De Padloper is een periodiek van de

        Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 19,  2005  nummer 2

BESTUUR

>   Voorzitter & Secretaris ad interim

Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten

 0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl

>    Penningmeester

Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen 050 3143841

>   Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie

Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen

 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl

>   Bestuurslid

Dick Pegtel, Viaduktweg 15, 9751 HN Haren 050 4062114

WERKGROEPEN

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:    Erik Hoitink  050 5347844 en Gerard Strabbing  050 5346476

LEDENADMINISTRATIE

Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize

PADLOPER

Redactie: Willem Stouthamer

Tekstcorrecties: Erna Kuiper

Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 september 2005

alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,

kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

of e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net

Contributie: lid € 24,25   huisgenootlid € 10,--   donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar

postgironummer  855.090

tnv. KNNV  afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen


Inhoud

Van de redactie

3

Groenplatform

5

Van de VogelWerkGroep

6

Jaarlijkse galligheden

8

Van oerijzer naar ijzeroer

10

InsectenWergGroep Veendam

12

Excursieverslagen

13

  •  Kort verslag Teut

13

  •  Reptielen en amfibien

14

Duivenbeleid gemeente Groningen

16

Excursieprogramma

18

Met leedwezen namen wij kennis van het overlijden van ons lid mevrouw A.E. van der Wijk-Bousema op 23 juni.

Wij verwelkomen de nieuwe leden:

    Marieke Beetstra (Groningen)

    Fedde Dijk (Peize)

    Jeroen Huisman (Groningen)

    Ellen Kuijpers (Groningen)

    dhr. P. Sterks (Groningen)

    mw. M.E. Tolman (Glimmen)

enkele hebben wij al gezien op een excursie en van de anderen hopen wij dat zij spoedig aan de afdeling - en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.

Van de redactie

Inmiddels ligt ons KNNV kamp Teutoburgerwald al weer achter ons. Velen hebben er genoten van de overdadige zon, het mooie landschap en van elkaar. Samen hebben we veel ondernomen en onderweg gezien. Zie ook het verslag van onze voorzitter.

Zoals altijd staat achterin deze Padloper een door onze excursiecommissie goed verzorgd programma. Je kunt weer op pad!.

Onze afdeling heeft de DVD 100 jaargangen NATURA 1901-2003 aangeschaft. Mocht je vragen hebben over het verleden van onze vereniging dan kunt u bij het bestuur terecht.

In dit nummer komt onze verhouding met de gemeente Groningen ruimschoots aanbod. Dick Pegtel heeft de moeite genomen de lezing van Bart van Heuvelen op papier te zetten, zodat je de behandelede materie rustig kunt nalezen. Jojanneke Bijkerk heeft een artikel aangeleverd over gallen. Let daar eens extra op tijdens je omzwermingen. En tenslotte, alsof je het niet druk genoeg hebt, vraagt de insectenwerkgroep van Veendam aandacht.

Geniet het deze zomer.


Groenplatform

De KNNV afdeling Groningen heeft in januari 2005 besloten uit het Groenplatform (GP) te stappen. Het Groenplatform was een afstemmingsoverleg tussen de gemeente (stadsecologie) en een aantal groenorganisaties. Er waren een aantal redenen om uit het GP te stappen.

De onduidelijke status van het GP was een belangrijke reden. Een duidelijk reglement ontbrak waarin was aangegeven of het hier ging om een adviesorgaan dan wel een klankbord. In geval van een adviesorgaan ontbrak het aan duidelijkheid over keuze van onderwerpen waarover geadviseerd werd en met name de wijze hoe met de adviezen zou worden omgegaan door het gemeentebestuur.

Het werd een afstemmingsorgaan genoemd, maar er werden vooral (bijna) gereed zijnde nota´s van de gemeente in behandeld. Als nota´s in een dergelijk ver gevorderd stadium zijn, is afstemming met ambtenaren niet meer mogelijk. De ambtenaren hebben op dat moment geen enkele onderhandelingsruimte. Alleen de politiek kan dan nog wijzigingen doorvoeren. Ook was onduidelijk op grond van welke criteria groengroepen al of niet deel uit maakten van dit platform.

Bovendien is KNNV van mening dat de Gemeente in tal van beleidsmatige en praktisch-uitvoerende zaken zich niets gelegen laat liggen aan natuurhistorische en milieu adviezen welke door verschillende verenigingen op het terrein van milieu zijn gedaan. Zonder volledig te zijn gaat het hierbij om negeren van inspraakreacties (wel vermelden dat e.e.a. heeft plaatsgevonden i.c. Stadspark), kapbeleid, struikenbeleid, kapafhandeling Helperbrink, schonen van kademuren met rode lijst soorten nadat een inventarisatie van planten op kademuren is geweest, te vroeg maaien in Euvelgunne, etc,etc. Vb. Het praktijkoverleg Stadspark heeft meer dan een jaar stilgelegen en werd pas weer opgestart nadat de kadernota was uitgebracht. Zie recent het duivenbeleid.

Het bestuur van de KNNV betreurt het zeer dat met de Gemeente Groningen momenteel op dit gebied niet tot een vruchtbare en constructieve inhoudelijke samenwerking kan worden gekomen. Het bestuur hoopt dat de opvolgster van wethouder Paas, mevrouw Visser, conform de belofte van de heer Paas, alsnog wil werken aan een constructieve en inhoudelijke samenwerking in een andere overlegstructuur dan de huidige.

Nadat de KNNV in een brief de gemeente en het GP op de hoogte had gesteld van haar standpunt, is er in het GP besloten een vergadering te beleggen met als onderwerp `hoe verder met het GP´. De irritaties over en weer bleken dusdanig groot, dat de nog zittende groengroepen en de gemeente hebben besloten het GP op te heffen. Deze beslissing viel op 23 juni.

Brenda Bolt


Van de VogelWerkGroep

Verslag excursies vogelwerkgroep K.N.N.V. afdeling Groningen en Haren

Bevrijdingsbos en het Beijumer bos, zaterdagen 12 maart en 9 april.

Soms heb je dat en laten de weergoden het afweten terwijl de excursies toch al lang van te voren zijn gepland?! De opkomst op de stormachtige zaterdagochtend in maart was groot. Helaas werden wij in april op sneeuwbuien getrakteerd en was de opkomst laag.

Tot nu toe weinig geluk met de excursies wat het weer betreft dit jaar. Hoe zit het dan met

de vogels?

Deze keren het gebied boven 'Stad' bezocht, het Bevrijdingsbos en het Beijumerbos. Een eerste kennismaking met een voor vele leden nog onbekend gebied.

Het startpunt is het kerkje bij Noorddijk. In het dorpje Noorddijk ligt op een omgracht kerkhof een van oorsprong middeleeuwse kerk. De kerk is om en nabij het jaar 1250 gesticht. Van het oorspronkelijk romangotische bouwwerk zijn alleen de zijmuren van het schip nog aanwezig. Er kunnen nog nissen met siermetselwerk in het muurwerk worden waargenomen, evenals twee door rondstaven omlijste portalen van toegangspoorten in de noord- en zuidmuur. We hoorden hier de Boomkruiper, Heggemus en werd de toren bevolkt door Kauwtjes.

Het Beijumerbos bestaat voor de helft uit jong aangeplant bos met Essen, Esdoorn, Beuk en Wilg. Hier broeden veel vogels als Fitis en Tuinfluiter, maar ook Fazant en Torenvalk. In het bos rusten de reeën die 's avonds op open plekjes grazen. Tussen de bospartijen liggen waterpartijen, brede sloten en moerasland waar veel riet groeit. Daar zijn in het voorjaar de Rietzanger en Kleine karekiet te horen. Soms worden zelfs de IJsvogel en de Roerdomp gesignaleerd. Op een aantal percelen zijn plas - drasgebieden aangelegd, in juni bloeien hier de Rietorchis en het Fraai duizendguldenkruid. Midden in Kardinge liggen weilanden. In het voorjaar broeden er Grutto's, Kieviten en Tureluurs. In de winter zijn er Smienten en Hazen te zien.

Erg opvallend tijdens de excursies waren de aanwezigheid van de vele Fazanten en Hazen en in april de kakofonie aan geluiden van de weidevogels. Niet alleen de weidevogels maar ook de eerste Pinksterbloemen, Fluitenkruid en gesignaleerde kikkerrit gaven aan dat de lente ondanks het wat mindere weer gewoon doorgaat. Even werden we in april opgeschrikt door een bijzondere vogelgeluid, maar dit bleek de nieuwste belringtone van Henk Koopman te zijn!

Het bevrijdingsbos is een duurzaam en levend geschenk van burgerij, instellingen, overheid en bedrijfsleven van stad en provincie Groningen. Dit nog jonge bos is bij de 50-jarige viering van de bevrijding in 1995 als eerbetoon en dankbetuiging aangeboden aan de bevrijders van de stad Groningen.

Op initiatief van het gemeentelijk 5 mei comité is op 23 maart 1992 de stichting 'Het Bevrijdingsbos Groningen' opgericht. Vervolgens heeft het gemeente bestuur van Groningen 6 hectare grond beschikbaar gesteld voor de aanplant van meer dan 30.00 Esdoorns, verdeeld in vijf soorten. Het aantal jonge bomen is het resultaat van een actie waarbij certificaten zijn verkocht voor het adopteren van één of meerdere bomen in het Bevrijdingsbos. De eerste boom is op 5 mei 1992 geplant. Daarnaast is de Bloesemweg beplant met vruchtbomen die in de maand mei bloeien. De bloemengroet heeft een symbolische betekenis: Nederland groet Canada.

Door het bos loopt een verhard educatief pad waarlangs brokken natuursteen uit tien verschillende landen verspreid liggen. Daarop zijn in reliëf de tien 'Rechten van het Kind' aangebracht. Het is met name de jeugd die in de 21ste eeuw de verworden vrijheden zal moeten beschermen.

Hieronder een opsomming (niet volledig) van vogels die wij hebben gesignaleerd.

Boerenzwaluw

Rietgors

Bergeend

Ringmus

Blauwe reiger  

Scholekster

Bruine kiekendief  

Spreeuw

Buizerd

Slobeend

Ekster

Sperwer

Fitis

Stormmeeuw

Fuut

Tjiftjaf  

Huismus

Torenvalk

Grutto

Tureluur  

Holenduif

Veldleeuwerik

Houtduif

Watersnip

Kievit

Wilde eend

Kuifeend

Winterkoning

Kneu

Wintertaling  

Kokmeeuw

Zilvermeeuw

Krakeend enkele paren

Zilverplevier

Lepelaar

Zomertaling

Nijlgans 1 paar

Zwarte kraai

Putter

Jaarlijkse galligheden

Het hele jaar rond is er in Groningen een verscheidenheid aan gallen te bewonderen. Maar in de zomermaanden zijn ze het meest prachtig om te zien, vol kleur en soms nog met beestjes. Voor mensen die niet bekend zijn met gallen is hier een korte definitie: 'Een gal is een abnormale groei, meestal op een plant, die wordt geproduceerd door de gastheer die reageert op de aanwezigheid van de galmaker. De galmaker gebruikt de gal als schuilplaats, als voedselbron en vaak ook voor de voortplanting. De cellen vergroten en vermeerderen zich plaatselijk buitengewoon.' Gallen kunnen de meest bizarre vormen en kleuren hebben en de galmakers omvatten een breed scala aan insecten, spinachtigen (mijten), schimmels en andere organismen.

Op eiken vinden we nu mooie gallen van het galappeltje, de erwtengal, de satijnen knoopjesgal, knikkergallen (zie plaatje), aardappelgallen (zie plaatje), ananasgallen  en kruikgalletjes. Allemaal soorten galwespen. Op wilg zijn onder andere de wilgentakgalmug en wilgenroosjes te bewonderen, maar ook hele mooie 'boonachtige' verdikkingen van de bladschijf. Er komt op de es een hele grappige galmug voor die de blaadjes een stukje strak samenvouwt rond de hoofdnerf van het blad. Een andere soort doet iets vergelijkbaars met brandnetel. Vliegen maken vaak stengelverdikkingen, zoals je kunt zien in rietstengels of op akkerdistel (zie plaatje). Wonderlijk gevormde gallen kunnen we verwachten van luizen. Op het blad van iep, spar en populier veroorzaken zij grotesk gedraaide vormen, blazen, zakjes of bolletjes die lijken op sparappeltjes als ze voorkomen op spar.

Schimmels kunnen prachtige gallen veroorzaken, zoals de elzenvlag op els, maar kijk ook maar eens op sporkehout in het voorjaar. Het meest bijzonder vind ik gallen die door galmijten worden veroorzaakt. De meeste hebben geen Nederlandse naam, maar ze zijn makkelijk herkenbaar door de felle kleuren van de haren, knobbels en uitsteeksels die algemeen op bladeren van onder andere esdoorn kan worden gevonden, maar ook op beuk en kers, linde en lijsterbes.

Gallen blijven soms stevig op de gastheer zitten. Soms zelfs langer dan een of twee

jaar. Daarom is het in de winter soms makkelijker om een inventarisatie te maken van bepaalde soorten, want dan worden ze niet bedekt door een camouflerend bladerpak.

Voor wie eens zin heeft om zich verder te verdiepen in plantengallen zijn verschillende websites beschikbaar, zoals de mijne (www.plantengallen.com), maar ook bijvoorbeeld de site van Willem Wertwijn (www. plantengallen.vinden.nl). Verder zijn er een aantal bruikbare boeken. De meest bekende is waarschijnlijk het 'Gallenboek' van Docters van Leeuwen, maar er is sinds 2003 ook een mooi Engels boek te verkrijgen van Redfern en Shirley. Op mijn website staat een lijst met gallenboeken en ik heb zelf een aantal extra exemplaren van de eerste en tweede druk van het 'Gallenboek' voor de liefhebber.

Jojanneke Bijkerk

Van oerijzer naar ijzeroer

De algemene ledenvergadering van de KNNV-afdeling Groningen op dinsdag 22 maart 2005 werd afgesloten door Ir Bart van Heuveln, bodemkundige in Doorwerth, over het voorkomen van ijzer in het milieu en de winning en gebruik in het verleden.

Aanleiding vormde het feit dat in Nederland brokstukken ijzeroer in vervlogen tijden benut werden als bouwmateriaal. Ook werd ijzeroer lokaal of in het Duitse Ruhrgebied verwerkt tot smeedijzer bij een smelttemperatuur van ca 1100 0C. Daarbij werd op zeer uitgebreide schaal houtskool gebruikt dat voor sterke ontbossing zorgde. De productie van gietijzer was aanvankelijk (tot in de late Middeleeuwen) niet mogelijk omdat dat een hogere smelttemperatuur (1537 0C) vereist. Export van ijzeroer vond ook plaats naar ondermeer Engeland en Finland. Evenals in ons land werd het in verpulverde staat in z.g. ijzerkisten gebruikt om stadsgas te reinigen van blauwzuur (HCN) en zwavelwaterstof (H2S).

Oerijzer

IJzer is een voor alle levende organismen noodzakelijk sporenelement. Het komt relatief veel en wijdverbreid in het milieu voor. In onoplosbare gesteenten zoals bijv. graniet. Granieten zijn bekend als de talloze Zuid-Scandinavische zwerfstenen in het Noord-Nederlandse dagzomende (Weichsel) dekzandlandschap dat het Saale-keileem afdekt. Lang geleden werden de enorme afgeronde zwerfstenen in het Neolithicum door de eerste landbouwers, behorend tot de Trechterbekercultuur, gebruikt voor de constructie van hunebedden. Uit de Saale-ijstijd stamt ook het ongesorteerde, sterk kleihoudende en vaak gestuwde grondmorenesediment keileem.

Graniet bestaat in hoofdzaak uit de mineralen plagioklaas ([Na,Ca][Si,Al]4O8), kaliveldspaat (KAlSi3O8), kwarts (SiO2) en donker gekleurd biotiet (K[Mg,Fe,Mn]3[Si3,Al]O10[OH,F]2) uit de glimmergroep. Plagioklaas en biotiet verweren relatief gemakkelijk waardoor het graniet samenhang verliest en vergruist tot kaliveldspaat en kwarts. Vooral het donkere mineraal biotiet is de leverancier van het alom aanwezige ijzer.

Ook het doorgaans groen gekleurde mariene kleisediment glauconiet (KMg[Fe, Al][SiO3]6.3H20) levert na verwering ijzer.

Koppeling van ijzer aan de kringloop van organisch materiaal

IJzer kan in water als driewaardig (geoxideerd) ion (Fe3+) opgelost voorkomen maar dan alleen gecomple-xeerd door organisch materiaal (ferri: Fe3+-organisch zuur, bijv. fulfo- en huminezuur). Onder naaldbomen of onder (struik)heide ontwikkelen zich in Weichsel-dekzand z.g. haarpodzolen. Kenmerkend voor dit profieltype is een opmerkelijk lichtgrijs gekleurde uitspoelingslaag (E-horizont) van ondermeer uitgespoeld ijzer en een inspoelingslaag (I-horizont). In die laag slaat het ijzer met het organische materiaal neer.

Koppeling van ijzer aan de kringloop van water

IJzer is in water ook opgelost wanneer het gereduceerd is (ferro: Fe2+).  Dat vindt plaats onder zuurstofarme of -loze (anaërobe) omstandigheden. In (grond)water is het bicarbonaat (HCO3-)-ion verreweg het belangrijkste balancerende anion. Anorganisch (geoxideerd) Fe3+ is bij algemeen voorkomende pH's (5-8) nagenoeg onoplosbaar.

IJzeroer (moerasijzererts, limoniet)

Wanneer ijzerhoudend grondwater aan de buitenlucht wordt blootgesteld dan wordt het gereduceerde ijzer door zuurstof geoxideerd tot driewaardig ijzer. Driewaardig ijzer slaat dan neer in de vorm van het onoplosbare Fe(OH)3. Dit bruingekleurde ijzeroer is waarneembaar in sloten en beken waar kwel van grondwater optreedt.

De rijkdom aan ijzererts die de noordoostelijke veengebieden kenmerkt, wordt wel gezien als een aanleiding voor het aanleggen van veenwegen (Brons- en IJzertijd). Sommigen daarvan eindigen bij kleine concentraties van het geelwitte sideriet (ferrocarbonaat: FeCO3). Doorgaans is het evenwel in beekdalen geoxideerd tot moerasijzererts. In het Geuldal zijn vroeger op grote schaal siderietknollen  (uit het Boven-Carboon) gewonnen.

In veen kan ook het geelwitte ijzerfosfaat of vivianiet (Fe3[PO4]2.8H2O) voorkomen dat aan de lucht snel  hemelsblauw verkleurt. Aannemelijk lijkt dat dit gebeurt door de oxidatieve omzetting van Fe2+  in Fe3+.

In vroegere tijden werden bijv. de Dotterbloemhooilanden langs bijv. de Drentsche Aa jaarlijks bemest met Thomas slakkenmeel, een fosfaathoudende meststof.

Een mooi overzicht.

Dick M. Pegtel

Verslag Insectenwerkgroep KNNV-afd. Veendam e.o.

Een zevental leden van afdeling Veendam en drie van afdeling Groningen zijn actief in de werkgroep. Tot nu toe zijn excursies gehouden en determinatieavonden.

Er is voornamelijk gewerkt aan vangsten uit het Bunnerveen en aan insecten uit de eigen woonomgeving.

Voorlopig hebben we ons op allerlei groepen dieren gericht en ons werk kan beschouwd worden als een kennismaking met insecten/geleedpotigen. Vlinders, kevers, vlooien, gaasvliegen, pissebedden, wantsen, wespen, mieren, en tweevleugeligen zijn onder de loep genomen. De dieren uit het Bunnerveen zijn meest kevers. Vorig jaar is begonnen met het inventariseren van loopkevers in het Bunnerveen. Dit jaar gaan we daarmee verder en er wordt ook gekeken naar kevers die afkomen op aas.

Bij Klaas Steenbergen zijn in de tuin ('t Waar) veel Gouden loopkevers te zien, spectaculaire grote loopkevers die nogal vraatzuchtig schijnen te zijn.

In het Bunnerveen stikt het van de loopkevers van het geslacht Amara. We hebben gezien dat je niet te snel moet denken dat je ze allemaal gezien hebt. Dieren die sprekend op elkaar lijken blijken na determinatie toch verschillende soorten te zijn. Jammer dat je ze dus echt allemaal moet vangen om zeker te weten welke soorten er rondlopen.

Voor de tweede helft van het seizoen is weer een programma gemaakt. Belangstellenden kunnen natuurlijk meedoen aan de activiteiten. Wel even opgeven.

Chris van Houdt

juli 2005

EXCURSIEVERSLAGEN

Een kort bericht over TEUT

Prachtig weer. Twintig deelnemers verdeeld over een mooie ruime camping en een gemütliches Pension. Een heerlijk zonovergoten landschap.

Ik mocht maar een klein stukje schrijven, ik was er ook maar een dag De dag van de Silberberg.

De ochtend begon, na een klein ritje met de auto, aan de voet van de Silberberg. Deze heuvel bestaat uit kalk. Door vulkanische invloeden komen boven op deze 180 meter hoge heuvel metalen voor zoals zink, lood en natuurlijk zilver. In het verleden heeft dit geleid tot primitieve mijnbouw. Nu leidde het tot zoeken naar planten die deze metalen opnemen in hun voedsel en daaraan ook hun naam ontlenen. Zo werden Zinkboerenkers en Zinkveldmuur gevonden. Eer we boven waren hadden echter alle deelnemers op de kalkweide kunnen genieten van bijzondere planten zoals Grote keverorchis, Insectenorchis (of heet hij Vliegenorchis), Gevlekte orchis, Welriekende nachtorchis, Bergnachtorchis en Wit bosvogeltje. Voeg daarbij een rondvliegende en voortdurend roepende Groene specht en u heeft een prachtig sfeerbeeld van een ochtend in Teut.

De deelnemers hebben een aantal dagen van al dat moois kunnen genieten. De excursiecommissie o.l.v. Brenda Bolt verdient dan ook alle lof voor initiatief en organisatie.

Wim Zolf 

Reptielen- en amfibieën, 4 juni 2005

Het was ongeveer half elf. Het was een rustige, zachte avond. Een groep van twintig mensen stond in de schemering in een weideachtig terrein. Een ooievaar vloog over het veld. Even later was het klepperen van de begroeting hoorbaar. Dertig meter voor de groep was een poel met mooi begroeide oevers, daar achter wat struikgewas en enkele bomen. Dit was het biotoop van de Boomkikker. Daar klonk het geluid van de Boomkikker: krrk-krrk-krrk. Eerst wat schuchter maar steeds langer en duidelijker. Na even wachten riepen er twee mannetjes tegelijk. Iedereen had het duidelijk gehoord en wandelde tevreden terug naar de parkeerplaats, het slot van een geslaagde excursie.

De excursie was begonnen in het Wapserveen. De ervaringen van vorig jaar hadden hun uitwerking op de opkomst niet gemist. De zekerheid van het zien van Adders, Ringslangen en Hazelwormen had een 20-tal excursiegangers naar zuid-west Drente getrokken. Excursieleider Andre Donker stelde ook ditmaal niet teleur. Naast de waarnemingen gaf hij deskundige voorlichting en hield enthousiasmerende redeneringen. Andre doet onderzoek in een aantal terreinen.Hij gebruikt daarbij groene metalen golfplaten van ongeveer 70x70 centimeter. Deze platen vangen elk beetje warmte op. Als het dus niet erg warm is vind je onder deze platen de reptielen (en andere zaken zoals Dwergmuis en mieren). Schijnt de zon fel dan vind je dus geen reptielen onder de platen. Het weer was bewolkt maar de temperatuur was aangenaam. Dus goed golfplatenweer.

Onder de eerste plaat troffen we een prachtige Hazelworm.Waarschijnlijk een mannetje aan de prachtige kleine blauwe vlekjes te oordelen. Het zou de enige zijn deze dag. De oorzaak zat in het feit dat Hazelwormen zichzelf opwarmen tot een lagere lichaamstemperatuur dan slangen. Bij voldoende warmte zoekt hij een schuilplaats onder wat mos of een hoopje strooisel.

De volgende platen leverden behalve een jonge Adder weinig op. De excursie werd verplaatst naar de waterkant om kikkers te bekijken. De excursieleider ving een kleine kikker waarvan hij dacht dat het een Poelkikker was. Later werd een wat grotere kikker gevangen die als bastaardkikker werd gedetermineerd. De onderverdeling van groene kikkers is erg moeilijk en Andre legde ons e.e.a. uit: Er zijn 3 groene kikkers. Een grote kikker, Meerkikker genaamd, en een kleine kikker, Poelkikker genaamd. Deze 2 soorten paren en leveren de Middelste groene kikker, een bastaard die een mengsel heeft van het genetisch materiaal van de beide anderen. Onderscheid tussen de 3 groene kikkers is te maken middels de graafknobbel aan de achterpoot en de lengte van de tenen en de achterpoot zelf. Enfin leest u de literatuur er maar op na. Aangezien de excursieleider het veld op zijn duimpje kent werd nu koers gezet naar een aantal platen die veel meer succes zouden opleverden., onderweg werd nog een Heikikker, een pad en een Kleine watersalamander gezien.

Bij de platen aangekomen begon een korte maar spectaculaire wandeling. Elke plaat leverde wel enkele Adders of Ringslangen op. Een grote Ringslang (bijna 1 meter) werd vastgepakt. Aangezien hij hier niet van gediend was loosde hij zijn fecaliën. Een enorme stank was het gevolg. In totaal werden ongeveer 20 Adders gezien en ongeveer 5 Ringslangen waaronder 2 zeer grote. Na afscheid genomen te hebben van Andre met de toezegging dat we in het najaar een werkmiddag zouden organiseren in het gebied gingen we naar het bezoekerscentrum. Een korte wandeling daar in de buurt maakte iedereen rijp voor een warme maaltijd. Het plaatselijke restaurant van IJhorst was niet geheel ingesteld op een groot gezelschap zodat we een half uur te laat arriveerden bij onze tweede excursieleider Bertil Zoer. Hij leidde ons door het gebied van de Reest. Een landschap dat men tracht in oude glorie te herstellen. Prachtige doorkijkjes en mooie roggevelden met Korenbloemen en middenin, dus voor ons niet zichtbaar Roggelelies. Via enkele poelen en dassenpaden bracht hij ons uiteindelijk bij de poel waarover ik in het begin van dit verslag sprak.

Vermoeid maar tevreden kwam iedereen ver na middernacht in Groningen.

Wim Zolf

                         wat je wel hoort . . . . .


Duivenoverlast

De gemeente Groningen wil duivenoverlast in de stad Groningen bestrijden door het wegvangen en vergassen van duiven. De discussie over de duivenproblematiek in de stad Groningen speelt al enkele jaren. Vooral de Stadsduivenwerkgroep en de Dierenbescherming maakten zich sterk voor een andere, structurele en diervriendelijke oplossing.

De gemeente Groningen heeft begin dit jaar het SOVON (Stichting Onafhankelijk Vogelonderzoek Nederland) advies gevraagd. In het uitgebreide rapport van SOVON wordt ingegaan op de effectiviteit van de huidige preventiebeleid aangevuld met het (formeel) toekomstige afvangen en afmaken plus een voederverbod., de methode van het plaatsen van tollen gecombineerd met eiermanipulatie,  eventuele andere methoden. Het rapport is gebaseerd op uitgebreid literatuuronderzoek maar vooral ook praktijkervaringen in met name Duitsland en Nederland. Ethische, financiële overwegingen zijn buiten beschouwing gelaten.

Allereerst beveelt het SOVON aan de problematiek te onderzoeken. Het is nu volstrekt onbekend waar welke overlast is, om hoeveel duiven het gaat. Plus niet waaruit het voedselpakket bestaat: natuurlijk voedsel, voedselresten achtergelaten door mensen (patat) of duivenvoer. Voordat welke maatregel dan ook genomen wordt moet de gemeente eerst weten, waarover ze spreekt. Als de gemeente wel kiest voor niet onderbouwde maatregelen, kan zij ook NIET aan tonen dat haat beleid effectief is.

In het rapport wordt vervolgens zeer duidelijk aangegeven dat het voorgestelde beleid (voederverbod, afmaken en verstoren) van de gemeente niet zal werken. Praktijkervaring wijst uit dat het slechts zal leiden tot een zeer korte afname van het aantal duiven, tot meer zieke duiven die meer overlast geven plus dat duiven uit de omgeving de opengevallen plaatsen zullen innemen.

Het SOVON beveelt het plaatsen van duiventillen aan, dit in combinatie met gecontroleerd bijvoederen, qua plaats, hoeveelheid en evt. met een anti-coccidium bewerkt voedsel. Als tegelijkertijd onderzoek gedaan wordt naar o.a. de aantallen duiven, de mate van overlast,  soort voedsel kan het plaatsen van tillen en het bijvoederen worden gebaseerd op die onderzoeksresultaten. De voorgestelde maatregelen van het SOVON leiden tot een structurele afname van het aantal duiven, een gezonde overblijvende populatie die minder last geeft en een concentratie van duiven bij tillen wat de vervuiling van gebouwen sterk doet verminderen.

Eind mei blijkt dat de gemeente de aanbevelingen van het SOVON volstrekt naast zich neer legt. Men gaat door op de oude lijn: afmaken en niet bijvoederen. Men heeft geen nader onderzoek gedaan. De gemeente baseert een deel van haar beleid op niet onderbouwde indrukken van de stadsecoloog. Deze laatste denkt dat het aantal duiven is toegenomen door bijvoederen. Hij weet echter niet hoeveel duiven er voor en na het bijvoederen waren en zijn, hij heeft geen inzicht in de gezondheidstoestand en weet niet wat het voornaamste voedselpakket is van de stadsduif. Overlast meldingen worden niet geregistreerd in de gemeente.

De Dierenbescherming heeft het gemeentebestuur en de raadsleden uitgenodigd om voor de behandeling van de nota in de raad op haar kosten op excursie te gaan naar de gemeente Amsterdam. De wethouder van Amsterdam was zeer graag bereid uit te leggen welke positieve ervaringen zij hebben met duiventillen etc. Hiervan is door het gemeentebestuur en de raadsleden geen gebruik gemaakt.

Ook Milieudefensie, Avifauna en de KNNV hebben de gemeente raadsleden in juli nog dringend verzocht tegen de nota van de gemeente te stemmen en vóór de maatregelen die het SOVON voorstelt.

Helaas heeft de gemeenteraad op 7 juli ingestemd met de nota van de gemeente. Er is gekozen  voor een afmaakbeleid, een beleid waarvan in de praktijk is bewezen dat deze niet leidt tot een structurele en langdurige oplossing. Bovendien een oplossing waarvan een zeer slechte voorbeeldwerking uit gaat naar de burger. De gemeente brengt met dit beleid de boodschap: ´Vernietig waar je last van hebt en stoor je niet aan resultaten van onderzoek, van praktijkervaringen. Zoek geen structurele oplossingen`.

Via de mail kan eventueel op verzoek het SOVON rapport naar u toegezonden worden.

Brenda Bolt

EXCURSIEPROGRAMMA        K.N.N.V.        afdeling  GRONINGEN

Opgave met vermelding wel of niet eigen vervoer (tenzij anders vermeld) graag minimaal drie dagen van te voren.

Deelnemers ZONDER eigen vervoer moeten zich zo wie zo tijdig aanmelden

Zondag 7 augustus vogelen bij Oranje

Om 9.00 uur vertrekken we bij het Overwinningsplein en gaan we naar de vogelkijkhut vanwaar we kunnen uitkijken over de voormalige vloeivelden. Er worden altijd leuke waarnemingen gedaan vanuit deze hut. Na een bezoek aan de vogelhut zullen we een wandeling maken over de nabij gelegen heidevelden. Opgave bij Brenda Bolt of bij Willem Stouthamer.

Zaterdag 27 augustus excursie Loenermark

Op het moment dat de bloeiende hei op z'n mooist is bieden we een excursie naar een gebied wat voor velen in Noord-Nederland totaal onbekend is: de Loenermark. Op ruim vijf kwartier rijden van Groningen, en nog geen tien minuten van Apeldoorn, bieden wij u een kennismaking met een golvend, glaciaal landschap, gestoffeerd met vele hectares heide, bezocht door vele Roodborsttapuiten en een eldorado voor heivlinders, heideblauwtjes en allerlei bijensoorten. Voor diegenen die graag wat langer willen verblijven in deze mooie omgeving is camping Zegenoord (zegenoord@goedkamp.nl) een aanrader. Let wel: natuurkampeerkaart verplicht en er is geen stroom maar wel een gezellig petroleumlampje bij de WC.

Zondag 11 september vogelen in het Lauwersmeer

O.l.v. Wim Zolf vertrekken we om 8.30 uur vanaf de Bedummerweg ( oude busstation) voor een hele dag excursie naar het Lauwersmeer. Daar beginnen we in de haven, gaan dan richting Zoutkamp om afhankelijk van het weer etc. nog door te trekken naar de Kollommerpomp.

Zondag 25 september paddestoelenexcursie

Kor Raangs zoekt eind september een gebied op waar veel paddestoelen te zien zijn op dat moment en neemt ons mee daarheen. We vertrekken om 9.30 uur vanaf het Overwinningsplein.

Graag opgave bij Kor Raangs (050 5775956),  ook omdat Kor afhankelijk van het weer etc. het meest gunstige gebied kiest om heen te gaan.

Zaterdag 22 oktober werkmiddag Wapserveen

Om 12.15 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein voor een werkmiddag in het Wapserveen o.l.v. Andre Donker om daar vliegdennen etc. te verwijderen uit de heide. We kennen het gebied nu van enkele amfibie en slangenexcursies. Vanaf Doldersum nemen we de weg richting Diever. Deze Dieverseweg gaat over in de Dolderseweg. Op de hoek waar de zandweg kruist met een landweg is het beginpunt. Handzagen en takkenscharen voorzover u die heeft meenemen.