Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 2 2004

Afdeling GRONINGEN

 

De Padloper is een periodiek van de

 

 

         Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 18,  2004  nummer 2

 

 

De PADLOPER

Nummer 4 2003

 
 


BESTUUR

 

>   Voorzitter & Secretaris ad interim

Wim Zolf, Paul Krugerstraat xx AR Winschoten

X 0597 43xxx4 e-mail rjj_at_hetnet.nl

 

>    Penningmeester

Willem Stouthamer, Zoutstraat Groningen X 050 3xxxxxx

 

>   Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie

Brenda Bolt, Schaepmanlaan x Groningen

X 050 52xx e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl

 

>   Bestuurslid

Dick Pegtel, Viaduktstraat xx HN Haren X 050 406xxx4

 

 

 

WERKGROEPEN

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:    Erik Hoitink X 050 534xxx en Gerard Strabbing X 050 53xx6

 

 

PADLOPER

Redactie: Willem Stouthamer

Tekstcorrecties: Erna Kuiper

Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 sptember 2004

alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,

kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

of e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net

 

 

Contributie: lid € 23,50  D huisgenootlid € 10,--  D donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090 

tnv. KNNV  afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

 

 

Afbeelding voorkant: een Adder (Vipera berus)


Inhoud

Van de redactie

3

Van de bestuurstafel

4

Van de VogelWerkGroep

5

·       excursie Ennemaborgh, 13 maart

5

·       excursie Eemshaven-oost, 8 mei

7

·       excursie Bargerveen, 12 juni

8

Morielje in Haren

11

Voorjaarsweelde en Boommarter in Hasbruch

13

Groentjes in Sellingen

14

Excursieverslagen

15

·       Westerbroekmadepolder, 28 maart

15

·       Westerwolde, 24 april

16

·       Borkener Paradies, 15 mei

18

·       Wapserveld, 5 juni

21

Excursieprogramma

23

 

Van de redactie

 

U heeft weer een nieuw nummer van de Padloper in handen.

U kunt nog eens nagenieten bij het lezen van de vele excursieverslag, welke u heeft meegedaan.

Of uw interesse wordt gewekt om mee te gaan. De zomer is nog maar net (onstuimig) begonnen en het excursieprogramma is nog lang niet ten einde, dus . . . . . .

 


 

 

 


Van de bestuurstafel

 


Wij verwelkomen de nieuwe leden:

 

Jasper Schaaf

Bas van de Wetering (Libellenwerkgroep Stad en Ommelanden)

Mevr. L. Heslinga

 

en wij hopen dat zij spoedig aan de afdelings – en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.

 

De vorige penningmeester (Wiebe Postma) en de huidige bedanken de leden, welke een extra (soms forse) bijdrage hebben gedaan bij de betaling van hun contributie 2004.

Nog twee leden hebben niet betaald; hopelijk voelen zij zich bij deze aangesproken.

 

Wie wil de Webmaster worden van onze afdeling Groningen?

 

Als u een Email-adres heeft (en wij weten dat nog niet), stuur dan even een Email aan Brenda Bolt.

 


Van de VogelWerkGroep

Verslag excursies

 

ENNEMABORGH bij MIDWOLDE, zaterdag 13 maart

 

Deelnemers 15: Gerard, Guido, Be, Wim v.E., Wim Z., Albert Jan, Jan S, Marten, Giny, Betty, Date, Erik, Henk, Tineke, Geert Jan.

Weer: zwaar bewolkt, vrij zacht, matige zuidelijke wind.

 

Om 9.00 uur hebben zich 15 deelnemers verzameld op de parkeerplaats tegenover het landhuis. Met recht  kunnen we weer spreken van een flinke opkomst! Het gaat goed met de vogelwerkgroep.

De borg is omgeven door grasvelden met sneeuwklokjes en speenkruid. Tussen de handgevormde stenen van de borg zoekt een Boomkruiper naar insecten. Hij gedraagt zich eigenlijk als een echte Rotskruiper.

In de verte zweeft een wittige Buizerd, later op de ochtend op dezelfde plek  twee witte buizerds bij elkaar. Afkomstig uit één nest?

Het jonge deel van het Midwolder bos ziet er met zijn kaal geknaagde boomstammen nogal gehavend en troosteloos uit. De bast van veel bomen is toegetakeld door de vraatzucht van de kudde Konikpaarden. Een deel van het bomenbestand is al afgestorven.

De meeste vogels zien we in het zware geboomte rond de borg en in de oude beuken- en eikenlanen. Op gevallen zaden fourageren vele vinken en Koperwieken. Het is oppassen geblazen tijdens het lopen want overal liggen enorme paardenhopen. Op een paardenhoop vinden we een vossenkeutel met veren erin. Drie Grote lijsters zijn voortdurend aan het ratelen, maar zien krijgen we ze niet. Later horen we voor het eerst de verdragende zang van deze soort.

 

De uitgestrekte, voedselarme Pitrusvelden van de S.G.L. liggen er verlaten bij, geen vogel te ontdekken. Geert Jan komt wat later en ziet een groep van 5 Reeën. Heel aandachtig luisteren levert ons naast het roffelen van de Grote Bonte ook dat van de Kleine bonte specht op.

We merken dat we in de buurt geraken van water; de natuurplas. De eerste Aalscholvers zweven boven ons. Hier treffen we tal van vogelsoorten aan. In het riet en de wilgen zingen 3 Rietgorsmannetjes. Op het water zwemmen en duiken nog wintergasten als het Nonnetje, Wintertaling en Grote zaagbek. We hadden op de website gelezen dat ze er al enige tijd bivakkeerden: onverwachts vliegen er uit het riet 2 Grote zilverreigers omhoog. Aalscholvers, reigers en futen  zitten er ook in flinke aantallen, er zit vast veel vis!

 

In de borgtuin heerst dikke paniek onder vogels. Albert Jan ziet iets groots laag over de grond  vliegen en neerstrijken. Een Houtsnip? Met z’n tweeën gaan we er voorzichtig op af en plotseling komt er een Sperwerman omhoog. Hij zat er vast z’n prooi te verslinden. Sorry, voor de verstoring…Twee Muskuseenden zitten bij de sloot. Date kookte van de week toevallig wat eieren van deze soort, ze smaakten hem erg goed.

Een deel van de groep loopt naar het nabijgelegen Pannenkoekenrestaurant om de lege maag wat op te vullen. De pannenkoeken, met name de Americana en de Mexicaan smaken prima. Bij de erwtensoep wordt katenspek en het bekende roggebrood geserveerd, zoals het hoort.

 

Alleen al om dit uitstapje gaat de Vogelwerkgroep de volgende keer weer graag terug naar de Ennemaborgh. Onze frustatiesoort heette Tjiftjaf, toch niet gezien vandaag.

 

Dan volgt nu ons lijstje van de waargenomen vogelsoorten

(totaal aantal: 43):

 

Aalscholver     18 natuurplas

Merel

Blauwe Reiger – 4 natuurplas

Nijlgans - paartje

Boomklever    -  roepend

Nonnetje – 4 man 4 vrouw natuurplas

Boomkruiper  -  zang

Pimpelmees - zang

Buizerd - 4

Putter – ca  40 op akker

Fazant

Rietgors – 3 zingend natuurplas

Graspieper

Roodborst - zang

Grote Bonte specht - roffelend

Sijs – 10-tallen

Grote lijster – 3 roepend later zang

Sperwer – 1 man met prooi

Grote Zaagbek – 2 man 1 vrouw natuurplas

Spreeuw - zang

Grote Zilverreiger – 2 natuurplas

Staartmees - groepjes

Heggenmus    1 zang

Stormmeeuw

Houtduif

Veldleeuwerik – 1 zang

Kauw

Vink – algemeen zang

Kievit - overvliegend

Vlaamse gaai

Kleine Bonte Specht – 1 roffelend

Wilde eend

Kokmeeuw

Winterkoning - zang

Koolmees - zang

Wintertaling – circa 20 natuurplas

Koperwiek – 10-tallen

Zanglijster - zang

Kramsvogel - 2

Zilvermeeuw

Kuifeend – 11 natuurplas

Zwarte Kraai - 16

Meerkoet

 

 

 

Molshopen - vele

Ree           – max. 5

Vos           – Albert Jan ‘ruikt Vos’,

                  op meerdere plaatsen uitwerpselen gevonden.

 

Guido Meeuwissen.

EEMSHAVEN-Oost, zaterdag 8 mei

 

Deelnemers: Henk, Wim Z. Tineke, Betty, Gerard, Be, Jannie, Guido.

 

Weer: slecht vogeltrekweer door de matige Noordenwind, verder droog en af en toe zonnig.

 

Op de parkeerplaats bij Rederij Kamstra vindt Wim een aantal St. Jacobsvlindertjes. In de singel een zingende Braamsluiper en vanuit de auto zien we een groep van 22 Bergeenden. Boven op de zeedijk vlakbij de Eemscentrale hebben we een prima uitzicht op de wad- en landkant. Slechts enkele Boerenzwaluwen trekken tegen de wind in van links naar rechts over de dijk naar het Noordoosten. Vaak houden zwaluwen ervan lekker tegen de wind in door te trekken. Vandaag niet. Ook enkele Gele kwikken trekken roepend langs ons heen.

Be en Guido hebben telescopen bij zich zodat naar hartelust het wad bij de wateruitlaat kan worden afgezocht. We stellen de statieven in op Jannie/Betty/Tineke-hoogte. Na het inzoomen zien we de Zilverplevier, Kanoetstrandloper in zomerkleed, Kluten, Bontbekplevier en Groenpootruiters. De Zilverplevier is in winterkleed en altijd wat grijzer dan de Goudplevier. Zijn weemoedige roep is geregeld goed te horen. Na verloop van tijd zijn we flink afgekoeld, zodat we het terrein gaan verkennen om weer warm te worden. We belopen de bekende route over de kades langs de zgn. bakken. Er wordt nog volop gezongen door vogels die pas gearriveerd zijn: Rietzanger, Kleine Karekiet, maar ook de Rietgors, Sprinkhaanzanger, Grasmus, Fitis en Tjiftjaf. Boven ons hoofd trekken de Noordse Sterns r op weg naar zee  om een visje te verschalken. De baltsende roep van de Noordse stern klinkt haast Kruisbekachtig: Kep, Kep. Na verloop van tijd hebben we het verschil in het vliegbeeld tussen Visdief en Noordse stern toch wel onder de knie.

Be ontdekt het mannetje van het Slechtvalkenpaar op zijn platje aan de schoorsteen. Het wijfje broedt of heeft jongen. Zo te zien hebben ze eindelijk rust, want ze hebben het de afgelopen tijd geregeld aan de stok gehad met een Valkeniers-giervalk. Deze hybride Giervalk wordt tegenwoordig vaak gezien bij de Centrale.

Alles wat we wensen komt in beeld. Tineke wil graag Baardmannetjes en deze zien we nu -ook in de lente- bij de vleet. Zelfs een paartje met voer voor de jongen. Ik hoor de Buidelmees piep-hoog roepen en een Bruine kiekenman vliegt met nestmateriaal naar zijn nest.

 

Betty en Tineke zouden zo graag een Roerdomp en ja hoor. Betty ontdekte de vogel zelf en roept opgewonden: ‘wat is dat!’. Omhoog schroevend komt de prachtige vogel langzaam in beeld en kunnen we de Roerdomp goed in ons opnemen. De kop houdt hij diep ingetrokken, het is dikke en bruine reiger! Hij landt verderop in het riet. De gehele ochtend blijft hij roepen, soms in duet met de Koekoek. De Blauwborsten hebben al jongen of eieren, ze laten zich niet horen of zien, hoewel er minstens 10 paartjes broeden in de bakken.

Boven ons zwermen 10-tallen zwaluwen; Gierzwaluw, Huiszwaluw, Boerenzwaluw en Oeverzwaluw. De kleine bruintjes, de Oevers maken nog de meeste herrie. Op de plas krijgen we een Geoorde fuut in de kijker, ook vorig jaar hebben we deze soort hier gezien. Verder de bekende eenden: Slob-Kuif-Krak-Bergeend en Wilde eend. Behalve de Wintertaling zien we vanmiddag zelfs 4 Zomertalingmannetjes.

In de Klutenplas zitten inderdaad de Kluten en broedende Kokmeeuwen. Op zondag zijn hier zelfs 2 Steltkluten gesignaleerd. Voor ons een dag te laat, snik. Het is al laat en er is geen goed restaurant in de buurt voor de snert of gehaktballen. Einde excursie.

 

Onderweg naar huis komt ons bij Stedum een grote zwarte vogel in glijvlucht tegemoet. Ik zie hem van boven en Betty ziet hem aan de onderkant, zodat we er samen een Zwarte wouw van kunnen maken!

 

Soortenlijstje:

 

Baardman  >10, ook met voer

Kokmeeuw +

Bergeend 24

Krakeend enkele paren

Blauwe reiger  bij wateruitlaat

Kuifeend +

Boerenzwaluw +

Nijlgans 1 paar

Bontbekplevier op het wad

Oeverloper 1

Braamsluiper 1 z

Rietgors +

Bruine kiekendief  meerdere, man met tak

Rietzanger  in de bakken

Buidelmees 1 roepend

Roerdomp >1

Buizerd 1

Scholekster +

Dodaars  +

Slechtvalk man bij nest

Ekster +

Slobeend 4

Fitis +

Sprinkhaanzanger >3 zingend

Fuut  +

Stormmeeuw +

Geoorde fuut 1 op de plas

Tapuit vrouwtje

Gierzwaluw +

Tjiftjaf  +

Goudplevier 30 overvliegend

Torenvalk 2

Grasmus enkele zingend

Tureluur  op het wad

Grauwe gans 20 overvliegend

Veldleeuwerik 1 z.

Groenpootruiter 3

Visdief +

Grote mantelmeeuw 1

Watersnip 2

Grutto 1 op het wad

Wilde eend +

Holenduif 2

Winterkoning +

Houtduif +

Wintertaling  6

Kanoet  in zomerkleed

Zilvermeeuw +

Kievit 3

Zilverplevier op het wad

Kleine karekiet 4 zingend

Zomertaling 4 mannetjes op de plassen

Kneu +

Zwarte kraai 2

 

Guido Meeuwissen

 

 

BARGERVEEN, zaterdag 12 juni

 

Weer: half tot zwaar bewolkt, matige Westenwind, later regenbuien, vrij zacht.

Deelnemers 7: Jan S., Marten, Gerard, Tineke, Be, Geert Jan, Guido.

Via de ringweg rond Emmen leidt eerste automobilist Geert Jan ons feilloos door Klazienaveen en Zwarteveen naar de parkeerplaats bij het Meerstalblok. Het is er doodstil en we worden verwelkomd met de zang van Zomertortel, Geelgors, Zwartkop en Grasmus. Op het infopaneel lezen we dat er 100 broedvogels voorkomen in het Bargerveen. Leuke uitdaging, ben benieuwd wat we vandaag zullen tegenkomen. We gaan de gele wandelroute van 6 km volgen. Voor ons is dat lang genoeg. De gammele hut van S.B.B. aan het voedselarme vennetje is lek en uitgewoond. Een eenzame Meerkoet is de enige bewoner op de plas.

We lopen langs de vennetjes met levend veenmos en raken direct in stemming. Heel apart sfeertje in dit veengebied! De Groene kikkers kwaken in koor. In de bomen langs het pad zitten erg veel zangertjes, die zo laat in het voorjaar nog steeds hun liedjes laten horen. De meest talrijke zanger in het veen is naar ons idee de Boompieper, die we overal zingend tegenkomen. Tijdens de baltsvlucht soms dalend als een parachuutje. Be noemt hem ‘de kanarie met versterker’. Leuk bedacht.

Op de vroegere schapenlandjes ziet Marten de Welriekende Nachtorchis staan die tussen het gras verscholen gaat. Zelfs vóórdat hij het infopaneeltje over deze orchidee gelezen had! We worden wel eens moe van al die bordjes en paneeltjes in de vrije natuur. Volgens Geert Jan staat er ergens één eik met daarnaast het bordje Eik. Tevens aanwezig in de graslandjes, Walstro, Tormentil, Veenpluis, Echte koekoeksbloem, Eikvaren en bij de vroegere boomgaard Peterselievlier. De grote plakken Zonnedauw langs de wijk zijn nu nergens meer te bekennen. Waarom de Zonnedauw is verdwenen snappen we niet.

Op het gemaaide pad door de heide fourageren Koekoeken. Zo dichtbij krijgen we ze nooit in de kijker. Er zijn er wel vijf verspreid in het gebied. Eindelijk komen we bij de ideale biotoop van de Grauwe Klauwier, weilandjes met koeien, verspreide bomen, doornstruiken en dood hout. Marten had al geoefend met klauwieren in Griekenland, waardoor hij ons als eerste op een mannetje Grauwe Klauwier kan wijzen. De bonte kleuren zijn in de felle zon prima te zien als de vogel op een omgezaagde berk op de uitkijk zit. De klauwieren blijken in het veen bij voorkeur te zitten op de dode takken van omgezaagde bomen. Zo zie je maar weer…

Langs het pad staat de 2de Welriekende nachtorchis, Jan gaat door de knieën, want hij vraagt zich af of de plant inderdaad welriekend is. Nee dus. Marten zag in Griekenland veel ‘niet kloppende’ soorten. Zo zag hij een ‘niet kloppende’ Buizerd. De vraag is natuurlijk; wat er klopte er niet, de vogelgids, de vogel of misschien de waarnemer? Heel moeilijk, lijkt me, als je er alleen voor staat.

In het Bargerveen klopt het allemaal wel. Zo zien we bijna alle soorten, die we op ons verlanglijstje hebben staan.

 

In het vennetje zit een paartje Geoorde Fuut, de Wintertaling, Zomertaling, Kuifeend en Pijlstaart. In een rommelig terrein met veel liggend hout stuiten we op een paartje Grauwe klauwieren. Het mannetje roept, iedereen kan op zijn gemak deze prachtige vogels bewonderen. De Grauwe Klauwier begint de laatste jaren weer toe te nemen in Drenthe, ze worden dit jaar overal gesignaleerd. In Groningen gaat het niet zo hard.

 

Aangeland bij het Amsterdamse Veld zien we de regenwolken dreigend op ons afkomen. Tot Tineke’s schrik klinkt in de verte gerommel. Voordat de eerste regenspetters gaan vallen bekijken we een Boomvalk die felle duikvluchten maakt. Vanaf de uitkijkbult volgen we een vrouwtje Bruine Kiekendief, langs het pad staat Ogentroost. Zwaluwen bij de vleet, ze verzamelen nestmateriaal langs de modderige oevers. Het Paapje blijkt toch een wijfje Roodborsttapuit te zijn. Ze lijken zo sterk op elkaar, die twee soorten. Maar het Paapje is op de kop bijna zwartbruin met een witte wenkbrauwstreep. En dat zien we niet bij dit wijfje. Tijdens dit gepuzzel horen de anderen een tweede Wielewaal roepen in de eikenbosjes.

 

In het bos hangt een sterke kadaverlucht, maar er liggen geen dooien. Het is de typische lucht van de tientallen stinkzwammen. Tot onze grote verrassing zijn ze er weer! Een groep van 10 Kruisbekken trekt over ons heen. De laatste dagen worden de Kruisbekken overal gemeld in het land. Er schijnt weer een invasie vanuit het noorden aan te komen. Als de Kruisbekken in de zomer erg vroeg verschijnen, volgt vaak een flinke invasie. Afwachten maar…Vlakbij de parkeerplaats regenen we nog kletsnat. We zijn wel in onze nopjes met de bijzondere soorten, die we op deze regenachtige zaterdag in het veen hebben gezien.

 

Dan komt nu het soortenlijstje (totaal aantal: 65):

 

Aalscholver 1

Kneu  1 z

Bergeend  2 paar

Koekoek  5

Blauwborst  1 zingend mannetje

Kokmeeuw +

Boerenzwaluw  +

Koolmees: familie

Bonte vliegenvanger  1

Kruisbek  10 overtrekkend

Boomkruiper  1 z

Kuifeend  2 paar in ven

Boompieper  8 z

Meerkoet  1 in ven

Boomvalk  1 jagend

Merel  +

Bosrietzanger  1 z

Pijlstaart  1 paar

Bruine kiekendief  vrouwtje jagend

Rietgors  +

Buizerd  1

Roodborst  +

Dodaars  roepend

Roodborsttapuit  2 paar

Ekster 1

Spotvogel  1 z

Fazant: kraaiende haan

Spreeuw  veel jonge ex.

Fitis  2 z

Stormmeeuw  1

Geelgors  6 z.

Tjiftjaf  +

Gekraagde roodstaart  5 z + alarm.paartje

Torenvalk  1

Geoorde fuut:  paartje in het ven

Tuinfluiter  6 z

Gierzwaluw  +

Veldleeuwerik 3 z

Goudvink  paartje langs het pad

Vink   +

Grasmus  +

Vlaamse gaai  2

Graspieper  +

Wielewaal  2 z

Grauwe Klauwier  1 + 1 paartje

Wilde eend  +

Grauwe Vliegenvanger: familie

Winterkoning  3 z

Groenling 2

Wintertaling  +

Grote bonte specht  2

Witte kwikstaart: ook jongen

Grote lijster  4, incl. 2 z

Wulp  2 baltsend

Heggenmus  1 z

Zanglijster  3 z

Holenduif  2 koerend

Zomertaling  1 man

Houtduif  +

Zomertortel  2 z

Huiszwaluw

Zwarte kraai  +

Kauw  +

Zwartkop  4 z

Kievit  3

 

 

Guido Meeuwissen

 

 

 

Morielje in Haren

 

Op excursie in eigen tuin blijft een verrassende bezigheid. Nieuwe plantensoorten komen als groene surprises uit de grond, jaarlijks verandert de insectenpopulatie en naarmate de tuin zich verder ontwikkelt verschijnen steeds meer paddestoelensoorten.

 

Op 17 april werden we verrast door een prachtig exemplaar van de Morielje. Als een bruin-witte vinger keek het vruchtlichaam onder een pol Scilla non-scripta (Boshyacint) naar de zon. Een uitgebreide zoektocht in onze kleine voortuin leverde niets op. Waar deze Morielje vandaan komt blijft een raadsel. Meegekomen met dennenschors die vorig jaar over de tuin uitgestrooid is om uitdroging van de zandige toplaag te voorkomen? Of misschien reeds aanwezig bij de vorige eigenaren van deze tuin? Zeker is dat deze paddestoel door alle literatuur opgegeven wordt van duinen, grazige boomgaarden, kruidenrijke en vochtige loofhoutbestanden maar ook tuinen.

 

Morieljes zijn eetbare zwammen die behoren tot de grotere Ascomyceten. De meeste kans op Morieljes heeft men in de eerste weken van april wanneer de meer dan tien centimeter hoge vruchtlichamen tot wasdom komen. Op een witte steel prijkt een bruin geplooide kop. Hokjes, ruitjes en diepe dalen vergroten het oppervlak om maar zoveel mogelijk sporenvormende zakje een plaats te kunnen geven. Omdat de laatste weken van april droog waren hebben we met wat extra water geprobeerd zoveel mogelijk sporen te laten rijpen. En nu maar afwachten of we volgend jaar een maaltje morieljes uit onze tuin kunnen plukken.

 

Kees Boele

 

 

Literatuur:

De grote paddestoelengids, Ewald Gerhardt, uitgave Tirion

Paddestoelen, Georges Becker, uitgave R&B Lisse

Paddestoelen en schimmels van West-Europa, Roger Phillips, uitgave Spectrum

 


 

 

 

 

 



Voorjaarsweelde en Boommarter in het Hasbruch

 

Het Hasbruch, 18 kilometer oostelijk van Oldenburg, is voor veel KNNV-ers een bekend excursieterrein. Midden in een productiebos ligt nog een oude kern met o.a. een eiken-haagbeukenbos op lemige grond, een eiken-hulstbos op droge, zandige grond en langs de Brookbäke, een zijbeek van de Berne, een vogelkers-essenbos. Toeristen komen vooral voor de eeuwenoude eiken, als reusachtige bomen naar de hemel reikend of in innige omhelzing verkleefd met de bosbodem.

 

Op Tweede Paasdag hebben wij (Brenda, Stella en schrijver) ons bij deze horde gevoegd, vooral om te genieten van het jaarlijkse voorjaarsspektakel langs de kronkelende beek. Hoewel in de laatste jaren steeds meer paden afgesloten zijn lukt het nog steeds om redelijk dicht bij velden Slanke Sleutelbloem en Speenkruid te komen. Kennelijk waren we net op het goede moment om Schedegeelster, een kleine geelbloeiende lelie, op diverse plaatsen te zien bloeien. Van alle geelsterren in West-Europa kan deze het meeste vocht aan zijn wortels verdragen. Toch is het niet nodig om weg te zakken in de modder langs de beek, ook langs diverse bospaden komt Schedegeelster in redelijke aantallen voor. Muskuskruid en Verspreidbladig goudveil werden ook gevonden maar in beduidend kleinere aantallen. Voor verschillende zangvogels was het net te vroeg, Nachtegalen en Zwartkoptuinfluiters waren nog niet gearriveerd. De Grote gele kwikstaart was echter al volop in de stemming voor nestbouw. Baltsend met veertjes in de snavel bleven ze vragen om aandacht. Pogingen om in het drogere eikenbos ook de Zwarte specht weer eens te zien bleven echter zonder succes.

Maar de bekroning van de excursie kwam met de waarneming van een Boommarter. Automatisch eerst gedetermineerd als een bovenmaatse eekhoorn veranderde het, na even knipperen met de ogen, in een gracieus roofdier. Zonder enige moeite bezig met een uitstapje op zeker twintig meter boven de bosbodem en ademloos gevolgd door ons.

 

Als het lukt om het Hasbruch volgend jaar weer op de excursie agenda van KNNV Groningen te krijgen zal deze impressie gevolgd worden door een uitgebreidere ecologische schets van dit unieke natuurgebied.

 

Kees Boele

 

 

 

Groentjes in Sellingen

 

Blauwtjes en vuurvlinders zijn voor velen bekende dagvlinders. Bij deze familie (Lycaenidae) behoren echter ook de kleine pages, zo genoemd omdat ze net als de echte pages meer of minder grote uitstekende punten aan de achtervleugels hebben.

 

Op de KNNV excursie van 24 april zagen we even ten noorden van het bezoekerscentrum ‘De Noordmee’ minstens tien exemplaren van de meest opvallende van deze vlindertjes, het Groentje (Callophrys rubi). Opvallend vliegend aan de rand van een stuk natte heide waren de groen opflitsende ondervleugels niet te missen. Lastiger werd het als een vlinder met open vleugels ging zitten, de bruine bovenkant valt dan direct weg tegen de omringende omgeving. Net als alle blauwtjes is het een kleine vlinder, de voorvleugel is maximaal vijftien millimeter breed.

 

 

 

 

 

Mannetjes en vrouwtjes zijn gelijk. Misschien hierdoor is ons het groene voorhoofd met wit omrande oogjes ontgaan.

 

In Nederland heeft het Groentje meestal één generatie per jaar waarbij vlinders vanaf half april tot begin augustus gezien worden. Als waardplant voor de rups hebben ze niet een uitgesproken voorkeur. Dopheide, Struikheide maar ook Blauwe en Rode bosbes, Brem, Hulst, Wegedoorn en Rolklaver gaan als ‘koek’ naar binnen (zie o.a. Carter en Hargreaves, Thieme’s Rupsengids, 1987).

Als voorkomen geeft Wynhof e.a. (Dagvlinders van de Benelux, 1990) lokaal, soms wel in hoge aantallen, bij struwelen aan anden van heiden en schrale graslanden. Higgins en Riley (Elseviers Vlindergids, 1980) voegt daaraan toe dat de soort gewoon en zeer verbreid is door Europa en Noord-Afrika. In Nederland wordt het Groentje genoemd als algemeen verbreid op de zandgronden in bosachtige streken maar ontbrekend in de duinen.

 

Kees Boele

 

 

EXCURSIEVERSLAGEN

 

Westerbroekstermadepolder, 28 maart

 

Op een frisse ochtend in maart was er een grote opkomst voor deze excursie. Naast de 12 KNNV-ers waren ook nog een zelfde aantal leden/medewerkers van het Groninger Landschap aanwezig. Zij waren, naar later bleek, vooral geinteresseerd in het verhaal van de opzichter/excursieleider. Deze man was verantwoordelijk voor de herinrichting van de terreinen Westerbroekstermade-polder en Leinwijk.

Het terrein van de Westerbroekstermadepolder is het afgelopen jaar geheel op de schop gegaan en de vogelstand had daar behoorlijk van te lijden gehad. De leuke poeltjes voor de vogelhut in het gebied waren geheel omgeploegd zodat de waterral die er broedde en het porseleinhoen dat er in het verleden wel te zien was, nu geheel ontbraken.

Vlak bij de vogelhut is nu een watermolen geplaatst waarmee water in het gebied kan worden gepompt zodat een drassig milieu ontstaat. De excursie had voor een deel een technisch karakter. Zo kwam de vraag aan de orde hoeveel runderen je hier kunt laten grazen. Richt je daarbij het aantal op de zomer met veel voedsel of op de winter met weinig voedsel (evt. bijvoederen). Ondanks dat karakter werd er toch nog naar vogels gekeken, zo konden een Havik, een Tjiftjaf (voor sommigen de eerste), Dodaars, Wulp, Slobeend en Smienten worden waargenomen. Na dit bezoek werd koers gezet naar Leinwijk. Voor de leden van het Groninger Landschap reden om af te haken. Dit terrein aan het Zuidlaardermeer is recent ingericht en grenst aan een protserig bungalowpark. De inrichting is bijzonder aardig gedaan met ondiepten en leuke zandstandjes en een mooie brede rietkraag langs het meer. Een gebied dat zeker de moeite waard is om in andere seizoenen ook eens te bezoeken.

Na uitleg van de waterhuishouding in dit gebied vertrok onze begeleider zodat we als KNNV-ers weer onder elkaar waren. Hoewel het gebied heel open is en er regelmatig wandelaars (al of niet met hond) liepen werden toch enkele leuke waarnemingen gedaan zoals Krakeend, Grote zaagbek, Kleine plevier, Canada gans, Veldleeuwerik, Rietgors en als klap op de vuurpijl wees Dirk Blok ons op een paartje Zomertalingen (behoorlijk vroeg dus).

Al met al een aardige zondagmorgen met in totaal 46 soorten vogels.

Wim Zolf

Van veen naar zeeklei

een ecologische landschapsexcursie in Westerwolde

 

Onder een stralend voorjaarszonnetje ontving excursieleider Dick Pegtel op 24 april ruim vijftien deelnemers op het tuinterras van Bezoekerscentrum De Noordmee (Sellingen).

 

Onder het genot van koffie en taart, en onverstoorbaar door pratend als een Bonte Vliegenvanger weer eens om aandacht vroeg, wist Dick een beeld te schetsen van een landschap getekend door water. Veenstromen en woest Dollard overstromingen ontmoeten elkaar in bruisend geweld om vervolgens met harde hand het landschap te modelleren.

 

 

Doorsnede van het noordelijk zeekleigebied

 

a= kalkrijke klei (zavel); b= slempige kalkarme licht zavel; c= kalkarme klei; d= gelaagde kalkrijke wadafzettingen (slibhoudend zand en zavel); f= knipklei; g= veen en h= pleitoceen zand

 

 

Regulerend trad de mens op om vervolgens te beseffen dat een strak harnas toch wel erg knelt. Na de koffie kon de groep aanschouwen hoe een terugtrekkende beweging gemaakt wordt bij de Ruiten Aa en het oude landschap weer in volle glorie verschijnt. Bruinig veenwater, verzadigd van humusverbindingen, kronkelt weer ongetemd langs natuurlijke weiden en bosranden. Direct naast de Aa werd ons een pingo-ruïne uit de laatste IJstijd getoond. In deze Padloper worden de Groentjes, die ons verontwaardigd in hun territorium moesten dulden, in een aparte notitie beschreven. Vermeldenswaardig was verder de rijke bloei van Lavendelheide, nog redelijk algemeen voorkomend in Westerwolde. Teruglopend naar de auto’s passeerden diverse voorjaars annuellen de revue. Zandraket, Veldereprijs en Klein Tasjeskruid zorgen voor een floristische verfrissing van ons groene geheugen. Voor literaire geesten had de excursieleider nog een ontmoeting met de ontwerper van het Natuurtheater in petto. Gepland of niet, de toelichting van Adriaan Morrien bij de gedichten, waarvan de laatste net geplaatst werd, zorgde voor een bijzondere noot bij deze excursie.

 

Bij Veele werd vervolgens een stukje van de Oude Loop gevolgd. IJzer- en calciumrijk kwelwater stroomt hier door een stukje Ruiten Aa. Herkenbaar aan o.a. Holpijp maar ook aan het prachtige Dotterbloemen weiland.

 

Geheel anders was het landschap tussen Vriescheloo en Bellingwedde. Het strijdtoneel van zoet en zout is hier nog steeds te herkennen. Diverse Dollard doorbraken hebben het veen tussen 1277 en 1509 weggeslagen en klei op het zandpakket achtergelaten. De Westerwoldse Aa is hier geen klein, kronkelend beekje meer maar een brede stroom ingericht op snelle afwatering.

 

Een passende afsluiting werd gevonden in Oudeschans. Op de oude Dollarddijk en langs een oude handelsroute van Groningen naar Emden werd hier in 1593 de Bellingwolder Schans aangelegd. Feitelijk de finale van de omsingeling van het Spaanse Groningen door het Staatse leger. Tot 1870 heeft deze versterking een militaire functie gehad maar nu is het een oord van kunstenaars en toeristen. Metselbijen, een fraai Goudwespje en Knikkende Vogelmelk sieren nu het groene dorpsplein.

 

Zoals de excursieleider het in zijn eigen kenmerkende stijl zo fraai wist te verwoorden: het was een tocht zonder ‘postzegels’ verzamelen maar gericht op het landschap in haar ecologisch-historische context.

 

Kees Boele

 

 

 

 

 

 

 


Borkener Paradies, 15 mei

 

Deelnemers 13

Brenda, Harry, Trijntje, Ine, Kees, Stella, Pia, Jantien, Siny, Jannie, Joke, Guido, Fons

Weer: droog, half bewolkt, westenwind

 

Met vier auto’s, en een stevige afvaardiging van IVN Groningen, vertrekken we richting Duitsland. Enig probleem is dat de excursieleider en excursiecommissie al geruime tijd niet meer het kompas gericht hadden op dit unieke reservaat in een bocht van de Ems. Verzamelen bij de kerk van Versen lijkt de oplossing maar dit leidt tot vermakelijke taferelen voor de dorpelingen. Rondjes rijden door de verschillende wijken van dit gehucht en zoekend naar een kerk, die al lang geleden afgebroken blijkt te zijn. Toen er ook nog eens twee wegen naar het paradijs blijken te leiden is de verwarring compleet. Excursieleider en deelnemers raken elkaar volledig kwijt.

Het ‘Naturschutzgebiet’ heeft twee ingangen en U raadt het al: de groep van 10 deelnemers neemt traditiegetrouw de Versen-ingang. De groep van drie neemt de Holthausen-ingang. Stuurloos geworden besluiten de 10 deelnemers vervolgens maar een nieuwe leider - Kees - te kiezen en verder gehoor te geven aan de bijzondere oproep voor de ‘Lieve Nederlanders’ vooral op de paden te blijven.

Het Borkener Paradis is een uniek maar klein rivier reservaat van 30 ha waar zowel de geologische structuur als de vegetatie bewaard is gebleven. Ontstaan als smeltwaterstroom in de derde en vierde ijstijd  zoekt de Ems zijn weg door een breed, en door een dik pakket sediment opgevuld dal. Hoger op de oever kreeg de wind vat op de zandige deklaag en ontstonden rivierduinen. Door begrazing werden deze  duinen in later jaren niet overgroeid met eiken-berkenbos maar bleef de oorspronkelijke vegetatie in stand. Het gebied is een bosweide of in het Duits een Hudewald, dat het hele jaar wordt begraasd door paarden.

De PLANTEN:

Klein tasjeskruid, Zandmuur, Driekleurig viooltje, Knolboterbloem, Eenjarige hardbloem, Kleine leeuwentand, Veldereprijs, Zachte ooievaarsbek en Gewone reigersbek vormen op deze voorjaarsdag een kleurig tapijt van miniatuurtjes. Richting de Ems is nog steeds een rivierbegeleidend loofbos met Es, Wegedoorn en veel Sleedoorn aanwezig. Vogelmelk is vrijwel uitgebloeid maar Moerasmuur en Drienerfmuur beginnen net. Twee manshoge distels langs het pad worden eerst benoemd als wollige distel maar na uitgebreide discussie toch omgedoopt als kruldistel. Veel waarschijnlijker gezien het voorkomen van beide soorten. De wollige wordt echter ook in heemtuinen gekweekt en kan zodoende buiten het Estuarien district (Zeeland) verwilderen.

De VOGELS:

In de dikke Eiken van honderden jaren oud broeden talloze holenbroeders zoals spechten, Boomklevers en Gekraagde roodstaarten.

Al direct bij de noordelijke ingang zingt de Geelgors uitbundig en steekt een Grote bonte specht het weiland over. Op het prikkeldraad zit een mannetje Gele kwikstaart met felgele borst. Het verharde pad volgend horen we de eerste Nachtegalen zingen in dicht struweel. Nachtegalen zingen altijd in vochtig bos met dichte onderbegroeiing. Natuurlijke holen in dit eeuwenoude bos bieden nestgelegenheid aan vele holenbroeders. Overal klinkt dan ook het gezang van Gekraagde roodstaartmannetjes, Bonte vliegenvangers. Grote lijsters scharrelen in de duinen.

De Boompieper en Grasmus fladderen vanaf hun vaste zangpost de hoogte in. Dit is kenmerkend voor deze soorten. Als je de zang niet goed kent heb je in ieder geval een goed houvast bij de determinatie, want andere soorten, zoals de Tuinfluiter of Zwartkop vertonen die baltsvluchten niet. De Boompieper landt steeds op dezelfde tak van de dode boom. Een rood Edelhert sluipt over een paardenpaadje door de meidoorns als we op zoek zijn naar de plas (der Teich). We vergeten even het vermanend bordje ‘Lieve Nederlanders’ en volgen het paadje naar het water. Waarom hebben wij Nederlanders toch steeds de naam dat we buiten de paden lopen???

Als we op het gras aan de krentenbollen zijn, beginnen Fons en Guido te fantaseren over IJsvogels. Mijn ervaring met IJsvogels is: als je er maar lang genoeg over zeurt komen ze vanzelf tevoorschijn. Alle ingrediënten zijn aanwezig: rust, water, vis en overhangende dode takken. Sommige vogels moet je gewoon uit de lucht praten….

Fons ontdekt hem als eerste; zittend op een tak en duikend naar vis. Met zijn oranjebruine borst is hij zelfs moeilijk te vinden tussen de takken. Maar als de IJsvogel gaat jagen over de plas, doet hij bijna tropisch aan met zijn felle kleuren. De plas lijkt welhaast dichtgesneeuwd met de bloesem van de struiken.

 

Het bos uitlopend zien we dan ineens Brenda voorbijkomen en horen tegelijkertijd de Zwarte specht roepen. Lang niet gehoord, dat is wel even wennen, die roep. De Zwarte specht heeft altijd een aantal roepen achter elkaar en klinkt wat voller en zwaarder dan de Groene Specht.

Bij de ingang vinden we elkaar dan weer en opnieuw zien we de Zwarte Specht roepend van ons afvliegen. In de bocht meende Guido een dwaalgast ontdekt te hebben en stelt het voltallige gezelschap voor eens een kijkje te nemen.

Het is een Fitis met een sterk afwijkende zang. In het topje van de eik vangt de Fitis insecten en zet bij het zingen zijn kruin omhoog. Dit is kenmerkend voor de Grauwe Fitis, een Fitissoort uit Noord-Rusland, die al >22 keer werd waargenomen in Nederland. Hij schijnt zich uit te breiden in Westwaartse richting. Na lang getuur ontdekken we een zwarte oogstreep en een lichte wenkbrauwstreep. Niet de lichte vleugelstreep. Door de grote hoogte kunnen we met de kijkers niet de lengte van de wenkbrauwstreep bepalen en de kleine vleugelstreep vinden en dit is essentieel bij de determinatie.

De typische Witte kwikstaartroep kunnen we ook niet horen, mogelijk door alle drukte rond de boom. Voor een goede determinatie moeten we nog een paar uurtjes uit trekken, maar dat zit er niet. Er rest ons niets anders dan de onbekende zanger als een mogelijke Grauwe fitis op de lijst te zetten. Ik heb hem inmiddels op de Duitse vogelsite gezet, misschien vinden onze Duitse vogelaars hem wel. Wie weet.

Bij de andere ingang vliegt een paar Grote gele kwikstaarten met voer in de bek bij de brug over de stromende beek. Hun opvallende alarmroep hebben de meeste nog nooit gehoord. En dan nu:

 

Onze VOGELLIJST (totaal 50 soorten):

Boerenzwaluw

IJsvogel  1 ex. vissend in de plas

Bonte vliegenvanger  2

Koekoek  2

Boomkruiper  2

Koolmees

Boompieper    3 z.

Kuifeend

Buizerd  1

Meerkoet op nest in de plas

Fazant  3  hanen

Merel

Fitis

Nachtegaal  5 z.

Fuut

Nijlgans  1 paartje

Geelgors  2 z.

Oeverloper

Gekraagde roodstaart  6 z.

Pimpelmees  1 z.

Gele kwikstaart  1 mannetje

Ringmus  4

Gierzwaluw  ov.

Roodborst

Grasmus  5 z.

Spreeuw

Grauwe fitis mogelijk deze soort

Tjiftjaf

Grauwe gans  7 ov.

Tuinfluiter  3 z.

Groene specht

Vink  5 z.

Groenling

Waterhoen

Grote bonte specht 2

Wilde eend

Grote gele kwikstaart  paartje met voer

Winterkoning

Grote lijster >2

Witte kwikstaart

Havik  ov.

Zanglijster

Heggenmus

Zwarte kraai

Houtduif

Zwarte specht   1 roepend en gezien

Huiszwaluw

Zwartkop

 

De vlinderlijst is kort:

Kleine vuurvlinder

Oranjetip

Citroenvlinder

en diverse Spanners

 

Zoogdieren:

1 Edelhert

 

Guido Meeuwissen

Kees Boele


Wapserveld (reptielen), 5 juni

 

Soms weet je niet waarmee je een excursie verslag moet beginnen.

Ik kan u vertellen dat de bedoeling was deze excursie met 11 deelnemers te starten maar dat ondanks enige tijd wachten en het tekenen van pijlen op de grond we toch uiteindelijk maar 9 deelnemers hadden die het startpunt vonden.

 

    U heeft ongetwijfeld in de media het bericht gelezen of gezien dat de adders in Drente in aantal achteruit gaan.Ook dat had een begin kunnen zijn.        

 

Ik wil u echter beginnen te vertellen dat de meeste reptielen-excursies waaraan ik heb deelgenomen gekenmerkt werden door een deskundige excursieleider die het gebied goed kende en die vertelde wat er allemaal wel niet zat in dat gebied terwijl de excursie deelnemers na afloop niets van dat alles hadden gezien.Omdat reptielen zich nu eenmaal niet makkelijk laten zien in het open veld.

Deze excursie was echter het tegendeel, ondanks het frisse – en dus slechte- weer voor reptielen.

Het feit dat de deelnemers 2 Hazelwormen, 2 Ringslangetjes en 1 Adder hebben gezien heeft te maken met de inventarisatiemethode die onze excursieleider toepast in het Wapserveld.

 

 

Voor inventarisatie heeft hij 120 groene metalen platen in verschillende vegetatietypen in het Wapserveld neergelegd. Deze platen ‘vangen’ elke kleine hoeveelheid warmte .De reptielen (en ook mieren en Dwergmuizen) gaan onder deze platen zitten.

Dit heidegebied is ook om andere redenen interessant. Toen wij het niet toegankelijke deel maar net in waren zagen we een zwarte/donkere Ree en een zingend mannetje van de Gekraagde roodstaart. Onder de eerste plaat werd al meteen een mooie Hazelworm gevonden. Zoals gezegd volgden in de loop van de middag er nog meer. De twee ringslangetjes die gevonden werden vertoonden allebei afweergedrag.De eerste ging omgekeerd liggen met de bek wijd open , de tweede scheidde een stinkende vloeistof af. Het hoogtepunt was een Adder, die niet onder een plaat zat, maar door Siny in het veld werd ontdekt. Door de lage temperatuur was zij (het was een vrouwtje) niet erg snel, zodat onze excursieleider haar (met zijn handschoenen aan) kon vangen, zodat ieder deze dame goed kon bekijken.

Op de terugweg werden nog een Poelkikker, een Roodborsttapuit en een Kleine plevier met 4 pulli waargenomen.

Omdat iedereen nog niet naar huis wilde werd in de omgeving nog een kleine wandeling gemaakt waarbij nog enkele leuke waarnemingen werden gedaan o.a. een Grauwe klauwier.

Deze excursie moet zeker volgend jaar of over 2 jaar herhaald worden.

 

Wim Zolf

 

 

 

 

 

EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen

> Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net. Opgave tenzij anders vermeld graag minimaal drie dagen van te voren.

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd

 

Zondag 4 juli, Woudbloem –libellen-

U herinnert zich nog wel de inspirerende lezing van Herman de Heer over de Groene glazenmaker (zie de uitgebreide aankondiging in een vorige Padloper). Olv. André Hospers gaan we naar Woudbloem om de Groene Glazenmaker te ontdekken en andere soorten libellen te (leren) benoemen.

Vertrek vanaf het Overwinningsplein om 12.00 uur.Opgave Willem Stouthamer

 

Dinsdag 17 augustus, planteninventarisatie Euvelgunne

We vertrekken om 19.00 uur vanaf het vertrekpunt (30 à 40 meter ten zuidoosten van) de hoek van de Gothenburgweg en de Kielerbocht, dit is aan de noordwestkant van het gebied.

 

Zaterdag 21 augustus, Borkum

Olv. Willem Stouthamer vertrekken we vanaf cafetaria ‘De Wachtkamer’ (voormalig busstation) Bedumerweg, Groningen om 8.15 uur naar de Eemshaven; vertrek boot 9.15 uur. Retourboot 16.30 uur. Vorig jaar kostte de boot 13 euro. Opgave Willem Stouthamer

 

woensdag 25 augustus, Rottum

Deze excursie gaat door voor de leden die zich in januari hebben aangemeld bij Kees Boele.

 

Zondag 26 september, paddestoelenexcursie Bakkeveen

Roel Douwes neemt ons vanaf 9.00 uur mee vanaf het Overwinningsplein om paddestoelen te gaan kijken in het rijke gebied bij de Slotplaats. Het gebied staat bekend om zijn grote verscheidenheid aan paddestoelen. Ergens in de middag gaan we weer terug naar Groningen. Stevige schoenen / laarzen zijn aan te bevelen.

 

Vrijdag 15 oktober, lezing dierensporen

Deze gewestelijk georganiseerde lezing (Veendam en Groningen) wordt gegeven door Annemarie van Diepenbeek, schrijfster van het boek Veldgids Dierensporen van de uitgeverij van de KNNV.

Op de site www.knnvuitgeverij.nl kunt u er meer over lezen.

De lezing wordt gehouden in het Gorechthuis, Hortuslaan 1 in Haren