De Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 20, 2006 nummer 3
BESTUUR
> Voorzitter & Secretaris ad interim
Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten
0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl
> Penningmeester
Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen 050 3143841
> Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie
Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen
050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl
> Bestuurslid
Dick Pegtel, Viaduktweg 15, 9751 HN Haren 050 4062114
Website: www.knnv.nl/groningen
WERKGROEPEN
Planten: Willem Stouthamer
Vogels: Erik Hoitink 050 5347844 en Gerard Strabbing 050 5346476
LEDENADMINISTRATIE
Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize
PADLOPER
Redactie: Willem Stouthamer
Copie sluitingsdatum volgende nummer: 15 september 2006
alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,
kunt u sturen naar:
Redactie adres Padloper: Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
of e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net
Contributie 2006: lid € 24,50 huisgenootlid € 10,25 donateur € 7,50 per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar
postgironummer 855.090
tnv. KNNV afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
Voorpagina: Driekantige Look (De Geïllustreerde FLORA)
Inhoud
|
Van de ledenadministratie en de penningmeester |
3 |
|
Van de PlantenWerkGroep |
4 |
|
4 |
|
Excursieverslagen |
6 |
|
6 |
|
10 |
|
12 |
|
14 |
|
15 |
|
Pluis tuti |
18 |
|
Excursieprogramma |
20 |
Van de ledenadministratie
Wij verwelkomen het nieuwe lid:
M. Engelmoer (Groningen)
Van de penningmeester
Contributie 2006. Twee leden hebben na 3 aanmaningen op geen enkele wijze gereageerd, zodat we helaas gedwongen zijn om ze af te melden.
Het goede nieuws is dat alle andere leden hun contributie hebben betaald!!!
Van de PlantenWerkGroep
Een of twee keer per jaar houden we een uitstapje samen met de plantenwerkgroep van Veendam. Even weg uit de sleur van het inventariseren van bekende en iets minder bekende soorten in een ruime straal rond de stad Groningen. Deze keer heeft Jennie Hendriks ons geattendeerd op een bijzonder excursiedoel: de akkerreservaten bij Cortenoever (Zuthen).
Het Staatsbosbeheer-reservaat Cortenoever ligt aan de IJssel ten noordwesten van Brummen. In dit gebied vond de akkerbouw in vroeger tijden plaats op de hogere terreingedeelten, de zogenaamde stroomruggen die bestaan uit zand en lichte zavel. In de lagere delen heeft afzetting plaats gevonden van zware zavel en zware klei. Typerend voor deze afzettingen is de kalkrijkdom. De hoogste delen worden niet meer of zelden geïnundeerd, met als gevolg dat er kalkuitspoeling plaats vindt. Deze ontkalking wordt ten dele weer opgeheven door een opwaartse beweging van kalkrijk water, soms tot in de hoogste delen als gevolg van de capillaire werking van het zandig bodemmateriaal.
Er zijn in dit gebied drie akkerreservaatjes. Deze worden jaarlijks met 'lang mest' (mest met stro vermengd) bemest; om de akkeronkruiden te bevorderen werd een randzone gecreëerd van 4 tot 5 meter breed, waarin graan dun ingezaaid wordt. De akkers zijn geleidelijk (de eerste in 1963).in handen gekomen van SBB en zijn daarna niet meer bespoten. De akkers liggen op verschillende hoogte, De hoogst gelegen akker komt 's winters niet onder water, de middelste 1 tot 5 weken en de laagste maximaal 2 tot 3 maanden.
Eén akkerrand hebben we goed bekeken. De bijzondere soorten zijn het Groot- en Klein spiegelklokje, beide hoofddoel van de reis.
Daarna maken we een korte wandeling; eerst de berm van de weg langs een paardenweide. Hier troffen we o.a. aan: Kruisdistel, Cipreswolfsmelk, Sikkel-klaver, en Ruige weegbree. De twee Belgische paarden draafden hard door de wei met een snelheiden een souplesse, die je niet zou verwachten met zo'n lichaamsomvang. Vervolgens door de wei langs een boomsingel naar hoger gelegen weiden. Op het verste punt moesten we weer terug omdat een heel gebied onder water stond. De voornaamste, aangetroffen soorten zijn: Aardakker, Knolboterbloem, Veldsalie met bloeiende 'fakkels' van een onwaarschijnlijk blauwe kleur, Brede ereprijs, Geel walstro, Walstro bremraap, Heksenmelk, Karwij (Carum carvi) en Karwijvarkenskervel (Peucedanum carvifolia). De Karwij bloeide al en de Karwijvarkenskervel nog niet. Dat was reden genoeg de planten nader te inspecteren, zodat we zagen dat Karwij slechts één bladvorm heeft en de ander plant twee verschillende bladvormen.
Ter afsluiting staken we met het pontje de IJssel over naar Bronkhorst. Even opzij van het schilderachtige dorp liepen we om en over de heuvel waar vroeger een kasteel stond. Behalve veel Fluitenkruid staat er Reuzenzwenkgras als enige opvallende soort. In een tuin ontdekten we een Peperboompje (Daphne mezereum) van zeer grote afmeting (2 mtr. hoog). Op het terras van het café 'Het Wapen van Bronkhorst' in de schaduw sloten we deze mooie dag af. Met dank aan Annie Vos, die voor de benodigde vergunning heeft gezorgd.
Willem Stouthamer
literatuur: PKN excursieverslagen (klein deel vd tekst overgenomen)
EXCURSIEVERSLAGEN
Börgbloumkes, 23 april 2006
Een laat voorjaar. Het wil maar niet warmer, voorjaar worden. Op een enkele dag na. Het KNMI houdt het op een vertraging van 18 dagen. Vier weken later dan oorspronkelijk door onze actieve excursiecommissie beoogd was, begonnen 7 KNNV-ers om 10 uur vanaf de muziektempel in het Noorderplantsoen met de “börgbloumkes” dagtocht.
Börgbloumkes of stinsenplanten zijn kruidachtige plantensoorten die feitelijk gewone zonplanten (heliofyten) zijn. Ze groeien snel en bloeien voordat de bladeren zich weer aan de bomen ontplooien. Aldus zijn ze weer gereed voor het volgend voorjaar. Nadat de bladeren aan de bomen zijn verschenen is de lichthoeveelheid ontoereikend geworden (ca 2% van het op de kronen van de bomen vallende licht) voor de groei. De meeste soorten sterven bovengronds af door te weinig licht en de geleidelijke stijging van de temperatuur. Deze z.g. geofyten overzomeren met bollen, knollen of wortelstokken. Vestiging van nieuwe individuen uit zaad komt niet vaak voor. De reden moet gezocht worden in de aanwezigheid van een gesloten laag dood organisch (blad)materiaal. Verwijdering van dood blad kan tot de kieming van bijvoorbeeld Daslook (Allium ursinum) en Stengelloze primula (Primula vulgaris) leiden. Dat geldt ook voor de Zwarte rapunzel (Phyteuma nigrum) hoewel deze fraaie late-voorjaars-soort niet tot de echte börgbloumkes gerekend kan worden. Slechts een enkele soort is het hele jaar door te vinden omdat ze zomerse schaduw tolereren. Ze worden sciofyten genoemd. Maar dan moet de watervoorziening wel gewaarborgd zijn. Gele dovenetel is een voorbeeld.
Opmerkelijk is dat börgbloumkes alleen voorkomen in loofbossen op voedselrijke gronden. In bijv. eiken-berkenbossen op voedselarm, droog en zuur pleistoceen dekzand zal men tevergeefs naar dergelijke fraaie lenteboden zoeken. Een verklaring wordt gezocht in de mate van de investering van glucose (uit de fotosynthese) in bovengronds respectievelijk ondergronds plantenmateriaal.
Willem Stouthamer was wederom de vraagbaak waaraan Jennie Hendriks, Marjan van Oosten, Stella en Kees Boele, Jan Gerard en Dick Pegtel hun vragen kwijt konden of hun waardevolle kennis konden toevoegen.
Het Noorderplantsoen, na de aanname van de vestingwet van 1874 het enige aandenken uit de tijd dat de stad volledig omwald was, bestaat voornamelijk uit vergraven en opgeworpen keileem, klei en zand. In de voedselrijke en vochtige grond was de volle bloei van de paarse en witte Holwortel (Corydalis cava) opmerkelijk. Voorts komt ook de iele Bosgeelster (Gagea lutea) er massaal voor. Veel minder talrijk is de lichtpaars bloeiende Vingerhelmbloem (Corydalis solida). Ook de Gele anemoon (Anemone ranunculoides) komt er plaatselijk massaal voor.
Menkemaborg, Uithuizen
Een opmerkelijk aangeplante boomsoort is de Noorse esdoorn (Acer platanoides) die naakt bloeide met bloemen in opgerichte tuilen. Naast de geurige Zwarte bes (Ribes nigrum) zagen we ook nog de groen-achtig- geel bloeiende Alpenbes (Ribes alpinum). De Winterakoniet (Eranthis hyemalis) en verschillende soorten krokussen waren uitgebloeid. In de centraal gelegen ovale vijver komen plukken Lidsteng (Hippurus vulgaris) voor.
Na een uur hadden we het hier wel gezien en vertrokken naar het centrum van Winsum om de tuin rondom het gemeentehuis te keuren. Opmerkelijk is het grote diepblauwe tapijt van vermoedelijk de Vroege sterhyacint (Scilla siberica).
Daarna had Willem S. een grote verrassing voor de deelnemers in petto: de omvangrijke tuin van Annemiek en Bert Boekschoten in Rasquert. We kwamen eraan om 11.30 uur en zagen bij de toegang een lichtgroen en bloeiend bolgewasje in het gazon. Het bleek de witbloeiende Driekantig look (Allium triquetrum) te zijn. Ook deze looksoort heeft in de bloeiwijze z.g. broedknoppen. Deze van de plant loslatende bolletjes groeien uit tot zelfstandige planten; een voorbeeld van ongeslachtelijke voortplanting. De tuin omringt een witgeschilderde voormalige burgemeesterswoning uit 1868. Het werd door de Boekschoten's in 1964 aangekocht. We werden er hartelijk ontvangen en kregen van Bert een uitgebreide rondleiding door hun zeer plantdiverse tuin. De voortdurende strijd die in een tuin van een dergelijke omvang gevoerd moet worden met plantensoorten die het niet zo nauw nemen met hun aangewezen plaats, werd omstandig verteld. De maakbaarheid van de natuurtuin kent zo zijn grenzen. Een feest is de massaal bloeiende Slanke sleutelbloem (Primula elatior). Een overzicht van de soorten die ons werden voorgeschoteld, wordt in de bijlage geboden. We verlieten om 13 uur dit botanisch lustoord met door Annemiek uitgegraven pollen Driekantig look. En zo kreeg de plantaardige globalisering weer een kleine impuls.
In Pieterburen werd tot half twee in 'Waddentrots' koffiegedronken. Na dit intermezzo staken we de weg over om in “Domies Toen”, een instructiefplantsoen met streekvreemde, dus exotische, vroedmeesterpadden (Alytes obstetricans), te zien of er nog wat plantaardig nieuws is. Het toegangsgeld (2 € p.p.) wordt geacht te worden voldaan in een roestvrije betaalpaal met slechts één muntdikke gleuf. Er wordt gewerkt aan een andere presentatie. We zagen na de fraaie tuin in Rasquert niet veel nieuws. Opmerkelijk is de aanwezigheid van één exemplaar van Haarlems klokkenspel (Saxifraga granulata “Plena”). De sleutelbloemen bleken hun soortsgrenzen vrijelijk doorbroken te hebben. Plaats wordt geboden aan allerlei hybriden tussen de Slanke sleutelbloem (Primula elatior), de Gulden sleutelbloem (P. veris) en de Stengelloze sleutelbloem (P. vulgaris). Fraai zijn de kleine graslandjes met tientallen witte en paarse kievitsbloemen (Fritillaria meleagris).
Lenie 't Hart's zeehondencrêche had zo vroeg in het seizoen al een grote belangstelling. Dat zal wel met die “grote verdrietige bruine ogen” van de zeehonden samenhangen.
De voorlaatste etappeplaats was de Rensumaborg, iets ten westen van Uithuizermeeden. We troffen het niet want recent is er in de begroeiing fors ingegrepen. Het omgevingsonderhoud was er blijkbaar lang bij ingeschoten. “Nieuwe” soorten zagen we er niet. Onder de essen (Fraxinus excelsior) groeien een beperkt aantal soorten: Bosanemoon (Anemone nemorosa), Daslook (Allium ursinum), Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), Hondsdraf (Glechoma hederacea), Kleine veldkers (Cardamine hirsuta), Klimopereprijs (Veronica hederifolia), Geel nagelkruid (Geum urbanum), Gewoon speenkruid (Ficaria verna ssp. verna), Vingerhelmbloem (Corydalis solida), Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum), een cultivar van de Wilde narcis (Narcissus pseudonarcissus cf) en Zevenblad (Aegopodium podagraria).
Deze mooie tocht, hoewel koud (9 oC.) begonnen maar later aangenaam door de zichtbare zon, werd afgesloten met een evenzeer kort bezoek aan de ten zuidoosten van Uithuizen gelegen Menkemaborg. Excursieleider Willem S. toonde ons oude en nieuwe boeken die Börgbloumkes tot onderwerp hebben. Blijkbaar een geliefd onderwerp. Ook hier verkenden we de omgeving. De belangrijkste aangeplante boomsoorten zijn Beuk (Fagus sylvatica) en vermoedelijk Zomerlinde (Tilia platyphyllos). De ondergroei wordt sterk gedomineerd door de massaal bloeiende Vingerhelmbloem (Corydalis solida). Voorts vielen op: Daslook (Allium ursinum), Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), Gevlekte aronskelk (Arum maculatum), Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum), Gewoon speenkruid (Ficaria verna ssp. verna), Klimopereprijs (Veronica hederifolia) en Zevenblad (Aegopodium podagraria)
Om half vier reden we langs de Eemshavenweg terug naar de stad Groningen en konden we terugzien op een welbestede zondag.
Willem S.: dank voor je plezierige bemoeienis!
Dick M. Pegtel

Verkenningstocht Drentsche Aa, 29 april 2006
Om 9 uur verzamelden wij ons op het Overwinningsplein, Groningen in de stromende regen. We waagden de oversteek van het beschutte afdak van de apotheek naar de auto's terwijl hagelstenen zo groot als knikkers naar beneden kwamen. De tocht werd niet afgelast, blijkbaar waren we te nieuwsgierig om het stroomdal van de Drentsche Aa te verkennen. In Vries haalden we Wietske Jonker-ter Veld, gids van het Nationaal Park Drentsche Aa, op. Het bleef regenen tot we met de auto ons beginpunt, het brongebied van de Drentsche Aa, bereikten. Toen werd het droog en dat bleef zo! We werden getrakteerd op prachtige luchten, bekend van oer Hollandse landschapsschilderijen.
We hadden onze auto's op de Soartendijk tussen Amen en Grolloo geparkeerd bijna boven op het Amersdiep. We liepen in zuidelijke richting om het Halkenbroek, gedeeltelijk via een 'blauwe paaltjes' route naar een uitzichttoren. Vanaf dit punt hadden uitzicht over de Holmers een van de brongebieden van de Drentsche Aa. De Holmers is zeer recent totaal opnieuw ingericht; de maden (weilandjes) en sloten zijn omgevormd tot een reusachtige vlakte. Het gebied ligt tussen twee grote hoger gelegen bosgebieden het Zwiggelterveld en het Elper Noorderveld. Het regenwater kan niet door het onderliggende kleileem heen dringen en stroomt naar het lager gelegen Holmers.
Met de auto's reden we westelijk van het stroomgebied via Amen, Ekehaar, Anreep naar Assen. Even na de afslag Loon stopten we bij het afwaterings-

kanaal. Dit kanaal is aangelegd in 1961 tussen het Deurzerdiep en het Haven-/Noord-Willemskanaal om de waterdruk verderop in het stroomgebied te kunnen reguleren. We vervolgden onze weg via Loon, Taarlo en Oudemolen naar het parkeerterreintje waar de Oudemolensche Diep de weg Oudemolen/Gasteren kruist. We liepen door de bosrand op de hoge oeverwal naar het punt waar Taarlosche Diep en het Gasterense Diep samenkomen om dan verder te gaan als Oudemolensche Diep. Onze gids Wietske Jonker was hier vooral in haar element en vertelde ons vele wetenswaardigheden en liet ons o.a. Goudveil en Eenarig wollegras (groeit in pollen) zien. Enthousiast liet ze ons nog extra een stuk over De Heest lopen een fantastisch mooi natuurterrein. Terug bij de auto's namen we afscheid van elkaar en bedankten Wietske Jonker hartelijk voor haar grote bijdrage aan onze verkenningstocht.
De inzittenden van één auto namen nog het recent vernieuwde eindpunt van de Drentsche Aa in ogenschouw. Bij de Punt is op de westelijke oever van het Noord-Willemskanaal een parallelweg. Vanaf deze weg is een kunstmatige betonnen monding van Drentsche Aa te zien (polder de Punt). Even verderop naar het noorden toe staat een watermolen en bevindt zich het benzinestation Witte molen. Hier is de oude loop van de Drentsche Aa hersteld en stroomt zij weer in noordelijke richting door de polders Lappenvoort en het Oosterland langs het Friesche Veen naar de Schipsloot.
Vanaf de Holmers tot het Friesche Veen verandert de 'Drentsche Aa' 9 keer van naam en dan hebben we het niet eens over de vele zijstroompjes. Het totale verval is 16 meter.
Willem Stouthamer
literatuur:
Rivieren van Noord-Nederland, uitgave De Walburg Pres/Noorderbreedte 1986
Stroomdallandschap Drentsche Aa, REGIO-PRoject Uitgevers 1996
Van Rottum tot Reest, uitgever: Staatsbosbeheer, Assen
Topografische Atlas Drenthe 1:25.000, uitgave ANWB 2004
Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 2 Noord-Nederland 1851-1855, uitgave Wolters-Noordhoff 1990
www.drentscheaa.nl
Kennemerduinen Afdelingskamp 18-21 mei 2006
Elf doorgewinterde kampeerders konden al hun ervaring aanwenden om storm en regen tijdens het afdelingskamp 2006 te doorstaan. Van 18 tot 21 mei had de excursiecommissie ruimte gereserveerd op de Berenweide bij Heemskerk. Na een zonovergoten donderdag werd het al snel duidelijk waarom we de enigste gasten waren. Bijna windkracht acht en vooral 's nachts zware regen zorgden voor spannende momenten. Overdag was het echter vrijwel droog en later bleek dat de thuisblijvers hebben mogen genieten van nog vèèl meer hemelwater (in Haren 42 mm.).
Als verslag bieden we een lijst met diverse waarnemingen en een korte toelichting op de botanische resultaten.
Plantaardigheden
In de Kennemerduinen Natura (2005) is een uitgebreid artikel opgenomen over de bijzonder rijke flora van de kalkrijke binnenduinen in dit gebied. Wilde Planten, deel 1 (Natuurmonumenten) gaat er nog uitgebreider op in. Met vier excursies hebben we verschillende locaties kunnen bezoeken. Boven het Noordzeekanaal zijn de duinen deels dicht begroeid met dichte duinbossen waardoor de variatie minder is geworden. Voor Grunningers blijft het natuurlijk bijzonder om rond te dwalen in de esdoorn- en kardinaalsmutswouden van Egmond aan Zee en Heemskerk. Duinsalomonszegel, Duinruit, Asperge en Hondstong stonden deels in bloei. Bij Egmond kregen we van de “duinwachter” toestemming het zweefvliegveld te betreden. Dit leverde o.a. veel Gewoon vleugeltjesbloem, Zachte haver en Fakkelgras op. Een zeldzaam Zandviooltje werd bij nadere bestudering uiteindelijk toch een Hondsviooltje.
Ten zuiden van het Noordzeekanaal konden we profiteren van de enorme kennis van Anneke Koper (excursiecommissie KNNV Haarlem). Op zaterdag leidde ze ons door een primaire duinvallei bij IJmuiden aan Zee. In latere weken zeker paars kleurend van de Rietorchissen was het toch vooral een domein van minder opvallende of kleinere soorten. Genoteerd werden o.a. duinaveruit, Dodemangsvingers (een giftig broertje van Pijptorkruid), Kegelsilene en Parnassia. Op één plaats wist Anneke de Canadese Zandambrosia (Ambrosia psilostachya) aan te wijzen. Een alsemsoort die inmiddels zijn inburgeringsexamen heeft gedaan en nu een echte maar zeer zeldzame Hollander is geworden.
Direct langs de buitenste duinen stond massaal zeewolfsmelk, een echte atlanticus die hier zijn noordgrens bereikt. Blauwe zeedistel trekt natuurlijk altijd de aandacht. Het beste werd echter voor het laatst bewaard. Op een onooglijk stukje duinzand, naast of zelfs bijna op een verlaten gebouw werd Kandelaartje, Schaafstro, Zeevenkel en Zeelathyrus getoond.
Aan het eind van de middag stond de duinwachter voor ons klaar om Landgoed De Marquet te laten zien. Een statig buitenhuis, omgebouwd tot hotel, met een deels voor publiek gesloten en door lover omzoomde ringgracht. Noordelijk en oostelijk van het landgoed behoren ook nog een aantal hooilanden tot het eigendom van de Provinciale Waterleidingmaatschappij. In pogingen om de Vos van de weidevogels weg te houden zijn allerlei ingenieuze hekjes en geblokkeerde bruggetjes gemaakt. Mede door het inmiddels wat gekalmeerde weer was het vooral een fraaie wandeling zonder veel bijzondere plantaardigheden. Het meest opvallend was wel de uitgebreide vegetatie van Voorjaarszonnebloemen.
Zondag kregen de Bloemendaalse duinen een stevige graasbeurt. Duinbossen, schrale duingraslandjes en een uitgestoven duinmeer leverden weer veel nieuws op. Ecologisch interessant was zeker Ruige Scheefkelk met eitjes van het bekende Oranjetipje. Ruig viooltje, Zandhoornbloem, Duinroos, Egelantier en Kleine pimpernel waren nieuw. De enorme aantallen Duinsalomonszegel waren echter de grote aandachtstrekkers.
Kees Boele
Botanisch paradijs Eexterveld, 3 juni 2006
Veertien afdelingsgenoten hebben een bijzondere wandeling mogen maken op het Eexterveld. Staatsbosbeheer had welwillend toestemming gegeven om een zwerftocht te maken langs alle bijzondere planten. Doordat we Annie Vos (KNNV Veendam, actief lid van de Werkgroep Florakartering Drenthe en al jaren rondstruinend op het Eexterveld) uitgenodigd hadden ons rond te leiden werd de excursie al snel een adembenemende wandeling langs voor velen onbekende en altijd zeldzame soorten.
Het reservaat bevindt zich in de bovenloop van het Scheebroekerloopje, een zijbeek van de Drentsche Aa net ten noorden van Anderen (gemeente Aa en Hunze). Schrale heide, op kleine schaal veenvorming en natte bossen hebben met elkaar een schaakbord van kleinschalige plantengemeenschappen gevormd. Door het late voorjaar waren de orchideeën nog niet in bloei en begon de Spaanse ruiter voorzichtig zijn knoppen paars te kleuren. Het Heidekartelblad en Ondergedoken moerasscherm was echter volop in bloei. Voor diversen waren het toch wel de vele zeggensoorten die de grootste aandacht trokken. Elzenzegge, Blonde zegge en Zeegroene zegge waren natuurlijk Drentse toppers. Maar ook de meer Gewone pilzegge, Blauwe zegge, Zwarte zegge en Scherpe zegge kregen volop aandacht. In een nat elzenbos bleek Schaafstro vegetatie vormend aanwezig. Deze soort wordt normaal niet met Drenthe in verband gebracht, Belgische kalkbossen of een kalkrijke duinvallei bij IJmuiden lijkt meer geschikt. Maar het is mogelijk het mineraalrijke kwelwater wat deze soort gelegenheid geeft om niet alleen te kiemen maar ook nog eens massaal uit te breiden. Op de drogere plekken in dit bosje probeerde Kleine valeriaan met een paar laatste bloemen aandacht te trekken.
Het Eexterveld geniet de laatste jaren grote bekendheid als één van de locaties voor miniatuurplantjes als Draadgentiaan en Dwergbloem. De laatste werd na wel erg lang zoeken als beginnende groene speldenknopjes teruggevonden. Draadgentiaan, in bloei net een geel lucifertje, kwam er echter nog niet uit. Veel groter is Klein glidkruid, op twee plaatsen mooi gezien maar helaas nog in knop.
Kees Boele
Schiermonnikoog, 25 juni 2006
Slechts negen deelnemers stapten om half tien op de veerboot naar Schier. Misschien kwam dat geringe aantal door het wereldkampioenschap voetballen of de voorspelling van zwaar onweer later op de dag?
Bij aankomst op het eiland werden we verwelkomd door een wolk Steenlopers. Op de veerdam konden we onze kennis van de wadflora weer op peil brengen. Zeeweegbree met smalle en vlezige bladen en het kleinere Hertshoorn-weegbree met getande bladen, Zeealsum, Gewone zoutmelde (vroegere naam Obione), Deens lepelblad (inmiddels welbekend als pekeladventief, zichtbaar als witte linten in het voorjaar langs vele wegen), Lamsoor, Engels gras, Gerande schijnspurrie te herkennen aan de grotere bloemen dan de andere soorten schijnspurrie, Melkkruid, Strandkweek (determinatie door o.a. haartjes op de rand van de bladschede) en Slijkgras.
Via de Herdersweg lopen we naar de Kooiplaats. Onderweg maken we kennis met Glad- en Moeraswalstro, Ruwe bies (blauwgroen van kleur, een kleinere uitgave van Mattenbies) en Heen (een soort van brak water en driekantig, maar toch geen zegge). Bij de Kooiplaats probeert een Boerenzwaluw een Padloper van een schuurdak te verjagen. De Padloper ontwijkt de duikvluchten van de zwaluw door telkens soepel even door de knieen te gaan en zich zo veilig te stellen tussen de golven van een asbestplaat. In de bermen van de Kooiweg staan Echte koekoeksbloem, Geel walstro, Kamgras, Zwarte- en Hazenzegge en zien we de kleine witte bloempjes Stijve ogentroost. Stella Boele ontdekt een groepje van 5 Grote keverorchissen en Kees attendeert ons op een Bruine - en een Blauwe kiekendief (deze laatste soort schijnt hard achteruit te gaan in aantal). De grote witte pluimen van Veenpluis, maar ook de grotere grassen Duinriet en de in pollen groeiend Rietzwenkgras met haren op de oren van het blad kunnen ons moeilijk ontgaan. We zien de Distelvlinder en de Kleine vos.
We slaan rechtsaf het pad op dat door een bos naar de begraafplaats gaat. Rechts halverwege is een groot open gebied. Moeraskartelblad en Vleeskleurige orchis zijn uitgebloeid; verder staat er Wateraardbei, Tandjesgras, Blauwe zegge en Slanke waterbies.
Tijdens de lunchpauze in de schaduw bij de graven van de zeezeilers schiet Kees een plaatje van de langpootmug Ctenophora
atrata, welke keurig stil aan een grashalm hangt. Verder gaat het weer via de Reddingsweg. Aan onze lijst van waarnemingen kunnen we toevoegen Blauw glidkruid, de naar zoete appels ruikende Egelantier, Kruipganzerik, Tijm - en Mannetjesereprijs. Tijdens het volgen van een Keizerlibel ontwaren we een parelmoervlinder. Jan Gerard legt uit dat het de Kleine parelmoervlinder is, vanwege de zwarte stippen op de achtervleugel, een opvallend verschil met de andere twee parelmoervlinders. Ook vliegt er een Atalanta. De lucht begint te betrekken. Via het fietspad Johannes de Jong gaan we naar het café bovenop de zeeduin.. Langs het fietspad staat vele meters fraai rood bloeiend Hennegras, Geelhartje, beginnende Parnassia, vele Vleeskleurige - en Rietorchissen en de kruising tussen Geel - en Gladwalstro. Het is in het café te druk voor een kop koffie, maar een ijsje laten we ons niet ontzeggen
Via het Scheepstrapad en het Bospad lopen we om het bos heen naar het Kapenglop. In het begin (nog in de duinen) groeien Keizerkaarsen, welke bijna in bloei staan en ook Slangenkruid dat wel fraai blauw in bloei staat. In een afgezet veldje zijn de exemplaren gemerkt, wellicht wordt hier onderzoek verricht. Echter waarnaar? De Knikkende distel levert wat discussie op voor wat betreft een kruising, welke op het eiland voorkomt (zie een vorige Natura). Asperge, Duinruit, Zanddoddengras, het forse gras Zandhaver met het brede, blauwachtige blad en het uitbundig bloeiende Buntgras (volgens Jennie in het Duits Silbergras). Martin Busstra is verrast door de vondst van Pluimstaartmos (Rhytidiadelphus triquetrus). Het Rozenkransje staat er nog met zo'n 20 exemplaren. Er bloeit er slechts één witte. De soort is tweehuizig; de vrouwelijke bloemen zijn roze en de mannelijke wit. Vlak in de buurt bloeit Gewone vleugeltjesbloem blauwwit en groeit Hondsviooltje In het westzijde van het bos staan enkele exemplaren van de Moseik, aangeplant door de Duitse grafelijke familie Bernstorff-Wehringen, eigenaren van Schier van 1892 tot 1945, om zich meer thuis te voelen. We horen daar de Spotvogel en de Zwartkopmees.
Het Kapenglop heeft wel een heel bijzondere vegetatie. Enkele van deze soorten zijn de nietige plantjes Dwergbloem en Dwergvlas, voorts Parnassia, Waterpunge, bloeiend Fraai duizendguldenkruid (schitterende paarse sterretjes), Wondklaver, Stijve moerasweegbree (Baldellia ranunculoides subsp.ranunculoides), Knopbies, Spaanse ruiter en ook Dwerg - en Drienervige zegge. Tenslotte maakte Kleine ratelaar bij de ijsbaan de lijst compleet.
In het dorp streken we neer op het overdekte terras van een hotel vernoemd naar Graaff Bernstorff. Terwijl we op de bus wachten, genoten we van een versnapering en zaten we heerlijk droog voor een verfrissend buitje regen. Op de terugweg op de boot mijmerden we over een dagje Schier. We konden terug zien op een heerlijke rondwandeling vol déjà-vu, maar ook nieuwe soorten; bij elkaar een beste waslijst waarnemingen. Veel disciplines samen gezien, gedetermineerd, genoten en veel van elkaar geleerd.
O ja, nog even voor de statistiek: Jannie en Siny hebben de terugtocht op het bovendek doorgebracht (het was dus droog).
Willem Stouthamer
literatuur:
Nieuwe Insektengids, Michael Chinery
Beknopte Mosflora, Henk Siebel en Heinjo During
Verkenningstocht Drentsche Aa, 29 april
Om 9 uur verzamelden wij ons op het Overwinningsplein, Groningen in de stromende regen. We waagden de oversteek van het beschutte afdak van de apotheek naar de auto's terwijl hagelstenen zo groot als knikkers naar beneden kwamen. De tocht werd niet afgelast, blijkbaar waren we te nieuwsgierig om het stroomdal van de Drentsche Aa te verkennen. In Vries haalden we Wietske Jonker-ter Veld, gids van het Nationaal Park Drentsche Aa, op. Het bleef regenen tot we met de auto ons beginpunt, het brongebied van de Drentsche Aa, bereikten. Toen werd het droog en dat bleef zo! We werden getrakteerd op prachtige luchten, bekend van oer Hollandse landschapsschilderijen.
We hadden onze auto's op de Soartendijk tussen Amen en Grolloo geparkeerd bijna boven op het Amersdiep. We liepen in zuidelijke richting om het Halkenbroek, gedeeltelijk via een 'blauwe paaltjes' route naar een uitzichttoren. Vanaf dit punt hadden uitzicht over de Holmers een van de brongebieden van de Drentsche Aa. De Holmers is zeer recent totaal opnieuw ingericht; de maden (weilandjes) en sloten zijn omgevormd tot een reusachtige vlakte. Het gebied ligt tussen twee grote bosgebieden het Zwiggelterveld en het Elper Noorderveld. Het regenwater kan niet door het onderliggende kleileem heen dringen en stroomt naar het lager gelegen Holmers.
Met de auto's reden we westelijk van het stroomgebied via Amen, Ekehaar, Anreep naar Assen. Even na de afslag Loon stopten we bij het afwateringskanaal. Dit kanaal is aangelegd in 1961 tussen het Deurzerdiep en het Haven-/Noord-Willemskanaal om de waterdruk verderop in het stroomgebied te kunnen reguleren. We vervolgden onze weg via Loon, Taarlo en Oudemolen naar het parkeerterreintje waar de Oudemolensche Diep de weg Oudemolen/Gasteren kruist. We liepen door de bosrand op de hoge oeverwal naar het punt waar Taarlosche Diep en het Gasterense Diep samenkomen om dan verder te gaan als Oudemolensche Diep. Onze gids Wietske Jonker was hier vooral in haar element en vertelde ons vele wetenswaardigheden en liet ons o.a. Goudveil en Eenarig wollegras zien. Enthousiast liet ze ons nog extra een stuk over De Heest lopen een fantastisch mooi natuurterrein. Terug bij de auto's namen we afscheid van elkaar en bedankten Wietske Jonker hartelijk voor haar grote bijdrage aan onze verkenningstocht.
De inzittenden van één auto namen nog het eindpunt van de Drentsche Aa in ogenschouw. Bij de Punt is op de westelijke oever van het Noord-Willemskanaal een parallelweg. Vanaf deze weg is een kunstmatige betonnen monding van Drentsche Aa te zien (polder de Punt). Even verderop naar het noorden toe staat een watermolen en bevindt zich het benzinestation Witte molen. Hier is de oude loop van de Drentsche Aa hersteld en stroomt zij weer door de polders Lappenvoort en het Oosterland langs het Friesche Veen naar de Schipsloot.
Vanaf de Holmers tot het Friesche Veen verandert de 'Drentsche Aa' 9 keer van naam en dan hebben we het niet eens over de vele zijstroompjes. Het totale verval is 16 meter.
Willem Stouthamer
literatuur:
Rivieren van Noord-Nederland, uitgave De Walburg Pres/Noorderbreedte 1986
Stroomdallandschap Drentsche Aa, REGIO-PRoject Uitgevers 1996
Van Rottum tot Reest, uitgever: Staatsbosbeheer, Assen
Topografische Atlas Drenthe 1:25.000, uitgave ANWB 2004
Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 2 Noord-Nederland 1851-1855, uitgave Wolters-Noordhoff 1990
www.drentscheaa.nl


Pluis tuti alias Diachrysia tutti, nieuwe soort voor Nederland?
Na een leuke middag insecten inventariseren op het Ellersinghuizerveld bij Vlagtwedde, moesten we op de terugweg over de A7 nog even langs het tankstation Veenborg (243X578) bij de Borgmeren.
Zoals zo vaak vliegen nachtvlinders onder de lampen van de winkel van het tankstation. Nu lag er een vlinder op zijn rug op de stenen voor de ingang dood te gaan. Hij had hele mooie bronskleurige vleugels, apart dus meenemen maar. Die avond had ik een excursie voor de soortendag in Sellingen en daar werden ook nachtvlinders op naam gebracht, dus dat kwam goed uit.
Het is een mooi vlindertje. De vleugels hebben twee groene bronskleurige banden met daartussen een brede groene verbinding. De kop is oranje. Wat schets mijn verbazing in Sellingen, hij staat niet in de Nederlandse gidsen, wel in een Europese gids als een niet Nederlandse soort. Het is een uiltje. Nu is zo'n plek voor veel vlinders een aantrekkelijke vliegplek door de warme lampen, maar is deze dan toch door een auto meegenomen? De foto's op de site zijn genomen in Zuid Duitsland. Zoekend op internet vind ik geen waarneming dichterbij.
De Diaschrysia kent in Duitsland twee soorten:
Diachrysia chrysitis (L., 1758) Messingeule; Burnished brass
De scheiding van de twee soorten is relatief nieuw en is niet onomstreden. De ene heeft geen verbinding tussen beide banden, de andere duidelijk wel. Een ander kenmerk valt mij ook op en dat is de achterband die bij de messing gekleurd is en bij de tutti grijs/bruin.
Uit feromoononderzoek blijkt dat beide nachtvlinders voorkeuren vertonen.voor hun eigen geurstoffen, waarmee gerechtvaardigd wordt dat het om verschillende soorten gaat.
Opnieuw blijkt hoe belangrijk het is om brandnetel en dovenetel in de tuin te hebben.. Heeft iemand deze soort ook al eens gevonden, dan wil ik dat graag weten.
En natuurlijk, blijf alert voor nieuwe waarnemingen.
Diachrysia tutti (KOSTROWICKI, 1961) Tutts Messingeule;
Tutts Burnished Brass
Dit is onze Groningse
Tutts Messingeule
De soort komt bijna in heel Europa voor en heeft twee generaties, van mei tot september.
De rups overwintert en leeft van brandnetel en/of dovenetel.
Voor herkenning van rupsen en de twee verschillende soorten is deze site zeer interessant. http://www.schmetterling-raupe.de/art/chrysitis_s.htm
Marjan van Oosten
marjanoosten@gmail.com

EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN
CONDITIES
Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen
Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net Opgave met vermelding wel of niet eigen vervoer (tenzij anders vermeld) graag minimaal drie dagen van te voren. Deelnemers ZONDER eigen vervoer moeten zich in ieder geval tijdig aanmelden. Indien u tijdens de excursie met iemand meerijdt, is het gebruikelijk dat aan de bestuurder een vergoeding wordt betaald voor de kosten die hij/zij maakt. Als richtlijn geldt een bedrag van
8 eurocent per km per passagier
De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden, die zich aangemeld hebben, worden dan geïnformeerd
PROGRAMMA
Zaterdag 19 augustus Vlinderexcursie
Op zaterdag 19 augustus vertrekken we om 13.30 uur voor een vlinderexcursie onder leiding van de vlinder- en libellen-werkgroep Stad en Ommelaand. Om 14.00 begint de excursie vanaf de parkeerplaats rechts van de weg Grijpskerk- Kollummerpomp (N388, Kieivitsweg overgaand in Waardweg). Voorbij het kunstwerk. Direct na boerderij met huisnummer 5 rechtsaf (Rondweg Noord). Dit nieuw aangelegd natuur-terrein is zeer afwisselend en in dit jaargetijde hebben we kans een 10 tot 12 soorten vlinders te zien.

Zaterdag 26 augustus De Deelen
De Friese Deelen (Tijnje) vormen één van de mooiste laagveenreservaten in Noord-Nederland. Middels een knuppelbruggetjesroute dringen we ver het veen in. De vele rietvogels zingen in augustus niet meer maar het wemelt in augustus van de libellen. Op de heen- of terugweg maken we mogelijk nog een korte stop bij een Friese groeiplaats van Klokjesgentianen. Vertrek: 10.00 uur, Overwinningsplein. Opgave bij voorkeur per mail keesboele@tiscali.nl, anders telefoon 050-5370110
Zaterdag 9 september opslag verwijderen Wapserveen
Een aantal jaren hebben we zeer geslaagde reptielen en amfibieën excursies gehad in het Wapserveen. We hebben toen beloofd dat we een keer terug zouden komen om te helpen bij het verwijderen van de opslag van jonge boompjes.
Om 9.00 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein. Vanaf Doldersum nemen we de weg richting Diever. Deze Dieverseweg gaat over in de Dolderseweg. Op de hoek waar de zandweg kruist met een landweg is het beginpunt (10.00 uur). Indien u heeft neem dan uw handzaag en takkenschaar mee. Ook Natuurmonumenten zal gereedschap beschikbaar stellen.
We gaan de tweede helft van de middag nog kijken naar reptielen en amfibieën. Graag opgave voor 5 september zodat details nog met NM kunnen worden afgestemd.
Zondag 17 september vogelexcursie Breebaartpolder
Vorig jaar leverde de excursie naar de Breebaart veel leuke soorten op, Zwarte ruiters, verschillende soorten Plevieren, Slechtvalken, enz.
Aangezien het om 8.00 uur hoogwater is vertrekken we om 8.30 uur vanaf de parkeerplaats voor de oude Ikea, zodat we tegen 9.30 uur aan het begin van het dijkje naar het bezoekerscentrum van de Breebaartpolder zijn. Hier vinden we ook onze excursieleider Wim Zolf
Zondag 1 oktober paddestoelenexcursie Appelbergen
Om 9.30 uur vertrekken we vanaf de parkeerplaats (over het spoor links) aan de noordkant van de Appelbergen.
Onder leiding van Roel Douwes gaan we in dit zeer afwisselende gebied met zowel zeer vochtige als droge plekken, op zoek naar paddestoelen, zoals bijvoorbeeld het Schaapje, Vuurzwam en verschillende Russula´s
Vrijdag 20 oktober 2006, lezing Dassen en Boommarters
Deze gewestelijk georganiseerde lezing wordt gegeven door Ruud van de Akker. Ruud toont ons tijdens zijn Powerpoint presentatie niet alleen ´dia´s´van Das en Marter, maar ook filmpjes zoals hij deze zelf gemaakt heeft veelal in het gebied van de Utrechtse heuvelrug. Ruud maakt fantastisch mooie foto´s en films. Hij is de eerste geweest die opnamen heeft gemaakt van in een boommarternest. Hij heeft beelden van Boommarters die hun jongen versjouwen naar een andere plek omdat zij lastig werden gevallen door een specht.
Maandenlang heeft hij op een hoogzit gezeten en heeft vandaar uit een enorme dassenburcht bekeken. Op de film zie je zowel de volwassen dassen als dartel spelende jonge dasjes. In de lezing zal hij o.a. ingaan op de leefwijze, de verspreiding en de toename van beide soorten.
De lezing wordt gehouden in het Gorechthuis, Hortuslaan 1 in Haren en begint om 20.00 uur. Vanaf 19.30 u kunt u naar binnen

Zondag 22 oktober Kraanvogels Diepholz
Het hoogveengebied van Diepholz bestaat volgens een geologische definitie (meer dan 30 cm hoogveenbedekking) uit meer dan 24.00 hectare hoogveen verdeeld over vijftien gebieden van elk tussen de 1500 en 2000 hectare groot. Een groot deel van dit hoogveen is in het verleden ontwaterd, afgeturfd en gebruikt voor land- en bosbouw. Door omvangrijke instandhoudings- en beheermaatregelen door natuurbeschermingsinstanties zijn een enkele duizenden hectaren bewaard en heeft de natuur een nieuwe kans gekregen. Daardoor zijn de gebieden ook interessant geworden als rustplaats voor trekkende Kraanvogels. Er is voldoende voedsel voor de vogels in het gebied en hun rust wordt niet verstoord. Door extensief gebruik van het land rondom is ook in de omgeving een zeer verscheiden natuurgebied ontstaan voor de Kraanvogels. De belangrijkste gebieden zijn het Neustädter Moor en het Rehdener Geestmoor. In beide gebieden staan vogeluitkijktorens.
In de afgelopen jaren zijn in de weken van eind oktober / begin november tussen de 15.000 en 30.000 Kraanvogels gezien.
Het gebied ligt een 230 kilometer van Groningen. We vertrekken om 8.00 uur vanaf de parkeerplaats van het oude Ikea gebouw. Tegen de schemering gaan we terug naar Groningen.
Opgave graag vóór 17 oktober
Web-sites WWW
www.saag.nl Teken en de ziekte van Lyme
www.teekcare.nl
www.nationaalherbarium.nl
www.waarnemingen.nl
www.knnv.nl/lj
www.knnvuitgeverij.nl