Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 1 2005


De Padloper is een periodiek van de

 

 

         Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 19,  2005  nummer 1

 

De PADLOPER

Nummer 4 2003

 
 


BESTUUR

 

>   Voorzitter & Secretaris ad interim

Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten

X 0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl

 

>    Penningmeester

Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen X 050 3143841

 

>   Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie

Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen

X 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl

 

>   Bestuurslid

Dick Pegtel, Viaduktweg 15, 9751 HN Haren X 050 4062114

 

 

WERKGROEPEN

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:    Erik Hoitink X 050 5347844 en Gerard Strabbing X 050 5346476

 

LEDENADMINISTRATIE

Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize

 

PADLOPER

Redactie: Willem Stouthamer

Tekstcorrecties: Erna Kuiper

Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 juni 2005

alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,

kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

of e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net

 

 

Contributie: lid € 24,25  D huisgenootlid € 10,--  D donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar

postgironummer  855.090

tnv. KNNV  afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

 

Afbeelding voorkant: Vliegenorchis (Ophrys insectifera)

uit: Wilde orchideeën, J. Landwehr, uitgave Ver. tot Behoud van Natuurmonumenten


Inhoud

 

Van de redactie

3

Van de bestuurstafel

4

Van de VogelWerkGroep

6

x      programma 2005

10

Van de PlantenWerkGroep

11

x        programma 2005

12

Met de KNNV naar het Teutoburger woud

 

Excursieverslagen

13

·       Snertwandeling, 9 januari

13

Excursieprogramma

22

 

Wij verwelkomen de nieuwe leden:

     Martin Busstra (Groningen)

     Kobus Boeke en Riek van Noordwijk (Groningen)

     C.H. Kneepkens (Groningen)

     Han Schuurman (Leek)

     Meta Stroeven (Zuidlaren)

enkele hebben wij al gezien op een excursie en van de anderen hopen wij dat zij spoedig aan de afdeling – en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.

 

 

 

Van de bestuurstafel

 

Het bestuur wil vanaf deze plek een drietal zaken onder uw aandacht brengen.

 

Zoals u al eerder heeft kunnen lezen heeft onze afdeling aangehaakt bij het initiatief uit Veendam om een insectenwerkgroep op te richten. Ieder die interesse heeft in insecten kan zich aansluiten bij deze groep. Schroom niet, "ik weet er weinig van" maar wendt u tot een van de bestuursleden en neem deel.

Een tweede zaak is wat minder leuk. De afdeling heeft na ampel beraad haar deelname aan het Groenplatform opgeschort. In het groenplatform wordt over natuur en milieu zaken gesproken met vertegenwoordigers van de gemeente. Te veel zaken waren daarbij niet duidelijk: is het een adviesgroep of een klankbordgroep, brengt de gemeente alles in of alleen wat haar goeddunkt etc etc.

Tenslotte een prettig bericht voor internetbezitters: de afdeling werkt aan een internetsite. U kunt de eerste proeve van onze website beheerder Andre Hospers zien op www.knnv.nl/groningen

En nu naar buiten, het is lente,

 

Wim Zolf

 

 

 

Van de VogelWerkGroep

 

Programma 2005

 

Januari

Drentse Aa

Februari

Drentse Aa

Maart

Beyumer Bos (bij kerkje Noorddijk)

Apri

Beyumer Bos

Mei

Eemshaven

Juni

Smeerling Westerwolde

Augustus

Lauwersmeer

September

Schiermonnikoog

Oktober

De Tjamme (tussen Finsterwolde en Beerta)

November

Frieseveen

December

FrieseveenFrieseveen

 

Al met al een gevarieerd programma met het Beyumer Bos als nieuw gebied voor onze werkgroep. De excursies zijn elke tweede zaterdag van de maand, aanvang 9.00 uur.

 

Erik Hoitink en Gerard Strabbing (coördinatoren)

 

 

 

 

 

Vervolg websites   (www)

 

landschapsbeheergroningen.nl

nationaalherbarium.nl/pubs/gorteriaweb/home.htm

naturalis.nl/eis                          (faunistiek ongewervelde dieren)

nev.nl                                      (Ned. Entomologische Vereniging)

home.zonnet.nl/florondrenthe    (WFD)

knnv.nl/groningen

voff.nl                                      (12 PGO’s)

plantengallen.com

krabben.net

 


Van de Plantenwerkgroep

 

Programma 2005

Natuurlijk gaan we dit jaar verder met het inventariseren van km-hokken. Er zijn er nog genoeg die helemaal nog nooit zijn bekeken en voor enkele andere interessante km-hokken is onderzoek zo lang geleden dat het de moeite waard is om opnieuw een bezoek te brengen ten einde vast te kunnen stellen wat we verloren en gewonnen hebben. Behalve de activiteit voor Floron in Groningen en Drenthe (WFD) doen wij ook inventarisaties en/of vegetatieopnamen tbv. natuurinstellingen. Het jaar 2005 belooft weer een spannend jaar te worden ! Al doende valt er veel te leren van elkaar en is er toch ook tijd om samen van de natuur te genieten.

Vanaf 7 april tot september komen we elke donderdagavond (behalve Hemelvaart) samen om half zeven en gaan dan het veld in tot de duisternis ons dwingt er mee op te houden. Voor de precieze verzamelplek graag even contact opnemen.

 

Willem Stouthamer (coördinator)

 

 

 


 



Met  KNNV  Groningen  naar  het  Teutoburger Wald

 26 – 30 mei 2005

 

Op verzoek van diverse leden biedt de excursiecommissie een unieke mogelijkheid om de mooiste gebieden van het Teutoburger Wald te ontdekken. In de dagen rond het laatste weekend van mei nodigen we u allen uit om op (bijna) loopafstand van een schitterende camping of een rustiek Gasthaus ten zuiden van Osnabrück te genieten van orchideeën velden, op zoek te gaan naar de Middelste Bonte Specht of te proberen een belemniet uit de prille oertijd uit de rots te kloppen.

 

Met de aanleg van de nieuwe autosnelweg van Leer naar Osnabrück is het Teutoburger Wald binnen twee uur rijden van Groningen komen te liggen. Daarmee is een schitterend, klein  en overzichtelijk kalkrijk natuurgebied goed bereikbaar geworden. Bekende vakantieplaatsen als Tecklenburg en Bad Iburg roepen voor velen herinneringen op aan een eerste buitenland ervaring tijdens een gezinsvakantie. Maar het zijn toch de twee, bijna parallel verlopende heuvelruggen, getooid met groen glanzende beukenbossen die ons Nederlanders, het meest aanspreken. Het meest westelijk gelegen gedeelte is gelegen op zandsteen en daarmee het armst aan soorten. Maar naarmate de tocht verder naar het oosten voortgezet wordt duikt er steeds meer kalk aan de oppervlakte op. De haagbeuk verschijnt en de ondergroei wordt steeds rijker. Orchideeën als Rode en Witte bosvogeltjes, Welriekende - en Bergnachtorchis maar vooral de enorme aantal Vogelnestjes staan eind mei volop in bloei. Open plekken in het bos worden bezocht door diverse kleine pages, parelmoervlinders en blauwtjes. Overdag zijn diverse spechten te beluisteren en misschien wel te ontdekken, in de boomgaarden worden vaak Appelvinken gezien en ook de Rode wouw bezoekt het gebied regelmatig.

 

Het excursieprogramma biedt voor elk wat wils. Dwalend door de bossen en velden rond Lengerich om te genieten van de floristische rijkdom maar ook een geologische excursie naar de steengroeve Dyckerhoff onder leiding van de Geologische Vereniging Osnabrück.

 

Als u na lezing van dit themanummer ook geïnteresseerd bent om mee te gaan, geeft u zich dan voor 1 mei 2005 op bij Brenda Bolt.

 

·          Camping

Eurocamp, E, Krützmann, Holperdorp 44, Lienen, (0049) 05483-290 (www.holperdorper-tal.de, eurocamp.gmbh@t-online.de)

Kosten: tentplaats 5,-- volwassene 4,-- kind 2,50 en douche 0,50 euro

 

·          Hotel

Op korte afstand van de camping hebben we ook een uitstekend hotel-restaurant gevonden. Wilt u hiervan gebruik maken dan kunt u zelf kamers reserveren in:

Hotel-restaurant Zum Urberg, Amtsweg 19, 49186 Bad Iburg, (0049) 05403 2440

Kosten 1 persoonskamer (met douche en toilet) tussen 37 en 42 euro incl. ontbijt

Kosten 2 persoonskamer (met douche en toilet) tussen 64 en 74 euro incl. ontbijt

Mocht u hulp nodig hebben voor uw reservering bel dan even met Brenda Bolt.

 

·          Excursieprogramma:

Dit programma is voorlopig en kan door de excursiecommissie indien noodzakelijk aangepast worden.

 

donderdagmiddag 26 mei: Lengerich,13.30 uurzoektocht orchideeën, Intruper berg, Galgenknapp, "Dyckerhoff" wandeling

vrijdag 27 mei:  9.00 uur Silberberg, 13.30 uur Dorenberg, Hermannsturm

zaterdag 28 mei:  9.00 uur wandeling rond Grafentafel,

13.30 uur wandeling zuidhellingen Teutoburgerwoud -

Bergheide/Westerbecker Berg/Hoherberg

zondag 29 mei 10.00 uur Kalksteengroeve Dyckerhoff; met hamer en beitel fossielen zoeken

 

Teutoburger Wald – een geologisch fenomeen

 

Vanuit de lucht lijkt het Teutoburger Wald op twee priemende vingers die bijna beschuldigend naar Nederland uitgestrekt zijn. Toch moeten we het antwoord op de “schuldvraag” van het ontstaan van het Teutoburger Wald niet aan onze kant zoeken. De echte boosdoener ligt duizenden kilometers zuidelijker. Het was het grote continent Afrika wat tijdens de Saxonische en Alpiene plooiingsfase, ruim 60 miljoen jaar geleden, als een stoomwals tegen Europa aan denderde. Met enorme kracht werden in het gebied wat we nu kennen als de omgeving van Osnabrück kalk- en zandsteenlagen in het bekken van Münster opgestuwd als een slap tafelkleed. Twee plooien in dit “kleed” zijn nu nog herkenbaar als heuvelruggen tussen het Weserbergland en de rivier de Ems bij Rheine. In weer en wind erodeerde het gebied uiteindelijk tot lage heuvels met een maximale hoogte van 468 meter bij Horn. Vernietigend zou ook de Weser bij Porta Westfalica zich dwars door de heuvelrug heen gaan breken waardoor we nu een patroon zien van bijna geïsoleerde ruggen en heuvels. Op dit moment is het Teutoburger Wald de waterscheiding tussen de Weser aan de noordoostelijke kant en de Ems en de Rijn in het westen en zuiden.

Voor de echte ontstaansgeschiedenis van het Teutoburger Wald moeten we teruggaan tot 300 miljoen jaar geleden. Tijdens de vorming van het continent Eurazië strekte zich van Midden-Europa tot ver in Engeland een grote binnenzee uit. Het waterpeil bleef in al die jaren niet gelijk. Diepe troggen raakten opgevuld, kusten verzanden, duinen werden gevormd en weer weggeblazen. En telkens hoopten zich meer sedimenten op die aangevoerd werden door oerrivieren. Vermeldenswaard is zeker de Carboonperiode. Een warm en vochtig klimaat zorgde voor uitgestrekte mangrovebossen en kustvenen. Plantenmateriaal hoopte zich op en werd in deze zompige wereld afgesloten van zuurstof.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(pijl wijst naar het huidige Teutoburgerwald)


Ruim 240 miljoen jaar later zouden we deze veenklonten als steenkool opstoken. Gloeiend hete stofstormen zouden uiteindelijk de Carboonmoerassen verstikken.

 

In twee opeenvolgende perioden (Perm en Trias) werden dikke zandsteenlagen afgezet, de meest bekende daarvan is het Bontzandsteen. Tijdens de overgang van Perm naar Trias vond een stevige geologische oprisping plaats die we tijdens onze excursies zullen ontmoeten als de Silberberg. De berg heeft een dikke Carboonkern met op zijn flanken schuin staande jongere lagen uit het Perm en Trias. Het is in deze lagen waarin reeds in de Middeleeuwen zeldzame en waardevolle ertsafzettingen gevonden werden: lood (galeniet, zie afbeelding), zink en klein beetje zilver.

Op het hoogtepunt van de ontwikkeling van de dinosauriërs kwam de zee echter weer terug. De Jura-zee, en later de Senoon-zee uit het Krijt, zou tot ver in Midden-Europa oprukken en het bekken van Münster met een immense laag kalksteen bedekken. En toen kwam de klap….

In een periode van ruim een miljoen jaar werd aan het einde van het Krijt Europa geteisterd door vulkanisme en zware aardbevingen. Pas sinds enkele decennia begrijpt de wetenschap pas wat er werkelijk gebeurd is. Continentale platen blijken als schotsen op een woelig meer rond te drijven en, zoals te voorspellen is, komen geregeld met elkaar in botsing. Meestal duikt dan het ene continent onder het andere om uiteindelijk te eindigen op grote diepte als gesmolten steen. Maar tijdens dit lange proces zal het bovenliggende continent zwaar te lijden krijgen. Onmetelijke druk zorgt voor opstuwing en een lange strook langs het botsingsgebied zal last krijgen van vulkanische uitbarstingen op een schaal die we nu kennen van de Krakatau, de Pinatubo en Mt. Helena.

Aan de noordkant van het bekken van Münster waren het met name lagen Osningszandsteen uit het Onder-Krijt en het zachtere Plänerkalk uit het Boven-Krijt die honderden meters hoog opgestuwd werden. De slijpende kracht van wind en water zorgde ervoor dat op de flanken van deze heuvels ook oudere lagen aan de oppervlakte komen. Bij Bielefeld komen we bijvoorbeeld Dogger lagen uit de Jura, nog verder naar het oosten is zelfs het Trias bereikbaar geworden (Muschelkalk, ook bekend uit de steengroeve Winterswijk).

 

De jongste geologische perioden stonden in het teken van een zachte afbraak. De erosie ging steeds verder maar de ijstijden in het Pleistoceen zouden er voor zorgen dat de diepste wonden afgedekt werden met stuivende lemige zanden (löss).

 

In een ruime cirkel om camping en pension zullen we vooral te maken krijgen met afzettingen uit het Onder- en Boven-Krijt. In de eerste periode wisselen zee en land elkaar af zodat er een mengsel van zand, klei en mergel gevormd werd. De keiharde Bentheimer zandsteen is ook in deze periode gevormd. De Dörenther Klippen, das Hockende Weib en Hexeküchen zijn enkele fraaie namen voor deze grillige zandsteenformaties. Het Boven-Krijt is vooral terug te vinden langs de zuidhellingen. Pakketten kalksteen en kalkig materiaal vormden een ideale basis voor de cementindustrie. De grootste groeve die dit gesteente ontgint is momenteel Dyckerhoff tussen Lengerich en Lienen. Stille getuigen van een rijk zeeleven liggen hier te wachten op onze ontdekking tijdens de geologische excursie die de excursiecommissie voor u georganiseerd heeft. Maar ook op het maaiveld is juist dit gebied het pareltje van het Tecklenburger Land. Een dunne lösslaag op kalk en een zuidelijke expositie heeft in duizenden jaren gezorgd voor vegetatietypen die verder alleen voorkomen in Midden-Europa. Orchideeënrijke hellingbossen afgewisseld met hooilandjes zorgen voor een blijvende herinnering aan elke voorjaarswandeling in dit gebied.

 

·          voor dit artikel zijn gegevens gebruikt uit J.Tuttel 1984, Streekbeschrijving en verslag van het KNNV pinksterkamp te Lengerich 8 – 12 juni 1984 (uitgave KNNV 1984) en J.I.S. Zonneveld (1974, Tussen de bergen en de zee (Oosthoek). Bron illustratie: J.I.S. Zonnevelde (1974).

 

Teutoburger Wald – een bewogen geschiedenis

 

Het zal altijd in de nevelen der tijd verborgen blijven wanneer de eerste mensen het Teutoburger Wald ontdekten. Zeker is dat in de tijd dat onze hunebedden gebouwd werden (rond 2800 voor Christus) reeds lang jagers, verzamelaars en later ook boeren in dit gebied rondtrokken. Zeker is ook dat onze landsgrens in de tijd van de Trechterbekercultuur niet bestond, de bouwers van de megalithische graven rond Tecklenburg en Lengerich behoren tot hetzelfde volk als de met veldkeien slepende boeren in Drenthe en Groningen.

 

Germaanse stammen als de Cherusken, Thüringers en Saksen zouden in de Brons- en IJzertijd het gebied intrekken. Tegenwoordige plaatsnamen die eindigen op –trup zijn vrijwel zeker afkomstig uit die periode. De geschreven geschiedenis van het gebied zou beginnen met de grote veldslag tussen deze Germanen en de Romeinse veldheer Varus (9 voor Christus). Op de vermoedelijke plaats van dit gewelddadige treffen zou in de 19e eeuw het gigantische Hermannsdenkmal verrijzen. De verliezende partij, het tot dan toe onoverwinnelijk geachte Romeinse leger, besloot zich definitief terug te trekken achter de Rijn.

 

In de 8e eeuw ontstond opnieuw een confrontatie tussen twee culturen maar nu met een slechte afloop voor de Germanen. Het waren de Saksische stammen die zich het felst verzetten tegen het door het Karolingische vorstenhuis gepropageerde christelijk geloof. In een keiharde strijd wist keizer Karel de Grote uiteindelijk de Saksische leidsman bij het doopbekken te krijgen. Niet lang daarna werden in en rond het Teutoburger Wald de eerste bisdommen gesticht (Münster, Osnabrück, Paderborn, Minden etc.). Kloosters als Corvey en Werden zorgden voor een verdere verandering van de levenstijl in hun omgeving.

In het tweede millennium na Christus begon er een steeds duidelijker splitsing te ontstaan tussen wereldlijke en kerkelijke macht. Bisdommen en lokale graven eigenden zich steeds meer macht toe en maakten daarbij dankbaar gebruik van het landschap. Het Teutoburger Wald bood niet alleen natuurlijke versterking voor de Tecklenburgse roofridders maar ook fel begeerde handelsroutes. Uiteindelijk werd in 1129 Tecklenburg de machtigste graaf in dit gebied. Münster zou een bisdom blijven terwijl Osnabrück in handen kwam van burgers.

 

Het gebied werd door mijnbouw, landbouw  en handel steeds welvarender. In de 14e eeuw werd het Westfaalse linnen (vlas) een veel gevraagd produkt in alle Hanzesteden. Marskramers en trekkende handelaren, ook wel kiepkeerls of Tüodden (Tuötten, Teuten…) genaamd brachten dit product ook in Nederland binnen handbereik.

 

In 1707 verkocht de laatste graaf van Tecklenburg zijn bezittingen aan de koning van Pruissen, Frederik I. Toen in 1722 ook het graafschap Lingen werd verworven werden deze twee Pruisische bezittingen samengevoegd tot éen bestuurseenheid. Na 1816 en na 1945 werden opnieuw verkavelingen doorgevoerd. Uiteindelijk zou het grootste deel van het westelijke Teutoburger Wald samengevoegd worden met delen van Múnster tot Kreis Steinfurt.

 

In de 18e en 19e eeuw daalden  de inkomsten uit de mijnbouw en de landbouw steeds verder. Vanaf 1832 trokken steeds meer inwoners uit het Tecklenburgerland, op zoek naar een nieuwe toekomst in de pas gestichte Verenigde Staten. Uit het dorp Lienen trokken ruim 3000 inwoners weg (= 50 % van het totaal aantal inwoners…). Pas met de opkomst van industrie aan het begin van de vorige eeuw kwam de welvaart terug. Helaas betekende dit wel dat het gebied zware klappen kreeg in de tweede wereldoorlog. Door o.a. extra inkomsten uit  het opkomende toerisme zijn alle sporen uit deze tijd inmiddels weggewist en overheerst de Duitse gemütligkeit in een historisch kader.

 

·          voor dit artikel zijn gegevens gebruikt uit J.Tuttel 1984, Streekbeschrijving en verslag van het KNNV pinksterkamp te Lengerich 8 – 12 juni 1984 (uitgave KNNV 1984) en de ANWB Actief & Anders gids Harz & Teutoburger Woud (2004)

 

 

Teutoburger Wald – een fleurig lenteboeket

 

Voor vier dagen is er veel te veel te zien. We zullen ons daarom een tempo aanmeten, waarin we rustig kunnen genieten van al dat moois.

 

De bossen.

 

De hellingen van de heuvels zijn begroeid met fraai beukenbos. Dit natuurlijke beukenwoud komt in Nederland niet voor; het groeit in Midden-Europa op voedselrijke, vochtige grond. Onder de statige beukenstammen is de bodem bedekt met kruidlaag van schaduwplanten. Het voorjaarsaspect van dit bostype is bijzonder fraai. We kunnen Daslook, Holwortel, Bos- en Gele anemoon, Overblijvend bingelkruid en Lievevrouwebedstro vinden. Eind mei kunnen we nog wel het een en ander aantreffen, zoals Eenbloemig parelgras, Bosviooltje, Bosgierstgras, Reuzenzwenk-gras, Gele dovenetel en Salomonszegel.

In de primularijke eiken-haagbeuken-bossen is de struiklaag meer ontwikkeld. Opvallend zijn Kardinaalsmuts, Gelderse roos en het Peperboompje. In de kruidlaag staan Slanke- en Gewone sleutelbloem, Longenkruid, Akelei, Bergnachtorchis en Wit bosvogeltje.

Een bergbeekje is vaak een waar lustoord voor een plantenliefhebber: Gebogen beukvaren, Bospaardenstaart, Paarbladig goudveil, Heksenkruid, Gevelkte orchis en Bosbies. Te veel om op te noemen. Wellicht kunnen we voor de liefhebbers een uitstapje maken naar een berg begroeid met Leverkruid!

 

De kalkweiden

 

De topper van de kalkgraslanden ligt op de zuidhelling van de Silberberg bij Natrup-Hagen. De bodem van deze nu grotendeels beboste heuvel (180 m) bestaat voornamelijk uit Zechsteinkalk; een klein gedeelte is kalkarm door de aanwezigheid van bontzandsteen. Vanwege het voorkomen van lood-, zink- en zilverhoudende mineralen werd hier vroeger primitieve mijnbouw bedreven. Op een aantal plaatsen zijn de sporen daarvan in de vorm van veelal trechtervormige kuilen (Pingen) terug te vinden. In deze kuilen en op de randen daarvan heeft zich een zinkflora ontwikkeld. In de rand van het bos ten noorden van het kalkgrasland (ook wel het landje van professor Hartmann genaamd) bijna bovenop de berg is zo’n mijnbouwtrechter met de zinkplanten Zinkveldmuur en Zinkboerenkers.

 

Het kalkgrasland was ruim tien jaar geleden grotendeels dichtgegroeid. Daarna is de bebossing geleidelijk verwijderd om tot natuurherstel te komen. Het resultaat is zeer de moeite waard om te bekijken! Enkele soorten zijn Kleine pimpernel, Duifkruid, Bevertjes, Zeegroene zegge, Driedistel, Vleugeltjesbloem, Hondsviooltje en Wondklaver. En aan orchideeën staan er Vliegenorchis, Grote keverorchis, Gevlekte orchis, Wit bosvogeltje, Vogelnestje, Bruinrode- en Brede wespenorchis.

 

De akkers

 

Tijdens onze omzwermingen zullen we open stukken met akkers doorkruisen. Speciale aandacht kan dan uitgaan naar akkeronkruiden. Met wat geluk vinden we Spiesleeuwenbek, Spiegelklokje, Kleine wolfsmelk en Veldsla.

 

De muurvegetatie

 

We verblijven vlak bij Bad Iburg en de wandeling naar Dörenberg gaat er vlak langs. Misschien is er toch wat tijd om naar de muren van het slot Iburg te kijken. Op de steile muren komen Gele helmbloem, Muurvaren, Steenbreek-varen en Plat beemdgras voor. Op andere muurtjes zijn het Muurleeuwenbekje en Eikvaren te vinden.

 

·          voor dit artikel zijn gegevens gebruikt uit: ‘Botanische indrukken uit het Teutoburgerwoud’ van P.A. Bakker

 

 

Teutoburger Wald – met veren, haren of een glad velletje

 

Oecologisch gezien behoort het Teutoburger Wald tot de Midden-Europsese laag- en middelgebergten. Voor ons, als Europese laaglanders, een uitstekende plek om kennis te maken met een vogelwereld die duidelijk verschilt van ons directe uitloopgebied.

Voor een eerste verkenning begin ik daarom op het terras van een Gasthaus met “Kaffee und Küchen”. Al smullend maak je kans om, naast Groenlingen, Putters, Grauwe en Bonte Vliegenvangers, ook Europese Kanaries te horen. Een electriciteitsmast of telefoondraad wordt graag gebruikt door de mannetjes om aan te kondigen dat hij er echt bij hoort. Zwarte roodstaart is hier algemeen en in de broedtijd kan elke boerenschuur wel een eigen paartje te gast hebben. Spotvogels, Nachtegalen, Grasmussen, Braamsluipers  en Appelvinken kunnen geregeld gehoord en gezien worden in en rond uitgestrekte boerentuinen en boomgaardjes.

 

Als je daarna met een goed gevoel over het leven de velden opzoekt verandert de vogelwereld met elke stap. Zeldzaamheden als ortolaan en grauwe gors komen voor maar de kans is groter om een Grote Lijster, een Appelvink of een Patrijs in de kijker te krijgen. De steeds verder oprukkende versnippering van het gebied en het verdwijnen van oude boomgaarden hebben ook hier de vogelstand helaas sterk gedecimeerd. Dat geldt zeker ook voor de roofvogelstand. De Rode Wouw is weer terug met enkele broedparen maar de aantallen zijn zeker niet op het peil van de jaren zestig van de vorige eeuw. Buizerd, Sperwer en Havik doen het de laatste jaren goed. De Wespendief heeft het net als in Nederland nog steeds niet gemakkelijk. Mogelijk reageert de Wespendief goed op warmer wordende zomers waarmee ook de diverse soorten plooiwespen talrijker worden.

 

 

In de lommerrijke hellingbossen valt overdag vooral de Fluiter op. In grote aantallen laat hij ons genieten van zijn toch wat eentonige gesnerp. Zes soorten spechten komen voor in het Teutoburger Wal. Groene, Zwarte en Grote Bonte zijn algemeen, veel zeldzamer zijn Draaihals, Kleine en Middelste Bonte. ’s Avonds kan geluisterd worden naar bosuilen.

 

 

Jacht heeft grotere zoogdieren sterk gedecimeerd. Edelhert, Damhert (uitgezet), Wild Zwijn en Ree kunnen met een redelijk kans vooral in de vroege avond gezien worden. Knaagdieren komen nog wel talrijk voor maar worden minder vaak gezien. Voor ons bijzonderheden als Hazelmuis en Relmuis bereiken hier hun meest noordoostelijke verspreidingsgebied.

 

 

 

Nachtelijke zoogdieren zoals vleermuizen verschijnen pas als de mensen zich in hun huizen hebben teruggetrokken. De stugge doorzetters onder ons kunnen met een batdetector gaan luisteren en dan naast de in onze omgeving voorkomende soorten (Dwerg-, Laatvlieger-, Water- en Rosse vleermuis) nog de Bos-, Franjestaart-, Vale vleermuis en de Hoefijzerneuzen ontdekken.

 

 

 

Salamanders, kikkers en padden zijn ruim vertegenwoordigd. Vuursalamander, Kamsalamander en Alpenwatersalamander zijn algemeen. Boomkikkers die in Noord-Nederland alleen langs de Reest voorkomen kunnen ’s avonds zorgen voor een oorverdovend concert.

 

 

 

 

EXCURSIEVERSLAGEN

 

Snertwandeling, 9 januari 2005

 

De gebruikelijke snertwandeling was dit keer gepland in de omgeving van Roden.

Op de parkeerplaats tussen Roden en Lieveren verzamelden 22 KNNV’ers zich voor deze wandeling. Na uitgebreid elkaar een voorspoedig nieuwjaar te hebben gewenst werd gewandeld in de aangrenzende bossen. Aangezien de snertwandeling zich kenmerkt door rustig, al pratend, te wandelen werd er niet veel gezien. Een aantal mossen was aanleiding tot enkele vragen, die door Kees Boele deskundig werden beantwoord. Enkele gaaien melden nog dat ze het niet op prijs stelden verstoord te worden maar daar bleef het bij.

In Roden werd in restaurant Onder de Linde de erwtensoep en andere zaken genuttigd.

 

Wim Zolf

 

 

 

 

 

 

 

 


EXCURSIEPROGRAMMA        K.N.N.V.        afdeling  GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen

> Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 E-mail: ba.bolt@wanadoo.nl

of Willem StouthamerX 050 3143841 E-mail: stouthamer.wj@inter.nl.net

Opgave tenzij anders vermeld graag minimaal drie dagen van te voren.

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden

dan geïnformeerd

 

Zondag 17 april Hasbruch

 

Een stinzen-/vroege voorjaarswandeling bij onze oosterburen; tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud. Met Willem Stouthamer gaan we op zoek naar o.a. Geelster, Gevlekt longkruid, Slanke sleutelbloem en diverse soorten spechten.

Paspoort, laarzen, vogelkijker, determinatieboek(en), brood en drinken meenemen. Opgave vooraf, ivm. carpoolen, noodzakelijk. Vertrek om 8.00 uur parkeerterrein Ikea/van der Molen (Opel) achter het benzinestation.

 

Zaterdag 23 april Hasselt Kievitsbloemen

 

Bij Hasselt zijn enorme velden met Kievitsbloemen te vinden. SBB organiseert er in het voorjaar een zeer beperkt aantal boottochtjes heen.

Op zaterdag 23 april hebben we een aantal plaatsen kunnen reserveren voor de boot vanuit Hasselt naar de Kievitsbloemen. We vertrekken om 11.45 uur vanaf het Overwinningsplein. We moeten tussen 13.00 en 13.15 uur aanwezig zijn bij het VVV bij het oude stadhuis op de markt van Hasselt. We kunnen parkeren aan de Julianakade aan het Zwarte Water. De boot is tegen 16.00 uur weer terug in Hasselt. De kosten voor de boot zijn 6 tot 6,50 euro; meerijkosten 10 euro. Deze excursie is helaas al vol geboekt.

 

Zondag 22 mei 2000 soorten dag

 

De VOFF (12 verenigde PGO’s) houdt die dag haar 2000 soorten dag (www.voff.nl) De plantenwerkgroep doet daar aan mee! Inventarisatie van één kilometerhok in de omgeving Haren. Gevorderden en beginners gaan hun uiterste best doen het maximale aantal soorten te vinden. Om vervolgens te concluderen of er meer of minder staat dan zo’n 10 jaar geleden vastgesteld.

Verzamelen om 8.00 uur parkeerterrein Sassenhein, Haren

 

26 t/m 30 mei Teutoburgerwoud Duitsland

 

In 2005 willen we met de afdeling Groningen naar het Teutoburgerwoud voor een lang weekend. Dit gebied op slechts twee uur rijden vanaf Groningen is bekend om zijn rijke flora, o.a. vele soorten orchideeën. We zullen niet alleen aandacht besteden aan planten, maar ook aan vogels, reptielen etc.  Zie elders in de Padloper voor meer info over het kamp.

Nu de kosten bekend zijn, graag een definitieve aanmelding.

Zaterdag 4 Juni reptielen en amfibieënexcursie

 

Andre Donker van Natuurmonumenten neemt ons weer mee langs zijn onderzoeksveld in Wapserveen waar we een zeer grote kans hebben op het zien van adders, ringslangen en hazelwormen zoals ook in de zomer van 2004 is gebleken.

We vertrekken om 12.30 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen voor deze unieke middag en avond excursie. Vanaf Doldersum nemen we de weg richting Diever. Deze Dieverseweg gaat over in de Dolderseweg. Op de hoek waar de zandweg kruist met een landweg vertrekken we om 13.30 uur voor de excursie.

 

Daarnaast proberen we deze keer ook extra aandacht te besteden aan amfibieën. Daarvoor gaan we naar het gebied rondom Oud Avereest.

 

Eerst bezoeken we een restaurant om een hapje te eten, waarna we samenkomen om 20.00 uur bij de parkeerplaats bij het bezoekscentrum De Weem bij Oud Avereest. Hier gaan we onder leiding van Bertil Zoer van het Drents Lanschap een wandeling maken, waarbij we hopen tegen 22.00 uur boomkikkers te horen.

Graag tijdig opgave Brenda Bolt of bij Willem Stouthamer

 

19 juni lezing en excursie slakken

 

De landelijke KNNV organiseert elk jaar een waarnemingsproject met als doel de natuurbeleving dicht bij huis te bevorderen en om te laten zien dat je ook dicht bij huis heel wat kunt bestuderen. Dit jaar is als thema slakken gekozen. Hierover wil men meer gegevens verzamelen. Hoe meer we weten van de natuur, des te beter die beschermd kan worden. Wim Zolf geeft eerst een dialezing en gaat dan buiten op zoek naar slakken. De locatie voor de dia-lezing is op het moment dat de Padloper wordt samengesteld nog niet bekend. Neem voor de locatie en verdere details contact op met Wim Zolf (0597-434834 of rjjzk@planet.nl)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zaterdag 9 juli moeras en oeverplanten

 

Om 10.00 uur vertrekken we op de fiets van de Nederlans Hervormde kerk in Haren onder leiding van Dick Pegtel om moeras en oeverplanten te bekijken in het gebied rondom Haren en De Punt. We bekijken de planten in schoon water van een aantal oude zandwinningsgaten, slootranden in het gebied van De Punt en plekken met kwelwater. Het boek Veldgids water- en oeverplanten, van Roelf Pot, (ISBN: 90-5011-151-3) wordt aanbevolen om evt. mee te nemen. De tweede helft van de middag gaan we weer terug.

Opgave bij Brenda Bolt of bij Willem StouthamerX

 

16 of 17 juli Emden met de boot

 

Reeds te reserveren in de agenda

Nadere bijzonderheden in de volgende Padloper

 

Zaterdag 27 augustus insectenexcursie Loenermark

 

Op het moment dat de bloeiende hei op z'n mooist is bieden we een excursie naar een gebied wat voor velen in Noord-Nederland totaal onbekend is: de Loenermark. Op ruim vijf kwartier rijden van Groningen, en nog geen tien minuten van Apeldoorn, bieden wij u een kennismaking met een golvend, glaciaal landschap, gestoffeerd met vele hectares heide, bezocht door vele Roodborsttapuiten en een eldorado voor heivlinders, heideblauwtjes en allerlei bijensoorten. Voor diegenen die graag wat langer willen verblijven in deze mooie omgeving is camping Zegenoord (zegenoord@goedkamp.nl) een aanrader. Let wel: natuurkampeerkaart verplicht en er is geen stroom maar wel een gezellig petroleumlampje bij de WC.