Afdeling GRONINGEN

De PADLOPER

Nummer 1 2007




De Padloper is een periodiek van de



Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging



afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 20, 2007 nummer 1


B

De PADLOPER

Nummer 4 2003

ESTUUR

> Voorzitter & Secretaris ad interim

Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten

0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl


> Penningmeester

Willem Stouthamer, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen 050 3143841


> Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie

Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen

050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl


> Bestuurslid

Dick Pegtel, Viaductweg 15, 9751 HN Haren 050 4062114


WEBSITE: www.knnv.nl/groningen


WERKGROEPEN

Planten: Willem Stouthamer

Vogels: Erik Hoitink 050 5347844 en

Gerard Strabbing 050 5346476 e-mail g.strabbing@hetnet.nl


LEDENADMINISTRATIE

Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize


PADLOPER

Redactie: Willem Stouthamer

Copy sluitingsdatum volgende nummer: 15 maart 2007


alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje, kunt u sturen naar:

Redactie adres Padloper: Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen

of per e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net


Contributie 2007: lid € 24,75 huisgenootlid € 10,25 donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar

postgironummer 855.090

tnv. KNNV afd. Groningen, Meidoornlaan 43, 9756 BN Glimmen


Voorpagina: Papas Peruanorum (Solagum tuberrosum)

links Serpillum citratum (Thymus pulegiodes) rechts Thymus vulgatis

uit: The Garden at Eichstätt, Basilius Besler, 1613.uitg. Taschen Verlag

Inhoud

Van de ledenadministratie en het bestuur

3

Van de VogelWerkGroep

3

  • excursie Lauwersmeer, 14 okt. 2006

3

  • excursie Anloër Diepje, 11 nov.

6

  • excursie Friese Veen, 9 dec.

7

  • jaarverslag 2006, programma 2007

9

Van de InsektenWerkGroep

9

Van de PlantenWerkGroep

10

  • jaarverslag 2006, programma 2007

10

Excursieverslagen

11

  • Kraanvogels, 22 okt. 2006

11

  • Dollardkwelder, 5 nov.

13

  • Ganzen, 2 dec.

14

Aardappel

16

Beek- en poldervissen

19

Nachtvlinders Haren

21

Excursieprogramma

23


Van de ledenadministratie

Wij verwelkomen het nieuwe lid

John Waanders (Ten Boer)

en de huisgenootleden

Luc Verhees

C.Y.D. Hoeksema-van Ouden (Westerbroek)

opgezegd hebben helaas 8 leden


Van het bestuur

Op de jaarvergadering werd de vraag gesteld te overwegen een spaarrekening te nemen bij de Triodos-bank dan wel bij een andere bank (i.c. Postbank). Het bestuur heeft de voorwaarden van de Triodos-bank bekeken en is tot de conclusie gekomen dat het te ontvangen rentepercentage bij deze bank zeer laag is (momenteel 1,25%) en dat het voordeel van rentevrijstelling, op basis van de doelstellingen van de bank, pas aan de orde is bij een groot vermogen iets waar onze afdeling nog lang niet aan toe is.

Voor de overzichtelijkheid is besloten de zojuist geopende lange termijn-rekening met bijbehorende hogere rentepercentage te handhaven.


Van de VogelWerkGroep

Excursie Lauwersmeergebied, 14 oktober 2006


Even voor 9:00 uur komen Giny en ik aan op de vaste verzamelplaats, op de dijk bij de garnalenfabriek van Heiploeg. Niemand te zien, en na een paar minuten lijkt het er op dat ook zo blijft. Gelukkig stromen even later de auto’s binnen en kan de club, 10 man/vrouw sterk, in conclaaf over de te volgen route.


De eerste stop is een parkeerplaatsje in het riet langs de Zoutkamperril. Een enkele gelukkige ziet hier een Vos de weg oversteken. Hoeveel Baardmannetjes hier zitten? Geen idee, maar het zijn er veel. Ze laten zich prachtig bekijken als ze af en toe in groepjes uit het riet opvliegen en even later weer tussen de pluimen verdwijnen. De door onze komst verstoord opkijkende vissers hebben er geen boodschap aan.


Iets verderop zitten op het bouwland ten zuiden van de kazerne vele duizenden ganzen, voornamelijk Grauwe Gans, Brandgans en Kolgans. Een gele ADAC-helikopter die hier op ongeveer 200 meter hoogte overheen vliegt doet deze menigte massaal opvliegen en het duurt vele minuten voordat de rust is teruggekeerd. Een enkele excursieganger zegt dit een prachtig gezicht te vinden. Dat komt hem duur te staan.......


Hoewel het, voor half oktober, prachtig weer is, moeten toch de spieren iets opgewarmd worden, en mede daarom lopen we over de Strandweg richting de vogelkijkhut van het Jaap Deensgat. De Kleine Zwanen zijn terug uit hun broedgebieden, en in het Jaap Deensgat zitten een 80-tal. Later vandaag zien we nog honderden. Twee Grote Zilverreigers laten zich mooi bekijken. Stoïcijns op een paaltje: een enorme Slechtvalk, ongetwijfeld een vrouwtje. Drie Rietganzen zorgen voor enige verwarring. Toendra of Taiga, wie het weet mag het zeggen.

In de berm van de Strandweg zit een verkleumde Distelvlinder. De zon begint net een beetje door het wolkendek heen te schijnen, zodat hij weldra op de wieken kan. Tussen het gemaaide gras geen sporen van orchideeën, wel een laatste bloeiende Parnassia en enkele plukjes Geelhartje.


We besluiten om de excursie te eindigen met een grote ronde door het dorp. Het mooie weer en de voorspelde zangvogeltrek zou daar nog een paar leuke soorten op moeten kunnen leveren. Al snel missen we een deel van de groep. Blijkbaar is niet iedereen gecharmeerd van het vogels kijken in andermans achtertuin. Bovendien lokt voor onze voorzitter de waterkant. Hier wordt hij later vissend aangetroffen! Het dorp levert ons nog aardig wat soorten op, waaronder Zwartkop, Tjiftjaf en diverse Goudhaantjes. In bijna elke tuin zit wel een Roodborst. Helaas zit de Bladkoning vandaag aan de Friese kant en wordt (niet door ons) gezien bij de parkeerplaats bij de sluizen. In de zon en uit de wind fladderen her en der nog Atalanta’s. Een enkele Aardhommel en Akkerhommel weigert te geloven dat de winter toch echt in aantocht is. Een passerende automobilist vraagt of we al een Pestvogel hebben gezien.


Nadat de uitkomst van het dilemma – napraten in Schierzicht of op de camping bij Albert Jan – op de laatste valt, haakt ook de rest van de groep af. Zodoende genieten alleen Giny en ik nog na van een prachtig dagje Lauwersmeer. Het is half oktober. Een grote groep Rietganzen vliegt over, terwijl tussen de laatste caravans een Dagpauwoog en enkele Koolwitjes dartelen.


Date Lutterop


Hieronder volgt een lijst van waargenomen soorten:

soort

bijzonderheden

soort

bijzonderheden





Aalscholver


Sperwer

1

Baardmannetje

vele 10-tallen

Spreeuw


Bergeend


Stormmeeuw


Blauwe Reiger


Tjiftjaf

1

Bonte Strandloper

1

Torenvalk


Brandgans


Turkse Tortel


Bruine Kiekendief

1 vrouw

Veldleeuwerik

meerdere overvliegend

Buizerd


Vink


Ekster


Watersnip


Fazant


Wilde Eend


Gaai


Winterkoning


Goudhaan


Wintertaling


Goudplevier


Witte Kwikstaart


Graspieper


Zanglijster


Grauwe Gans

1000-en

Zwarte Kraai


Grote Bonte Specht

1

Zwartkop

1 man

Grote Mantelmeeuw




Grote Zilverreiger

2

overige waarn.


Heggenmus

1



Houtduif


Hommels


Huismus

10-tallen dorp

Aardhommel

1 dorp

Kauw


Akkerhommel

3 dorp

Kievit




Kleine Zwaan

100-en

Vlinders


Kokmeeuw


Koolwitje spec.

2

Kolgans

100-en

Atalanta

3

Koolmees


Distelvlinder

1

Kuifeend


Dagpauwoog

1 camping

Meerkoet




Merel


Gewervelden


Nijlgans


Haas

1

Pijlstaart


Konijn

1 dorp

Pimpelmees


Vos

1

Rietgans

10-tallen

Ree

3

Rietgors




Roodborst

veel

Planten


Slechtvalk

1

Geelhartje

Enk. polletjes bloeiend in berm bij vogelkijkhut Jaap Deensgat

Slobeend


Parnassia

1 bloeiend aldaar

Excursie Anloër Diepje, 11 november 2006


11 november was de dag waarop een kleine groep het toch aandurfde af te reizen naar het bekende Drentse Aa gebied bij de Gasterense duinen.

Bauke Woudstra, Betty Noteboom en Gerard Strabbing vertrokken vanuit een regenachtig Haren. Geert Jan Herder was reeds op het verzamelpunt de lucht aan het afturen en even later sloot Henk Koopman zich aan bij de groep. Het leek toen niet best met het weer. Toch werd besloten van start te gaan voor een wandeling langs het Anloër Diepje. We waren er inmiddels toch en de vijf dappere vogelaars waren allen in bezit van goede regenkleding. Een klein wonder geschiedde vervolgens. Eerst werd het droog en na een kwartier lopen kwam de zon er door. Verder praktisch windstil. We konden genieten van de prachtige herfstkleuren van de bossen.

Een ieder was gespitst op het waarnemen van de befaamde Klapekster in het gebied. Be Osinga had de vogel (een vaste klant in het gebied) een week tevoren reeds gespot. En zie daar bij het naderen van de parkeerplaats zat de Klapekster in de hoogste top van de boom bij de ingang naar de parkeerplaats.

Na afloop van de excursie viel in de pannekoekboerderij de koffie er goed in.

Al met al een wat bescheiden score, mede vanwege het slechte weer bij het begin van de wandeling.


Hieronder het overzicht van de waarnemingen op de dag van Sint Maarten.

Soort

Bijzonderheden

Pimpelmees


Koolmees


Staartmees

mooi in het licht van de zon

Roodborst


Vink


Goudvink

ook een traditie hier

Goudhaantje


Kraai


Sperwer


Grote bonte specht


Groene specht

gehoord

Brandgans


Grauwe gans


Wintertaling

op de vlucht voor jagers

Klapekster

altijd een mooie waarneming

Excursie FRIESCHE VEEN, 9 december 2006


Weer: droog, zonnig, weinig wind, circa 9° C.

Aantal deelnemers 12.


Na de aanhoudende regen van de afgelopen dagen beleefden we vandaag eindelijk weer eens een droge ochtend. De zon scheen volop en er hing iets voorjaarsachtigs in de lucht. Dat zal mede de oorzaak zijn geweest van de grote opkomst vandaag. Een paar minuten voor negen uur werd het een drukte van belang op de parkeerplaats bij paviljoen Friesche Veen, onze vaste verzamelplaats.


Ook bij de vogels was de opkomst goed te noemen. Totaal kwamen we uit op 44 soorten. Iedereen heeft de Kleine Bonte Specht, die in een groepje met mezen en vinken het bos doorkruiste, goed kunnen bekijken.

Aangelokt door een vreemd geluid, dat uiteindelijk afkomstig bleek van een paar alarmerende Grote Bonte Spechten die van mening waren dat die ene Buizerd in een verkeerde boom was gaan zitten, konden enkele van ons zowaar een Tjiftjaf op hun lijstje bijschrijven. Anders dan hun neef de Fitis, die verder zuidelijk overwintert en in de herfst geheel wegtrekt, blijven er ’s winters altijd wel een paar Tjiftjaffen in Nederland hangen. En ach, die winters van tegenwoordig stellen niet meer zoveel voor, dus zullen de aantallen waarschijnlijk ook wel gaan stijgen.

Op de plas verder nog een Nonnetje en aan het eind van de wandeling bleken er tussen de Lisdodden nog drie Zwarte Zwanen te zwemmen. Twee adulten met opgeheven vleugels zaten een onvolwassen vogel achterna. Beide adulten bleken te zijn gekortwiekt. De witte handpennen waren ‘netjes’ recht afgeknipt, zodat vliegen voor hen, in elk geval tot de volgende rui periode, onmogelijk was.


Na afloop werd er nog nagepraat in het paviljoen onder het genot van een drankje en een hapje. In navolging van onze vroegere gehaktballentests (zelden troffen we ze lekkerder dan in Zoutkamp!), werden nu de kroketten van Dubois onder de loupe genomen: 5 personen gaven gemiddeld een 7,2. Ook de excursie zelf ontkwam niet aan een heuse beoordeling. Een welverdiende 8,2.


Date Lutterop



Zwarte Zwaan (zie: www.galerij.avifaunagroningen.nl/displayimage)


Tot slot volgt hier het soortenlijstje.

soort

bijzonderheden



Aalscholver

8

Blauwe Reiger

5

Boomklever

2

Boomkruiper

4

Buizerd

2

Fuut

2

Gaai

3

Graspieper

minstens 10

Grote Bonte Specht

2

Grote Canadese Gans

10-tallen

Havik

2

Houtduif

5-10

Huismus

8 bij paviljoen Friesche Veen

Kauw

2-5

Keep

2

Kievit

130 overvliegend

Kleine Bonte Specht

1

Knobbelzwaan

10-15

Kokmeeuw

2-5

Kolgans

100-en overvliegend

Koolmees

5-10

Krakeend

5-10

Kuifeend


Matkop

op meerdere plaatsen gehoord

Meerkoet

10-20

Merel

5

Nijlgans

10-tallen

Nonnetje

1 vrouwtje/juveniel

Pimpelmees

5-10

Putter

10-tallen

Roodborst

5

Smient

50-100

Spreeuw

50-75

Stormmeeuw

1 overvliegend

Tjiftjaf

1

Torenvalk

1

Vink

10-20

Waterhoen

2

Watersnip

8

Wilde Eend

10-tallen

Winterkoning

minstens 6, waarvan 2 zingend

Zilvermeeuw

2 overvliegend

Zwarte Kraai

5

Zwarte Zwaan

2 adult + 1 onvolwassen



Overige waarnemingen


Haas

1

Ree

4

Jaarverslag 2006 en het nieuwe programma 2007


De vogelwerkgroep had in 2006 gekozen om in de winter wat dicht bij huis te blijven en in de zomer uit te vliegen naar verdere oorden. In de eerste twee maanden waren we in de buurt van Anloo. In maart gloepens koud in het gebied bij het Hoeksmeer. In april in een nieuw gebied voor onze groep en wel de Lettelbetter Petten. Het viel bijzonder in de smaak en staat voor 2007 opnieuw gepland. In mei de Eemshaven, in juni de Lauwersmeer en in juli de vloeivelden bij Oranje. In september de klassieker Schiermonnikoog en in oktober terug naar de Lauwersmeer. In november weer dicht bij huis het gebied Drentse Aa. In december het gebied Friesche Veen. Van zeer dichtbij lieten de Zwarte zwanen zich hier bekijken. Ook hier altijd een leuke afsluiting in de sfeervolle herberg van Harry Dubois. De kroketten vallen er hier altijd goed in.

In december 2006 heeft de vogelwerkgroep op de bekende bonte avond in het Loughoes in Eelde het nieuwe programma 2007 vastgesteld. Een programma met naast de klassiekers ook een aantal nieuwe gebieden


Zaterdag 20 januari Sassenhein bij Haren

Zaterdag 10 februari Drentse Aa/Kniphorstbos bij Anloo

Zaterdag 10 maart Drentse Aa/Kniphorstbos bij Anloo

Zaterdag 14 april Bergboezem Lettelbert bij Leekstermeer

Zaterdag 12 mei Vosbergen bij Eelde

Zaterdag 9 juni Ruiten Aa in Westerwolde

Zaterdag 7 juli Bargerveen bij Klazienaveen

Zondag 9 september Schiermonnikoog (fiets/wandelexcursie)

Zaterdag 13 oktober Lauwersmeer

Zaterdag 10 november Drentse Aa

Zaterdag 8 december Friesche Veen


In de regel zijn de excursies op de 2e zaterdagochtend in de maand. Start om 9.00 uur en we eindigen zo rond het middaguur, zo mogelijk in een uitspanning voor de evaluatie. In de maand januari is gekozen voor de 3e zaterdag ivm. een landelijke telling op de 2e. Op zaterdag 12 mei is het thema Vroege Vogels. We starten dan om 4.00 uur ! In juli is gekozen voor de eerste zaterdag ivm. het begin van de zomervakantie. In de maand september is gekozen voor de zondag de 10e in verband met het gegeven dat mensen dan de late middagboot van 16.30 uur vanaf Schiermonnikoog kunnen pakken voor de terugtocht.


Nieuwe deelnemers zijn van harte welkom. Het aantal leden van de werkgroep schommelt zo rond de 18. Contactpersonen zijn Erik Hoiting (050 5347844) en Gerard Strabbing (050 5346476)



Van de InsektenWerkGroep


Voor het programma zie de website KNNV.NL/Veendam

Van de PlantenWerkGroep


In 2006 zijn er door de plantenwerkgroep op vele achtereenvolgende dinsdagavonden in april t/m september voor FLORON 9 kilometer-hokken geïnventariseerd en ook 9 voor de WFD (Werkgroep Florameetnet Drenthe); totaal aantal soorten resp. 1403 en 2065. Bovendien hebben we voor het tweede jaar t.b.v. Natuurmonumenten een uniek deel van de Peizermaden geselecteerde soorten gekarteerd.

Weer een prachtig resultaat! Helaas hadden we door een grote opkomst in het begin van het seizoen te veel hooi op onze vork genomen d.w.z. voor FLORON hebben we een drietal streeplijsten niet ingeleverd, omdat het aantal bezoeken per km-hok zich had beperkt tot slechts één keer en er dus veel te weinig waarnemingen per streeplijst genoteerd waren! Een goede les voor het komende jaar.

We hebben er weer een hoop plezier aan beleefd en veel bijgeleerd in het veld van de anderen en speciaal tijdens de afsluitende koffiecessies in de diverse café’s.


Enkele bijzondere waarnemingen waren: Akkerandoorn, Bosgeelster, Doornappel, Gewoon langbaardgras en Eekhoorngras, Gulden boterbloem, Heelblaadjes, Kleine zonnedauw, Veenreukgras, Uitstaande vetmuur, Spits- en Stomp fonteinkruid en Vederesdoorn. Sommige soorten kunnen u als niet bijzonder voorkomen, echter dan zijn deze soorten wel nieuw voor het betreffende km-hok en vanwege de plaats opmerkelijk. Veel meer verwilderde tuinplanten mogen sinds de nieuwste Heukels’ Flora 23e editie genoteerd worden. Wij vonden Galega (een vlinderbloemige), Zilverschildzaad (Lobularia maritima), Roze- en Glanzige ooievaarsbek.


Ter afsluiting van het seizoen was er weer ons uitstapje samen met de afdeling Veendam naar een gedeelte van de Gelderse Poort. Een verslag hiervan stond al in de vorige Padloper.



Het komend seizoen 2007 start op 12 april. Alle dinsdagavonden beginnen om 18.30 uur. Er zijn km-hokken in drie gebieden Haren, Leek en Ezinge geselecteerd.

Als je niet eerder hebt meegedaan en je hebt er zin in of je wilt voorzichtig nader kennismaken, neem dan contact op (zie colofon voorin de Padloper).


Willem Stouthamer



EXCURSIEVERSLAGEN



Kraanvogels Diepholz, 22 oktober 2006


De excursiecommissie had het besloten en Brenda Bolt had de verkenning gedaan (of andersom). In ieder geval verscheen in de Padloper de aankondiging dat op zondag 22 oktober naar Diepholz gereden zou worden, een plaats diep in Duitsland. Doel: Kraanvogels.


Het gonsde een beetje binnen de afdeling ‘ga jij zondag ook?’. Ook volgden enkele via de site van Diepholzer Moorniederung de waar te nemen aantallen Kraanvogels. Uiteindelijk bleken 24 mensen zich te hebben opgemaakt voor een lange rit heen en terug.

In Diepholz aangekomen verzamelden we ons bij het Bund-bureau. Hier vandaan gingen we naar de eerste uitkijktoren. Van hieruit had je een prachtig overzicht over het uitgestrekte moerasgebied met prachtige kleuren. Maar helaas geen vogels dus ook geen Kraanvogels.


Op korte afstand van de eerste uitkijktoren bevond zich een tweede uitkijktoren die veel groter was, met meerdere verdiepingen. Op weg hier naar toe kwamen we al vogelaars tegen die zeiden dat hier niets te zien was en gaven ons het advies tegen de schemering naar de uitkijktoren aan de noordkant van het gebied te gaan. Omdat we er toch waren, besloten we ons niets aan te trekken van de negatieve berichten. Per slot van rekening moesten die Kraanvogels ergens zijn. We hadden geen spijt van onze eigenwijzigheid (geen goed Nederlands maar dat is mogelijk de Duitse invloed).


Na enkele minuten verscheen het eerste kleine groepje Kraanvogels dat op ooghoogte voorbij vloog. Hierna zouden nog regelmatig kleine groepjes volgen. In de tussentijd werden andere vogels gespot zoals Kiekendieven, Buizerds en Torenvalken, ook kwam er af en toe een groepjes

Grauwe en Kolganzen over.

Na geruime tijd doorgebracht te hebben op de toren (incl. lunchen) werd besloten dat ieder zijns weegs ging tot ’s middags vier uur.

Een groep ging wandelen en de rest ging met de auto het gebied verder verkennen op zoek naar foeragerende Kraanvogels.


De wandelaars zagen een variatie aan dieren t.w. een Klapekster, een Hermelijn, een vuurvlinder, een Wezel, een Kleine watersalamander en een Dagpauwoog. De auto-vogelaars zagen voornamelijk Kraanvogels en hoorden hun karakteristieke ‘grus, grus’-geluid.


Zoals gezegd werd in de namiddag verzameld bij een cafetaria en na wat consumpties gingen we richting Rehdener Geestmoor. Hier was een grote uitkijktoren en zoals ons verteld de plek waar de Kraanvogels langs kwamen op weg naar hun slaapplaats. Aangezien we nogal vroeg waren, Kraanvogels gaan kennelijk laat slapen, werd de tijd doorgebracht met activiteiten op en rondom de uitkijkpost.


Hierbij werden nog enkele leuke waarnemingen gedaan zoals een Slechtvalk, een Blauwe kiekendief en een Smelleken. Intussen vlogen steeds groepjes en groepen ganzen en Kraanvogels over. Tot spectaculaire aantallen kwam het niet maar alles bij elkaar hebben we er toch vele honderden gezien.

Tevreden trok iedereen huiswaarts het geluid van de Kraanvogels nog in het hoofd.


Wim Zolf


Dollardkwelder bij Nieuw Statenzijl, 5 november 2006.


Excursiegangers: Andre, Godelieve, Machteld, Kees, Stella, Guido.

Weer: zwaar bewolkt, droog, matige ZW-wind.


Klein groepje dit keer, want Brenda en Fons zijn geblesseerd. Na de autotocht vanaf Groningen vinden we elkaar weer bij de sluis van Nieuw Statenzijl. Nog geen dagjesmensen, we hebben het rijk alleen en genieten van de stilte, het gekletter van kettingen in de wind. De zware Noordwesterstorm van afgelopen woensdag met de hoogste waterstand ooit, gemeten in Delfzijl, heeft zijn sporen wel nagelaten. Zover je kan kijken allemaal losgeslagen riet en nog eens riet, aanspoelsel. De vloedlijn is meters breed en je zakt er tot je knieën in weg. Op het pad naar de kijkhut ligt het riet een meter hoog, verderop gaat het pad over in een brede sloot. Onbereikbaar dus, die hut, niet erg want ik heb er nooit wat bijzonders gezien.


Vanaf de dijk zien we groepjes Watersnippen rondgaan, eigenlijk durven ze niet te gaan zitten op het slik. Waarschijnlijk is er een Slechtvalk in de buurt. Als je maar lang genoeg blijft staan wordt het soortenlijstje vanzelf langer. Brandganzen trekken bij 100-en, zonder pasje, de grens over naar Duitsland. Baardmannetjes roepen aanhoudend in het riet maar we krijgen ze niet te zien. Vijf, winterse Zwarte ruiters krijgen we in de kijker en ze eten zowaar kleine visjes. Tussen de Stormmeeuwen vinden we een Kleine Mantelmeeuw, bijzonder voor in de winter, want de meesten zitten al lang in het warme zuiden. Een Waterral komt voorzichtig uit de rietkraag maar verdwijnt voorgoed uit zicht door een laag langsscherende Buizerd.


We nemen ons voor naar het westen door te lopen tot aan het Ambonezen-kamp, maar de tocht is nogal heftig; koud, veel wind en van het gebanjer in het rietaanspoelsel ga je ook hijgen. Lopen op de zeedijk, in de wind betekent altijd 1 extra trui en 1 extra broek. Een groep Witte kwikken en Graspiepers is er niet minder vrolijk om en een eenzaam Oeverlopertje fladdert voor ons uit. Na overleg vinden wij hem niet zielig want Oeverlopertjes opereren vaak alleen.

Een van de allerlaatste Bruine kiekendieven, een jonge vogel, jaagt boven de kwelder, zijn soortgenoten zitten allang in het zuiden. In de bocht bij het kamp is er grote paniek alle Kieviten, Smienten, Wulpen vliegen op. In onze telescopen ontdekken we de jager, een Slechtvalk. Ik heb het idee dat Slechtvalken de Groningse kwelder onder elkaar verdelen, want je komt ze hier overal tegen. Bij Lauwersoog heb ik er vorige week zelfs twee bij elkaar gezien op de RWS meetpalen. En het smaakt natuurlijk naar meer: zo’n vette Wintertaling, Zilverplevier of Spreeuw. Een eenzame Bonte kraai hangt wat moeilijk rond bij de valk.


Het valt ons toch wel op hoe enorm het zeewater is opgestuwd door de storm, de kwelder staat nog steeds deels onder water. Een groep van 10 Fratertjes op de vloedlijn vliegt voor ons uit. Wat zijn ze prachtig met de crèmekleurige borst en het minuscule zaadsnaveltje. De roepjes hebben wat van een Kneu en Keep tegelijk. Ze zijn heel erg dicht te benaderen, te donker voor een foto.


Lekker uitgewaaid, brengt Godelieve ons weer veilig terug naar de oude Ikea.


Guido Meeuwissen, Haren



Lauwersmeer en Noordoost Friesland, 2 december 2006


Het begon ’s morgens 2 december met regen en zou die dag niet veel beter worden. Toch waren 18 mensen afgekomen op de aankondiging dat onder leiding van Jan Hulscher gekeken zou worden naar ganzen in noordoost Friesland. Als bijzonderheid had Jan een vergunning geregeld om in het gebied Achter de Zwarten te mogen.



Bij de eerste stop bleek al dat Jan op een andere manier naar vogels keek en ons daarvan deelgenoot wilde maken.


Zo zagen we bij de eerste stop (Jachthaven Zoutkamp) een grote groep Zwarte kraaien en Kauwtjes en Jan vertelde ons dat het toch bijzonder was in dit jaargetijde op deze plaats.




Kauw (uit; Complete gids Vogels van Nederland, Lars Jonsson)


Na onderweg gekeken te hebben naar grote groepen Groenlingen, verkleumde Buizerds en een enkele Blauwe kiekendief gingen we naar de vogelhut bij het Jaap Deensgat. Hier bleven we een behoorlijke tijd. Was het omdat er veel te zien was of omdat het binnen droog was? Beiden golden.


Vanuit de hut zagen we Wilde Zwanen die met het boek in de hand en de telescoop voor het andere oog door ieder werden gedetermineerd. Later zouden we ook nog Kleine Zwanen zien. De Slechtvalk die niet op zijn vertrouwde paal zat bij het Jaap Deensgat kwam keurig langs de hut gevlogen even later gevolgd door een Sperwer. Een enkele geluksvogel zag nog een Baardmannetje.

Een Grote zilverreiger liet zich goed bekijken. Daar was Jan weer met zijn bijzondere insteek: als een Blauwe Reiger en een Grote zilverreiger ruzie krijgen wie delft er dan meestal het onderspit? We bleven het antwoord schuldig en Jan zei dat hij vaak gezien had dat de Zilver verloor. Na de Kuifeenden, Pijlstaarten, Tafeleenden, Wintertalingen en meer van dat soort drijfsijsjes werd koers gezet naar Achter de Zwarten.

Het regende intussen iets harder zodat het een korte wandeling werd. Toch zagen we een grote hoeveelheid Vinken en Brandganzen. De Bantpolder leverde naast de gebruikelijke Brandganzen ook Rotganzen op en een Indische gans.


Omdat we wel toe waren aan iets warms werd in Oostmahorn bij een leuke zaak aangelegd. Na een half uurtje rond het kunsthaardvuur vertrokken we richting Anjumer Kolken. Hier waren zoals verwacht grote aantallen ganzen helaas leverde het niet de gewenste Roodhalsgans of Dwergganzen op. In de donkere namiddag werd weer koers gezet naar Groningen.


Wim Zolf




Verkenningstocht Drentsche Aa, 29 april


Om 9 uur verzamelden wij ons op het Overwinningsplein, Groningen in de stromende regen. We waagden de oversteek van het beschutte afdak van de apotheek naar de auto’s terwijl hagelstenen zo groot als knikkers naar beneden kwamen. De tocht werd niet afgelast, blijkbaar waren we te nieuwsgierig om het stroomdal van de Drentsche Aa te verkennen. In Vries haalden we Wietske Jonker-ter Veld, gids van het Nationaal Park Drentsche Aa, op. Het bleef regenen tot we met de auto ons beginpunt, het brongebied van de Drentsche Aa, bereikten. Toen werd het droog en dat bleef zo! We werden getrakteerd op prachtige luchten, bekend van oer Hollandse landschapsschilderijen.


We hadden onze auto’s op de Soartendijk tussen Amen en Grolloo geparkeerd bijna boven op het Amersdiep. We liepen in zuidelijke richting om het Halkenbroek, gedeeltelijk via een ‘blauwe paaltjes’ route naar een uitzichttoren. Vanaf dit punt hadden uitzicht over de Holmers een van de brongebieden van de Drentsche Aa. De Holmers is zeer recent totaal opnieuw ingericht; de maden (weilandjes) en sloten zijn omgevormd tot een reusachtige vlakte. Het gebied ligt tussen twee grote bosgebieden het Zwiggelterveld en het Elper Noorderveld. Het regenwater kan niet door het onderliggende kleileem heen dringen en stroomt naar het lager gelegen Holmers.


Met de auto’s reden we westelijk van het stroomgebied via Amen, Ekehaar, Anreep naar Assen. Even na de afslag Loon stopten we bij het afwateringskanaal. Dit kanaal is aangelegd in 1961 tussen het Deurzerdiep en het Haven-/Noord-Willemskanaal om de waterdruk verderop in het stroomgebied te kunnen reguleren. We vervolgden onze weg via Loon, Taarlo en Oudemolen naar het parkeerterreintje waar de Oudemolensche Diep de weg Oudemolen/Gasteren kruist. We liepen door de bosrand op de hoge oeverwal naar het punt waar Taarlosche Diep en het Gasterense Diep samenkomen om dan verder te gaan als Oudemolensche Diep. Onze gids Wietske Jonker was hier vooral in haar element en vertelde ons vele wetenswaardigheden en liet ons o.a. Goudveil en Eenarig wollegras zien. Enthousiast liet ze ons nog extra een stuk over De Heest lopen een fantastisch mooi natuurterrein. Terug bij de auto’s namen we afscheid van elkaar en bedankten Wietske Jonker hartelijk voor haar grote bijdrage aan onze verkenningstocht.


De inzittenden van één auto namen nog het eindpunt van de Drentsche Aa in ogenschouw. Bij de Punt is op de westelijke oever van het Noord-Willemskanaal een parallelweg. Vanaf deze weg is een kunstmatige betonnen monding van Drentsche Aa te zien (polder de Punt). Even verderop naar het noorden toe staat een watermolen en bevindt zich het benzinestation Witte molen. Hier is de oude loop van de Drentsche Aa hersteld en stroomt zij weer door de polders Lappenvoort en het Oosterland langs het Friesche Veen naar de Schipsloot.


Vanaf de Holmers tot het Friesche Veen verandert de ‘Drentsche Aa’ 9 keer van naam en dan hebben we het niet eens over de vele zijstroompjes. Het totale verval is 16 meter.


Willem Stouthamer


literatuur:

Rivieren van Noord-Nederland, uitgave De Walburg Pres/Noorderbreedte 1986

Stroomdallandschap Drentsche Aa, REGIO-PRoject Uitgevers 1996

Van Rottum tot Reest, uitgever: Staatsbosbeheer, Assen

Topografische Atlas Drenthe 1:25.000, uitgave ANWB 2004

Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 2 Noord-Nederland 1851-1855, uitgave Wolters-Noordhoff 1990

www.drentscheaa.nl

Aardappel


Adelheid, Adora, Agata, Agnes, Alexis, Alina, Alma, Amalia, Amanda, Amber, Anais, Angela, Anna, Anett, Antje, Aphrodite, Ariane, Astrid, Athene, Aurora, Axilia en Aziza.


Tweeëntwintig vrouwelijke aardappelrasnamen. Dit zijn slechts namen die met een A beginnen. Wanneer het hele alfabet wordt gevolgd dan zijn er bij elkaar ruim vijfduizend aardappelrassen.


Tot de letter B behoort ondermeer het alom bekende Bintje, ook al een meisje maar van Friese origine. Deze naam is van schoolmeester en amateur aardappelveredelaar Kornelis Lieuwes de Vries in Suameer die Bintje in zijn klas had. Voor het eerst noemde hij haar naam in 1905. Zij was toen zeventien jaar. Dit aardappelras is heel lang erg populair geweest. Het vervelende is dat het heel vatbaar is voor allerlei ziekten.



Waar komt het wereldwijd als vierde geteeld (stengel)knolgewas vandaan? Onze tetraploïde aardappel (Solanum tuberosum) is afkomstig uit Zuid-Amerika, is dus allochtoon. Op de hoogvlakten van het Andes hooggebergte brachten de Inca’s de wilde aardappelplant in cultuur. Vermoedelijk is de aardappel ontstaan uit de diploïde (2n=24) Solanum stenotomum in het zuiden van Peru.Niet duidelijk is waar de aardappel voor het eerst in Europa werd geïntroduceerd.

Een verhaal is dat de plunderende Spaanse veroveraars (vooral afkomstig uit het westelijke Extremadura) verantwoordelijk zijn voor de eerste introductie in het zuid-Spaanse Sevilla (Andalusië). De aardappel belandde als bijzondere siergewas rond 1570 in kloosterhoven en botanische tuinen van Spanje. Zelfs tot ver in de 18de eeuw. Als voedingsbron stond deze exotische stengelknol in 1573 op het menu van het karmelieter hospitaal La Sangre in Sevilla. Verondersteld wordt dat de Spaanse veroveraars de aardappel al in 1537 gezien moeten hebben. Via de stadstaat Venetië zou de langzame verspreiding naar midden en noord Europa plaatsgevonden hebben. De door de Geuzen aangetroffen potten hutspot ten tijde van het ontzet van Leiden in oktober 1574 kunnen dus nooit aardappels bevat hebben. Zeer waarschijnlijk was dat de autochtone Pastinaak of Witte peen.

Britse culinaire schrijvers menen dat Sir Francis Drake geheel Europa van piepers voorzag. De primeur kreeg de arme Engelse kolonie Ierland in 1586. In Ierland sloeg de aardappel als volksvoedsel direct aan; in Engeland duurde dat nog enige tijd. In Engeland en Ierland was de aardappel al in de loop van de 18de eeuw volksvoedsel geworden.



Aquarel

26 januari 1588


Museum Plantin-Moretus

Antwerpen



een van de oudste documenten over de introductie van de aardappel



gestuurd door Philips de Sivry, perfect van de stad Mons (België) aan Carolus Clusius, Zuid-Nederlandse plantkundige

















De aardappel werd in Nederland rond 1720 gekweekt. Pas na 1850 was het in ons land een algemeen volksvoedsel.


De invloed van de aardappel op de Europese bevolking is enorm geweest. Voordien was (rogge)brood het voornaamste ’vulmiddel’. De aardappel bevat aanzienlijk meer vitaminen en andere gezonde stoffen. Het eten van aardappelen leidde dan ook tot een sterke verbetering van de algemene gezondheid. Het sterftecijfer nam af en de gemiddelde leeftijd steeg.

Zelfs op zee speelde de pieper een belangrijke rol. Met aardappels aan boord trad er minder scheurbuik (vitamine C-gebrek) op en hoefde er minder op Kaap de Goede Hoop gefoerageerd te worden. Dat was kostbaar.

De Nederlandse aardappelenoogst van ca 185.000 ha gaat voor 45% naar de verwerkende industrie om er zetmeel (sago, stijfsel), stroop, gedroogde puree, alcohol, chips en voorgebakken frites van te maken. De rest wordt voor de helft geëxporteerd en de andere helft wordt gegeten of bewaard als poters. Daarmee is het tweede akkerbouwgewas in ons land na voeder- of snijmaïs, ook al een allochtoon gewas (Mexico).


De voedingswaarde van consumptieaardappelen wordt niet alleen bepaald door het zetmeelgehalte -variërend van 8% (vastkokers) tot 28% (afkokers)- maar ook door de 2% eiwitten die gedeeltelijk zijn opgebouwd uit essentiële aminozuren. Aardappelen zijn ook een belangrijke bron voor de mineralen kalium, fosfor en ijzer en de vitaminen C en B1.


In de groep van kwalen en plagen neemt de aardappelziekte Phytophthora infestans die vooral de vroege rassen aantast, een belangrijke plaats in. Hoewel Phytophthora -letterlijk ’plantenvernietiger’- eruit ziet als een schimmel, is het dat niet. Het is een oömyceet omdat de celwand uit cellulose bestaat en de sporen uitgerust zijn met twee flagellen.

Daaruit blijkt verwantschap met diatomeeën (kiezelwieren) en bruine algen.

In 1845-1846 veroorzaakte deze infectieziekte de massale Ierse aardappel-hongersnood waardoor ruim twee miljoen Ieren het leven lieten. Een oorzaak was dat heel Ierland was vol geplant met slechts één ras: Lumper. Een alternatief in de vorm van granen was er niet omdat de Engelsen dat hun kolonie Ierland had verboden. De reden zal geweest zijn dat de opbrengst aan droge stof per ha bij aardappels het drievoudige bedroeg in vergelijking met een graan. Als gevolg daarvan emigreerden miljoenen verpauperde Ieren naar de Verenigde Staten. De Ierse bevolking halveerde van 8 tot 4 miljoen inwoners.

Ook in Nederland trad in die periode aardappelhongersnood op. De oogst van granen viel toen ook erg tegen. Plaatselijk kwam het tot voedselrellen (bijv. in Nijmegen).


Preventief en curatief spuiten worden veel toegepast waardoor het een milieubelastende intensieve teelt is. Door het gebruik van resistentere rassen is de milieubelasting door deze teelt verminderd. De beschikbaarheid van de meeste rassen is seizoensgebonden. Door import en betere bewaartechnieken vervaagt de seizoensgebondenheid en beschikken we het gehele jaar door over aardappelen als stapelvoedsel. De betekenis daarvan neemt af ten gunste van pasta’s (uit tarwe: allochtoon uit Mesopotamië/Irak).


Door kruising en veredeling zijn er duizenden rassen ontstaan. In Nederland staan ruim 100 aardappelrassen op de Nederlandse Rassenlijst voor Landbouwgewassen. Nederland is nog steeds de grootste exporteur van pootaardappelen naar vele landen. Pootaardappelen worden voornamelijk in Noord-Nederland geteeld omdat langs de relatief koele Waddenkust de verspreiding van bladluizen in de zomer traag verloopt. Deze bladluizen verspreiden de verwekkers van ziekten bij aardappelen.


Dick M. Pegtel



Bronnen

Barker, A. 2002. Alles over aardappelen en aardappelgerechten. Veltman uitgevers, Utrecht. 256 pp.

Benedictus R. 2006. Op zoek naar geheimen van de aardappeldoder. Bionieuws 16: 7.

Cawthorne, A. 1996. Peruanen zoeken naar de perfecte aardappel. NRC Handelsblad 10 januari.

Huisken, A. 1998. De aardappel. Contact, Amsterdam/Antwerpen. 287 pp.

Kalkman, C. 2003. Planten voor dagelijks gebruik. Botanische achtergronden en toepassingen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. 352 pp.

Scheepmaker, A. 2004. Beknopte geschiedenis van de aardappel. In: Stamppotten - De Nieuwe keuken. 2 ed. J.H. Gottmer/H.J.W. Becht, Haarlem. 71 pp.

Zaag, D.E. van der, 1999. Die gewone aardappel. Geschiedenis van de aardappel en aardappelteelt in Nederland. Proefschrift, Wageningen. 297 pp.




Beek - en poldervissen



Enige tijd geleden was er een aanbod van RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland) om deel te nemen aan een basiscursus Beek - en poldervissen (dus zoetwatervissen).

Aangezien ik weinig van deze diergroep wist, besloot ik mij in te schrijven. De cursus bestond uit een theorieavond op vrijdag gevolgd door een praktijkdag. Op de theorieavond, waar nog 3 deelnemers waren van onze afdeling, werd e.e.a. verteld over de fysiologische kenmerken van vissen, hun voortplanting, voorkomen etc. Daarnaast werd aandacht besteed aan de determinatie-kenmerken. Dit werd gedaan aan de hand van een recent ontworpen determinatietabel zoetwatervissen.


De volgende dag werd verzameld bij een van de werkschuren van SBB in het gebied van de Drentse Aa. Vervolgens werd er gevist op 4 locaties in de Drentse Aa of beekjes/loopjes die daarmee in verbinding stonden. Enkele ervaren vissers hadden een waadpak en een groot net, en visten hiermee middenin de beek. Middenin is eigenlijk niet goed want aan de kanten, onder overhangende bomen en bij sluisjes en bruggetjes had je de meeste kans vissen te vangen.

De vangsten werden overgeheveld in z.g. cuvees (kleine doorzichtige bakjes) waarin de vissen goed bekeken konden worden. De ´leerlingen´ moesten met de determinatietabel in de hand vervolgens bepalen om welke soort vis het ging. In totaal zagen we deze dag op de 4 locaties 15 soorten vissen. Er komen in Nederland 63 soorten voor. Hiervan zijn er eigenlijk 15 uitheems, zij zijn op een of andere manier hier geïntroduceerd.


Veel voorkomend was de Kleine modderkruiper, de Baars, het Bermpje en het Vetje. Daarnaast werden ook een Snoek, een Paling, enkele Windes en een tweetal Possen gevangen. De deskundigen van SBB en het waterschap lieten ons ook nog Beekprikken en Serpelingen zien die zij elders in de beek hadden gevangen. Naast de vissen werden er ook allerlei waterinsecten gevangen zoals de Grote spinnende watertor en de Geelgerande waterkever. Ook enkele libellenlarven en verschillende wantsen ontkwamen niet aan het net.

Al met al een leuke basiscursus die goed was voorbereid door Ravon, SBB en het waterschap Hunze en Aa’s.


Wim Zolf

Drie maanden nachtvlinders kijken in Haren


Na het verschijnen van de, inmiddels in herdruk verschenen, Nachtvlindergids (Paul Waring, Martin Townsend, 2006) was meteen de vraag wat er te zien zou zijn van al die soms grauwe maar ook vaak heel bijzonder getekende vlindertjes in ons kleine tuintje? Dat we wat konden verwachten was wel duidelijk. Hoewel we minder dan 200 m2 hebben is er wel een enorme variatie te vinden. Van een vijvertje tot een bostuintje, van kleurige borders tot een mini-groententuin. En nog belangrijker, we wonen in een bijzonder groene omgeving.

Elke avond werd de buitenlamp, hangend tegen een wit geschilderde plank ontstoken. Verlichte ramen en bloeiende struiken werden met een zaklamp gecontroleerd. En tot groot vermaak van de buurt: elke vlinder werd met flitslicht gefotografeerd.

Omdat we pas eind augustus, begin september begonnen te kijken waren de verwachtingen niet echt hoog gespannen. Maar drie maanden later blijkt er in het duister meer te gebeuren dan gedacht. De eerste 35 soorten staan genoteerd, 13 spanners, 11 uilen en verschillende aantallen van kleinere families. Vrijwel allemaal algemene soorten maar met de Herfstbremspanner is toch ook een bijzondere soort gezien. Omdat de rups op brem leeft is de soort mogelijk veel algemener dan iedereen aanneemt. Voor een verspreidingskaartje kan men terecht op www.vlindernet.nl .

Door aanwezigheid van vlinderstruik (Buddlea cultivar), die tot in de late avonduren de bar open houdt, is het duidelijk dat lang niet alle waargenomen soorten ook als rups bij ons leven. Voor de Kleine en de Grote Wintervlinder, Huismoeder, Donsvlinder en Kroosvlinder is het wel zeker dat ze uit de meest nabije omgeving kwamen. Loofbomen, diverse kruidachtige planten en kroos voor de Kroosvlinder geven voldoende voedsel voor jonge rupsjes. De laatst genoemde soort figureerde dit jaar ook al in Natura als reden waarom iemand naar nachtvlinders ging kijken. En dit is zeker te begrijpen. Niet alleen leven de rupsen bijna amfibisch tussen kroosblaadjes, ook lukte het niet om meneer en mevrouw Kroosvlinder gelijktijdig te zien. De bijna witte mannetjes werden alleen overdag gezien, de vrouwtjes zaten ’s nachts te slobberen op de vlinderstruik. Wanneer ze elkaar ontmoeten blijft dus een raadsel.


Laat dit korte artikel een uitnodiging zijn om eens te gaan kijken naar nachtvlinders. Voor mei 2007 hebben we, mogelijk samen met de Vlinder- en Libellenwerkgroep Stad en Ommeland, een nachtvlinderexcursie in de agenda gezet. Meer weten over deze werkgroep? Mail naar Henk Sangers (sange036@planet.nl).


Kees Boele

Bijlage: Tabel nachtvlinders: Remmingaweg september t/m december 2006


Nederlandse naam

Latijnse naam

1e waarn.

Plat beertje

Eilema luridola

23-9

Gele eenstaart

Watsonalla binaria

10-9

Gepluimde spanner

Colotois pennaria

13-10

Gestreepte Goudspanner

Camptogramma bilineata

29-8

Grote wintervlinder

Erannis defoliaria

7-11

Herfstbremspanner

Chesias legatella

28-9

Herfstspanner

Epirrita dilutata

16-10

Jeneverbesspanner

Thera juniperata

13-10

Kleine wintervlinder

Operophtera brumata

8-11

Lieveling

Timandra comae

25-8

Najaarsspanner

Agriopis aurantiana

2-11

Paardenbloemspanner

Idaea seriata


Schimmelspanner

Dysstroma truncata

13-9

Taxusspikkelspanner

Peribatodes rhomboidaria


Zwartbandspanner

Xanthorhoe fluctuata

9-9

Donsvlinder

Euproctis similis

10-9

Bonte grasuil

Cerapteryx graminis

28-9

Gamma-uil

Autographa gamma


Gepijlde micro-uil

Schrankia costaestrigalis

10-9

Huismoeder

Noctua pronoba


Kooluil

Marmestra brassicae

23-9

Puta uil

Agrotis puta

30-8

Schaduwsnuituil

Herminia tarsicrinalis

16-9

Spurrie-uil

Hadula trifolii

13-9

Stro-uil

Rivula sericealis

5-9

Volgeling

Noctua comes

1-9

Zuidelijke stofuil

Haplodrina ambigua

1-9

Zwarte-c-uil

Xestia c-nigrum

1-9

Variabele eikenuil

Nycteola revayana

26-9

 

Amblyptilia acanthadactyla

12-10

 

Emmelina monodactyla

1-9

Kroosvlinder

Cataclysta lemnata

1-8

Muntvlinder

Pyrausta aurata

1-6

Kolibrivlinder

Macroglossum stellatarum

16-9

 

Acleris variegana

9-9

EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN


CONDITIES


Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl of bij Willem Stouthamer 050 3143841 e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net Opgave met vermelding wel of niet eigen vervoer (tenzij anders vermeld) graag minimaal drie dagen van te voren. Deelnemers ZONDER eigen vervoer moeten zich in ieder geval tijdig aanmelden. Indien u tijdens de excursie met iemand meerijdt, is het gebruikelijk dat aan de bestuurder een vergoeding wordt betaald voor de kosten die hij/zij maakt. Als richtlijn geldt een bedrag van 8 eurocent per km per passagier.

De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden, die zich aangemeld hebben, worden dan geïnformeerd


PROGRAMMA


Zondag 7 januari Snertwandeling Oostum (bij Garnwerd)


Voor de snertwandeling 2007 hebben we een echt Groningse locatie gekozen: het Reitdiepdal ten zuiden van Garnwerd. Met Gert Jan Herder als gids lopen we door een deel van dit schitterende gebied om uiteindelijk terug te komen bij het beginpunt: het oude kerkje van Oostum. In het kerkje zal dan thuis gemaakte snert voor iedereen klaar staan.

Verzamelen: 9.30 uur Overwinningsplein of 10.00 uur kerk Oostum (te bereiken via Dorkwerd). Omdat we de snert dit jaar zelf maken is OPGAVE VERPLICHT uiterlijk 2 januari, via mailadres keesboele@tiscali.nl (of tel. 050 5370110)



















OOSTUM

zondag 21 januari Ruiten Aa

Het moest volgens planning een Groninger wandeling worden, maar de wind kan gemeen koud zijn en wat doe je dan op het vlakke Groninger land? Westerwolde in de uiterste zuidoosthoek biedt uitkomst met haar bossen. Een beetje ver weg, maar het loont de moeite. Een kleinschalig landschap, vol afwisseling met oud cultuurland, met boerderijen omringd door oeroude eiken en veel ‘nieuwe natuur’. Smalle weggetjes slingeren van dorp naar dorp. Hier stroomt de Ruiten Aa, die zijn oorspronkelijke kronkelende loop weer volgt, de heidevelden bij Ter Borg en de schrale graslanden van de Vennekampen. Dit alles maakt het wandelen daar extra aantrekkelijk.

Leiding: Willem Stouthamer. Vertrek: 9.00 uur vanaf parkeerplaats bij het voormalig Ikeagebouw (dit is het Sontplein, in de buurt van de fietsenstalling). Lunch meenemen. Verwachte terugkomst 17.00 uur.


Dinsdag 6 februari Plantengallen


van luis en schimmel tot wesp: soorten en verhalen


Er is veel te vertellen over de complexe wereld waar plantengallen deel van uitmaken. Onze blik in deze is vaak een momentopname van de wilde gebeurtenissen die zich in en om de gallen afspelen. En gallen vinden we overal. Jojanneke Bijkerk schetst in haar lezing een overzicht van de diversiteit, maar geeft u ook een blik in de levens van enkele soorten en groepen: de levenscycli, de interactie met andere soorten en de verspreiding van deze, vaak bijzonder kleine, organismen. Bovendien wordt een moment de aandacht gevestigd op de immense reikwijdte van het voorkomen van gallen in onze wereld. Een fijn onderwerp als gallen mag best eens vaker worden behandeld, dus hopelijk heeft u na de introductie van gallen door Kees Boele een tijdje geleden wederom behoefte aan een gallig verhaal!

De lezing begint om 19.30 uur en wordt gegeven in het Gorechthuis, Haren.


Maandag 12 maart Jaarvergadering

Om al vast in uw agenda te noteren; Gorechthuis 19.30 uur


Zondag 18 maart Vogelen in het dal van de Hunze

Natuurontwikkeling in het dal van de Hunze is zeer voordelig geweest voor grote aantallen trekvogels. Moerassen en natte weilanden, o.a. in het Annerveen, geven voldoende foerageer mogelijkheden voor snippen, plevieren, ruiters en allerlei andere soorten. Voor deze excursie heeft de excursiecommissie een vogelaar gevonden die in dit gebied goed bekend is: Jurjen Veerman. Vertrek: 9.00 uur, Overwinningsplein. Opgave voor deze excursie bij Kees Boele keesboele@tiscali.nl (of 050 5370110)


Zaterdag 31 maart Algemene excursie Odoorn

Volgens de Coevordense dominee Johan Picardt was Odoorn de locatie van het Middeleeuwse stad Hunsow. In 1843 werd zelfs een serieuze commissie benoemt die vervolgens de meest spannende vondsten zou gaan doen. Wat men toen niet wist, en nu wel, was dat de lokale dorpsbevolking graag een handje meehielp met het in stand houden van deze mythe. Zelfgemaakt aardewerk werd in de grond verstopt en weer opgegraven als restanten van de Odoorner cultuur! KNNV Groningen biedt op 31 maart een algemene excursie aan door het Midden-Drentse bos, heide en cultuurland. De totale wandeling is 15 kilometer, maar dit kan tot 7 worden teruggebracht als we onderweg veel zien.

Vertrek: 8.30 uur Overwinningsplein. Terug: onbekend, afhankelijk van gebied en groep


Zondag 15 april Hortus Haren


Rondleiding door de Hortus. Verzamelen vóór de Hortus om 10 uur.

Info: www.hortusharen.nl

Kosten € 4,50. Wel even van te voren aanmelden, dan weten de leiding wat haar te wachten staat


Zondag 29 april Vaarexcursie Woudbloem


Een natuurhistorische vaar- en wandeltocht omgeving Woudbloem. Met de Salamander van Kees Dontje en onder zijn leiding varen we over het Slochterdiep en de Ae’s. Onderweg stappen we uit en wandelen door de Hooiland- en/of Westerpolder (www.erfenweide.nl). Kosten 7,50 pp.

Laarzen en brood voor de picknick meenemen. Vooraf aanmelden bij de excursiecommissie. Verzamelen om 9 uur Woudbloemstraat 34, Woudbloem



Vrijdagavond 11 mei nachtvlinders


Na de spectaculaire nachtvlindernacht 2006, waar diverse leden van onze afdeling aan meegedaan hebben, willen we graag meer leden de kans geven kennis te maken met deze bijzondere groep insekten. Tijd en locatie worden in de volgende Padloper bekend gemaakt.


27/28 mei 1001 soortendag


In dit weekend zal in 27 Bezoekerscentra verspreid over het land een 1001 soortendag gehouden worden. Info: www.naturalis.nl



Vrijdag 1 tot en met zondag 3 juni


Afdelingskamp KNNV Groningen op Vlieland


In het Linnaeus jaar leek het de excursiecommissie passend minimaal een excursie naar één van de laatste groeiplaatsen van het Linnaeusklokje aan te bieden. Maar…zowel Terschelling als Vlieland zijn voor een dagexcursie feitelijk niet te doen. We hebben daarom besloten voor Vlieland te kiezen als locatie voor ons afdelingskamp 2007. Niet alleen voor floristen interessant maar zeker ook voor vogelaars (Kroonpolders). In meerdere opzichten gaan we aansluiten bij ons zeer geslaagde Kennemerduinenkamp: niet alleen opnieuw zand en zee maar ook waar mogelijk gebruik maken van lokaal wonende KNNV-ers.


We gaan kamperen op de Staatsbosbeheercamping (natuurkampeerkaart verplicht!),direct naast het dorp. Voor leden die graag van een hotel gebruiken: bel z.s.m. VVV Vlieland voor een reservering, juni is een populaire maand en het aanbod is beperkt.

Opgave voor dit afdelingskamp uiterlijk 1 maart 2007 via mailadres keesboele@tiscali.nl (of tel. 050 5370110) en vermeld a.j.b. of je kampeert of zelf een hotel zoekt, ook de camping moet gereserveerd worden maar dat doet de excursiecommissie.



Zondag 10 juni Haselüne Kuhweide

Om 8.30 uur vertrekken we onder leiding van Willem Stouthamer vanaf het Overwinningsplein naar dit landschappelijk prachtige gebied met voedselarme rivierduinen en oude stroomarmen van de Haze. In dit gebied kunnen we vele soorten planten verwachten, zoals weiden met prachtige jeneverbesstruwelen, Steenanjers, Ondergedoken moerasscherm, Klein warkruid, Overblijvend hardbloem en diverse zegges.

Stevige schoenen, en bij nat weer evt. laarzen, worden aanbevolen. Lunch meenemen. In de tweede helft van de middag zijn we weer terug in Groningen.


Zaterdag 16 juni Libellenexcursie.

Tijdens de landelijke Libellen Bigday zal met name aandacht worden geschonken aan de Weidebeekjuffer.

De excursie wordt samen met de KNNV Veendam gehouden in het gebied van Smeerling en langs de Ruiten Aa. We vertrekken om 9.00 uur vanaf de parkeerplaats van de oude Ikea om de deelnemers van Veendam om 10.00 uur te treffen op de parkeerplaats achter het theehuis van Smeerling. Na het gebied van Smeerling te hebben bezocht gaan we vervolgens naar de Ruiten Aa (Rennenborgweg bij vistrap), daar lopen we een eindje langs de Ruiten Aa. De excursie wordt geleid door (o.a.) Chris van Houdt. Tegen 16.00 uur gaan we richting Groningen. Stevige schoenen / laarzen worden aanbevolen. Graag opgave.


Uit: The Dragonflies of Europe, R.R. Askew, second edition, uitg. Harley books