De Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 19, 2005 nummer 3
BESTUUR
> Voorzitter & Secretaris ad interim
Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten
0597 434834 e-mail rjj@hetnet.nl
> Penningmeester
Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen 050 3143841
> Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie
Brenda Bolt, Schaepmanlaan 5, 9722 NP Groningen
050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl
> Bestuurslid
Dick Pegtel, Viaduktweg 15, 9751 HN Haren 050 4062114
WERKGROEPEN
Planten: Willem Stouthamer
Vogels: Erik Hoitink 050 5347844 en Gerard Strabbing 050 5346476
LEDENADMINISTRATIE
Harma Pama, Verkavelingsweg 3, 9321 VT Peize
PADLOPER
Redactie: Willem Stouthamer
Tekstcorrecties: Erna Kuiper
Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 december 2005
alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,
kunt u sturen naar:
Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
of e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net
Contributie: lid € 24,25 huisgenootlid € 10,-- donateur € 7,50 per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar
postgironummer 855.090
tnv. KNNV afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
Voorpagina: Zeearend Haliaeetus albicilla (juvenile)
Inhoud
|
Van de redactie |
3 |
|
De Zeearend |
5 |
|
Kalksteen |
6 |
|
Heukels' |
8 |
|
Van de VogelWerkGroep |
10 |
|
InsectenWergGroep Veendam |
12 |
|
Excursieverslagen |
13 |
|
13 |
|
Wie wil botaniseren in Zwitserland? |
16 |
|
Excursieprogramma |
18 |
Van de redactie
Wij verwelkomen de nieuwe leden:
Richard Dijkstra (Groningen)
W. Lamain (Groningen)
Irma Knevel (Groningen)
Stephan Bauman (Adorp)
G. Veenstra (Warffum)
enkele hebben wij al gezien op een excursie en van de anderen hopen wij dat zij spoedig aan de afdeling - en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.
correctie: in het vorige nummer is als nieuw lid vermeld Marieke Beetstra dit moet zijn Marieke Beetsma waarvoor onze excusus
Bij Martje Dolfien zijn, wegens aanstaande verhuizing, gratis af te halen
Natura's en Vogeljaar
gebonden jaargangen vanaf 1960. tel. 0594-512455
De Zeearend
Op de excursie in september hebben we 2 Zeearenden gezien. Een dergelijke waarneming in Nederland maakt dat het hart van de vogelaar sneller gaat kloppen.
Het is misschien aardig wat nauwkeuriger te kijken naar de Zeearend. De waargenomen vogels waren onvolwassen vogels. Dat is niet zo verwonderlijk. Een Zeearend is na ongeveer 6 jaar pas volwassen tenminste dan heeft hij of zij het verenkleed van een volwassen vogel. Bijzonder daarbij is dat de jonge vogels groter zijn dan de oudere, dat komt omdat alle slag- en staartpennen langer zijn dan bij oudere vogels.
Wat de grootte betreft spreken de verschillende boeken niet een taal. De vlucht of spanweidte varieert van 2-2,250 meter. De Zeearend weegt tussen de 4 en 6 kilo. Hij is daarmee de grootste Noord-Europese roofvogel (3 gieren-soorten in Zuid Europa zijn groter).
Het mannetje en het vrouwtje verschillen niet van verenkleed. De geslachts-bepaling vindt uitsluitend plaats op basis van grootte en gewicht. In tegen-stelling tot wat de naam zou vermoeden komt de Zeearend voornamelijk voor in de buurt van grote oppervlakken zoet water zoals riviermonden, bosmeren en brede rivieren in het Europese laagland.
De Zeearend is honkvast vandaar dat wij in de winter voornamelijk jonge vogels zien die nog niet paarvorming en dus aan broeden toe zijn. De meeste vogels zijn afkomstig uit Scandinavië en Duitsland.
De Zeearend neemt de laatste tijd in aantal weer toe. Enkele tientallen jaren geleden was het aantal fors achteruit gegaan door de bekende oorzaken zoals chemische bestrijdingsmiddelen. Daarnaast had de Zeearend te maken met vergiftiging en afschot.
Ondanks die toename blijft het zien van een Zeearend in Nederland een bijzondere waarneming want in een periode van 10 jaar (1989-1998) werden in totaal 764 exemplaren waargenomen.
Wim Zolf
Kalksteen
Van donderdag 26 mei tot en met zondag 29 mei 2005 was een twintigtal KNNV-ers op excursie in het Teutoburgerwoud. Globaal 50 km ten oosten van Enschede. Verbleven werd in Georgsmarienhutte nabij Bad Iburg. De tocht was voorbereid door Brenda Bolt, Willem Stouthamer en Kees Boele.
Op zondag 29 mei werd de grote kalksteengroeve Dyckerhoff bij Lengerich vanaf 10 uur 's morgens tot 's middags 2 uur bezocht. Er heerste een weldadige rust en de blijmoedige zon deed de rest.
Dyckerhoff
Opvallend is de grijze kleur van de dagzomende kalksteen. Dit wijst op bijmenging met slib (klei). Harde, brokkelige lagen worden afgewisseld met verbrokkelde, schalieachtige lagen. In tegenstelling tot bijv. de ENCI-groeve nabij Maastricht werden in deze groeve geen vuurstenen (microkristallijn kwarts of SiO2) aangetroffen.
Kalksteen of calciet (CaCO3) is een marien sedimentatieproduct dat gevormd is door rifvormende organismen zoals koralen en kalkalgen. Het komt mondiaal op zeer grote schaal voor als Midden-Devonische kalksteen (Eifel), Onder-Carbonische kalksteen (Namen, Luik, Aken) en is in grote hoeveelheden gesedimenteerd tijdens het Onder-Krijt (Krijt: 144-65 in mln jaar).
Dit kalksteen wordt in dagbouw gewonnen en vermoedelijk uitsluitend gebruikt voor de productie van cement. Bij de fabricage van cement wordt een mengsel van gemalen kalksteen met klei en eventueel met andere materialen (waaronder gips, CaSO4.2H2O, als bindtijdregelaar), in zwakhellende, langzaam roterende trommelovens bij ca 1450o C gebrand.
Het branden verloopt volgens een sterk endotherme dissociatiereactie wat betekent dat veel energie nodig is om het koolzuur (CO2) te laten ontwijken naar de lucht. De gebrande of ongebluste kalk (CaO) en de toevoegingen blijven over als luchtige kluitkalk. Kluitkalk bestaat uit ca 67% CaO, ca 22% SiO2, ca 5% Al2O3, ca 3% Fe2O3 en 3% overige materialen. Mineralogisch wordt kluitkalk gevormd door 50-70% aliet (Ca3SiO4), 15-30% beliet (Ca2Si04), 5-10 % aluminaten (~Ca3Al2O6) en
5-15% ferrieten (~Ca2AlFeO5). Tijdens het kalkbranden verliest de kalksteen 44% (100-56) van zijn massa terwijl het volume slechts weinig afneemt.
Gebluste kalk [Ca(OH)2] wordt verkregen door de ongebluste kalk (CaO) met water (H2O) te laten reageren. Tijdens het blussen vindt een sterk exotherme reactie plaats wat blijkt uit een aanzienlijke stijging van de temperatuur. De gebluste kalk wordt vermalen tot poeder- of meelkalk.
Op overeenkomstige wijze kunnen ook schelpen worden gebruikt voor het bereiden van schelpkalk (gebluste kalk). Dat gebeurde vroeger op uitgebreide schaal. Er waren in Nederland over de 100 karakteristieke witte kalkovens in gebruik. In Harlingen staat wellicht nog de enige in gebruik zijnde kalkoven.
Specie of mortel is een dikke brij dat verkregen wordt door gebluste kalk met zand en water te roeren. Het wordt tussen stenen gebracht. Dit mengsel verhardt door reactie van de gebluste kalk Ca(OH)2 met koolzuur (CO2) uit de lucht waardoor calciumcarbonaat (CaCO3) uitkristalliseert. Door de toevoeging van zand blijft de brij poreus waardoor het verhardingsproces ook inwendig voortgaat. Het gevormde calciumcarbonaat (CaCO3) hecht zich stevig aan de stenen doordat ook een klein beetje van de in water oplosbare kalk in de poriën van de stenen dringt.
Beton is een intensief geroerd mengsel van cement, grind, klei en water. Het is een sterk en duurzaam bouwmateriaal.
Limburg staat bekend als een fraai, golvend mergelland. Eigenlijk is het gebruik van de naam mergel onjuist. Mergel n.l. is een mengsel van klei en fijnverdeelde kalk (ca 25-75%). De kalksteen van Limburg bevat ruim 90% kalk.
Tot slot. Er komen ook chemische afzettingen van kalksteen voor. Uit (bron)water [met opgelost calciumbicarbonaat, Ca(HCO3)2] wordt travertijn (CaCO3) aan de lucht gevormd door het ontsnappen van koolzuur (CO2). Druipsteen in grotten is feitelijk travertijn dat wordt afgezet in langgerekte hangende formaties (stalagtieten) of staande formaties (stalagmieten). De bruine kleur wordt veroorzaakt door ijzerhydroxide [Fe(OH)3].
Dick M. Pegtel

Campanula medium
Marietteklokje
“een nieuwkomer”
afbeelding overgenomen uit Rothmaler, uitgever Spectrum
HEUKELS'
Op 4 november komt de nieuwste, 23ste druk, van Heukels' FLORA van Nederland uit. De presentatie, voor genodigden, vindt plaats in het museum Naturalis te Leiden.
Waarom iedere keer, zo ongeveer om de acht jaar, een nieuw determinatie werk zult u zich afvragen. Wel er verandert zoveel. In Nederland verdwijnen planten en er komen nieuwe bij om verschillende redenen bv. door de veel besproken klimaatverandering.
Vorig jaar hebben we al kennis kunnen nemen van vele nieuwe soorten via de Veldgids voor stadsplanten van Ton Denters. Vooral in een stad verschijnen de nieuwkomers het eerst. In een stad is het een tikje warmer. Bovendien bevat de veldgids een aantal specifiek op planten gerichte stadswandelingen, waaronder een in Groningen!
En eind vorig jaar verscheen de nieuwe standaardlijst. In de media verscheen het bericht “Vijftig nieuwe plantensoorten groeien in Nederland”. Om precies te zijn de vorige standaardlijst telde 1477 taxa en de huidige 1536. Er zijn ruim 70 nieuwe soorten toegevoegd, maar er zijn er ook een vijftiental afgevoerd. Voor het opnemen en afvoeren van planten van de standaardlijst gelden natuurlijk bepaalde criteria. Planten, die (nog) niet aan de gestelde toelatings-
regels voldoen, of gesignaleerd worden na het verschijnen van een nieuwe druk van de Flora worden “wachtkamer” soorten genoemd. Simpel gezegd als de wachtkamer te vol wordt, verschijnt er een nieuwe druk.
Bij u zal misschien de gedachte ontstaan: waarom weer zo'n geheel nieuw boek? Een simpele aanvulling voldoet toch ook? In Frankrijk bv. doen ze dat, maar daar is de Flora wat omvangrijker! In de oorspronkelijke Flora zal je aantekening moeten maken van verwijzingen naar de achtereen volgende supplementen. De determinatiesleutels zijn dan niet meer compleet. Niet erg werkzaam bij het op naam brengen van een soort.
Voldoende redenen om de nieuwe Flora aanschaffen! En dan naar buiten: kijken en vooral genieten.
Willem Stouthamer
Literatuur:
Stadsplanten, 2004, Ton Denters, Fontaine uitgevers
Standaardlijst Nederlandse flora 2003 gepubliceerd in Gorteria (tijdschrift voor onderzoek aan de wilde flora), nummer 30-4/5, 15 november 2004
Heukels' FLORA van Nederland, R. van der Meijden, uitg. Wolters-Noordhoff
Asplenium adiantum-nigrum Zwartsteel
afbeelding overgenomen uit Rothmaler, uitgever Spectrum
beschermd - rode lijst 1
“reeds lang aanwezig “
Van de VogelWerkGroep
Lauwersmeer-Ezumakeeg, 13 augustus 2005
Deelnemers: Wim, Henk, Gerard, Tineke, Betty, Be en Guido
Weer: half bewolkt, matige Westenwind, droog af en toe zon
Na aankomst van Wim rijden we om 9.15 uur met z'n zevenen vanaf de dijk bij Heiploeg rechtstreeks in sneltreinvaart door naar de Ezumakeeg.
Zo te zien is het waterpeil in de Lauwersmeer de laatste weken aanmerkelijk gestegen. Toch zijn er overal nog grote slik vlaktes te vinden voor fouragerende steltlopers.
Aan de Noordkant van de Keeg rennen de Bontbekplevieren over het slik en roepen Witgatjes luidruchtig boven ons. Wim ontdekt een vreemde Kiekendief, die langzaam naar onze kant komt vliegen. Eerst dachten we aan een Blauwe Kiek, maar later maken we er toch maar een Grauwe Kiekendief van in gedeeltelijk jeugdkleed. Het groepje van 4 Indische ganzen is heel opmerkelijk en Tineke weet ons heel wat over deze soort te vertellen. De Bruine kieken hebben kennelijk een goed jaar achter de rug want we zien geregeld jonge Bruine kieken boven het riet. Het is bij de voormalige hut een komen en gaan van vogelaars die ook een poging komen wagen.
Bij de hut aan de zuidkant van de Keeg lopen de Kleine Strandlopers op het slik vlakbij de weg. Sommige van deze kleintjes hebben zelfs oranje borstveren. Een nog kleiner Strandlopertje met een opvallende donkere borstband en vrij lichte poten determineren we als een Temmincks strandloper. Als je goed oplet zie je dat hij een andere pikfrequentie heeft dan de Kleine strandloper. Met de telescoop ontdekt Guido 2 Grauwe Franjepoten. Al rondjes draaiend in het lage water zijn ze gemakkelijk te herkennen tussen de 100-en steltlopers. Twee Zwarte sterns vliegen krijsend rond en in een grote groep ruiende eenden springen de hagelwitte lijven van 2 Reuzensterns eruit. Ze hebben erg veel slaap, ze laten alleen hun zwarte pet zien.
De Keeg is een prachtig steltlopergebied in Friesland, een geslaagd voorbeeld van een natuurontwikkelingsgebied in het binnenland. Uniek in het Noorden! Door het gerichte beheer en de enorme uitgestrektheid van het gebied zijn er altijd grote aantallen vogels te observeren, zonder dat deze verstoord worden.
Op de terugweg maken we een tussenstop bij het nieuwe natuurgebied de Kollummerwaard langs de Kwelderweg. Hier ontdekken we een Oeverzwaluw-kolonie in een kleiwand. In de verte torent de nieuwe vogelkijkhut of kunstwerk boven de rietvelden uit. Bij de plaatsing van deze kijkhut is duidelijk wat misgegaan. Het observatiebalkon is niet naar voren gericht naar de riet- en slikvelden van het natuurgebied, maar achterwaarts, naar het grasland met de koeien. Kijkt nogal moeilijk.
Deze miskleun verdient zeker een bokaal van onvermogen! Tevreden over de geslaagde ochtend rijden we huiswaarts.
Guido Meeuwissen
Soortenlijstje:
|
Aalscholver 2 |
Kluut |
|
Baardman |
Kneu |
|
Bergeend veel juvenielen |
Knobbelzwaan |
|
Blauwe reiger |
Kokmeeuw |
|
Boerenzwaluw |
Krombekstrandloper 2 |
|
Bontbekplevier 10-tallen |
Lepelaar 23 |
|
Bonte strandloper enkele |
Meerkoet |
|
Bosruiter 2 |
Nijlgans 14 |
|
Brandgans 10-tallen |
Oeverloper 6 |
|
Bruine kiekendief, vooral jongen |
Oeverzwaluw |
|
Buizerd |
Putter |
|
Fuut |
Reuzenstern 2 |
|
Gele kwikstaart |
Slobeend |
|
Gierzwaluw |
Spreeuw |
|
Graspieper |
Stormmeeuw |
|
Grauwe franjepoot 2 |
Strandplevier 1 |
|
Grauwe gans |
Temmincks strandloper 1 |
|
Grauwe kiekendief 1 |
Torenvalk |
|
Groenpootruiter 3 |
Tureluur |
|
Grote mantelmeeuw |
Turkse tortel 2 |
|
Grutto 1 |
Watersnip 10-tallen |
|
Houtduif |
Wilde eend |
|
Huiszwaluw |
Wintertaling |
|
Indische gans 4 |
Witgatje 3 |
|
Kauw |
Witte kwikstaart |
|
Kemphaan >100 |
Zilvermeeuw |
|
Kievit 100-en |
Zwarte kraai |
|
Kleine mantelmeeuw |
Zwarte stern 2 |
|
Totaal: 56 soorten |

Insectenwerkgroep KNNV-afd. Veendam e.o.
ACTIVITEITEN:
wo 9 november Determinatie materiaal Bunnerveen Tijd: 19.00 - 22.00 uur
wo 30 november Determinatie materiaal Bunnerveen Tijd: 19.00 - 22.00 uur
vr 13 januari Vangnetten maken Tijd: 19.00 - 22.00 uur
di 31 januari Insectenfilm Tijd: 20.00 - 22.00 uur
Voor alle activiteiten geldt: informatie en opgeven bij Chris tel. 0599 326465
Binoculair nodig?
Via afdeling Hoorn van de KNNV kunnen we heel aardige optiek voor weinig geld aanschaffen. Voor € 125 is een binoculair te koop met de vergrotingen 20x en 40x. Er is een ingebouwde boven- en onderverlichting. Laat het Chris weten als je belangstelling hebt of regel het zelf.
Chris van Houdt
october 2005
EXCURSIEVERSLAGEN
Lauwersmeer, 11 september 2005
Op deze rustige zondag waren slechts 8 deelnemers vertrokken naar het Lauwersmeer. Zoals zo vaak hadden de thuisblijvers ongelijk. De excursie werd gestart in Lauwersoog omdat het later op de dag daar druk wordt met dagjesmensen. De excursieleider had ons Zeearend en Reuzenstern in het vooruitzicht gesteld en mogelijk een Porseleinhoen.
In de haven en buitengaats was weinig spectaculairs te zien. Behalve enkele Grote mantelmeeuwen (die zijn echt heel groot als ze langs komen vliegen), eidereenden, tureluurs en een enkele juveniele Visdief was het leeg. De volgende stop was bij het Nieuwe Robbengat. Hier zagen we enkele Lepelaars, veel Smienten en pijlstaarten , en een enkele Dodaars. Op weg naar het Oude Robbengat zagen we 2 vrouwtjes Bruine Kiek.In het Oude Robbengat liep een Grote Zilverreiger die zich goed liet waarnemen en ook nog een stukje vloog,speciaal voor de liefhebbers.
Toen we bij de Vlinderbalg kwamen ontmoetten we een vogelaar die ½ uur daarvoor 2 Zeearenden had gezien.Dat overkomt me toch regelmatig met vogelen dat het bijzondere net voorbij is en door anderen is gezien.
Aangezien dit de plek was waar we vorige keer op aanwijzing van Mister Lauwersmeer, Oane Tol, een Zeearend hadden gezien besloten we te wachten.
Iedereen had zich goed geïnstalleerd en was gespitst op elke beweging op de slikplaat.
Harry komt de eer toe dat hij als eerste een juveniele Zeearend zag. De vogel was duidelijk in beeld en vloog rustig van Noord naar Zuid door ons aller beeld. Plots versnelde hij en waarschijnlijk heeft een eend dat niet overleefd (het riet benam het zicht op de laatste actie).
Iedereen was opgetogen en ook bereid om langer te blijven op deze plek om mogelijk nog meer te zien. Ons geduld werd maar enkele minuten op de proef gesteld, want daar kwam een tweede exemplaar aanvliegen gespot door Marjan. Uiteindelijk gingen de beide Zeearenden ver weg in een boom zitten; later vloog er daaruit een weg. Enkele minuten later vloog een Reuzenstern boven de Vlinderbalg en ging recht voor onze neus vissen.
Opgetogen waren we en toen enige tijd later Oane c.s. ons vroeg of we wat hadden gezien, waren we in dezelfde positie als de vogelaar die ons een half uur daarvoor had gemeld dat hij 2 Zeearenden had gezien.
De dag kon niet meer stuk. Vanuit de hut Jaap Deensgat werden nog enkele leuke waarnemingen gedaan zoals Zilverreiger, 2 Reuzensterns waarvan een juveniel, Zwarte ruiter, Slechtvalk, meerdere Bruine Kieken, Grauwe ganzen, Brandganzen en veel Lepelaars. Marjan dacht 121 maar ik hou het op 122. In het Roodkeel-
plasje zagen we niet het Porseleinhoen waarop we hoopten, maar wel enkele Zwarte Ruiters.
Tevreden namen we afscheid van elkaar.
Enkelen besloten de tocht naar Ezumakeeg te maken. Daar hebben zij nog een Gestreepte Strandloper gezien. Deze vogel broedt in Noord-Amerika en NO-Siberië en was dus behoorlijk ver van huis.
Wim Zolf

met een ontzettend rode snavel
Wie wil botaniseren in Savognin (Graubünden, Zwitserland)?
Dick M. Pegtel
Vooral de flora van de Alpen is uitbundig. Die uitbundigheid is het resultaat van een grote variatie in geologische gesteldheid, expositie, hoogte en klimaat. Het aantrekkelijke is dat op relatief korte afstanden een veelheid aan landschapstypen kunnen worden verkend. Loof- en naaldbossen, allerlei typen (gemaaide), natte en droge graslanden, zure hoogveentjes enz. Met openbaar vervoer en wandelend kan op uitgebreide schaal worden gebotaniseerd. In een termijn van 14 dagen kunnen wel 500 plantensoorten ontdekt worden. De meeste soorten komen vanzelfsprekend niet in Nederland voor.
Avontuurlijke voettochten in de Alpen kunnen op 2 manieren worden onder-nomen: trektochten van dorp naar dorp en rondwandelingen vanuit 1 of 2 vaste standplaatsen. De landschappen in Oost-Zwitserland lenen zich vooral voor rondwandelingen vanuit 1 vaste standplaats. Elke dag wordt gekozen wat er ondernomen zal worden: een korte of lange tocht, een lichte of een zwaardere. De meeste tochten zijn relatief zwaar vanwege het stijgen en dalen (soms klimmen over rots of steenslag). Een goede conditie en loopvaardigheid zijn daarom vereist: dus veelal twee voetjes.
Sinds mijn studententijd breng ik vaak mijn vakanties in de Alpen door. Vooral in Oost-Zwitserland en wel in het grootste kanton Graubünden. Ik maak daarbij gebruik van een groot goed uitgerust appartement in het autentieke dorp Savognin, gelegen op ongeveer 45 km ten zuiden van Chur (1206 m.). Het inwoneraantal is globaal 1000. De werkgelegenheid wordt vooral gevonden in de veehouderij en dienstverlening (waaronder toerisme). Op de zuidwest helling van Piz Martegnas wordt op uitgebreide schaal geskied. In het fossiele U-vormige gletsjerdal stroomt de Julia, een beekje dat behoort tot het stroomgebied van de (Achter)Rijn. Het transport door het dal is met postbus of particuliere auto's. Het op 20 minuten lager gelegen Tiefenkastel (700 m.) is ook bereikbaar met de smalspoortrein “Die kleine Rote.” Op het spoorstation van de Romeinse bisschopsplaats Chur is de Rätische Bahn verbonden met het normaalspoor van de SBB (Bazel, Zürich) en NS (Amsterdam, Utrecht, Arnhem).
Dit verhaaltje is de opmaat voor de vraag wie van de KNNV-afd. Groningen in de maand juli 2006 10 dagen voornamelijk botaniserend wil doorbrengen in Savognin. Het maximale aantal deelnemers is 8. Detaillering en nadere afspraken met de fitte deelnemers volgen na sluiting van de inschrijving.
Schatting van de kosten
Een retour 1e klas treinreis Amsterdam-Chur kost 220 €; een enkel Chur-Tiefenkastel 18 SFr. Een enkeltje met de postbus van Tiefenkastel naar Savognin kost 5 SFr. Prijzen onder voorbehoud.
Wordt per auto gereisd dan zijn de peage-autowegen in Frankrijk via Luxemburg, Straatsburg, Colmar en Mulhouse, Bazel, Zürich, Chur een optie. Het autobaan vignet in Zwitserland kost 45 SFr (30 €).
De verblijfkosten in het van vele gemakken voorziene appartement bedragen 15 SFr per dag per persoon; voor eten en drinken moet op ongeveer eenzelfde bedrag gerekend worden. Transport per postbus door het dal is gratis; per kabelbaan om snel hogerop te komen (Somtgant 2100 m) is prijzig (per rit 18 SFr). 1 SFr is gelijk aan 2/3 €.
Per tourbeurt verzorgen duo's het inwendige van de deelnemers. Iedere avond kan gedetermineerd worden. Diverse exemplaren van de zeer fraaie, omvangrijke (3300 soorten) Zwitserse Flora (Duitstalig) zijn beschikbaar.
Opgave
Wie in juli 2006 goede bergschoenen wil aantrekken, fit is en botaniseren een uitdaging vindt, meldt zich bij:
Dick M. Pegtel, Viaductweg 15, 9751 HN Haren Gn.
T 050 406 21 14; E dmpegtel@tiscali.nl
Mogelijke deelname volgt in volgorde van binnenkomst.
Deze aanbieding sluit op 15 december 2005.

EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN
CONDITIES
Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen
Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt@wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj@inter.nl.net Opgave met vermelding wel of niet eigen vervoer (tenzij anders vermeld) graag minimaal drie dagen van te voren. Deelnemers ZONDER eigen vervoer moeten zich zo-wie-zo tijdig aanmelden. Indien u tijdens de excursie met iemand meerijdt, is het gebruikelijk dat aan de bestuurder een vergoeding wordt betaald voor de kosten die hij/zij maakt. Als richtlijn geldt een bedrag van 8 eurocent per km per passagier.
De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden, die zich aangemeld hebben, worden dan geïnformeerd
PROGRAMMA
Zaterdag 22 oktober Werkmiddag Wapserveen
Om 12.15 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein voor een werkmiddag in het Wapserveen o.l.v. Andre Donker om daar vliegdennen etc. te verwijderen uit de heide. We kennen het gebied nu van enkele amfibie en slangenexcursies. Vanaf Doldersum nemen we de weg richting Diever. Deze Dieverseweg gaat over in de Dolderseweg. Op de hoek waar de zandweg kruist met een landweg is het beginpunt. Handzagen en takkenscharen voorzover u die heeft meenemen.
Zondag 6 november Vogelen in de Breebaartpolder
Wim Zolf vertrekt om 10 uur vanaf de parkeerplaats ten noorden van de Reidehoeve (http://www.groningerlandschap.nl) voor een vogelexcursie. Afhankelijk van het weer en de aanwezige vogels trekken we mogelijk in de loop van de dag door richting Nieuw Statenzijl.
Stevige schoenen / laarzen worden aanbevolen. Eten en drinken meenemen. Vertrek: 9.00 uur vanaf de parkeerplaats van het voormalige IKEA-gebouw. Verwachting terugkomst in Groningen tegen 17.00 uur.
26 November Landschapswandeling Norg
Vanuit de inmiddels bijna traditie geworden winterplanning bieden we ook nu weer twee landschapswandelingen. Voor de eerste is gekozen voor het gebied tussen Norg en Veenhuizen. Een bijzonder cultuurlandschap met veel verschillende biotopen en levende historie. Beginnend in het oude esdorp Norg wandelen we via het botanisch interessante Norgerholt naar Westervelde en het Tonckensbosch. De strafkolonie Veenhuizen met zijn bijzondere kerk passeren we op weg naar de Tempelstukken, een bijzonder rivierdallandschap waar waterdichte schoenen noodzakelijk zijn. De totale wandeling is 18,5 kilometer, met afkortingen zijn er nog keuzen om sneller terug te keren.
Vertrek: 10.00 uur Overwinningsplein
Opgave: Kees Boele (bij voorkeur per mail keesboele@tiscali.nl, anders telefoon 050-5370110)
Zondag 11 december Mossenexcursie
Ben van Zanten leidt ons rond in de Appelbergen tijdens een ochtend-excursie en verteld ons over de verschillende soorten mossen die daar voorkomen.
We vertrekken om
10.00 uur vanaf het
Paviljoen Appelbergen,
Hoge Hereweg 33,
Glimmen
midden in het bos.
Stevige schoenen dan wel laarzen worden aanbevolen.
afbeelding overgenomen uit Veldgids Mossen, Klaas van Dort, KNNV Uitgeverij
Zondag 8 januari Snertwandeling
De traditionele snertwandeling vindt dit keer plaats in de buurt van Oude Molen. We vertrekken om 10.00 uur vanaf het Overwinningsplein en om 10.30 uur vanaf het cafe De Fazant in Oude Molen. Tegen half een schuiven aan de snert in de Fazant. Graag tijdige opgave.
Zondag 5 februari Vogelen in het Lauwersmeer
Om 8.10 uur vertrekken we vanaf het voormalige busstation aan de Bedumerweg om om 8.30 uur onze excursieleider Dirk Blok op te pikken in Winsum tegenover het zwembad. Afhankelijk van weer en water bezoeken we mogelijk ook de Westpolder. Eten en drinken meenemen. Tegen het einde van de dag gaan we terug naar Groningen.
Zaterdag 19 februari Winterwandeling Ruiten Aa
Het moest volgens planning een Groninger wandeling worden, maar de wind kan gemeen koud zijn en wat doe je dan op de uitgestrekte weidsheid van het vlakke Groninger boeren klei-gebied? Westerwolde in de uiterste zuidoosthoek biedt uitkomst met haar bossen. Wel een beetje ver weg, maar het loont de moeite. Een kleinschalig landschap, vol afwisseling met oud cultuurland, met boerderijen omringd door oeroude eiken en veel 'nieuwe natuur'. Smalle weggetjes slingeren van dorp naar dorp. Hier stroomt de Ruien Aa, die zijn oorspronkelijke kronkelende loop weer volgt, de heide(n?)velden bij Ter Borg zijn en de schrale graslanden van de Vennekampen. Dit alles maakt het wandelen daar extra aantrekkelijk. Leiding excursie: Willem Stouthamer.
Vertrek: 9.00 uur vanaf de parkeerplaats van het voormalige IKEA-gebouw (achter het benzinestation). Lunch meenemen. Verwachte terugkomst 17.00 uur.
WEBSITES
www.wildzoekers.nl
www.kwartelkoning.nl
www.trektellen.nl vogels
www.hornissenschutz.de hoornaars
www.vespa-crabo.de wespen
www.arachnology.be spinnen
www.knnv.nl/eindhoven/florwg.html planten
www.drentslandschap.nl/eropuit
www.nederlandsesoorten.nl
www.oup.com Oxford University Press (biology)