het 26 hectare grote oerbos staat een blokhut waarin je kunt overnachten

Schaafstro bevat kiezels waarmee je goed kunt schuren

Boswederik heeft ander blad dan Penningkruid en smallere bloemstelen

De meeste paden zijn niet verhard

De ingang gaat verscholen in de bomen. Het toegangshuis zijn ze aan het vernieuwen

Bramen zijn als ondergroei zeldzaam. Wel zie je hulst, dalkruid en boswederik

Boswederik heeft ander blad dan Penningkruid en smallere bloemstelen

Hasbruch is een Hunde wald bij Bremen en heeft voldoende open plekken

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hier komt nog de vuursalamander en de  Barbitistes, de zaagsprinkhaan, voor. Erg noordelijk voor deze soorten

Als een oude boom omvalt..planten ze gewoon een jonge boom als vervanging

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Hasbruch is een van de weinige oerbossen in Noord Duitsland

Een stinzen-/vroege voorjaarswandeling bij onze oosterburen

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Het is nu (lokale tijd) :
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op:
En u leest op dit moment het document
eXTReMe Tracker