De Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 20, 2006 nummer 2
BESTUUR
> Voorzitter & Secretaris ad interim
Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten
0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl
> Penningmeester
Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen 050 3143841
> Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie
Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen
050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl
> Bestuurslid
Dick Pegtel, Viaduktweg 15, 9751 HN Haren 050 4062114
WERKGROEPEN
Planten: Willem Stouthamer
Vogels: Erik Hoitink 050 5347844 en Gerard Strabbing 050 5346476
LEDENADMINISTRATIE
Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize
PADLOPER
Redactie: Willem Stouthamer
Tekstcorrecties: Erna Kuiper
Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 juni 2006
alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,
kunt u sturen naar:
Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
of e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net
Contributie 2006: lid € 24,50 huisgenootlid € 10,25 donateur € 7,50 per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar
postgironummer 855.090
tnv. KNNV afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
Voorpagina: Koninginnepage (Papilio machaon)
uit: de nieuwe Vlindergids, Tolman & Lewington, Tirion
Inhoud
|
Van de redactie |
3 |
|
Hortus bulborum |
4 |
|
Van de VogelWerkGroep |
|
|
6 |
|
8 |
|
Van de InsectenWerkGroep Veendam |
|
|
10 |
|
Methaan |
14 |
|
Excursieverslagen |
|
|
16 |
|
17 |
|
Verslag themadag Klimaatsverandering, 25 maart 2006 |
20 |
|
Herstelmaatregelen Wapserveld |
22 |
|
Excursieprogramma |
23 |
Van de redactie
Wij verwelkomen de nieuwe leden:
Bauke Koole (Groningen)
Wim Mulder (Zuidlaren)
J.A. Mulder (Groningen) donateur
Niels Dingemanse (Haren)
Michel van Kerkvoorde (Froombosch)
Van de penningmeester
De penningmeester bedankt alle leden die hun contributie voor 2006 naar boven hebben afgerond (enkele zelfs fors!) Waarvoor hartelijke dank.
Helaas moet hij ook constateren dat enkele leden, zelfs na een aanmaning, nog steeds niet hebben betaald. Gaarne meteen overboeken.
Dol op bol:
Hortus bulborum te Limmen (N.H.)
Het voorjaar is de periode waarin we uitkijken naar de eerste nieuwbloeiers. Door het versterkt broeikaseffect weten we zo langzamerhand wel dat Fluitekruid (Anthriscus sylvestris) de hele winter bloeit. We kijken naar de vroeg bloeiende bol- en knolgewassen, de lenteboden bij uitstek. Sneeuwklok (Galanthus ssp). Vroege krokussen (Crocus spec. ). Gele aconiet (Eranthis hyemalis). Scilla's. Speenkruid (Ficaria verna). Sleutelbloemen: de vocht- en kalkminnende Slanke (P. elatior), de Stengelloze (P. vulgaris) en de zeer vroeg-bloeiende en droogte-tolerante Gulden (P. veris). Ook Gagea's mogen er zijn. Bosgeelster (G. lutea). Een hoogtepunt is de bloei van Holwortel (Corydalis cava), Vingerhelmbloem (Corydalis solida) en de geelbloeiende Bostulp (Tulipa sylvestris). Kortom: het gaat grotendeels om stinzenplanten.
Het zijn in de 16e en 17e eeuw uit Middden- en Zuid-Europa geïmporteerde bol- en knolgewassen die de houtachtige aanplantingen om (versterkte) boerderijen (borgen, stinzen) meer kwaliteit bieden. Ze groeien en bloeien alleen in het vroege voorjaar. Blijkbaar zijn het soorten die het volle voorjaarszonlicht voor hun fotosynthese nodig hebben. Vandaar dat ze alleen als ondergroei van winterkale aanplantingen van loofhout en loofbossen voorkomen. Loofbomen verliezen in het najaar hun brede bladeren. Bladval wordt gestuurd door afname van de daglengte en wordt beschouwd als aanpassing aan geremd intern watertransport door de lage temperatuur in de winter.
Bostulp (Tulipa sylvestris)
Uit: Hortus Eystettensis, Basilius Besler
Nadat de loofboombladeren in het voorjaar ontluiken is het met deze kleine kruiden bovengronds gedaan. Het bovengronds afsterven wordt gestuurd door stijging van de luchttemperatuur. Wie herinnert zich niet de uienlucht van afstervend loof van Daslook (Allium ursinum) in Limburgse bossen? Slechts een enkele soort houdt het het hele jaar vol. Gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon) en Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) bijv. zijn altijd groen.
De gele Bostulp en al die andere tulpensoorten, hybriden en selecties hebben mensen sinds de tweede helft van de 16e eeuw, de periode van de Verenigde Provinciën, gefascineerd. De herkomst van de tulp zou Turkije zijn. De primaire genenbron evenwel moet vermoedelijk in Zuid-China worden gezocht.
De eerste tulpen in Nederland zouden in 1593 in de Leidse Hortus door Carolus Clusius geplant zijn. Van oudsher is de bloembollenteelt geconcentreerd in Noord- en Zuid-Holland. In de periode 1633-1637 was er zelfs een zeer kostbare windhandel in tulpen. In het vroege voorjaar van 1637 betaalde de Hollandse koopman François Koster de enorme som van fl 6.650 voor enkele tientallen tulpen. Na ruim een week bleek deze tulpomanie een enorme zeepbel te zijn die uiteenspatte.
Nederland staat bekend als veelkleurig tulpenland. De Keukenhof trekt jaarlijks tienduizenden binnen- en buitenlandse bezoekers. Vooral de afgegeeste oude duinzanden in West-Nederland zijn zeer geschikt voor de vermeerdering van tulpenbollen. De beperkte ontkalking, de snel in te stellen waterstand, de gemakkelijke bewerking en de geringe tarra zijn bepalend voor de bruikbaarheid van de vlakke geestgronden. Door de bevolkingsdruk wordt deze nog steeds lucratieve teelt langzaam uit West-Nederland weggedrukt naar de lichte (zandige, zavelige) gronden van midden en noord Noord-Holland en de Ysselmeerpolders.
In de loop van vier eeuwen is een enorm assortiment aan tulpen geselecteerd. Een fraai levend overzicht daarvan wordt geboden in de historische bloembollentuin, de ruim 75 jaar oude Hortus bulborum (opgericht in 1928 en officieel geopend in 1934) te Limmen ten zuiden van Alkmaar. Opmerkelijk is dat de reeds in 1595 na kruising geselecteerde tulp 'Duc van Tol red and yellow' nog ieder jaar wordt gekweekt. Dat geldt ook voor de uit 1620 stammende 'Lac van Rijn' en 'Zomerschoon'. Naast de ruim 1100 soorten en cultivars tulpen biedt deze leuke, fleurige en knusse hortus onderdak aan vele soorten en selecties narcissen, hyacinten, keizerskronen en kievitsbloemen. Deze plaats met cultuur-historische waarden aan de Zuid-Kerkenlaan te Limmen is van 10-17 uur geopend.
Het bevindt zich niet al te ver van het kustduingebied waar dit jaar het afdelingskamp Nationaal Park Zuid-Kennemerland (18-21 mei) wordt gehouden.
Dick M. Pegtel

Van de VogelWerkGroep
Excursie Anloo.
Op zaterdag 14 januari 2006 rukte de vogelwerkgroep uit naar het mooie Drentse dorp Anloo voor de eerste excursie dit jaar.
Op de parkeerplaats bij de mooie Romaanse kerk werd het plan getrokken om de wandeling no 5 langs de Drentse Aa te gaan lopen, het zogenaamde Lanjouw-pad.
Achteraf gezien een uitstekende keuze. Op een stralende winterdag bood dit pad zicht op een zeer wisselend landschap met houtwallen, het beekdal, de bossen en de heide.
In totaal werden 31 soorten vogels geturfd. Voor een winterexcursie een hele redelijke score.
Bij de kerk hoorden we al het geroffel van een Grote bonte specht.
Een week eerder waren Wim Zolf en Dirk Blok tijdens de KNNV snertexcursie de hele ochtend het veld aan het afstruinen voor een Klapekster. Zonder succes.

Klapekster (Lanius excubitor)
Uit: ANWB Vogelgids van Europa
Waren ze meegegaan met de excursie Anloo dan hadden ze hem kunnen waarnemen.
Op korte afstand op een paal in het veld liet de Klapekster zich uitstekend bewonderen.
Hieronder het soortenlijstje.
|
Klapekster |
Vlaamse gaai |
Zwarte kraai |
Houtduif |
Buizerd |
|
Grote bonte specht |
Blauwe reiger |
Boomklever |
Boomkruiper |
Heggenmus |
|
Vink |
Goudvink |
Matkop |
Zwarte mees |
Koolmees |
|
Pimpelmees |
Staartmees |
Spreeuw |
Kramsvogel |
Koperwiek |
|
Kopmeeuw |
Stormmeeuw |
Turkse tortel |
Goudhaantje |
Sijsje |
|
Geelgors |
Nijlgans |
Merel |
Roodborst |
Grauwe gans |
|
Houtsnip |
Na afloop streek de groep neer in de sfeervolle herberg van Popken met warme chocolademelk en krentenmik. Tevreden ging ieder daarna huiswaarts.
Gerard Strabbing.
Excursie Hoeksmeer en Ekenstein, 11 maart 2006
Aanwezig: Wim van Eerden, Erik Hoitink, Tineke Kappen, Giny Kasemir, Martine Kuipers, Date Lutterop en Marten Vierstra
Vijftien jaar geleden bezocht de vogelwerkgroep maandelijks het Hoeksmeer, waarbij de ochtend steevast begon met een kop koffie ten huize van Giny & Date in Stedum. Dit jaar staat het gebied eenmalig op het programma, en ook nu smaakt de koffie (met door Erik meegebrachte Groninger koek) uitstekend. Een enkeling zou al wel aan de Beerenburg willen, een ander geeft de voorkeur aan een mooie vogel-video bij de warme kachel, maar uiteindelijk besluiten we toch de kou te trotseren.
Let wel, het is half maart, maar het wil tot dusverre maar geen voorjaar worden. Ook vandaag heeft een winters tintje, met verspreide sneeuwbuien, en een maximum temperatuur van 1-2 graden onder het vriespunt. Gelukkig schijnt ook de zon af en toe; dit maakt dat de Slobeenden, Pijlstaarten en Smienten die op het meer dobberen zich in hun prachtigste kleuren tonen. Voor een groepje baltsende Brilduikers halen we zelfs de telescoop uit de kofferbak. Niet voor lang, want de snijdende wind doet ons verlangen naar de beschutting van de bomen van Ekenstein.
Onderweg daarnaar toe treffen we nog de ganzen, die we bij het Hoeksmeer niet tegenkwamen. Ver van de weg op de weilanden ten noordoosten van het Hoeksmeer zitten, na een ruwe schatting, zeker tienduizend exemplaren. Hieronder minstens duizend Brandganzen, de rest Kolgans en mogelijk ook Rietgans.

Roek (Corvus frugilegus)
Uit: Birds of Britain and Europe, Bertel Bruun
De Roeken van Ekenstein verwelkomen ons met hun sonore stemgeluid boven de toppen van de oude bomen, waarin ze bezig zijn hun nesten te bouwen. Iets verder het bos in slepen ook de Blauwe Reigers met takken en vermoeden we op enkele nesten al een broedende vogel te zien zitten. Verder is het nog stil in het bos. Een enkele Kool- en Pimpelmees zingt weinig overtuigend.
Tussen de sneeuw ontwaren we kleine aantallen Sneeuw- en Lenteklokjes. Ook het blad van Speenkruid prikt door het sneeuwlaagje. En jawel daar komt de culinaire zijsprong: dit jonge blad schijnt prima eetbaar te zijn in salades.
39 Vogelsoorten en een behoorlijk frisse neus rijker sluiten we de excursie af.
Date Lutterop, d.lutterop@wxs.nl
De waargenomen soorten (E = Ekenstein, H = Hoeksmeer):
|
soort |
aantal |
|
Aalscholver |
|
|
Bergeend |
H |
|
Blauwe Reiger |
E |
|
Brandgans |
>1000 |
|
Brilduiker |
H; 10-tallen |
|
Buizerd |
|
|
Ekster |
|
|
Gaai |
E; 1 |
|
Goudhaan |
E; 2 |
|
Goudplevier |
|
|
Graspieper |
1 |
|
Houtduif |
|
|
Kauw |
|
|
Kievit |
|
|
Knobbelzwaan |
2 |
|
Kokmeeuw |
|
|
Kolgans |
|
|
Koolmees |
|
|
Krakeend |
H; 3 |
|
Kramsvogel |
|
|
Kuifeend |
|
|
Meerkoet |
|
|
Merel |
|
|
Pijlstaart |
H |
|
Pimpelmees |
|
|
Roek |
|
|
Slobeend |
H |
|
Smient |
H; 100-en |
|
Spreeuw |
|
|
Stormmeeuw |
|
|
Tafeleend |
H |
|
Vink |
|
|
Waterhoen |
|
|
Watersnip |
H; 3 |
|
Wilde Eend |
|
|
Wintertaling |
H |
|
Wulp |
1 |
|
Zanglijster |
E; 1 |
|
Zwarte Kraai |

InsectenWerkGroep KNNV-afd. Veendam e.o.
Verslag insectenexcursie Meeden, 17 april 2006
Populierenbos bij Jaap Tonkes. Coördinaten: 259X572
Aanwezig waren Klaas Steenbergen, Wim Zolf, Willem Stouthamer, Aart Jan Langbroek, Marjan van Oosten, Jaap Tonkes en Chris van Houdt.
Het weer zat ons mee; droog, zonnig en een temperatuur van ongeveer 11oC. Een insectenactiviteit begint vaak met koffie en daar had Jaap deze keer voor gezorgd. Willem had koeken meegenomen
De bedoeling was om te kijken naar vangsten op aas van Wim Zolf en loopkevers zoeken.
Wim is er niet toe gekomen de potjes van tevoren uit te zetten dus beperkte hij zich tot het ingraven van de potten. Lege plastic potten van Jodenkoeken (oei, mag die naam nog wel?) zijn gevuld met een bodempje rottend gehakt. In het deksel is een koffiebekertje met gaatjes vastgemaakt, waarin de kevers terecht zullen komen zonder dat ze in direct contact met het vlees zullen komen. Drie van die potten zijn ingegraven.
Op drie verschillende plaatsen zijn we in de populierenaanplant van Jaap Tonkes door de knieën gegaan:
vrij vochtige plek, veel gras
Als we ons beperkt zouden hebben tot loopkevers zouden we een vrij eentonige excursie gehad hebben met niet al te veel vangsten. De eerste Boompieper die Jaap opmerkte zou ik dan niet moeten noemen en ook andere vogels zoals Vink, Tjiftjaf, Kneu, Torenvalk… allemaal niet aan de orde.
Aart Jan had direct een Bruine kikker in de gaten en omdat hij wel erg groen zag wilden de anderen weten waarom je hem dan toch Bruine kikker mocht noemen. Donkerbruine wangen is volgens Aart Jan een goed kenmerk om de kikker op naam te brengen. De kleur van het beest is variabel.
Verder vielen we aan op slakken, zagen we muizengaten, reeënsporen, een enkele vlinder, en niet te vergeten fluweelmijten, miljoenpoten (schijnbaar 2 paar poten per segment), springstaarten, pissebedden en teken. Ook lukte het ons niet om bij de afgesproken keverfamilie te blijven; we vonden kortschildkevers, haantjes, ondermeer aardvlooien, kniptorren, meestal als ritnaald (zijn larve), en een kever die vaak op mest gevonden wordt van de familie Hydrophilidae. Wat we ook voor aardvlooien uitmaakten omdat het klein en springerig was bleken jonge spoorcicaden te zijn. Ze zijn doffer dan de kevertjes die je aardvlooien noemt en die bij de familie van de haantjes horen.
Het leukste kevertje vind ik het door Marjan gevonden kortschildje Stilicus rufipes dat erg op een mier lijkt. Het beetje ziet er onder de microscoop heel bizar uit. De kop is zeer groot en zit vast aan het halsschild met een heel smal nekachtige verbinding. Het dier zit vol kleine putjes en is zelfs dof door die sculptuur. Eigenlijk een klein, zeer fragiel beeldhouwwerkje om te zien. En dan kan het nog bewegen ook!

Stilicus rufipes, uit: Kevers, Harde & Severa
Op de terugweg vonden we Klein hoefblad in bloei. Is het een woekeronkruid of plant die je tegenwoordig wat minder vaak tegenkomt? De meningen waren verdeeld.
Willem heeft mij gevraagd met grote spoed een verslagje van de excursie te schrijven. De Padloper is deze keer niet al te dik. Ik begrijp nu ook hoe het zit met die heerlijke koeken!
De kevers zijn nog niet allemaal gedetermineerd, de meeste loopkevers en die ene poepkever wel. Hierna volgt een voorlopige lijst waarnemingen.
Chris van Houdt
Waarnemingen:
|
Loopkevers |
||
|
Amara |
communis |
enk. |
|
Amara |
familiaris |
1 |
|
Amara |
lunicollis |
enk. |
|
Amara |
plebeja |
enk. |
|
Amara |
similata |
enk. |
|
Agonum |
muelleri |
1 |
|
Anisodactylus |
binotatus |
algemeen |
|
Harpalus |
rufipes |
1 |
|
Harpalus |
tardus |
enk. |
|
Pterostichus |
diligens |
enk. |
|
Pterostichus |
nigrita |
1 |
|
Pterostichus |
vernalis |
1 |
|
Pterostichus |
versicolor |
veel op de natste plek |
|
Stenolophus |
teutonus |
algemeen |
|
Kortschildkevers |
||
|
Stilicus |
1 |
|
|
Lathrobium |
enk. |
|
|
Paederus |
veel op de natste plek |
|
|
Philonthus |
fuscipennis |
enk. |
|
Philonthus |
spec. |
1 |
|
Stenus |
1 |
|
|
Stenus |
enk. |
|
|
Tachinus |
1 |
|
|
Tachyporus |
enk. |
|
|
Xantholinus |
1 |
|
|
Nog enkele andere soorten |
||
|
Hydrophilidae |
||
|
Sphaeridium |
scarabaeoides |
1 |
|
Elateridae |
2 stuks, nog niet bekeken |
|
|
Chrysomelidae |
2 soorten |
|
|
Curculionidae |
1 soort |
|
|
Spoorcicaden |
veel nymfen |
|
|
Dagvlinders |
||
|
Kleine vos |
||
|
Pissebedden |
||
|
Philoscia |
muscorum |
z.a. |
Literatuur:
De loopkevers van Nederland en Vlaanderen, ISBN 90-5107-037-3
Kevers, K.W.Harde en F.Severa, ISBN 90-5210-039-Xgeb.
Nieuwe Insektengids, M.Chinery, ISBN 90-03-90198-8
Die Käfer Mitteleuropas, Freude, Harde Lohse, Band 4, ISBN 3-87263-036-9

Sphaeridium scarabaeoides, uit: Kevers, Harde & Severa
METHAAN
Dat was even enorm verbazen: bossen of algemener vegetaties (planten) produceren methaan! Kranten kopten zelfs met 'bomen zijn slecht voor het milieu'. Geschat wordt dat tien tot dertig procent van het atmosferische methaan door planten wordt geproduceerd. De jaarlijkse productie zou ongeveer 240 miljoen ton bedragen; in 8 jaar bedraagt de methaan- productie ongeveer de omvang van de gasbel bij Slochteren.
Het gas methaan (CH4) is bekend als moerasgas en vormt het hoofdbestanddeel van het in 1959 in het Rotliegend zandsteen (Perm) onder Slochteren ontdekte opgehoopte laag-calorisch aardgas (83%) uit tropisch laat-Carboon dat we in ons huis verbranden. Het vormde ook het grootste bestanddeel van het vroegere stadsgas dat uit steenkool in gasfabrieken werd bereid.

In alle tekstboeken wordt onder het onderwerp 'methanogenese' vermeld dat atmosferisch methaan voornamelijk afkomstig is uit zuurstofloze microbiële processen. Dergelijke processen spelen een rol bij de natte rijstbouw en de veeteelt (anaërobe microbiologische voedselafbraak).
Bij het langzaam verminderen van de permafrost in Noord-Europa, Noord-Amerika en Siberië komt methaan vrij uit opgesloten gashydraten. Gashydraten zijn ijsachtige kristallijne raamwerken van watermoleculen waarin methaanmoleculen zijn ingesloten. Recent is gebleken dat methaan blijkbaar ook kan worden gevormd onder normale, zuurstofrijke omstandigheden.
Deze laatste methaanproductie door planten is overigens gering en lastig om te meten. Het wordt gemeten met een gaschromatograaf in een luchtdichte, doorzichtige perspex doos met groeiende planten in een bij aanvang methaanvrije lucht. De moeilijke meting kan verklaren waarom deze aërobe mogelijkheid tot nu toe niet was waargenomen.
Van methaan is bekend dat het een krachtig broeikasgas is. Een kilo atmosferische methaan houdt 23 keer meer warmte vast dan een kilo koolzuur (CO2). Overigens is koolzuur het belangrijkste broeikasgas omdat de atmosfeer ruim 500 keer meer koolzuur dan methaan bevat.
Een interessante vraag is waar het plantaardige methaan vandaan komt. Dat is vooralsnog onbekend. Er is echter wel een vermoeden. Verondersteld zou kunnen worden dat het ontstaat uit pectine dat zich in de celwand bevindt en waaraan de cellen hun stevigheid ontlenen. Maar langs welke weg zou dan de methaansynthese kunnen plaatsvinden? Pectine bestaat uit een lange reeks van aan elkaar gekoppelde suikers. Aan die suikers zitten methoxygroepen
(--CH3O). Bekend is dat methanol (houtgeest; CH3OH) en methylchloride (CH3Cl) uit methoxygroepen gesynthetiseerd kunnen worden. Maar of zij ook de bron voor de synthese voor methaan zijn, is onbekend. De methaanproductie door planten blijkt gestimuleerd te worden door meer zonlicht of door stijging van de temperatuur.
Dus toch voortvarend bossen blijven aanleggen om het versterkte broeikaseffect enigszins te beteugelen. Immers, groeiende bossen leggen meer koolzuur vast dan ze produceren.
Dick M. Pegtel
EXCURSIEVERSLAGEN
Vogelexcursie Lauwersmeer, 5 februari 2006
Voor 16 deelnemers, verdeeld over 5 auto's, was de Lauwersmeer op 5 februari het doel van een vogelexcursie. De weersvoorspelling was niet onverdeeld positief, met een matige zichtverwachting. Tot de korte tussenstop in Winsum leek het nog mee te vallen, maar bij het dichter naderen van het excursiegebied moesten we het gelijk van Pyt Paulusma's foarútsjocht erkennen. Met een paar honderd meter zicht valt het niet mee om normaal 'zekere' soorten als de Slechtvalk te vinden, laat staan dat aanwezige zeldzame ganzen als Roodhalsgans en Zwarte Rotgans eenvoudig gespot kunnen worden. Maar met een bijgestelde vogelverwachting kan zo'n in nevelen gehulde excursie toch nog de nodige verrassingen opleveren.
Op een akker langs de Zoutkamperril, min of meer vaste verblijfplaats voor een grote groep Groenlingen, was de tweede helft van de excursiedeelnemers getuige van het Groenlingontbijt van een vrouwtje Sperwer, waarbij de veertjes in het rond vlogen. De wachtende inzittenden van de honderd meter vooruitgesnelde twee auto's meenden in de achterhoede nog wat vage armgebaren te zien, in de richting van een groepje Kleine Zwanen die wat verder weg op de akker verbleef. Om verdere misverstanden uit te sluiten volgde een uitwisseling van 06-nummers om de modernere communicatiemiddelen in te kunnen zetten. In de wakken in de Zoutkamperril, pal naast de Strandweg, konden heel fraai Wilde Zwanen bekeken worden, samen met de eerste Nonnetjes.
Roerdomp (Butorides striatus)
Uit: Complete gids Vogels Nederland (NM)
Na een uitvoerige studie aan een groepje Graspiepers op de Schildhoek (wat lijken ze groot in de mist) ging het richting Robbenoort. Een rondwandeling op dit gevarieerde huisjesterrein levert altijd de nodige 'kleintjes' op, met bovendien een goede kans op Pestvogels. Deze keer opvallend veel Vinken en lijsters, en een enkele Grote Bonte Specht. Opvallend was de uitgesproken voorkeur van Turkse Tortels voor de top van vlaggenmasten, die vrijwel allemaal waren bezet.
Het bezoek aan restaurant Schierzicht leverde geen aanwijzingen op voor nieuwe excursiedoelen, de website met vogelwaarnemingen toonde een opvallend lege pagina voor vandaag. In de haven, behalve een tiental Dodaarsjes, ook een kleine 40 rondscharrelende Sneeuwgorzen en een ruime 40 Steenlopers, die alle van dichtbij bekeken konden worden. Buitendijks, aan de oostkant van de haven dobberden veel Brilduikers, waaronder zo'n 60 mannetjes.
Aan de Friese kant van de Lauwersmeer nam het zicht nog verder af, maar gelukkig liepen hier en daar nog ganzen langs de weg. In de Bantpolder vooral Brandganzen, gemengd met Rotganzen; verderop meer Kolganzen, wat Grauwe ganzen en uiteindelijk ook nog een Toendrarietgans. Als afsluiting werd de bekende bult bij het zomerhuisbos beklommen. Na een kwartier turen in de nevel bleek een kleibultje langs het water toch een volledig in elkaar gedoken Roerdomp te zijn. Nadat iedereen dankzij de telescoop hiervan was overtuigd kregen we ook nog kortstondig het vliegbeeld te zien, een waardige afsluiting van de excursie.
Dirk Blok
EXCURSIE DIERSPOREN, 4 maart 2006
Noordlaarderbos o.l.v. Harry Holstein, 19 deelnemers
Op een fantastische winterdag met lichte vorst, een pakje sneeuw van enkele centimeters en heldere lucht kwamen veel mensen de excursie bijwonen. Er was zelfs iemand uit het zuiden des lands in het gezelschap. Harry Holstein vertelde iets over het Noordlaarderbos, maar we stonden te popelen om het bos in te gaan. Rond de parkeerplaats bij het Nivongebouw vonden we al vleugelafdrukken in de sneeuw van een Merel veroorzaakt bij het afzetten voor het opvliegen. Langs het pad ertegenover vonden we diverse sporen:
In het zijpad 50 a 100 met verderop naar het zuiden vonden we nog:
Tijdens het struinen door de vele interessante bospaden vonden we

FOTO 2

FOTO 1
Langs het zandpad vonden we zilvergrijze vleugelresten drijvend in slootje: van de wintervlinder (leven kort in late herfst en winter: een verschoven levenscyclus).
Na wat hengelen in de sloot, uitaard met de nodige risico's, konden we voor Harry de vleugels uit het water vissen waarmee hij echt kon vaststellen dat het wintervlinder is geweest.
Af en toe liepen wat mensen vooruit om de eerste te zijn en soms bleven mensen wat met elkaar praten over sporen en andere zaken in een mensenleven wat de gezelligheid zeer ten goede kwam. Het was een zeer sfeer- en leervolle dag waar iedereen met plezier aan terug kan denken.
Fons Vos en Marjan van Oosten


KLIMAATSVERANDERING
Themadag in Drachten, 25 maart 2006
Vier lezingen: Chris van Turnhout (SOVON) over vogelpopulaties, Arnout Jan Rossenaar (FLORON) over de 'Wilde'flora, Chris van Swaay (Vlinderstichting) over vlinderpopulaties. Pieter Siegmund (KNMI) over het weer de afgelopen 100 jaar en de komende 100 jaar. Op mijn reis naar Drachten was het mij zwaar te moede: 'Weer een dag over rampen, rode lijsten, uitstervende soorten en hoe slecht het allemaal gaat'. Op mijn reis naar huis was dit grondig veranderd: Niets van deze onderwerpen is aan bod gekomen.
Wat wel duidelijk naar voren is gekomen: overal in de natuur vinden verschuivingen in populaties en veranderingen in individuen plaats onder invloed van klimaatsveranderingen. Dit gebeurt nu en dit is altijd zo geweest. We moeten de natuur niet zien als een statistisch, maar als een dynamisch geheel: veranderingen zijn van alle tijden. Na de laatste ijstijd zaten al onze vlinders in Zuid-Frankrijk. Het klimaat van Zeeland lag 30 jaar geleden in Noord Frankrijk. Rode lijsten geven wel inzichten, maar moeten ook niet als bindend beschouwd worden: we moeten vaak groter dan Nederland denken. Hier voorbeelden van. De Bonte kraai is bijna uit Nederland verdwenen, staat dus op de rode lijst voor Nederland. Maar de Europese populatie is niet afgenomen, alleen maar verder naar het noorden verhuisd. We hebben er Bijeneters en Grote zilverreigers voor in de plaats gekregen. Ook deze populaties verschuiven vanuit het zuiden naar het noorden. De Kleine zilverreiger is al aangekomen in Zeeland en zal de komende jaren steeds verder oprukken. Kemphaan en Velduil zullen ons land langzaam verlaten. Maar de Koninginnepage heeft zijn areaal al tot het midden van het land uitgebreid en zal over vier jaar een normale vlinder in Groningen zijn.
Landkaartje en Oranjetip maken een explosieve groei door. Voor planten geldt hetzelfde. Exoten en inheemse soorten bestaan eigenlijk niet. We kunnen een uitbreiding van het aantal plantensoorten uit tuinen verwachten. Maar als u hierbij bedenkt dat veel stinzenplanten zich op dezelfde manier hebben verspreid dan wordt het woord exoot een relatief begrip. (De meeste nieuw aangevoerde planten worden vaak uit de rosse buurten van havens als eerste gemeld en maken van hieruit hun opmars.) De flora volgen wordt nu nog spannender.
Oranjetip (Anthocharis cardamines)
uit: De nieuwe Vlindergids, Tolman & Lewington
Dhr. P. Siegmund maakte duidelijk dat een rapport over klimaatsveranderingen geen voorspellerij is. Op grond van metingen van vroeger kan men modellen opstellen, die redelijk betrouwbaar zijn. Het is niet te verwachten dat de hoeveelheid CO2 uitstoot drastisch zal veranderen. Pas over een jaar of veertig, als de fossiele brandstoffen op zijn, komt er een kentering. Maar de gevolgen (het uitgesteld effect) zal nog decennia lang duren.
Mijn eigen indruk.
Er zijn ook veel maatregelen besproken om zeldzame soorten meer ruimte te geven. Maar we moeten er rekening mee houden dat de klimaatsverandering de belangrijkste bepalende factor is geworden in natuurbescherming.
Een zeer positieve dag. Dit is slechts een fragment van wat er aan de orde is geweest. Het zal mij nog veel tijd kosten om alles uit te werken, ik heb dan ook een zeer beknopt verslag gegeven van mijn eigen indrukken.
HERSTELMAATREGELEN REPTIELBIOTOPEN WAPSERVELD
Het Wapserveld ligt in Nationaal Park Drents Friese Wold en wordt beheerd door Natuurmonumenten. De heide is structuur- en reliefrijk. De flora en fauna is er goed onderzocht.
In het gebied komen veel soorten reptielen voor: Levendbarende hagedis, Hazelworm, Gladde slang, Ringslang en Adder. Op vochtige delen en in vennen komen Heikikker, Groene kikker en Gewone pad voor. In minder zure wateren komt bovendien de Kleine watersalamander voor.
Ook de insectenfauna is de moeite waard (vlinders, libellen)
Door de vermesting, verzuring en verdroging treedt plaatselijk vergrassing op. Door de heide plaatselijk kleinschalig af te plaggen word deze vergrassing bestreden. Dat gebeurt hoofdzakelijk machinaal.
Om boomopslag tegen te gaan zijn schapen en runderen ingezet. Omdat de gescheperde schaapskudde de randzone langs het bos weinig bezoekt en de runderen vooral het bos opzoeken vindt er plaatselijk verbossing plaats.
Het beheer van gunstige reptielbiotopen dient zorgvuldig en kleinschalig plaats te vinden. Optimaal is het in handkracht plaggen en boomopslag verwijderen met vrijwilligersgroepen. Vooral de verbossing vormt een bedreiging (habitatverlies) voor een kritische soort als de Adder. Deze soort is gebaat bij structuurrijke vegetatie en komt vooral voor in de lagere vochtige terreindelen met dichte pijpenstrovegetatie.
Kiemplanten van Grove den zijn gemakkelijk uit te trekken, wilg en berk zijn beter uit te steken, grotere bomen worden gezaagd of met de takkenschaar afgeknipt. Dit is prachtig werk en een unieke kans om op plekken te komen waar niemand in mag!
Rob van der Es

Gewone pad (Bufo bufo)
EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN
CONDITIES
Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen
Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net Opgave met vermelding wel of niet eigen vervoer (tenzij anders vermeld) graag minimaal drie dagen van te voren. Deelnemers ZONDER eigen vervoer moeten zich in ieder geval tijdig aanmelden. Indien u tijdens de excursie met iemand meerijdt, is het gebruikelijk dat aan de bestuurder een vergoeding wordt betaald voor de kosten die hij/zij maakt. Als richtlijn geldt een bedrag van
8 eurocent per km per passagier
De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden, die zich aangemeld hebben, worden dan geïnformeerd

De excursiecommissie heet u welkom
PROGRAMMA
zaterdag 29 april verkenningstocht Drentsche Aa
Op het Drents plateau tussen de boswachterijen Hooghalen (Zwiggelterveld) en Grollo ((Elper Noorderveld) liggen de maden Holmers en Halkenbroek, daar ontspringt een diepje dat negen keer van naam verandert voordat het tenslotte uitmondt in het Friesche Veen. Hoe zit dat? Het kan niet anders of uw nieuwsgierigheid is gewekt. Opgave voor 25 april!!
Vertrektijd 9.00 uur Overwinningsplein
Zaterdag 6 mei vogelexcursie Peizermaden
We vertrekken op de fiets om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein o.lv. Harry Westerhuis naar de Peizermaden.
Naast de vele soorten weidevogels, hebben we grote kans Roodborsttapuiten, Blauwborstjes, Sprinkhaanrietzangers en mogelijk Paapjes te zien.
Omstreeks 13.00 uur zijn we terug bij het Overwinningsplein
18 - 21 mei Afdelingskamp Nationaal Park Kennemerland
Het themanummer van Natura over Zuid-Kennemerland (2005.5) laat zich vooral lezen als een uitnodiging om dit gebied van blonde duinen, zingende Paapjes en bloeiend Hondskruid eens te gaan verkennen. Voor een dagexcursie uit Groningen te ver maar voor ons afdelingskamp 2006 een excellente locatie. In de voetsporen van fameuze kenners als Heimans en Thijsse biedt de excursiecommissie gelegenheid om in enkele dagen het gebied van noord naar zuid te doorkruisen
● Periode:
18 tot 21 mei 2006
● Plaats:
Camping Kennemer Natuurkampeerterrein De Berenweide
Oudendijk, Heemskerk, Telefoon: 0900-duincamp of 0900-3846226, Fax: 0251-661089
E-mail: berenweide@kennemerduincampings.nl. http://www.kdc.nu/nieuw/nl/berenweide/
Het is een natuurkampeerterrein, kosten € 12,45 per persoon.(dus denk aan het kampeerpaspoort; verkrijgbaar bij de ANWB, 1 jaar geldig/prijs € 9,- )
De excursiecommissie reserveert het kampeerterrein.
Voor leden die graag meegaan maar niet willen of kunnen kamperen is er gelegenheid om via de VVV Kennemerland een pension of hotel in de buurt te regelen. Telefoon: 0900 616100 en www.vvvzk.nl
● Programma:
18 mei aankomst, indien gewenst een middagexcursie, 19 en 20 mei: twee dagexcursies
21 mei: ochtendexcursie, 9.00 - 12.00 uur
Zaterdag 3 plantenexcursie Eexterveld
Om 10.00 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein en gaan met Kees Boele op zoek naar Draadgentiaan, Teerguichelheil, Dwergbloem en Dwergbies. Halverwege de middag zijn we weer terug in Groningen. Opgave: Kees Boele (bij voorkeur per mail keesboele@tiscali.nl, anders telefoon 050-5370110)
Zondag 25 juni Schiermonnikoog
We nemen de boot van 9.30 uur (6.30 uur is wel erg vroeg?). Kosten € 11,85. Deelnemers die met de auto komen wordt aanbevolen ruim de tijd te nemen ivm. parkeren (prijs € 3,50). Vertrek bus Arriva lijn 163 van het hoofdstation Groningen 8.20 uur; aankomst Lauwersoog 9.15 uur. Brood en drinken meenemen. De bedoeling is een rondje te lopen, dus stevige schoenen. Het accent komt te liggen op de planten. Aanmelden Willem Stouthamer

Zaterdag 20 augustus Vlinderexcursie
Op zaterdag 20 augustus vertrekken we om 13.30 uur voor een vlinderexcursie onderleiding van de vlinder- en libellen-werkgroep Stad en Ommelaand. Om 14.00 begint de excursie vanaf de parkeerplaats rechts van de weg Grijpskerk - Kollummerpomp (N388, Kieivitsweg overgaand in Waardweg). Voorbij het kunstwerk. Direct na boerderij met huisnummer 5 rechtsaf (Rondweg Noord). Dit nieuw aangelegd natuur-terrein is zeer afwisselend en in dit jaargetijde hebben we kans een 10 tot 12 soorten vlinders te zien.
Zaterdag 26 augustus De Deelen
De Friese Deelen (Tijnje) vormen één van de mooiste laagveenreservaten in Noord-Nederland. Middels een knuppelbruggetjesroute dringen we ver het veen in. De vele rietvogels zingen in augustus niet meer maar het wemelt in augustus van de libellen. Op de heen- of terugweg maken we mogelijk nog een korte stop bij een Friese groeiplaats van Klokjesgentianen. Vertrek: 10.00 uur, Overwinningsplein. Opgave bij voorkeur per mail keesboele@tiscali.nl, anders telefoon 050-5370110
Zaterdag 9 september opslag verwijderen Wapserveen
Een aantal jaren hebben we zeer geslaagde reptielen en amfibieën excursies gehad in het Wapserveen. We hebben toen beloofd dat we een keer terug zouden komen om te helpen bij het verwijderen van de opslag van jonge boompjes.
Om 9.00 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein. Vanaf Doldersum nemen we de weg richting Diever. Deze Dieverseweg gaat over in de Dolderseweg. Op de hoek waar de zandweg kruist met een landweg is het beginpunt (10.00 uur). Indien u heeft neem dan uw handzaag en takkenschaar mee. Ook Natuurmonumenten zal gereedschap beschikbaar stellen.
We gaan de tweede helft van de middag nog kijken naar reptielen en amfibieën. Graag opgave voor 5 september zodat details nog met NM kunnen worden afgestemd.
Zondag 17 september vogelexcursie Breebaartpolder
Vorig jaar leverde de excursie naar de Breebaart veel leuke soorten op, Zwarte ruiters, verschillende soorten Plevieren, Slechtvalken, enz.
Aangezien het om 8.00 uur hoogwater is vertrekken we om 8.30 uur vanaf de parkeerplaats voor de oude Ikea, zodat we tegen 9.30 uur aan het begin van het dijkje naar het bezoekerscentrum van de Breebaartpolder zijn. Hier vinden we ook onze excursieleider Wim Zolf
Zondag 1 oktober paddestoelenexcursie Appelbergen
Om 9.30 uur vertrekken we vanaf de parkeerplaats (over het spoor links) aan de noordkant van de Appelbergen.
Onder leiding van Roel Douwes gaan we in dit zeer afwisselende gebied met zowel zeer vochtige als droge plekken, op zoek naar paddestoelen, zoals bijvoorbeeld het Schaapje, Vuurzwam en verschillende Russula´s
Vrijdag 20 oktober 2006, lezing Dassen en Boommarters
Deze gewestelijk georganiseerde lezing wordt gegeven door Ruud van de Akker. Ruud toont ons tijdens zijn Powerpoint presentatie niet alleen ´dia´s´van Das en Marter, maar ook filmpjes zoals hij deze zelf gemaakt heeft veelal in het gebied van de Utrechtse heuvelrug. Ruud maakt fantastisch mooie foto´s en films. Hij is de eerste geweest die opnamen heeft gemaakt van in een boommarternest. Hij heeft beelden van Boommarters die hun jongen versjouwen naar een andere plek omdat zij lastig werden gevallen door een specht.
Maandenlang heeft hij op een hoogzit gezeten en heeft vandaar uit een enorme dassenburcht bekeken. Op de film zie je zowel de volwassen dassen als dartel spelende jonge dasjes. In de lezing zal hij o.a. in gaan op de leefwijze, de verspreiding en de toename van beide soorten.
De lezing wordt gehouden in het Gorechthuis, Hortuslaan 1 in Haren en begint om 20.00 uur. Vanaf 19.30 u kunt u naar binnen

Zondag 22 oktober Kraanvogels Diepholz
Het hoogveengebied van Diepholz bestaat volgens een geologische definitie (meer dan 30 cm hoogveenbedekking) uit meer dan 24.00 hectare hoogveen verdeeld over vijftien gebieden van elk tussen de 1500 en 2000 hectare groot. Een groot deel van dit hoogveen is in het verleden ontwaterd, afgeturfd en gebruikt voor land- en bosbouw. Door omvangrijke instandhoudings- en beheermaatregelen door natuurbeschermingsinstanties zijn een enkele duizenden hectaren bewaard en heeft de natuur een nieuwe kans gekregen. Daardoor zijn de gebieden ook interessant geworden als rustplaats voor trekkende Kraanvogels. Er is voldoende voedsel voor de vogels in het gebied en hun rust wordt niet verstoord. Door extensief gebruik van het land rondom is ook in de omgeving een zeer verscheiden natuurgebied ontstaan voor de Kraanvogels. De belangrijkste gebieden zijn het Neustädter Moor en het Rehdener Geestmoor. In beide gebieden staan vogeluitkijktorens.
In de afgelopen jaren zijn in de weken van eind oktober / begin november tussen de 15.000 en 30.000 Kraanvogels gezien.
Het gebied ligt een 230 kilometer van Groningen. We vertrekken om 8.00 uur vanaf de parkeerplaats van het oude Ikea gebouw. Tegen de schemering gaan we terug naar Groningen.
Opgave graag vóór 17 oktober
Web-sites WWW
www.grauwekiekendief.nl
www.sovon.nl vernieuwd
www.trektellen.nl
www.bezoekerscentrum.info/index.php?id=13 1001 soortendag
www.stinzenplant.nl
www.FSC.ORG hout
www.gardenweb.nl (google: tuinsafari) insecten