Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 3 2004


De Padloper is een periodiek van de

 

 

         Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 18,  2004  nummer 3

 

 

De PADLOPER

Nummer 4 2003

 
 


BESTUUR

 

>   Voorzitter & Secretaris ad interim

Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten

X 0597 434834 e-mail rjj_at_hetnet.nl

 

>    Penningmeester

Willem Stouthamer, Zoutstraat Groningen X 050 3xxxxx

 

>   Natuurhistorisch secretaris & excursiecommissie

Brenda Bolt, Schaepmanlaan Groningen

X 050 5xxxx e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl

 

>   Bestuurslid

Dick Pegtel, Viaduktstraat HN Haren X 050 406xxx

 

 

 

WERKGROEPEN

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:    Erik Hoitink X 050 5347844 en Gerard Strabbing X 050 53xxxxx

 

 

PADLOPER

Redactie: Willem Stouthamer

Tekstcorrecties: Erna Kuiper

Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 december 2004

alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een plaatje,

kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat TB Groningen

of e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net

 

 

Contributie: lid € 23,50  D huisgenootlid € 10,--  D donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090 

tnv. KNNV  afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

 

Afbeelding voorkant: voetafdruk van een Das (Meles meles)

Alle plaatjes van diersporen in deze uitgave zijn overgenomen uit de

KNNV veldgids DIERSPOREN door Annemarie van Diepenbeek


Inhoud

 

Van de redactie

3

Van de bestuurstafel

4

Van de VogelWerkGroep

5

·       excursie Schiermonnikoog, 11 september

5

Inktviszwam

11

Zanglijster

13

Rouwvliegen

14

Excursieverslagen

15

·       Libellen Woudbloem 4 juli

15

·       Borkum 21 augustus

16

·       Expeditie Rottum 25 augustus

18

Stille getuigen

21

Excursieprogramma

23

 

 

 

Van de redactie

Speciaal uw aandacht voor de lezing door de schrijfster Annemarie van Diepenbeek van het boek Diersporen. Het is bijzonder dat de excursiecommissie in samenwerking met de afdeling Veendam er in geslaagd is haar naar het Noorden te laten komen. Als u na haar lezing ‘Stille getuigen’ weer op pad gaat, dan bent u nog weer beter toegerust om de natuur te kunnen ‘lezen’ en te kunnen waarnemen. Laat deze kans niet voorbij gaan!

Ook bijzonder is het om deel te nemen aan een lang lint van fakkels langs de randen van de Waddenzee. En tenslotte kunt u weer uw ‘groene’ stem laten gelden bij de komende verkiezingen van het waterschap. Tot ziens op een van de komende lezingen en/of excursies.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Van de bestuurstafel

 


Eildert Kappen overleden

Op 11 september 2004 overleed ons huisgenoot lid Eildert Kappen op de hoge leeftijd van 90 jaar. Eildert was iemand die op latere leeftijd lid werd van de KNNV. Hij was eigenlijk meer een ‘tuinmens’ zo begreep ik uit de woorden van zijn kinderen op de afscheidsbijeenkomst in het crematorium. Hij nam samen met zijn vrouw Tineke deel aan algemene excursies en aan excursies van de vogelwerkgroep. Hij was een rustige man die op gezette tijden geestig uit de hoek kon komen .Wij wensen Tineke en de kinderen sterkte toe,

 

Namens het bestuur Wim Zolf

 

 

Wij verwelkomen de nieuwe leden:

 

G.J. Branger

M.P. Gerkema

Erwina Teunissen en Nico Bolle

 

en wij hopen dat zij spoedig aan de afdelings – en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.

 

Als u een Email-adres heeft (en wij weten dat nog niet), stuur dan even een Email aan Brenda Bolt.

 

Van de VogelWerkGroep

Verslag excursie naar Schiermonnikoog, 11 september 2004

Door Date Lutterop

 

Deelnemers: Wim van Eerden, Giny Kasemir, Date Lutterop, Gerard Strabbing, Marten Vierstra, Fons Vos en Wim Zolf

 

Voor het vierde opeenvolgende jaar organiseerde de vogelwerkgroep in september een excursie naar Schiermonnikoog. Albert Jan had zich afgemeld met een pijnlijke rug en Giny & Date hadden een zware (paardrij)avond en een korte nacht achter de rug. Dit had tot gevolg dat de vroege vogels de eerste boot aan zich voorbij hadden laten gaan en de zeven deelnemers om half tien aan boord van de ‘Rottum’ stapten. Tijdens de boottocht passeerde een groepje Rotganzen en enkele Boerenzwaluwen kruisten het pad van de echte zeezwaluwen, Grote Stern en Visdief.

 

Bij aankomst op het eiland was het net hoog water geweest en stond het water nog tegen de dijk. Op het wad aan weerszijden van de veerdam viel dan ook nog niets te halen voor de wadvogels. We besloten om met de bus naar het Strandhotel te gaan en vandaar langs en door het groene strand naar het oosten te lopen.

Hier werd al snel duidelijk dat we het vandaag niet van de vogels moesten hebben. Alleen een passerende Blauwe Kiekendief zorgde voor enige opwinding binnen de groep. Na met de telescoop een groep zeehonden op het rif bewonderd te hebben gingen de sluizen langdurig open. Gelukkig bleek dit achteraf ook de enige regenbui die we vandaag over ons heen zouden krijgen.

 

KNNV-ers laten zich niet gauw uit het veld slaan en al snel werd, bij gebrek aan vogels en mede door een ijverig soorten noterende Fons, het blikveld naar beneden gericht. Onze route gaf een mooi beeld van de successie die optreedt tijdens het ontstaan en de ontwikkeling van het groene strand. Aanvankelijk nog erg laag met enkel zoutminnende planten, maar langzaam hoger wordend en uiteindelijk met een heuse buitenrand van hogere duintjes. Alleen op Rottumerplaat vinden we in Nederland een vergelijkbare, op natuurlijke wijze ontstane slufter. Zonder al te veel moeite vonden we ook de krenten in een dergelijke pap: Blauwe zeedistel, Geelhartje, Knopbies, Parnassia, Rode ogentroost, Sierlijke vetmuur en verschillende Moeraswespenorchissen.

Hier ook zagen we de tweede dagvlindersoort voor vandaag. Nadat al meerdere Kleine koolwitjes voorbij waren gevlogen, vonden we nu een al erg afgevlogen Heivlinder. Hoewel de naam doet vermoeden dat het hier om een soort van heidevelden gaat, komt de Heivlinder voornamelijk in de duinen voor. Zou deze Rode Lijst soort hier net zo massaal voorkomen als op Rottumerplaat, waar in augustus de aantallen op kunnen lopen tot ver boven de duizend?

 

Inmiddels weer geheel opgedroogd door de aangewakkerde wind bereikten we Strandpaviljoen de Marlijn. Hier zwommen zowaar nog een aantal mensen in zee; achter de branding foerageerden diverse Grote Sterns, en op het strand zat een juveniel naast een van zijn ouders. Vrij bijzonder, omdat van de broedvogels van Griend dit jaar nagenoeg geen jongen zijn uitgevlogen.

In het paviljoen namen we even de tijd  voor het nuttigen van een hapje en een drankje. Ook belden we Albert Jan om hem gerust te stellen: aan vogels heeft hij tot dusverre niets gemist.

 

Na de bijtanksessie liepen we door de duinen en langs de kwelder naar de waddendijk. Nu het water inmiddels was gezakt kon hier de soortenlijst een beetje worden bijgespijkerd. Diverse soorten wadvogels, waaronder diverse Zilverplevieren, foerageerden nu op de wadplaten en in de geulen zwommen allerlei soorten eenden, waaronder Krakeend en Slobeend.

De boot van 18:30 uur bracht ons uiteindelijk na een welbestede dag terug naar het vasteland.

 

Hoewel één van de excursiegangers ons er vandaag diverse malen van heeft geprobeerd te overtuigen dat de natuur in Spanje toch vele malen mooier is dan hier in Nederland, denk ik te kunnen zeggen dat hij dan in elk geval geen gelijk heeft voor wat betreft onze waddeneilanden, en met name Schiermonnikoog. Daarbij vormt de Spaanse paella ook nog eens een regelrechte bedreiging voor veel van onze wadbewoners.

Dit en vele andere onderwerpen zullen zeker ter sprake komen tijdens de binnenkort te organiseren Bonte Avond van de vogelwerkgroep. Voor die tijd echter hopen we weer zoveel mogelijk mensen te kunnen verwelkomen bij de volgende excursie, op zaterdag 9 oktober naar het Noordlaarderbos.

 

Hieronder de lijst van waargenomen soorten:

 


soort

bijzonderheden

 

 

vogels

 

 

 

Aalscholver

 

Bergeend

 

Blauwe Kiekendief

1 vrouw groene strand

Blauwe Reiger

1 Banckspolder

Boerenzwaluw

10-tallen

Bontbekplevier

10-tallen

Bonte Strandloper

 

Buizerd

2

Drieteenstrandloper

5 noordzeestrand

Eider

 

Ekster

 

Fazant

 

Goudplevier

 

Graspieper

 

Groenpootruiter

 

Grote Stern

30 noordzeestrand

Holenduif

 

Houtduif

 

Kanoet

 

Kauw

 

Kievit

10-tallen Banckspolder

Kleine Mantelmeeuw

 

Kneu

 

Kokmeeuw

 

Krakeend

minstens 5 wad bij veerdam

Oeverloper

1 wad bij veerdam

Paapje

1 kwelder bij gotte ried

Rosse Grutto

 

Rotgans

6 over wad

Scholekster

 

Slobeend

 

Smient

 

Spreeuw

 

Steenloper

 

Stormmeeuw

 

Tapuit

 

Tureluur

 

Turkse Tortel

 

Visdief

 

Watersnip

 

Wilde Eend

 

Wintertaling

 

Witte Kwikstaart

 

Wulp

 

Zilvermeeuw

 

Zilverplevier

 

Zwarte Kraai

 

Zwarte Ruiter

 

 

 

overige waarn.

 

 

 

sprinkhanen

 

Knopsprietje

1 op groene strand

 

 

dagvlinders

 

 

 

Klein koolwitje

meerdere ex.

Heivlinder

1 op groene strand

 

 

zoogdieren

 

 

 

Haas

4

Konijn

1

Gewone zeehond

22

 

 

 

Naschrift: Als ik dit verhaaltje tik verneem ik dat Eildert Kappen, de echtgenoot van ons vogelwerkgroeplid Tineke Kappen, is overleden op de dag van onze excursie naar Schier. In het verleden was Eildert diverse keren aanwezig tijdens een excursie van de vogelwerkgroep, en hebben we hem leren kennen als een zeer aardige en humorvolle man. Zijn afnemende gezondheid weerhield hem de laatste jaren weliswaar van het meegaan met excursies, maar zijn smaakvolle bijdragen aan de productie van de appeltaarten voor onze jaarlijkse Bonte Avond zullen we niet vergeten. De vogelwerkgroep wenst de familie veel sterkte toe.


De Inktviszwam, een exotische paddestoel in Midden-Drenthe

 

Een mooie, luie zondagavond 19 juli 2004 en ineens Marchien en Anne Doedens, kennissen uit het dorp, aan de deur. Ze tipten ons over een vreemde paddestoel die ze gezien hadden. Op het schermpje van hun mobieltje kwam het fotootje tevoorschijn. In het klein was het exotisch beeld te zien van rode klauwen in het groene gras. Op onze vraag of het ding ook stonk en of er ergens houtsnippers lagen of gelegen hadden, volgde een positief antwoord. ‘Inktviszwam’ was de eerste gedachte. In 2001 was hij gesignaleerd in de buurt van Grolloo en had toen ruime publiciteit ontketend.

We beloofden de volgende dag te gaan kijken. De zondagavond werd besteed aan een internetspeurtocht naar de Inktviszwam en naar de Anthurus archeri, c.q Clathrus archeri. De laatste naam stond in de Paddestoelen-Encyclopedie van Gerrit J. Keizer (uitg. 1997 Lisse). De eerste gegevens beloofden een interessant verhaal over ‘de stinkzwam uit Australië’.

 

 

Vindplaats vinden

De vindplaats hadden we genoteerd als ‘Bruntinge 37’, in de berm van een weggetje bij een nederzetting zonder straatnamen. Bruntinge had wèl straatnamen en geen nummer 37. Na voor de zekerheid toch maar alle wegbermen in het kale ontginningslandschap geïnspecteerd te hebben, besloten we naar het dorp Brunsting te rijden. Bij boerderij nr. 37 wees men ons de groeiplaats ca. honderd meter verderop in de berm van de naamloze ruilverkavelingsweg. De rode sprieten als van een uitgespreide hand uit een grondknol – of inderdaad als de tentakels van een inktvis – lichtten fel op in het gras van de berm. Aan de bovenkant (binnenkant als je het als een uitgespreide hand beschouwd) zitten er bruinzwarte vlekken met sporen op, de andere kant is bleekrood. De Inktviszwam is een kolonievormer. We telden ruim 100 vruchtlichamen op een lengte van ongeveer 15 meter, met daarbij 100-150 knollen, de z.g. ‘duivelseieren’ van de stinkzwam. De paddestoel is vrij kwetsbaar en breekt gauw af bij beroering. Je rook een kadaverlucht, die sterker werd naarmate er meer paddestoelen en eieren aangeraakt werden.

De groeiplaats was een smalle grasberm naast een aanplant van jonge eiken met een ondergroei van struiken van wilg, berk, braam, Amerikaanse vogelkers en lijsterbes tot aan de sloot van het akkerland. Het bouwland erachter bestond uit een eindeloze vlakte aardappelakkers. Aan de overkant van de weg lagen uitgestrekte velden met leliebollenteelt. Een eeuw geleden was hier nog veel heide en veen, nadien ontgonnen tot landbouwgrond.

 

Exotische paddestoel uit Australië?

De Inktviszwam is een fleurige stinkzwam, die in Australië op houtstobben, boomwortels en op losse bodem met houtresten, zaagsel en houtsnippers groeit. De wegberm in Brunsting was een jaar of wat geleden ook voorzien van versnipperd hout bij het onderhoud van de houtsingel. Enkele omwonenden meenden dat deze kleurige verschijning ca. vier, vijf jaar gelden ook al in beeld was geweest. Niet èlk jaar, in elk geval. Een oma, die dagelijks met haar kleinkind in de kinderwagen vanuit Brunsting een eindje de weg op en af loopt, dacht aan getopte lelies, die de lelieboeren in de berm hadden gegooid. Ze vond dat ‘geen stijl’. De slordig verspreid liggende rode dingen had ze nimmer als exotische paddestoel herkend…

In Australië komt –volgens de Fungimap 2001 (uitg. Royal Botanic Gardens Melbourne)- de Anthurus archeri voor in het zuidoosten van het werelddeel, in de staten New South Wales, Victoria en Tasmanië. De stinkzwam is vandaar kennelijk op reis gegaan, naar Europa en naar de VS van Amerika. Voor de verspreiding naar Europa wordt gewezen naar de Australische wolhandel en/of naar de Eerste Wereldoorlog, waarin Australische divisies aan de kant van de Geallieerden meevochten. Een enkele Nederlandse internetbron kakelt dat ‘het komt’ door de opwarming van het klimaat. Dit ligt echter wat genuanceerder.

De paddestoel komt sinds enkele decennia ook voor in Californië. De Inktviszwam, daar ‘Octopus stinkhorn’ geheten, is ’meegekomen’ met plantgoed van bamboebomen uit Australië (www.mykoweb.com/CAF/). De verspreiding in kwekerijen en vochtige, beschaduwde tuinen en parken is beperkt tot Santa Cruz County. Hij komt daar alleen tot vorming van vruchtlichamen in de warmste maanden. In Australië en Nieuw-Zeeland noemen ze juni-november als groeiperiode, terwijl een Duitse bron de ‘Tintenfischpilz’ in juli-september laat gedijen.

 

De tocht door Europa

De eerste waarneming van de Inktviszwam komt uit de Vogezen in 1920. Een Duitse website stelt echter ‘wurde nach 1910 von Australien nach Europa verschlept’ zonder nadere aanduiding. In elk geval is de paddestoel in 1934 in Karlsruhe aan de Rijn gesignaleerd, in 1938 in het Schwarzwald, 1940 in het Odenwald, 1953 in het stroomgebied van de Main en in 1958 al bij Neurenberg. De paddestoel groeit nu ook in de Duitse buurlanden Oostenrijk, Zwitserland, Polen en Tsjechië. Vanaf 1973 zijn waarnemingen bekend uit Spaans Baskenland. Omstreeks 1980 is de Inktviszwam overgestoken naar Engeland, waar hij opdook in de zuidelijke graafschappen in ‘woodchip gardens’. In Engeland werd de Inktviszwam ‘Devils Claw Stinkhorn’ gedoopt. De ‘duivelsklauw’ zit al in Norfolk (East Anglia).

 

De paddestoel verschijnt onregelmatig. Dat heeft meer met het momentane weer in een gebied te maken, dan met de globale opwarming van het klimaat. Na WOI zijn er in Europa bar koude perioden geweest met strenge winters. Tussen 1930 en 1980 is in Nederland zelfs een toename van enkele koudeminnende plantensoorten geconstateerd! Het oprukken van warmteminnende plantensoorten kwam pas tussen 1980 en 2000 (‘Stichting FLORON, Veldsymposium Klimaatverandering en Natuur’). De latere waarnemingen van de Inktviszwam passen wel in dat beeld: 1987 Oberbergische Kreis, 1995 Ennstal in Oostenrijk, 1997 weer in Zwitserland, 1998 in Hespertal bij Essen (op een ‘Holzlagerplatz’) plus de Nederlandse vondsten.

Juist in deze decennia is het snipperen van houtafval sterk toegenomen door de milieuwetgeving, die het verbranden van snoeihout verbiedt. Dat vergroot de verspreidingskansen van deze paddestoel behoorlijk.

 

In Zuid-Limburg meldt een inwoner van Elsloo, dat in hun rijkste paddestoelenbos, het Bunderbos, de Inktviszwam al zo’n jaar of twintig voorkomt. Vanaf 1990 is de paddestoel gezien in Drenthe ten zuidwesten van Grolloo. Omstreeks 1999 dus ook bij Brunsting, ten westen van Beilen. In 2000 bij het ‘Kruumtenhoes’ in Westerbork en in 2001 en 2003 aan het Oranjekanaal (opgave Jan van Ginkel te Orvelte). In oktober 2001 dook de stinkzwam op bij Dronten. In september 2002 was het weer raak in de Flevopolder, maar ook bij Gorssel (grote kolonie op landgoed Dorth). In 2003 is de Inktviszwam gerapporteerd bij Brummen. En in juli 2004 is Midden-Drenthe weer aan de beurt.


 


Maar, hoe kwam de paddestoel ècht in Europa?

Er zijn twee theorieën over hoe de Anthurus archeri (Clathrus archeri) in Europa belandde. Meegekomen tijdens de invoer van Australische wol in Europa òf meegebracht door de Australische troepen, die in de Eerste Wereldoorlog aan het westelijk front vochten.

De stinkzwammen hebben sporen, die door aasvliegen –die op de stank afkomen- verspreid worden. Hoe lang deze minuscule sporen van de Inktviszwam kunnen overleven in verschillende klimaten, is me niet bekend. Uit het Californische verhaal blijkt dat de paddestoel ook met geïnfecteerd plantmateriaal mee kan komen. Als de bodemgesteldheid en de weerstoestand goed samenwerken, kan de stinkzwam ook ‘aanslaan’.

 

Wol uit Australië

Als tegen 1910 of later de paddestoel via de Australische wolinvoer naar Frankrijk is gekomen, moet er wel een héél speciaal ‘laat’ woltransport geweest zijn. De Australische wolexport overvleugelde in 1845 al de Duitse wolhandel. Wol werd de ruggengraat van de koloniale Australische economie. De snelle zeilclippers als de ‘Cutty Sark’ vonden in de periode 1880-1890 in de Australische wol een goede vracht ter vervanging van de ladingen thee voor Engeland. Toen in 1870 het Suezkanaal voor stoomschepen open ging, groeide de handel naar Azië en Australië door verkorting van de vaartijd geweldig. Bekend is dat de Britse schepen een groot aandeel hadden in de export uit Australische havens (1904: 42%). De piek van de woluitvoer lag tientallen jaren eerder dan het jaar 1910. Ik kan niet nagaan, waarom er toen Australische wol speciaal naar Frankrijk gekomen zou moeten zijn. De wolinvoer als oorzaak van introductie van de Inktviszwam lijkt me daarom wat ver gezocht.

 

De Australian Imperial Force (AIF) in Europa

Direct nadat de Eerste Wereldoorlog (The Great War) uitbrak, riep de Australische prime-minister Cook op 5 augustus 1914 ‘When the Empire is at war, so is Australia!’. Er werden rekruteringskantoren geopend en de vrijwilligers melden zich en masse aan. Op een bevolking van 4.875.325 Australiërs gingen 416.809 mannen de oorlog in. (Er sneuvelden ruim 60.000 man en nog eens 156.000 raakten ernstig gewond, vergast of vermist. Van het Britse Gemenebest-leger leden de Australiërs de meeste verliezen. In 1919 werden de laatste Australiërs uit Frankrijk gerepatrieerd)

Alle statistieken en troepenbewegingen van de AIF zijn bekend en op internet na te zoeken. Onder meer bij www.awm.gov.au/units/ en www.fact-index.com/f/fi/ .

 

Als de AIF de Australische stinkzwam naar Europa heeft gebracht, moet dit gebeurd zijn door de divisies en brigades uit de drie staten waar de paddestoel groeit. Wat blijkt nu? De legeronderdelen uit New South Wales, Victoria en Tasmanië werden eerst ingezet in Palestina en de Sinaï. Pas in 1916 werden ze uit Egypte via Alexandrië naar Marseille verscheept. Daar werden personeel en goederen gedegen gedesinfecteerd (o.a. werd alles heet gestoomd in ‘Hunters Train’) uit angst voor meegekomen ziekten. De paddestoelsporen moeten de eerste twee jaar in de woestijn hebben gebivakkeerd, dan over zee ‘met de maten mee’ naar Zuid-Frankrijk, waarna ze aan hete stoom of andere desinfectantia werden blootgesteld.

De troepen reisden verder per trein naar ‘westelijk front’ in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Nieuwe aanwas werd later naar Engeland verscheept, voor een aanvullende training. Geen enkele Australische militair uit de Zuidoostelijke staten is linea recta naar Frankrijk gereisd. Sporenverspreiding via militair personeel lijkt dus vrijwel uitgesloten.

 

Aanvoer AIF-voorraden

Wel werden voor het Australische leger paarden en materialen per schip nagezonden. Paarden voor de artillerie en voorraden wol, metaal, vlees en meel (o.a. veldkeukens en kleine uitrustingstukken werden uit de Britse depots achter het front betrokken). In de barre winter van 1916 werden 65.000 ’sheepskin jackets’ naar de AIF-divisies aan het westelijk front gestuurd. Ik vermoed, dat een mogelijke verspreiding van de Anthurus archeri (of Clathrus archeri toen nog) gebeurd kan zijn met geïnfecteerde houten emballage of zaagsel bij het paardentransport. De grote stinkzwammenkolonie van 2004 bij Brunsting in Midden-Drenthe hield zich hierover van den domme. Ze bleef exotisch ogen - en vreselijk stinken.

 

Jan Tuttel, 26 juli 2004  -  jan_at_tuttel.com en www.tuttel.com

 

 

Zanglijstersmidse

Zanglijster verwijdert dode jongen uit nest.

 

Het is eind juli 2004. In onze tuin hebben twee paartjes Zanglijster het razend druk met het voeren van hun jongen. Overal op de paden liggen kapot gehakte tuinslakkenhuisjes die knisperen onder je voeten als je er op stapt. Maar hun inspanning wordt beloond! De pulli uit het eerste legsel groeien als kool. Op ieder moment van de dag hoor je hun bedelroep vanuit de struiken.

Op zekere dag zie ik vanuit de huiskamer een vrouwtje zanglijster scharrelen tussen de Clematis boven op de pergola. Omdat ze duidelijk op zoek is naar een nieuwe nestgelegenheid schiet mij opeens een bijzonder voorval te binnen dat vorig jaar plaatsvond. Op 9 augustus 2003 heerste hier in Bellingwolde een hittegolf. Dus vijf dagen op rij met een temperatuur van meer dan 25   C waarvan er drie met meer dan 30   C .

Op eens zagen we de Zanglijster met een nogal groot pakketje in zijn snavel uit de Clematis wegvliegen. Vier a vijf meter van het nest liet hij het pakketje vallen en vloog weer terug naar het nest. Bij nadere inspectie bleek hij een dood jong uit het nest verwijderd te hebben. Na enig zoeken vonden we een tweede dood jong dat waarschijnlijk een dag eerder al verwijderd was. Waarschijnlijk waren de jongen dood gegaan vanwege de extreme hitte van de afgelopen dagen. De jongen wogen 26 gram terwijl de grote slagpennen nog nauwelijks ontwikkeld waren. Volgens ‘Das Handbuch der Vogel Mitteleuropas’ waren de jongen dan hoogstens vijf dagen oud. In het ‘Handbuch’ heb ik verder niets vinden over het fenomeen dat Zanglijsters dode jongen uit hun nest verwijderen.

 

Rob van der Valk, J. Buiskoolweg 10 A, 9695 TT Bellingwolde, tel.: 0597-532556

 

Rouwvliegen

 

Van 5-14 mei 2004 vond er in onze tuin aan de Rijksstraatweg te Haren een uitbraak van rouwvliegen plaats. Op alle verticale wanden van huis en schuur krioelde het van deze zwarte vliegen. In een stukje van de tuin met zwarte modder en verspreide graspollen onder een esdoorn hingen grote klonters vliegen aan individuele grasstengels die onder het gewicht van de vliegen doorbogen. Ook de bladeren van de esdoorn en vooral diens hangende bloeiwijzen (maar niet de vlakbij hangende bloeiwijzen van Gouden regen en Lijsterbes) zaten er onder. De dieren waren traag, bewogen nauwelijks en ik zag geen eetgedrag. Bij aanraking lieten zij zich vallen en vlogen niet weg. Met behulp van het binoculair kon ik de soort bepalen, zijnde   Dilophus febrilis, herkenbaar aan een krans van korte stekeltjes aan het uiteinde van de voorschenen (afgebeeld in de Nieuwe Insectengids van Thieme/Tirion).

Op 11 mei bleken de vele tientallen door mij bekeken exemplaren, die op de grond, muren en ramen kropen, zonder uitzondering vrouwtjes te zijn (kleine ogen, ondoorzichtige beroete vleugels). Op 12 mei nog steeds grote aantallen op de grond, maar op 13 mei al opvallend veel minder, waarschijnlijk weggevlogen. Op 14 mei is het warmer. 's Middags om 15.00 uur dansen er veel muggen boven ons gazon, ongeveer op twee meter hoogte. Met een netje vang ik ruim 20 exemplaren en deze blijken allemaal mannetjes van Dilophus te zijn (grote elkaar rakende ogen en heldere vleugels). De op de grond en muren kruipende exemplaren zijn nog steeds alleen vrouwtjes. Dan zie ik driemaal een koppel van twee exemplaren uit de lucht vallen, waarvan een op de muur landt en twee op de grond. Het zijn copulerende mannetjes en vrouwtjes.

 

Nu kwamen er bij mij een aantal vragen op. Blijkbaar vindt de paring in de lucht plaats, maar op welke hoogte? Worden opstijgende maagdelijke vrouwtjes door een wolk dansende mannetjes opgewacht? Omdat de vliegen massaal in het gras op de grond kropen was ik er van uitgegaan dat ze ter plaatse als verse imago's uit de grond gekomen zijn. Maar waarom zag ik daar alleen vrouwtjes? Komen mannen en vrouwen op verschillende plaatsen uit, of eventueel op verschillende dagen? Op zoek naar relevante literatuur op internet kwam ik niet verder dan algemeenheden over rouwvliegen. Niets over details van de biologie. Kent iemand goede literatuur? Dan graag een berichtje. In dezelfde periode werd er in Groningen en Drenthe meer over uitbraken van rouwvliegen bericht.

 

Jan Hulscher, Rijksstraatweg 305, 9752 CE Haren - email: j.hulscher_at_tiscali.nl

 

 

Bibionidae, Rouwvliegen

 

Het gaat om een muggenfamilie die onderverdeeld wordt in 2 onderfamilies: Scatopsinae en Bibioninae. Het geslacht Dilophus hoort bij de laatste. Het lijkt me bij Rouwvliegen riskant om soorten te determineren m.b.v. de Nieuwe Insectengids. Er zijn veel meer soorten dan daarin genoemd worden. Er zijn een stuk of 20 soorten in onze gebieden.

Rouwvliegen zijn veelal voorjaarsbeesten. Enkele kun je al in maart waarnemen. In Oudemans insectenboek staat dat veel soorten in verbazende hoeveelheden voorkomen. Zij vliegen niet gemakkelijk op, vooral de vrouwtjes niet, en laten zich zonder moeite grijpen. Alleen als de zon schijnt vliegen de mannetjes rond, met recht naar beneden hangende achterpoten. De larven leven in rottende plantaardige stoffen, mest enz.

Er staat niets geschreven over ongelijktijdig uitkomen van mannen en vrouwen, en waar de paring precies plaatsvindt. Het lijkt me wel aannemelijk dat de vrouwen in de lucht door de mannen gegrepen worden. Je ziet ze ook wel paren op muren e.d. Ze nemen daar uren de tijd voor. Vrouwtjes zullen daarna de eieren leggen en dan hebben ze m.i. wel iets op de grond te zoeken. Ik neem zelf al vele jaren waar dat in het voorjaar explosief grote aantallen Rouwvliegen te voorschijn komen. Dat is een normaal verschijnsel. (Dat zie je ook bij allerlei andere insecten. De Rozenkever-explosie vind ik altijd heel opvallend, de Langsprietmotten vallen iets minder op en in het heel vroege voorjaar zie je wolkjes wintermuggen.)

Het gaat om dieren die voor weinig andere overlast zorgen dan vlekjes op de autoruiten. Je hoort weleens over schade aan plantenwortels. Later in het jaar zie je soms ook (veel kleinere) uitbraakjes van Rouwvliegen, mogelijk andere soorten (vrij kleine), maar het zou ook om een volgende generatie kunnen gaan.

 

Lit. De Nederlandsche Insecten, Dr. J Th. Oudemans, 1900

 

Chris van Houdt, Weenderstraat 32, 9541 TC Vlagwedde

 

 

 

Libellen, Woudbloem 4 juli 2004

 

Leiding: Herman de Heer en Jan Gerard

 

Het was wat koud geweest de afgelopen tijd, dus het leek er op dat het nog te vroeg was voor een eerste waarneming van de Groene glanzenmaker en het waaide nogal. Kortom de omstandigheden waren niet optimaal. Toch besloten we er het beste van te maken!

En we werden niet beschaamd over deze beslissing. In de luwte van bosjes langs de Slochter Ae tuurden we tussen de Krabbescheer. Marjan van Oosten viel de eer te beurt voor de eerste en naar later bleek enige waarneming van een zojuist uitgeslopen Groene glazenmaker. Iedereen kon de glazenmaker goed bewonderen vanaf een houten brug en met verrekijker dichterbij te halen.

Herman en Jan legden ons goed uit waar wij op moesten letten bij determinatie van een libel; welke soorten lijken erg op elkaar en hoe deze te onderscheiden!

 

 

Metaalglanslibel, Somatochlora metallica

 

Gezien het resultaat van deze excursie, weergegeven in beide onderstaande tabellen, een leerzame dag met dank aan beide excursieleiders.

 

Dagvlinders

PIERIS NAPI

Klein geaderd witje

245

581

9

20

MANIOLA JURTINA

Bruin zandoogje

245

581

9

50

APHANTOPUS HYPERANTHUS

Koevinkje

245

581

8

10

VANESSA ATALANTA

Atalanta

245

581

8

1

AGLAIS URTICAE

Kleine vos

245

581

8

1

THYMELICUS LINEOLA

Zwartsprietdikkopje

245

581

8

1

LYCAENA PHLAEAS

Kleine vuurvlinder

245

581

8

2

Voorlaatste kolom:

·          9=M. en V.

·          8=M. of V. onbepaald

Libellen

ISCHNURA ELEGANS

Lantaarntje

245

581

A

75

V

COENAGRION PULCHELLUM

Variabele.waterjuffer

245

581

A

400

V

ERYTHROMMA NAJAS

Grote roodoogjuffer

245

581

A

7

Z

LESTES SPONSA

Gewone pantserjuffer

245

581

A

20

V

SYMPETRUM SANGUINEUM

Bloedrode heidelibel

245

581

8

4

V

AESHNA GRANDIS

Bruine glazenmaker

245

581

8

2

V

AESHNA VIRIDIS

Groene glazenmaker

245.8

581.5

5

1

Z

AESHNA ISOSCELES

Vroege glazenmaker

245.9

581.5

A

2

V

AESHNA ISOSCELES

Vroege glazenmaker

245.9

581.6

8

2

Z

AESHNA ISOSCELES

Vroege glazenmaker

245.9

581.3

8

1

Z

SOMATOCHLORA METALLICA

Metaalglanslibel

245

581

5

1

Z

Derde kolom van rechts:

·          A=M. en V.

·          8=M. of V. onbepaald

·          5=V.

Laatste kolom:

·          V=Vangstwaarneming

·          Z=Zichtwaarneming

Tabellen zijn opgesteld door Jan Gerard; de redactie heeft zijn oorspronkelijk afgekorte namen in de tabel voor alle duidelijkheid volledig weergegeven.

Afbeelding uit Nederlandse Fauna deel 4

 

Boek aankondiging

In november te verschijnen een boek (inclusief dvd) over de effecten van klimaatverandering op natuur, landbouw en water, getiteld

`Opgewarmd Nederland`(Rolf Roos e.a. red.).

Het boek is een uitgave van Stichting NatuurMedia, Uitgeverij Jan van Arkel

en Stichting Natuur en Milieu en verschijnt op 11 november aanstaande.

Lees alles over de feiten rond opwarming van de natuur: wat gebeurt er

allemaal, wat betekent het voor de biodiversiteit, welke soorten verhuizen

naar het noorden en kunnen ze wel weg?

Alle informatie en wetenschappelijk nieuws kunt u vinden op

<http://www.opgewarmdnederland.nl>www.opgewarmdnederland.nl.

Als u intekent voor 18 oktober, scheelt dat 10,-.

Borkum, 21 augustus 2004

 

Om 8.15 uur vertrokken Stella Boele, Lieveke van Drooge, Marian en Jan Hulscher, Jan-Erik Plantinga en Marjan van Oosten o.l.v. Willem Stouthamer in de regen naar de Eemshaven voor een excursie naar Borkum met de boot van 9.30 uur. Een gezellig treintje bracht ons in het niet erg gezellige dorp waar fietsen werden gehuurd. De nadruk tijdens deze excursie zou bij planten liggen. Het eerste uur verliep nog in de regen, maar daarna werd het droog. Willem had ons lekker gemaakt dat we misschien wel Stofzaad zouden vinden. Iedereen pikt op een excursie weer nieuwe dingen op, of die hij al weer was vergeten. Zo ook bij deze verslaggever. Brede stekelvaren herken je o.a. aan de donkere vlek op de schubben aan de steel, Grasmuur aan de gewimperde voet van stengel- en schutbladen. Bekeken Tweestijlige meidoorns bleken toch Eenstijlige te zijn, maar tussen de overwegende Zwarte elzen pikte Willem er ook een paar Grauwe uit met hun spitse bladtoppen. Een leuke vondst was Sofiekruid, de loep was te zwak om de 4-stralige sterharen ter bevestiging te kunnen herkennen, maar dit lukte thuis onder het binoculair wel. Bij een veldje Valse salie stond ook de Kleine leeuwetand (waarom helaas niet meer Thrincia?) te bloeien en zagen we haar gothische vensters in de vorm van de omwindselbladen. Kamgras, Kleine ruit, drie bloeiende pollen van Gewone (Grote) zandkool, Hop en de Brede wespenorchis waren de volgende verrassingen. Bij kneusing vonden we Zandkool niet stinken, zoals de flora zegt, maar naar het kruid Rucola ruiken en het smaakte er ook naar. Er werd nog meer geproefd op deze excursie: bessen van de Duindoorn, die overvloedig op vrouwelijke planten voorkwamen, blaadjes van Schapezuring (verfrissend) en Dauwbramen. Een klimplant met 5-tallige bladeren die leken op die van Wilde wingerd konden we niet thuisbrengen. In een vochtig duinpannetje vonden we onder de Kruipwilg het verwachte Rondbladig wintergroen, Strandduizendguldenkruid en, verrassing, drie Groenknol-orchissen, waarvan de knollen bovengronds zichtbaar waren. Deze vondst vond Willem belangrijk genoeg om de lokatie met zijn GPS-apparaatje vast te leggen. Op een strandopgang stonden enkele Doornappels, waarvan een bloeiend en, de grootste verrassing van de dag, enkele exemplaren van de Rode aardbeispinazie Chenopodium foliosum, waarvan de Oecologische Flora speciaal vermeldt dat deze op Borkum al een aantal jaren stand houdt. In de duinen van de zeereep stonden, zoals het hoort, Loogkruid en veel bloeiende Zeeraket Het eiland is vergeven van de Rimpelroos. Gelukkig bloeide er ook nog een exemplaar van de Egelantier, waarvan de bladeren naar appel ruiken. Veel Boerenwormkruid stond langs het spoorbaantje. Het beloofde Stofzaad werd niet gevonden, maar wel de eveneens beloofde Geoorde silene. Een aantal van de gevonden planten (Oorsilene, Kleine Duinruit, Zeepkruid, Gewone zandkool) zijn ook algemeen in de Hollandse duinen en in het Waddengebied  alleen op de oostelijke eilanden (vanaf Schiermonnikoog). Een aanwijzing voor de relatieve kalkrijkdom van dit gebied?  

Op een duinpad stonden prenten die leken op die van een Ree. Komt deze soort daar voor?

Van de vogels vroeg een paartje Bruine kiekendieven onze aandacht en op het strand opvallend veel Drieteenstrandlopers die zich in het aanspoelsel van de vloedlijn waarschijnlijk te goed deden aan de Strandvlooien die we daar vonden. Trein en boot van 17.30 uur brachten ons weer naar huis. Een prachtige excursie!.

 

Jan Hulscher

 

 

Expeditie Rottum – 25 augustus 2005

 

Als de historische Plinius Rottum had gezien was ons de omschrijving ‘Frisia limes ultima’ overgeleverd waarmee zoveel bedoeld zou zijn als de verst van het Romeinse rijk gelegen grens van het toenmalige Friesland. Hoewel Rottum nu bij Groningen behoort is het nog steeds het meest noordelijkste puntje van ons territorium. Voor latere auteurs was het een desolate hel (Godfried Bomans) of het paradijs op aarde (Jan Wolkers).

Voor 12 KNNV-ers zou het op 25 augustus het doel zijn van een lang verwachte excursie naar een meer of minder bekend Waddeneiland. Onheilspellende weerberichten en loodgrijze luchten vormden het decor van een boot- en wandeltocht richting Rottumeroog, als enige van de drie ‘Rottum’s’ toegankelijk voor een zeer select publiek (25 SBB excursies per jaar).

Reeds om 6.00 uur werd de motor gestart van de boot in Noordpolderzijl. Het zou echter nog tot ruim 9.30 duren voordat we letterlijk overboord gezet werden. Geen wachtende bussen en geen steiger maar alleen een ijzeren laddertje richting de grijze golven. Even kniediep plonzen en daarna over de zandplaten naar de ‘Kaap’ en de vogelwachterstoren. Knipogend toegekeken door een duffe zeehond die even later het voorbeeld van zijn meer wakkere soortgenoten volgde en het ruime sop verkoos boven een zandig bed.

Meteen konden we kennis maken met het frappante kenmerk van Rottum: het eeuwig stuivende zand. Met de wind als motor voelde je het eiland letterlijk onder je voeten weglopen richting de Eems. Een deel van het zand wordt door met beton verzwaarde matten vastgehouden waardoor een serie droge duinen zijn ontstaan. Rijkswaterstaat heeft met Helm en Zandhaver getracht de elementen verder te temmen maar enkele jaren geleden is besloten deze strijd op te geven.

Voordat we vanaf de toren een blik op het verstedelijkte Borkum konden werpen werd eerst de aandacht getrokken door het skelet van een bruinvis. Prachtig geconserveerd en compleet met staartvin. Verder kijkend vielen meteen enkele stervende Witte Abelen op. Restanten van de tuin van Toxopeus, de laatste strandvoogd. Teken van een verloren strijd om bewoning mogelijk te maken op Rottumeroog. Zonder zoet water moest dit experiment wel tot mislukken gedoemd zijn.

Via het strand, waar meerdere, bijna uitgewiste, sporen van Toxopeus zichtbaar waren, ging het naar de kwelder voor botanische les. Alle kwelderplantjes passeerden de revue met Aardbeiklaver en Rode Ogentroost voor niet-botanici als toppers.

Opgejaagd door onheilspellende berichten over hogere waterstanden spoeden we ons terug naar de boot om vervolgens nog meer dan een half uur gevangen te blijven in de greep van Rottum. Gesterkt door soep wist de schipper uiteindelijk zijn boot weer vlot te krijgen. Ondanks af en toe striemende regen hadden de doorzetters nog gelegenheid om Dwergsterns, een Lepelaar, een Zwarte zee-eend en opnieuw veel zeehonden langs te zien trekken. Bij de getijdenhaven van Noordpolderzijl gaf Neptunus ons de nodige vertraging waardoor Rosse grutto’s, Kanoeten en Kluten aangestreept konden worden.

 

Een dagje Rottum met SBB is voor alle deelnemers een bijzondere ervaring en voor velen een onvergetelijke herinnering geworden.

 

Kees Boele

 


Suikerbossies en sewejaartjies

 

15-daagse Kaapse flora reis  1 oktober – 16 oktober 2005

(met eventuele verlenging. 7 daagse safari tot 23 oktober)

 

Bestemd voor: o.a. leden Wilde Planten Kring Haren, KMTP afd. Haren, KNNV afd. Groningen

Reisleider: Kees Boele

Totaal aantal deelnemers: 20 (exclusief reisleider en chauffeur)

 

Kosten: . 1989,- p.p. ( 335,- 1-persoons toeslag)

Inclusief: vlucht, vervoer met luxe touringcar (22 personen) accommodatie in luxe bungalows of hotels (**/***), 3 x ontbijt, 1 x diner, reishandboek ‘Kaapse Flora’, excursiekosten zoals genoemd in de uitgebreide reisbeschrijving, reisbegeleiding. Exclusief: alle overige maaltijden, verzekeringen, uitgaven van persoonlijke aard

 

Kosten verlenging: 890,- (vanaf 2 personen), 1186 (1 persoon)

Inclusief: vervoer (Toyota Corolla of vergelijkbare auto), accommodaties, documentatie - en kaartenpakket. Exclusief: benzinekosten, entree Kruger Nationaal Park,maaltijden, overige uitgaven

 

***Alle prijzen onder voorbehoud, december 2004/januari 2005 zullen de definitieve prijzen bekend zijn. Voor uw eigen kosten: prijsniveau Z.Afrika: 30 – 40 % lager dan Nederland.

 

Verdere informatie: Een uitgebreide reisbeschrijving en opgave formulier is op te vragen bij drs. Kees Boele, Remmingaweg 48, 9751 VR Haren, tel.: 050-5370110 en e-mail: keesboele_at_tiscali.nl

 

Opgave: gezien het beperkte aantal plaatsen zo spoedig mogelijk, op volgorde van binnenkomst en door storting van 10 % van de reissom.

 

**************************************************************

Een reis naar Zuidelijk Afrika behoort ongetwijfeld tot de topervaringen van elke plantenliefhebber of botanicus. Op slechts 0,04 % van het aardoppervlak komen hier ruim 14.000 soorten planten voor, 630 soorten heides, 625 soorten iris-achtigen, 250 soorten orchideeën……… Een natuurlijke erfenis die zijn oorsprong vindt in een kleinschalig landschap met op elke bergtop of vallei een eigen micro-klimaat.

 

Op verzoek van o.a. enkele leden van de Wilde Planten Kring Haren is een unieke reis samengesteld waarbij een kennismaking met de Kaapse flora gecombineerd wordt met excursies naar de mooiste landschappen van de Westelijke Kaapprovincie. U reist met een luxe, 22-persoons, touringcar en verblijft in rustieke bungalows of kleine hotels. Koken doet u vaak zelf of in kleine groepjes, soms biedt een restaurant mogelijkheden om ‘Suid Afrikaanse kos’ te proberen terwijl in Malgas Hotel een heerlijk diner voor u klaar staat.

 

Na aankomst in Kaapstad krijgt u alle gelegenheid om bij te komen van de twaalf uur durende vlucht in de comfortabele bungalows van Houtkapperspoort, aan de zuidrand van het dominerende Tafelbergmassief. De volgende dag leert u de eerste Afrikaanse plantenfamilies kennen in de beroemde botanische tuin van Kirstenbosch. Met deze kennis gaat u ’s middags per kabelbaan naar de top van de Tafelberg waar u een stevige wandeling maakt door een sterk geaccidenteerd ‘fynbos’ van heide, dakriet en suikerbossies  Na een onvergetelijke bustocht over het Kaapse schiereiland reist u naar het oude Stellenbosch. Paarl en Worcester waar u terecht komt in de droge Karroo vegetatie. Mysterieuze en magnifiek vormgegeven vetplanten geven aan dat de rand van het Kaapse floragebied bereikt is. Via Hottentots Holland gaat u vervolgens terug naar de kust om via de Tuinroute richting Port Elisabeth verder te trekken. Onderweg maakt u diverse wandelingen door fynbos maar ook in eeuwenoude kustbossen van geelhout en stinkhout. Bekende namen als Hermanus, Knysna en Tsitsikamma worden herinneringen maar ook minder bekende bestemmingen als Nature’s Valley en het Van Stadens Flower Reserve staan op het programma. De reis eindigt met een knipoog naar de verlengingsmogelijkheid. In het hart van Addo Elephant Parc maken we kennis met het spekbomenbos maar kunt u ook genieten van onvergetelijke ontmoetingen met reusachtige dikhuiden. Deze olifanten komen ’s avonds tot vlak bij uw bungalow om water te drinken.

 

Na een laatste wandeling bij Suurberg gaat u als groep terug naar Port Elisabeth en vliegt u ’s middags naar Johannesburg en/of Amsterdam. Om uw Zuid-Afrikaanse natuur ervaringen verder uit te breiden hebben we een verlengingsmogelijkheid in de aanbieding die een unieke combinatie biedt van toeristische toppers met plaatsen die ver buiten de door alle touroperators betreden paden liggen. Met eigen vervoer rijdt u over uitstekende wegen, en voorzien van een complete set kaarten, naar het Kruger Nationaal Park. Twee dagen heeft u de gelegenheid om bijvoorbeeld op zoek te gaar de ‘big five’ of heerlijk genieten van de natuur in een gebied zo groot als Nederland. Na Kruger rijdt u via Graskop met o.a. Gods Window en de kolkgaten van Bourke’s Luck, naar Magoebas bij Tzaneen. Botanische topper is hier zeker het bijna prehistorische cycasbos. Tenslotte bent u twee dagen te gast op Lesheba. Hoog in de Soutpansberge bij Louis Trichardt en omringd door duizenden hectare natuurgebied neemt u in een luxueuze bungalow afscheid van een unieke Afrikaanse reis.

 

Sewejaartjies Phaenocoma prolifera ASTERACEAE (=COMPOSITAE)

 

 

 

Waterschapsverkiezingen

 

 

In onze regio zijn dit jaar weer waterschapsverkiezingen voor de bestuursperiode 2005-2008.

De waterschappen vragen aandacht voor de verkiezingen met het motto:

 

Het waterschap: U VAART ER WEL BIJ!’

 

De kandidaatstelling is op 15 en 16 september. Op 28 september wordt de lijst bekend gemaakt en start de campagnetijd.

Van 1-12 november is de stemperiode. Het stembriefje krijgt u thuis, en moet na uw keuze worden opgestuurd naar het waterschap.

Ook doen weer ‘groene’ kandidaten mee. Hieronder ziet u welke groene kandidaten meedoen per district en categorie. U treft ze uiteindelijk ook aan op uw verkiezingsformulier.

 

 

De volgende personen stellen zich kandidaat vanuit natuur- en milieuorganisaties:

 

 


Categorie

District 1

District 2

District 3

*)

Emmen,

Borger-Odoorn, Coevorden,

Bellingwedde,

Vlagtwedde,

Stadskanaal

Groningen,

Haren,

Tynaarlo,

Aa’s en Hunze,

Assen,

Midden Drenthe

Slochteren,

Menterwolde,

Scheemda,

Winschoten,

Reiderland,

Appingedam

Gebouwd

7

Date Keuning

Meino Smit

Jaap Braam

Brenda Bolt

Ingezetenen

14

Nico Altena

Claudia Holsteijn

William Oosterwijk

Menno Visser

Aart Jan Langbroek

Lex Geesink

Ongebouwd

7

 

Joop Kalb

Harm-Evert Waalkens


*) Het cijfer geeft het totaal aantal beschikbare zetels per categorie aan.

 

Informatie (onder meer):

www.kiesnatuur.nl

www.waterschapsverkiezingen.nl.

 

Aart Jan Langbroek

home.hccnet.nl/aj.langbroek


 

S T I L L E  G E T U I G E N  (DIERSPOREN)

 

door Annemarie van Diepenbeek

 

a.s vrijdag 15 oktober Gorechthuis Haren

 

Een passerend konijn, een in de boom vluchtend eekhoorn­tje, een ons op veilige afstand beloerende ekster: zulk soort dieren wil ons pad nog wel eens kruisen tijdens een boswande­ling op de zondagmorgen. Een enkele keer hebben we zelfs het geluk, een ree op haar voedseltocht te verrassen. Maar er speelt zich heel wat méér af in het bos, op de akker en langs de plattelandsweg, zonder dat we daar als alledaags wandelaar ook maar enige weet van hebben. Zelfs in ons eigen achtertuintje en in het stadspark voltrekken zich in de schemering en onder de nachtelijke sterrenhemel miniatuur-drama's, stoeipartijen en feestmaaltijden, waaraan wij mensen part noch deel hebben.

 

Toch zijn er allerlei zichtbare tekenen, die erop wijzen, dat er dergelijke kleine gebeurtenissen in de dierenwereld hebben plaatsgevonden. Deze tekenen noemen we diersporen. Sporen, die ons de eerdere aanwezigheid verraden van veelal schuwe diersoorten, die vooral 's nachts actief zijn. Ze vertellen ons soms iets over gedrag, voedselkeuze, leeftijd, territoriumgrenzen of natuurlijke vijanden.

 

Onder diersporen verstaan we behalve voetafdrukken (prenten) ook de uitwerpselen, vraatsporen, maaltijd- en prooiresten, nestmateriaal, holen en nesten, looppaadjes, haren, afgeworpen geweistangen, enzovoort. Soms zijn deze sporen opvallend en hebben de dieren hun aanwezigheid ermee kenbaar willen maken aan soortgenoten; meestal zijn ze echter onopvallend, maar daarom niet minder interessant. Moeder Natuur loopt niet te koop met haar geheimen, maar ze geeft ze wel prijs aan de oplettende wandelaar in de vorm van diersporen. Diersporen in een verscheidenheid, die bijna grenzeloos is.

 

Deze diaserie leidt u aan de hand van een aantal voorbeelden in het leren zien van zulke sporen en in het reconstrueren van de gebeurtenissen, waarvan de 'stille getuigen' aan uw voeten liggen.

 

Annemarie van Diepenbeek is natuurgids en houdt zich vooral bezig met zoogdieren, reptielen en amfibieën en hun sporen.  

Zij is auteur respectievelijk co-auteur van:

·                       'Veldgids Diersporen' (Uitgeverij KNNV, 2e druk 2003; eveneens verschenen in paperback uitgave bij Vereniging Natuurmonumenten),  waarin opgenomen alle bekende sporen van zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën uit West-Europa (Uitgeverij KNNV, Utrecht, ISBN nr. 90-5011-114-9.  400 pagina's. Prijs € 27,95, voor KNNV- en IVN-leden € 24,95.

·                       'Zoogdieren van West-Europa' (Lange e.a., Uitgeverij KNNV, 1994) waarin de veldbiologie van alle Westeuropese zoogdieren behandeld wordt (2e druk december 2003; 400 pagina's.

Prijs € 29,95, voor KNNV- en IVN-leden € 26,95)

 

 

EXCURSIEPROGRAMMA        K.N.N.V.        afdeling  GRONINGEN

 

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen

> Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl

of Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net.

 Opgave tenzij anders vermeld graag minimaal drie dagen van te voren.

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd

 

 

 

Vrijdag 15 oktober, lezing dierensporen

Deze gewestelijk georganiseerde lezing (Veendam en Groningen) wordt gegeven door Annemarie van Diepenbeek, schrijfster van het boek Veldgids Dierensporen van de uitgeverij van de KNNV.

Elders in de Padloper kunt u er meer over lezen.

De lezing wordt gehouden in het Gorechthuis, Hortuslaan 1 in Haren en begint om 20.00 uur. Vanaf 19.30 u kunt u naar binnen.

 

Zaterdag 16 oktober Schiermonnikoog

Om 8.00 uur vertrekken we vanaf het busstation aan de Bedumerweg voor de excursie naar Schiermonnikoog. De boot vertrekt om 9.30 uur vanaf Lauwersoog en vertrekt om 18.30 uur vanaf Schiermonnikoog naar het vaste land. De vogelexcursie staat onder leiding van Wim Zolf.

Opgave bij Brenda Bolt of Wim Zolf 0597-434834 e-mail: rjjzk_at_planet.nl.

 

vrijdagavond 22 oktober Fakkelactie

De Waddenzee staat onder druk: mechanische kokkelvisserij en bodemdaling door het toestaan van gaswinning. In november moeten er besluiten vallen in de tweede kamer over deze onderwerpen. Indien u ook van mening bent dat de natuur van de Waddenzee behouden moet blijven, doe dan mee met deze actie. De fakkelactie wordt georganiseerd door de Waddenvereniging i.s.m. andere natuurorganisaties. Iedereen wordt uitgenodigd om met een fakkel aan de grens van de Nederlandse waddenzee te gaan staan.

Na opgave via www.fakkelactie.nl of door te bellen met 0517 493693 wordt samen met u de plek aan de Waddenzee bepaald en krijgt u op de avond zelf de beschikking over een fakkel.

 

Zondag 24 oktober paddestoelenexcursie

Afhankelijk van het weer en het voorkomen van veel paddestoelen wordt de plek bepaald waar we heen gaan op deze paddestoelenexcursie onder leiding van Kor Raangs.

We vertrekken om 10.00 uur vanaf het Overwinningsplein en zijn tegen de tweede helft van de middag weer terug in Groningen. Drinken en brood meenemen.

Opgave bij Brenda Bolt.

 

Zondag 31 oktober Lauwersmeer

Het Lauwersmeer is elk jaargetijde geschikt voor vogelen. Eind oktober is er kans op veel Brandganzen, Kleine zwanen, veel soorten eenden etc. Voor deze hele dag excursie vertrekken we om 8.40 uur vanaf het busstation aan het begin van de Bedumerweg en om 9.00 uur tegenover het zwembad in Winsum. De verwachting is dat we aan het einde van de middag weer terug naar Groningen gaan. Brood en drinken etc. meenemen.

Meerijkosten  5. De excursie staat onder leiding van Dirk Blok.

Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer.

 

Zaterdag 20 november Wandel- en landschapsexcursie Drentse Aa

Als de bladeren vallen wordt het landschap tot op haar gebeente zichtbaar. Een open boek laat zich lezen met sporen van 150.000 jaar natuurlijke historie. Maar vooral gedomineerd door de mens die vanuit de torenspits van de 12e eeuwse Magnuskerk met een geheven vinger ons herinnert aan haar aanwezigheid. Deze landschapswandeling door het nieuwe Nationale Park voert van Anloo naar het Kniphorstbos en De Strubben naar Oudemolen. Vervolgens gaat het via de Gasterense duinen terug naar Anloo. Eten en drinken meenemen. Vertrek: 10.00 uur Overwinningsplein, 10.30 uur Anloo, parkeerplaats bij hotel-restaurant De Hoeve. Wandelafstand: 13 kilometer. Informatie/opgave bij Kees Boele, tel.: 050 5370110 / keesboele_at_tiscali.nl

 

Zaterdag 18 december ganzen en steltlopers bij Ezumakeeg

Guido Meeuwissen neemt ons mee naar het gebied bij Ezumakeeg en Anjum. Naast steltlopers, Brand- en Kolganzen hopen we daar ook Dwerg- en Sneeuwganzen aan te treffen. Eten en drinken meenemen. In de tweede helft van de middag gaan we terug naar Groningen.

Vertrek 9.00 uur Overwinningsplein, 10.00 uur parkeerplaats bij Ezumakeeg. Meerijkosten  5. Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer

Zondag 9 januari, snertwandeling Roden

De gebruikelijke snertwandeling wordt dit jaar in de bossen bij Roden gehouden. Om 10.30 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein, om 11.00 uur vanaf de parkeerplaats rechts aan de weg Roden – Lieveren.

Vanaf 12.30 à 13.00 uur schuiven we aan de snert in het restaurant Onder de Linde, Brink 27, Roden 050-5019021 www.hotelonderdelinden.nl). Leden die geen zin hebben in wandelen maar samen met KNNV-ers aan de snert willen (of iets anders) kunnen ook zelf tegen enen naar het restaurant gaan.

Zeer graag opgave vóór 5 januari i.v.m. de snert!

Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer

 

Zondag 30 januari wandel- en landschapsexcursie Westerkwartier

Vorig jaar ging deze wandeling niet door vanwege het slechte weer, we hopen dit jaar op beter weer. Vanaf Nuis volgen we een eeuwenoud pad naar Niebert. Ontginningsgebieden, oude kanalen en houtwallen zijn karakteristieke landschapselementen op onze route naar Nanninga's Bos. Via de bossen van Coendersborg keren we terug naar Nuis.

De totale wandeling is 14,5 km en geeft een goed beeld van het gevarieerde landschap van het Westerkwartier. Er is een mogelijkheid om de route te bekorten tot 9,5 km. Brood en drinken meenemen. Vertrek om 10.00 uur vertrek Overwinningsplein. Terug: tweede helft middag. Opgave bij Brenda Bolt

 

19 februari ganzenexcursie Lauwersmeer

Harry Westerhuis neemt ons deze dag mee naar het Lauwersmeer. Naast Kol-, Brand-, Rot- en Grauwe ganzen hebben we misschien een kans een Roodhals- of Sneeuwgans waar te nemen. We vertrekken om 9.00 uur vanaf het busstation aan het begin van de Bedumerweg. Terug: tweede helft middag . Brood en drinken etc. meenemen. Meerijkosten  5.

Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer.

 

26 t/m 30 mei Lengerich Duitsland

In 2005 willen we met de afdeling Groningen naar het Teutoburgerwoud voor een lang weekend. Dit gebied op slechts twee uur rijden vanaf Groningen is bekend om zijn rijke flora, o.a. vele soorten orchideeën. We zullen niet alleen aandacht besteden aan planten, maar ook aan vogels, reptielen etc. Er zal zowel naar een rustige kampeerplaats als naar een goed en goedkoop pension worden gezocht. We willen graag z.s.m. weten wie belangstelling heeft om mee te gaan en of de belangstelling uit gaat naar kamperen dan wel een pension. Graag opgave voor 10 oktober bij Brenda Bolt in verband met de reservering van kampeerplaatsen dan wel pensionkamers.

 

Zaterdag 4 juni slangen en amfibieën

Andre Donker neemt ons weer mee langs zijn onderzoeksveld in Wapserveen waar we een zeer grote kans hebben op het zien van Adders, Ringslangen en Hazelwormen, zoals ook in de zomer van 2004 is gebleken. Daarnaast proberen we deze keer ook extra aandacht te besteden aan amfibieën. Nadere details staan in de volgende Padloper