

De
Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse
Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 18,
2004 nummer 3
De
PADLOPER Nummer 4 2003
BESTUUR
> Voorzitter
& Secretaris ad interim
Wim Zolf, Paul
Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten
X 0597
434834 e-mail rjj_at_hetnet.nl
> Penningmeester
Willem Stouthamer,
Zoutstraat Groningen X 050
3xxxxx
> Natuurhistorisch
secretaris & excursiecommissie
Brenda Bolt,
Schaepmanlaan Groningen
X 050 5xxxx e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl
> Bestuurslid
Dick Pegtel, Viaduktstraat
HN Haren X 050
406xxx
WERKGROEPEN
Planten: Willem
Stouthamer
Vogels: Erik Hoitink X 050
5347844 en Gerard Strabbing X 050
53xxxxx
PADLOPER
Redactie: Willem
Stouthamer
Tekstcorrecties: Erna Kuiper
Kopie sluitingsdatum volgende nummer: 15 december 2004
alle kopie, liefst onopgemaakt in Word en graag met een
plaatje,
kunt u sturen naar:
Redactie Padloper, Zoutstraat TB Groningen
of e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net
Contributie: lid € 23,50 D
huisgenootlid € 10,-- D donateur
€
7,50 per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.
postgironummer 855.090
tnv. KNNV afd. Groningen, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
Afbeelding voorkant: voetafdruk van een Das (Meles
meles)
Alle plaatjes van diersporen in deze uitgave zijn
overgenomen uit de
KNNV veldgids DIERSPOREN door Annemarie van Diepenbeek
Inhoud
|
Van
de redactie |
3 |
|
Van
de bestuurstafel |
4 |
|
Van de VogelWerkGroep |
5 |
|
·
excursie Schiermonnikoog, 11
september |
5 |
|
Inktviszwam |
11 |
|
Zanglijster |
13 |
|
Rouwvliegen |
14 |
|
Excursieverslagen |
15 |
|
·
Libellen Woudbloem 4 juli |
15 |
|
·
Borkum 21 augustus |
16 |
|
· Expeditie
Rottum 25 augustus |
18 |
|
Stille getuigen |
21 |
|
Excursieprogramma |
23 |
Speciaal uw aandacht voor de
lezing door de schrijfster Annemarie van Diepenbeek van het boek Diersporen.
Het is bijzonder dat de excursiecommissie in samenwerking met de afdeling
Veendam er in geslaagd is haar naar het Noorden te laten komen. Als u na haar
lezing ‘Stille getuigen’ weer op pad gaat, dan bent u nog weer beter toegerust
om de natuur te kunnen ‘lezen’ en te kunnen waarnemen. Laat deze kans niet
voorbij gaan!
Ook bijzonder is het om deel te
nemen aan een lang lint van fakkels langs de randen van de Waddenzee. En
tenslotte kunt u weer uw ‘groene’ stem laten gelden bij de komende verkiezingen
van het waterschap. Tot ziens op een van de komende lezingen en/of excursies.


Van de bestuurstafel
Eildert Kappen overleden
Op 11 september 2004 overleed
ons huisgenoot lid Eildert Kappen op de hoge leeftijd van 90 jaar. Eildert was
iemand die op latere leeftijd lid werd van de KNNV. Hij was eigenlijk meer een
‘tuinmens’ zo begreep ik uit de woorden van zijn kinderen op de
afscheidsbijeenkomst in het crematorium. Hij nam samen met zijn vrouw Tineke
deel aan algemene excursies en aan excursies van de vogelwerkgroep. Hij was een
rustige man die op gezette tijden geestig uit de hoek kon komen .Wij wensen
Tineke en de kinderen sterkte toe,
Namens het bestuur Wim Zolf
Wij verwelkomen de nieuwe leden:
G.J. Branger
M.P. Gerkema
Erwina Teunissen en Nico Bolle
en wij hopen dat zij spoedig aan
de afdelings – en/of landelijke activiteiten zullen deelnemen.
Als u een Email-adres heeft (en
wij weten dat nog niet), stuur dan even een Email aan Brenda Bolt.
Van
de VogelWerkGroep
Verslag excursie naar Schiermonnikoog, 11 september 2004
Door Date Lutterop
Deelnemers: Wim van Eerden, Giny Kasemir, Date Lutterop,
Gerard Strabbing, Marten Vierstra, Fons Vos en Wim Zolf
Voor het vierde opeenvolgende
jaar organiseerde de vogelwerkgroep in september een excursie naar
Schiermonnikoog. Albert Jan had zich afgemeld met een pijnlijke rug en Giny
& Date hadden een zware (paardrij)avond en een korte nacht achter de rug.
Dit had tot gevolg dat de vroege vogels de eerste boot aan zich voorbij hadden
laten gaan en de zeven deelnemers om half tien aan boord van de ‘Rottum’
stapten. Tijdens de boottocht passeerde een groepje Rotganzen en enkele
Boerenzwaluwen kruisten het pad van de echte zeezwaluwen, Grote Stern en
Visdief.
Bij aankomst op het eiland was
het net hoog water geweest en stond het water nog tegen de dijk. Op het wad aan
weerszijden van de veerdam viel dan ook nog niets te halen voor de wadvogels.
We besloten om met de bus naar het Strandhotel te gaan en vandaar langs en door
het groene strand naar het oosten te lopen.
Hier werd al snel duidelijk dat
we het vandaag niet van de vogels moesten hebben. Alleen een passerende Blauwe
Kiekendief zorgde voor enige opwinding binnen de groep. Na met de telescoop een
groep zeehonden op het rif bewonderd te hebben gingen de sluizen langdurig
open. Gelukkig bleek dit achteraf ook de enige regenbui die we vandaag over ons
heen zouden krijgen.

KNNV-ers laten zich niet gauw
uit het veld slaan en al snel werd, bij gebrek aan vogels en mede door een
ijverig soorten noterende Fons, het blikveld naar beneden gericht. Onze route
gaf een mooi beeld van de successie die optreedt tijdens het ontstaan en de
ontwikkeling van het groene strand. Aanvankelijk nog erg laag met enkel
zoutminnende planten, maar langzaam hoger wordend en uiteindelijk met een heuse
buitenrand van hogere duintjes. Alleen op Rottumerplaat vinden we in Nederland
een vergelijkbare, op natuurlijke wijze ontstane slufter. Zonder al te veel
moeite vonden we ook de krenten in een dergelijke pap: Blauwe zeedistel,
Geelhartje, Knopbies, Parnassia, Rode ogentroost, Sierlijke vetmuur en
verschillende Moeraswespenorchissen.
Hier ook zagen we de tweede
dagvlindersoort voor vandaag. Nadat al meerdere Kleine koolwitjes voorbij waren
gevlogen, vonden we nu een al erg afgevlogen Heivlinder. Hoewel de naam doet
vermoeden dat het hier om een soort van heidevelden gaat, komt de Heivlinder
voornamelijk in de duinen voor. Zou deze Rode Lijst soort hier net zo massaal
voorkomen als op Rottumerplaat, waar in augustus de aantallen op kunnen lopen
tot ver boven de duizend?
Inmiddels weer geheel opgedroogd
door de aangewakkerde wind bereikten we Strandpaviljoen de Marlijn. Hier
zwommen zowaar nog een aantal mensen in zee; achter de branding foerageerden
diverse Grote Sterns, en op het strand zat een juveniel naast een van zijn
ouders. Vrij bijzonder, omdat van de broedvogels van Griend dit jaar nagenoeg
geen jongen zijn uitgevlogen.
In het paviljoen namen we even
de tijd voor het nuttigen van een hapje
en een drankje. Ook belden we Albert Jan om hem gerust te stellen: aan vogels
heeft hij tot dusverre niets gemist.
Na de bijtanksessie liepen we
door de duinen en langs de kwelder naar de waddendijk. Nu het water inmiddels
was gezakt kon hier de soortenlijst een beetje worden bijgespijkerd. Diverse
soorten wadvogels, waaronder diverse Zilverplevieren, foerageerden nu op de
wadplaten en in de geulen zwommen allerlei soorten eenden, waaronder Krakeend
en Slobeend.
De boot van 18:30 uur bracht ons
uiteindelijk na een welbestede dag terug naar het vasteland.
Hoewel één van de
excursiegangers ons er vandaag diverse malen van heeft geprobeerd te overtuigen
dat de natuur in Spanje toch vele malen mooier is dan hier in Nederland, denk
ik te kunnen zeggen dat hij dan in elk geval geen gelijk heeft voor wat betreft
onze waddeneilanden, en met name Schiermonnikoog. Daarbij vormt de Spaanse
paella ook nog eens een regelrechte bedreiging voor veel van onze wadbewoners.
Dit en vele andere onderwerpen
zullen zeker ter sprake komen tijdens de binnenkort te organiseren Bonte Avond
van de vogelwerkgroep. Voor die tijd echter hopen we weer zoveel mogelijk
mensen te kunnen verwelkomen bij de volgende excursie, op zaterdag 9 oktober
naar het Noordlaarderbos.
Hieronder de lijst van waargenomen soorten:
|
soort |
bijzonderheden |
|
|
|
|
vogels |
|
|
|
|
|
Aalscholver |
|
|
Bergeend |
|
|
Blauwe Kiekendief |
1 vrouw groene strand |
|
Blauwe Reiger |
1 Banckspolder |
|
Boerenzwaluw |
10-tallen |
|
Bontbekplevier |
10-tallen |
|
Bonte Strandloper |
|
|
Buizerd |
2 |
|
Drieteenstrandloper |
5 noordzeestrand |
|
Eider |
|
|
Ekster |
|
|
Fazant |
|
|
Goudplevier |
|
|
Graspieper |
|
|
Groenpootruiter |
|
|
Grote Stern |
30 noordzeestrand |
|
Holenduif |
|
|
Houtduif |
|
|
Kanoet |
|
|
Kauw |
|
|
Kievit |
10-tallen Banckspolder |
|
Kleine Mantelmeeuw |
|
|
Kneu |
|
|
Kokmeeuw |
|
|
Krakeend |
minstens 5 wad bij veerdam |
|
Oeverloper |
1 wad bij veerdam |
|
Paapje |
1 kwelder bij gotte ried |
|
Rosse Grutto |
|
|
Rotgans |
6 over wad |
|
Scholekster |
|
|
Slobeend |
|
|
Smient |
|
|
Spreeuw |
|
|
Steenloper |
|
|
Stormmeeuw |
|
|
Tapuit |
|
|
Tureluur |
|
|
Turkse Tortel |
|
|
Visdief |
|
|
Watersnip |
|
|
Wilde Eend |
|
|
Wintertaling |
|
|
Witte Kwikstaart |
|
|
Wulp |
|
|
Zilvermeeuw |
|
|
Zilverplevier |
|
|
Zwarte Kraai |
|
|
Zwarte Ruiter |
|
|
|
|
|
overige waarn. |
|
|
|
|
|
sprinkhanen |
|
|
Knopsprietje |
1 op groene strand |
|
|
|
|
dagvlinders |
|
|
|
|
|
Klein koolwitje |
meerdere ex. |
|
Heivlinder |
1 op groene strand |
|
|
|
|
zoogdieren |
|
|
|
|
|
Haas |
4 |
|
Konijn |
1 |
|
Gewone zeehond |
22 |
|
|
|
Naschrift: Als ik dit verhaaltje tik verneem ik dat
Eildert Kappen, de echtgenoot van ons vogelwerkgroeplid Tineke Kappen, is
overleden op de dag van onze excursie naar Schier. In het verleden was Eildert
diverse keren aanwezig tijdens een excursie van de vogelwerkgroep, en hebben we
hem leren kennen als een zeer aardige en humorvolle man. Zijn afnemende
gezondheid weerhield hem de laatste jaren weliswaar van het meegaan met
excursies, maar zijn smaakvolle bijdragen aan de productie van de appeltaarten
voor onze jaarlijkse Bonte Avond zullen we niet vergeten. De vogelwerkgroep
wenst de familie veel sterkte toe.
De Inktviszwam, een exotische paddestoel in Midden-Drenthe
Een mooie, luie zondagavond 19
juli 2004 en ineens Marchien en Anne Doedens, kennissen uit het dorp, aan de
deur. Ze tipten ons over een vreemde paddestoel die ze gezien hadden. Op het
schermpje van hun mobieltje kwam het fotootje tevoorschijn. In het klein was
het exotisch beeld te zien van rode klauwen in het groene gras. Op onze vraag
of het ding ook stonk en of er ergens houtsnippers lagen of gelegen hadden,
volgde een positief antwoord. ‘Inktviszwam’ was de eerste gedachte. In 2001 was
hij gesignaleerd in de buurt van Grolloo en had toen ruime publiciteit
ontketend.
We beloofden de volgende dag te
gaan kijken. De zondagavond werd besteed aan een internetspeurtocht naar de
Inktviszwam en naar de Anthurus archeri, c.q Clathrus archeri. De
laatste naam stond in de Paddestoelen-Encyclopedie van Gerrit J. Keizer (uitg.
1997 Lisse). De eerste gegevens beloofden een interessant verhaal over ‘de
stinkzwam uit Australië’.

Vindplaats vinden
De vindplaats hadden we genoteerd
als ‘Bruntinge 37’, in de berm van een weggetje bij een nederzetting zonder
straatnamen. Bruntinge had wèl straatnamen en geen nummer 37. Na voor de
zekerheid toch maar alle wegbermen in het kale ontginningslandschap
geïnspecteerd te hebben, besloten we naar het dorp Brunsting te rijden. Bij
boerderij nr. 37 wees men ons de groeiplaats ca. honderd meter verderop in de
berm van de naamloze ruilverkavelingsweg. De rode sprieten als van een
uitgespreide hand uit een grondknol – of inderdaad als de tentakels van een
inktvis – lichtten fel op in het gras van de berm. Aan de bovenkant (binnenkant
als je het als een uitgespreide hand beschouwd) zitten er bruinzwarte vlekken
met sporen op, de andere kant is bleekrood. De Inktviszwam is een
kolonievormer. We telden ruim 100 vruchtlichamen op een lengte van ongeveer 15
meter, met daarbij 100-150 knollen, de z.g. ‘duivelseieren’ van de stinkzwam.
De paddestoel is vrij kwetsbaar en breekt gauw af bij beroering. Je rook een
kadaverlucht, die sterker werd naarmate er meer paddestoelen en eieren
aangeraakt werden.
De groeiplaats was een smalle
grasberm naast een aanplant van jonge eiken met een ondergroei van struiken van
wilg, berk, braam, Amerikaanse vogelkers en lijsterbes tot aan de sloot van het
akkerland. Het bouwland erachter bestond uit een eindeloze vlakte
aardappelakkers. Aan de overkant van de weg lagen uitgestrekte velden met
leliebollenteelt. Een eeuw geleden was hier nog veel heide en veen, nadien
ontgonnen tot landbouwgrond.
Exotische paddestoel uit Australië?
De Inktviszwam is een fleurige
stinkzwam, die in Australië op houtstobben, boomwortels en op losse bodem met
houtresten, zaagsel en houtsnippers groeit. De wegberm in Brunsting was een
jaar of wat geleden ook voorzien van versnipperd hout bij het onderhoud van de
houtsingel. Enkele omwonenden meenden dat deze kleurige verschijning ca. vier,
vijf jaar gelden ook al in beeld was geweest. Niet èlk jaar, in elk geval. Een
oma, die dagelijks met haar kleinkind in de kinderwagen vanuit Brunsting een eindje
de weg op en af loopt, dacht aan getopte lelies, die de lelieboeren in de berm
hadden gegooid. Ze vond dat ‘geen stijl’. De slordig verspreid liggende rode
dingen had ze nimmer als exotische paddestoel herkend…
In Australië komt –volgens de
Fungimap 2001 (uitg. Royal Botanic Gardens Melbourne)- de Anthurus archeri voor
in het zuidoosten van het werelddeel, in de staten New South Wales, Victoria en
Tasmanië. De stinkzwam is vandaar kennelijk op reis gegaan, naar Europa en naar
de VS van Amerika. Voor de verspreiding naar Europa wordt gewezen naar de
Australische wolhandel en/of naar de Eerste Wereldoorlog, waarin Australische
divisies aan de kant van de Geallieerden meevochten. Een enkele Nederlandse
internetbron kakelt dat ‘het komt’ door de opwarming van het klimaat. Dit ligt
echter wat genuanceerder.
De paddestoel komt sinds enkele
decennia ook voor in Californië. De Inktviszwam, daar ‘Octopus stinkhorn’
geheten, is ’meegekomen’ met plantgoed van bamboebomen uit Australië
(www.mykoweb.com/CAF/). De verspreiding in kwekerijen en vochtige, beschaduwde
tuinen en parken is beperkt tot Santa Cruz County. Hij komt daar alleen tot
vorming van vruchtlichamen in de warmste maanden. In Australië en Nieuw-Zeeland
noemen ze juni-november als groeiperiode, terwijl een Duitse bron de
‘Tintenfischpilz’ in juli-september laat gedijen.
De tocht door Europa
De eerste waarneming van de
Inktviszwam komt uit de Vogezen in 1920. Een Duitse website stelt echter ‘wurde
nach 1910 von Australien nach Europa verschlept’ zonder nadere aanduiding. In
elk geval is de paddestoel in 1934 in Karlsruhe aan de Rijn gesignaleerd, in
1938 in het Schwarzwald, 1940 in het Odenwald, 1953 in het stroomgebied van de
Main en in 1958 al bij Neurenberg. De paddestoel groeit nu ook in de Duitse buurlanden
Oostenrijk, Zwitserland, Polen en Tsjechië. Vanaf 1973 zijn waarnemingen bekend
uit Spaans Baskenland. Omstreeks 1980 is de Inktviszwam overgestoken naar
Engeland, waar hij opdook in de zuidelijke graafschappen in ‘woodchip gardens’.
In Engeland werd de Inktviszwam ‘Devils Claw Stinkhorn’ gedoopt. De
‘duivelsklauw’ zit al in Norfolk (East Anglia).
De paddestoel verschijnt
onregelmatig. Dat heeft meer met het momentane weer in een gebied te maken, dan
met de globale opwarming van het klimaat. Na WOI zijn er in Europa bar koude
perioden geweest met strenge winters. Tussen 1930 en 1980 is in Nederland zelfs
een toename van enkele koudeminnende plantensoorten geconstateerd! Het oprukken
van warmteminnende plantensoorten kwam pas tussen 1980 en 2000 (‘Stichting
FLORON, Veldsymposium Klimaatverandering en Natuur’). De latere waarnemingen
van de Inktviszwam passen wel in dat beeld: 1987 Oberbergische Kreis, 1995
Ennstal in Oostenrijk, 1997 weer in Zwitserland, 1998 in Hespertal bij Essen
(op een ‘Holzlagerplatz’) plus de Nederlandse vondsten.
Juist in deze decennia is het
snipperen van houtafval sterk toegenomen door de milieuwetgeving, die het
verbranden van snoeihout verbiedt. Dat vergroot de verspreidingskansen van deze
paddestoel behoorlijk.
In Zuid-Limburg meldt een
inwoner van Elsloo, dat in hun rijkste paddestoelenbos, het Bunderbos, de
Inktviszwam al zo’n jaar of twintig voorkomt. Vanaf 1990 is de paddestoel
gezien in Drenthe ten zuidwesten van Grolloo. Omstreeks 1999 dus ook bij
Brunsting, ten westen van Beilen. In 2000 bij het ‘Kruumtenhoes’ in Westerbork
en in 2001 en 2003 aan het Oranjekanaal (opgave Jan van Ginkel te Orvelte). In
oktober 2001 dook de stinkzwam op bij Dronten. In september 2002 was het weer
raak in de Flevopolder, maar ook bij Gorssel (grote kolonie op landgoed Dorth).
In 2003 is de Inktviszwam gerapporteerd bij Brummen. En in juli 2004 is
Midden-Drenthe weer aan de beurt.

Maar, hoe kwam de paddestoel
ècht in Europa?
Er zijn twee theorieën over hoe
de Anthurus archeri (Clathrus archeri) in Europa belandde. Meegekomen
tijdens de invoer van Australische wol in Europa òf meegebracht door de
Australische troepen, die in de Eerste Wereldoorlog aan het westelijk front
vochten.
De stinkzwammen hebben sporen,
die door aasvliegen –die op de stank afkomen- verspreid worden. Hoe lang deze
minuscule sporen van de Inktviszwam kunnen overleven in verschillende klimaten,
is me niet bekend. Uit het Californische verhaal blijkt dat de paddestoel ook
met geïnfecteerd plantmateriaal mee kan komen. Als de bodemgesteldheid en de
weerstoestand goed samenwerken, kan de stinkzwam ook ‘aanslaan’.
Wol uit Australië
Als tegen 1910 of later de
paddestoel via de Australische wolinvoer naar Frankrijk is gekomen, moet er wel
een héél speciaal ‘laat’ woltransport geweest zijn. De Australische wolexport
overvleugelde in 1845 al de Duitse wolhandel. Wol werd de ruggengraat van de
koloniale Australische economie. De snelle zeilclippers als de ‘Cutty Sark’
vonden in de periode 1880-1890 in de Australische wol een goede vracht ter
vervanging van de ladingen thee voor Engeland. Toen in 1870 het Suezkanaal voor
stoomschepen open ging, groeide de handel naar Azië en Australië door
verkorting van de vaartijd geweldig. Bekend is dat de Britse schepen een groot
aandeel hadden in de export uit Australische havens (1904: 42%). De piek van de
woluitvoer lag tientallen jaren eerder dan het jaar 1910. Ik kan niet nagaan,
waarom er toen Australische wol speciaal naar Frankrijk gekomen zou moeten
zijn. De wolinvoer als oorzaak van introductie van de Inktviszwam lijkt me
daarom wat ver gezocht.
De Australian Imperial Force
(AIF) in Europa
Direct nadat de Eerste
Wereldoorlog (The Great War) uitbrak, riep de Australische prime-minister Cook
op 5 augustus 1914 ‘When the Empire is at war, so is Australia!’. Er werden
rekruteringskantoren geopend en de vrijwilligers melden zich en masse
aan. Op een bevolking van 4.875.325 Australiërs gingen 416.809 mannen de oorlog
in. (Er sneuvelden ruim 60.000 man en nog eens 156.000 raakten ernstig gewond,
vergast of vermist. Van het Britse Gemenebest-leger leden de Australiërs de
meeste verliezen. In 1919 werden de laatste Australiërs uit Frankrijk
gerepatrieerd)
Alle statistieken en
troepenbewegingen van de AIF zijn bekend en op internet na te zoeken. Onder
meer bij www.awm.gov.au/units/ en www.fact-index.com/f/fi/ .
Als de AIF de Australische
stinkzwam naar Europa heeft gebracht, moet dit gebeurd zijn door de divisies en
brigades uit de drie staten waar de paddestoel groeit. Wat blijkt nu? De
legeronderdelen uit New South Wales, Victoria en Tasmanië werden eerst ingezet
in Palestina en de Sinaï. Pas in 1916 werden ze uit Egypte via Alexandrië naar
Marseille verscheept. Daar werden personeel en goederen gedegen gedesinfecteerd
(o.a. werd alles heet gestoomd in ‘Hunters Train’) uit angst voor meegekomen
ziekten. De paddestoelsporen moeten de eerste twee jaar in de woestijn hebben
gebivakkeerd, dan over zee ‘met de maten mee’ naar Zuid-Frankrijk, waarna ze
aan hete stoom of andere desinfectantia werden blootgesteld.
De troepen reisden verder per
trein naar ‘westelijk front’ in Noord-Frankrijk en Vlaanderen. Nieuwe aanwas
werd later naar Engeland verscheept, voor een aanvullende training. Geen enkele
Australische militair uit de Zuidoostelijke staten is linea recta naar
Frankrijk gereisd. Sporenverspreiding via militair personeel lijkt dus vrijwel
uitgesloten.
Aanvoer AIF-voorraden
Wel
werden voor het Australische leger paarden en materialen per schip nagezonden.
Paarden voor de artillerie en voorraden wol, metaal, vlees en meel (o.a.
veldkeukens en kleine uitrustingstukken werden uit de Britse depots achter het
front betrokken). In de barre winter van 1916 werden 65.000 ’sheepskin jackets’
naar de AIF-divisies aan het westelijk front gestuurd. Ik vermoed, dat een
mogelijke verspreiding van de Anthurus archeri (of Clathrus archeri
toen nog) gebeurd kan zijn met geïnfecteerde houten emballage of zaagsel bij
het paardentransport. De grote stinkzwammenkolonie van 2004 bij Brunsting in
Midden-Drenthe hield zich hierover van den domme. Ze bleef exotisch ogen - en
vreselijk stinken.
Jan Tuttel, 26 juli
2004 -
jan_at_tuttel.com en www.tuttel.com

Zanglijstersmidse
Zanglijster verwijdert dode jongen uit nest.
Het is eind juli 2004. In onze
tuin hebben twee paartjes Zanglijster het razend druk met het voeren van hun
jongen. Overal op de paden liggen kapot gehakte tuinslakkenhuisjes die
knisperen onder je voeten als je er op stapt. Maar hun inspanning wordt
beloond! De pulli uit het eerste legsel groeien als kool. Op ieder moment van
de dag hoor je hun bedelroep vanuit de struiken.
Op zekere dag zie ik vanuit de
huiskamer een vrouwtje zanglijster scharrelen tussen de Clematis boven op de
pergola. Omdat ze duidelijk op zoek is naar een nieuwe nestgelegenheid schiet
mij opeens een bijzonder voorval te binnen dat vorig jaar plaatsvond. Op 9
augustus 2003 heerste hier in Bellingwolde een hittegolf. Dus vijf dagen op rij
met een temperatuur van meer dan 25
C
waarvan er drie met meer dan 30
C
.
Op eens zagen we de Zanglijster
met een nogal groot pakketje in zijn snavel uit de Clematis wegvliegen. Vier a
vijf meter van het nest liet hij het pakketje vallen en vloog weer terug naar
het nest. Bij nadere inspectie bleek hij een dood jong uit het nest verwijderd
te hebben. Na enig zoeken vonden we een tweede dood jong dat waarschijnlijk een
dag eerder al verwijderd was. Waarschijnlijk waren de jongen dood gegaan
vanwege de extreme hitte van de afgelopen dagen. De jongen wogen 26 gram
terwijl de grote slagpennen nog nauwelijks ontwikkeld waren. Volgens ‘Das
Handbuch der Vogel Mitteleuropas’ waren de jongen dan hoogstens vijf dagen oud.
In het ‘Handbuch’ heb ik verder niets vinden over het fenomeen dat Zanglijsters
dode jongen uit hun nest verwijderen.
Rob van der Valk, J.
Buiskoolweg 10 A, 9695 TT Bellingwolde, tel.: 0597-532556
Rouwvliegen
Van 5-14 mei 2004 vond er in
onze tuin aan de Rijksstraatweg te Haren een uitbraak van rouwvliegen plaats.
Op alle verticale wanden van huis en schuur krioelde het van deze zwarte
vliegen. In een stukje van de tuin met zwarte modder en verspreide graspollen
onder een esdoorn hingen grote klonters vliegen aan individuele grasstengels
die onder het gewicht van de vliegen doorbogen. Ook de bladeren van de esdoorn
en vooral diens hangende bloeiwijzen (maar niet de vlakbij hangende bloeiwijzen
van Gouden regen en Lijsterbes) zaten er onder. De dieren waren traag, bewogen
nauwelijks en ik zag geen eetgedrag. Bij aanraking lieten zij zich vallen en
vlogen niet weg. Met behulp van het binoculair kon ik de soort bepalen, zijnde Dilophus febrilis, herkenbaar aan een krans van korte
stekeltjes aan het uiteinde van de voorschenen (afgebeeld in de Nieuwe
Insectengids van Thieme/Tirion).
Op 11 mei bleken de vele tientallen door mij
bekeken exemplaren, die op de grond, muren en ramen kropen, zonder uitzondering
vrouwtjes te zijn (kleine ogen, ondoorzichtige beroete vleugels). Op 12 mei nog
steeds grote aantallen op de grond, maar op 13 mei al opvallend veel minder,
waarschijnlijk weggevlogen. Op 14 mei is het warmer. 's Middags om 15.00 uur
dansen er veel muggen boven ons gazon, ongeveer op twee meter hoogte. Met een
netje vang ik ruim 20 exemplaren en deze blijken allemaal mannetjes van Dilophus te zijn (grote elkaar rakende
ogen en heldere vleugels). De op de grond en muren kruipende exemplaren zijn
nog steeds alleen vrouwtjes. Dan zie ik driemaal een koppel van twee exemplaren
uit de lucht vallen, waarvan een op de muur landt en twee op de grond. Het zijn
copulerende mannetjes en vrouwtjes.
Nu kwamen er bij mij een aantal
vragen op. Blijkbaar vindt de paring in de lucht plaats, maar op welke hoogte?
Worden opstijgende maagdelijke vrouwtjes door een wolk dansende mannetjes
opgewacht? Omdat de vliegen massaal in het gras op de grond kropen was ik er
van uitgegaan dat ze ter plaatse als verse imago's uit de grond gekomen zijn.
Maar waarom zag ik daar alleen vrouwtjes? Komen mannen en vrouwen op
verschillende plaatsen uit, of eventueel op verschillende dagen? Op zoek naar
relevante literatuur op internet kwam ik niet verder dan algemeenheden over
rouwvliegen. Niets over details van de biologie. Kent iemand goede literatuur?
Dan graag een berichtje. In dezelfde periode werd er in Groningen en Drenthe
meer over uitbraken van rouwvliegen bericht.
Jan Hulscher,
Rijksstraatweg 305, 9752 CE Haren - email: j.hulscher_at_tiscali.nl
Bibionidae, Rouwvliegen
Het gaat om een muggenfamilie
die onderverdeeld wordt in 2 onderfamilies: Scatopsinae en Bibioninae. Het
geslacht Dilophus hoort bij de laatste. Het lijkt me bij Rouwvliegen
riskant om soorten te determineren m.b.v. de Nieuwe Insectengids. Er zijn veel
meer soorten dan daarin genoemd worden. Er zijn een stuk of 20 soorten in onze
gebieden.
Rouwvliegen zijn veelal
voorjaarsbeesten. Enkele kun je al in maart waarnemen. In Oudemans insectenboek
staat dat veel soorten in verbazende hoeveelheden voorkomen. Zij vliegen niet
gemakkelijk op, vooral de vrouwtjes niet, en laten zich zonder moeite grijpen.
Alleen als de zon schijnt vliegen de mannetjes rond, met recht naar beneden
hangende achterpoten. De larven leven in rottende plantaardige stoffen, mest
enz.
Er staat niets geschreven over ongelijktijdig
uitkomen van mannen en vrouwen, en waar de paring precies plaatsvindt. Het
lijkt me wel aannemelijk dat de vrouwen in de lucht door de mannen gegrepen
worden. Je ziet ze ook wel paren op muren e.d. Ze nemen daar uren de tijd voor.
Vrouwtjes zullen daarna de eieren leggen en dan hebben ze m.i. wel iets op de
grond te zoeken. Ik neem zelf al vele jaren waar dat in het voorjaar explosief
grote aantallen Rouwvliegen te voorschijn komen. Dat is een normaal
verschijnsel. (Dat zie je ook bij allerlei andere insecten. De Rozenkever-explosie
vind ik altijd heel opvallend, de Langsprietmotten vallen iets minder op en in
het heel vroege voorjaar zie je wolkjes wintermuggen.)
Het gaat om dieren die voor
weinig andere overlast zorgen dan vlekjes op de autoruiten. Je hoort weleens
over schade aan plantenwortels. Later in het jaar zie je soms ook (veel
kleinere) uitbraakjes van Rouwvliegen, mogelijk andere soorten (vrij kleine),
maar het zou ook om een volgende generatie kunnen gaan.
Lit. De Nederlandsche Insecten, Dr. J Th. Oudemans, 1900
Chris van Houdt,
Weenderstraat 32, 9541 TC Vlagwedde
Libellen, Woudbloem 4 juli 2004
Leiding: Herman de Heer en Jan Gerard
Het was wat koud geweest de afgelopen tijd, dus het
leek er op dat het nog te vroeg was voor een eerste waarneming van de Groene
glanzenmaker en het waaide nogal. Kortom de omstandigheden waren niet optimaal.
Toch besloten we er het beste van te maken!
En we werden niet beschaamd over
deze beslissing. In de luwte van bosjes langs de Slochter Ae tuurden we tussen
de Krabbescheer. Marjan van Oosten viel de eer te beurt voor de eerste en naar
later bleek enige waarneming van een zojuist uitgeslopen Groene glazenmaker.
Iedereen kon de glazenmaker goed bewonderen vanaf een houten brug en met
verrekijker dichterbij te halen.
Herman en Jan legden ons goed
uit waar wij op moesten letten bij determinatie van een libel; welke soorten
lijken erg op elkaar en hoe deze te onderscheiden!
Metaalglanslibel, Somatochlora metallica
Gezien het resultaat van deze
excursie, weergegeven in beide onderstaande tabellen, een leerzame dag met dank
aan beide excursieleiders.
Dagvlinders
|
PIERIS NAPI |
Klein geaderd witje |
245 |
581 |
9 |
20 |
|
MANIOLA JURTINA |
Bruin zandoogje |
245 |
581 |
9 |
50 |
|
APHANTOPUS HYPERANTHUS |
Koevinkje |
245 |
581 |
8 |
10 |
|
VANESSA ATALANTA |
Atalanta |
245 |
581 |
8 |
1 |
|
AGLAIS URTICAE |
Kleine vos |
245 |
581 |
8 |
1 |
|
THYMELICUS LINEOLA |
Zwartsprietdikkopje |
245 |
581 |
8 |
1 |
|
LYCAENA PHLAEAS |
Kleine vuurvlinder |
245 |
581 |
8 |
2 |
Voorlaatste kolom:
·
9=M. en V.
·
8=M. of V. onbepaald
Libellen
|
ISCHNURA ELEGANS |
Lantaarntje |
245 |
581 |
A |
75 |
V |
|
COENAGRION PULCHELLUM |
Variabele.waterjuffer |
245 |
581 |
A |
400 |
V |
|
ERYTHROMMA NAJAS |
Grote roodoogjuffer |
245 |
581 |
A |
7 |
Z |
|
LESTES SPONSA |
Gewone pantserjuffer |
245 |
581 |
A |
20 |
V |
|
SYMPETRUM SANGUINEUM |
Bloedrode heidelibel |
245 |
581 |
8 |
4 |
V |
|
AESHNA GRANDIS |
Bruine glazenmaker |
245 |
581 |
8 |
2 |
V |
|
AESHNA VIRIDIS |
Groene glazenmaker |
245.8 |
581.5 |
5 |
1 |
Z |
|
AESHNA ISOSCELES |
Vroege glazenmaker |
245.9 |
581.5 |
A |
2 |
V |
|
AESHNA ISOSCELES |
Vroege glazenmaker |
245.9 |
581.6 |
8 |
2 |
Z |
|
AESHNA ISOSCELES |
Vroege glazenmaker |
245.9 |
581.3 |
8 |
1 |
Z |
|
SOMATOCHLORA METALLICA |
Metaalglanslibel |
245 |
581 |
5 |
1 |
Z |
Derde kolom van rechts:
·
A=M. en V.
·
8=M. of V. onbepaald
·
5=V.
Laatste kolom:
·
V=Vangstwaarneming
·
Z=Zichtwaarneming
Tabellen zijn opgesteld door Jan Gerard; de redactie heeft
zijn oorspronkelijk afgekorte namen in de tabel voor alle duidelijkheid
volledig weergegeven.
Afbeelding uit Nederlandse
Fauna deel 4
Boek aankondiging
In
november te verschijnen een boek (inclusief dvd) over de effecten van
klimaatverandering op natuur, landbouw en water, getiteld
`Opgewarmd
Nederland`(Rolf Roos e.a. red.).
Het boek
is een uitgave van Stichting NatuurMedia, Uitgeverij Jan van Arkel
en
Stichting Natuur en Milieu en verschijnt op 11 november aanstaande.
Lees
alles over de feiten rond opwarming van de natuur: wat gebeurt er
allemaal,
wat betekent het voor de biodiversiteit, welke soorten verhuizen
naar het
noorden en kunnen ze wel weg?
Alle
informatie en wetenschappelijk nieuws kunt u vinden op
<http://www.opgewarmdnederland.nl>www.opgewarmdnederland.nl.
Als u intekent voor 18 oktober, scheelt dat € 10,-.
Borkum,
21 augustus 2004
Om 8.15 uur vertrokken Stella
Boele, Lieveke van Drooge, Marian en Jan Hulscher, Jan-Erik Plantinga en Marjan
van Oosten o.l.v. Willem Stouthamer in de regen naar de Eemshaven voor een
excursie naar Borkum met de boot van 9.30 uur. Een gezellig treintje bracht ons
in het niet erg gezellige dorp waar fietsen werden gehuurd. De nadruk tijdens
deze excursie zou bij planten liggen. Het eerste uur verliep nog in de regen,
maar daarna werd het droog. Willem had ons lekker gemaakt dat we misschien wel
Stofzaad zouden vinden. Iedereen pikt op een excursie weer nieuwe dingen op, of
die hij al weer was vergeten. Zo ook bij deze verslaggever. Brede stekelvaren
herken je o.a. aan de donkere vlek op de schubben aan de steel, Grasmuur aan de
gewimperde voet van stengel- en schutbladen. Bekeken Tweestijlige meidoorns
bleken toch Eenstijlige te zijn, maar tussen de overwegende Zwarte elzen pikte
Willem er ook een paar Grauwe uit met hun spitse bladtoppen. Een leuke vondst
was Sofiekruid, de loep was te zwak om de 4-stralige sterharen ter bevestiging
te kunnen herkennen, maar dit lukte thuis onder het binoculair wel. Bij een
veldje Valse salie stond ook de Kleine leeuwetand (waarom helaas niet meer
Thrincia?) te bloeien en zagen we haar gothische vensters in de vorm van de
omwindselbladen. Kamgras, Kleine ruit, drie bloeiende pollen van Gewone (Grote)
zandkool, Hop en de Brede wespenorchis waren de volgende verrassingen. Bij
kneusing vonden we Zandkool niet stinken, zoals de flora zegt, maar naar het
kruid Rucola ruiken en het smaakte er ook naar. Er werd nog meer geproefd op
deze excursie: bessen van de Duindoorn, die overvloedig op vrouwelijke planten
voorkwamen, blaadjes van Schapezuring (verfrissend) en Dauwbramen. Een
klimplant met 5-tallige bladeren die leken op die van Wilde wingerd konden we
niet thuisbrengen. In een vochtig duinpannetje vonden we onder de Kruipwilg het
verwachte Rondbladig wintergroen, Strandduizendguldenkruid en, verrassing, drie
Groenknol-orchissen, waarvan de knollen bovengronds zichtbaar waren. Deze
vondst vond Willem belangrijk genoeg om de lokatie met zijn GPS-apparaatje vast
te leggen. Op een strandopgang stonden enkele Doornappels, waarvan een bloeiend
en, de grootste verrassing van de dag, enkele exemplaren van de Rode
aardbeispinazie Chenopodium foliosum, waarvan de Oecologische Flora
speciaal vermeldt dat deze op Borkum al een aantal jaren stand houdt. In de
duinen van de zeereep stonden, zoals het hoort, Loogkruid en veel bloeiende
Zeeraket Het eiland is vergeven van de Rimpelroos. Gelukkig bloeide er ook nog
een exemplaar van de Egelantier, waarvan de bladeren naar appel ruiken. Veel
Boerenwormkruid stond langs het spoorbaantje. Het beloofde Stofzaad werd niet
gevonden, maar wel de eveneens beloofde Geoorde silene. Een aantal van de
gevonden planten (Oorsilene, Kleine Duinruit, Zeepkruid, Gewone zandkool) zijn
ook algemeen in de Hollandse duinen en in het Waddengebied alleen op de oostelijke eilanden (vanaf
Schiermonnikoog). Een aanwijzing voor de relatieve kalkrijkdom van dit
gebied?
Op een duinpad stonden prenten
die leken op die van een Ree. Komt deze soort daar voor?
Van de vogels vroeg een paartje
Bruine kiekendieven onze aandacht en op het strand opvallend veel
Drieteenstrandlopers die zich in het aanspoelsel van de vloedlijn
waarschijnlijk te goed deden aan de Strandvlooien die we daar vonden. Trein en
boot van 17.30 uur brachten ons weer naar huis. Een prachtige excursie!.
Jan Hulscher
Expeditie Rottum – 25 augustus 2005
Als de historische Plinius
Rottum had gezien was ons de omschrijving ‘Frisia limes ultima’ overgeleverd
waarmee zoveel bedoeld zou zijn als de verst van het Romeinse rijk gelegen
grens van het toenmalige Friesland. Hoewel Rottum nu bij Groningen behoort is
het nog steeds het meest noordelijkste puntje van ons territorium. Voor latere
auteurs was het een desolate hel (Godfried Bomans) of het paradijs op aarde
(Jan Wolkers).
Voor 12 KNNV-ers zou het op 25
augustus het doel zijn van een lang verwachte excursie naar een meer of minder bekend
Waddeneiland. Onheilspellende weerberichten en loodgrijze luchten vormden het
decor van een boot- en wandeltocht richting Rottumeroog, als enige van de drie
‘Rottum’s’ toegankelijk voor een zeer select publiek (25 SBB excursies per
jaar).
Reeds om 6.00 uur werd de motor
gestart van de boot in Noordpolderzijl. Het zou echter nog tot ruim 9.30 duren
voordat we letterlijk overboord gezet werden. Geen wachtende bussen en geen
steiger maar alleen een ijzeren laddertje richting de grijze golven. Even kniediep
plonzen en daarna over de zandplaten naar de ‘Kaap’ en de vogelwachterstoren.
Knipogend toegekeken door een duffe zeehond die even later het voorbeeld van
zijn meer wakkere soortgenoten volgde en het ruime sop verkoos boven een zandig
bed.
Meteen konden we kennis maken
met het frappante kenmerk van Rottum: het eeuwig stuivende zand. Met de wind
als motor voelde je het eiland letterlijk onder je voeten weglopen richting de
Eems. Een deel van het zand wordt door met beton verzwaarde matten vastgehouden
waardoor een serie droge duinen zijn ontstaan. Rijkswaterstaat heeft met Helm
en Zandhaver getracht de elementen verder te temmen maar enkele jaren geleden
is besloten deze strijd op te geven.
Voordat we vanaf de toren een
blik op het verstedelijkte Borkum konden werpen werd eerst de aandacht
getrokken door het skelet van een bruinvis. Prachtig geconserveerd en compleet
met staartvin. Verder kijkend vielen meteen enkele stervende Witte Abelen op.
Restanten van de tuin van Toxopeus, de laatste strandvoogd. Teken van een
verloren strijd om bewoning mogelijk te maken op Rottumeroog. Zonder zoet water
moest dit experiment wel tot mislukken gedoemd zijn.
Via het strand, waar meerdere,
bijna uitgewiste, sporen van Toxopeus zichtbaar waren, ging het naar de kwelder
voor botanische les. Alle kwelderplantjes passeerden de revue met Aardbeiklaver
en Rode Ogentroost voor niet-botanici als toppers.
Opgejaagd door onheilspellende
berichten over hogere waterstanden spoeden we ons terug naar de boot om
vervolgens nog meer dan een half uur gevangen te blijven in de greep van
Rottum. Gesterkt door soep wist de schipper uiteindelijk zijn boot weer vlot te
krijgen. Ondanks af en toe striemende regen hadden de doorzetters nog
gelegenheid om Dwergsterns, een Lepelaar, een Zwarte zee-eend en opnieuw veel
zeehonden langs te zien trekken. Bij de getijdenhaven van Noordpolderzijl gaf
Neptunus ons de nodige vertraging waardoor Rosse grutto’s, Kanoeten en Kluten
aangestreept konden worden.
Een dagje Rottum met SBB is voor
alle deelnemers een bijzondere ervaring en voor velen een onvergetelijke
herinnering geworden.
Kees Boele

15-daagse
Kaapse flora reis 1 oktober – 16 oktober 2005
(met eventuele verlenging. 7
daagse safari tot 23 oktober)
Bestemd voor: o.a. leden Wilde Planten Kring Haren, KMTP
afd. Haren, KNNV afd. Groningen
Reisleider: Kees Boele
Totaal aantal deelnemers: 20 (exclusief reisleider en
chauffeur)
Kosten: .€ 1989,- p.p. (€ 335,-
1-persoons toeslag)
Inclusief: vlucht, vervoer met luxe touringcar (22
personen) accommodatie in luxe bungalows of hotels (**/***), 3 x ontbijt, 1 x
diner, reishandboek ‘Kaapse Flora’, excursiekosten zoals genoemd in de
uitgebreide reisbeschrijving, reisbegeleiding. Exclusief: alle overige
maaltijden, verzekeringen, uitgaven van persoonlijke aard
Kosten verlenging: € 890,-
(vanaf 2 personen), € 1186 (1 persoon)
Inclusief: vervoer (Toyota Corolla of vergelijkbare auto),
accommodaties, documentatie - en kaartenpakket. Exclusief: benzinekosten,
entree Kruger Nationaal Park,maaltijden, overige uitgaven
***Alle prijzen onder voorbehoud, december 2004/januari
2005 zullen de definitieve prijzen bekend zijn. Voor uw eigen kosten:
prijsniveau Z.Afrika: 30 – 40 % lager dan Nederland.
Verdere informatie: Een uitgebreide reisbeschrijving en
opgave formulier is op te vragen bij drs. Kees Boele, Remmingaweg 48, 9751 VR
Haren, tel.: 050-5370110 en e-mail: keesboele_at_tiscali.nl
Opgave: gezien het beperkte aantal plaatsen zo spoedig
mogelijk, op volgorde van binnenkomst en door storting van 10 % van de reissom.
**************************************************************
Een reis naar Zuidelijk Afrika
behoort ongetwijfeld tot de topervaringen van elke plantenliefhebber of
botanicus. Op slechts 0,04 % van het aardoppervlak komen hier ruim 14.000
soorten planten voor, 630 soorten heides, 625 soorten iris-achtigen, 250
soorten orchideeën……… Een natuurlijke erfenis die zijn oorsprong vindt in een
kleinschalig landschap met op elke bergtop of vallei een eigen micro-klimaat.
Op verzoek van o.a. enkele leden
van de Wilde Planten Kring Haren is een unieke reis samengesteld waarbij een
kennismaking met de Kaapse flora gecombineerd wordt met excursies naar de
mooiste landschappen van de Westelijke Kaapprovincie. U reist met een luxe,
22-persoons, touringcar en verblijft in rustieke bungalows of kleine hotels.
Koken doet u vaak zelf of in kleine groepjes, soms biedt een restaurant
mogelijkheden om ‘Suid Afrikaanse kos’ te proberen terwijl in Malgas Hotel een
heerlijk diner voor u klaar staat.
Na aankomst in Kaapstad krijgt u
alle gelegenheid om bij te komen van de twaalf uur durende vlucht in de
comfortabele bungalows van Houtkapperspoort, aan de zuidrand van het
dominerende Tafelbergmassief. De volgende dag leert u de eerste Afrikaanse
plantenfamilies kennen in de beroemde botanische tuin van Kirstenbosch. Met
deze kennis gaat u ’s middags per kabelbaan naar de top van de Tafelberg waar u
een stevige wandeling maakt door een sterk geaccidenteerd ‘fynbos’ van heide,
dakriet en suikerbossies Na een onvergetelijke
bustocht over het Kaapse schiereiland reist u naar het oude Stellenbosch. Paarl
en Worcester waar u terecht komt in de droge Karroo vegetatie. Mysterieuze en
magnifiek vormgegeven vetplanten geven aan dat de rand van het Kaapse
floragebied bereikt is. Via Hottentots Holland gaat u vervolgens terug naar de
kust om via de Tuinroute richting Port Elisabeth verder te trekken. Onderweg
maakt u diverse wandelingen door fynbos maar ook in eeuwenoude kustbossen van
geelhout en stinkhout. Bekende namen als Hermanus, Knysna en Tsitsikamma worden
herinneringen maar ook minder bekende bestemmingen als Nature’s Valley en het
Van Stadens Flower Reserve staan op het programma. De reis eindigt met een
knipoog naar de verlengingsmogelijkheid. In het hart van Addo Elephant Parc
maken we kennis met het spekbomenbos maar kunt u ook genieten van
onvergetelijke ontmoetingen met reusachtige dikhuiden. Deze olifanten komen ’s
avonds tot vlak bij uw bungalow om water te drinken.
Na een laatste wandeling bij Suurberg gaat u als
groep terug naar Port Elisabeth en vliegt u ’s middags naar Johannesburg en/of
Amsterdam. Om uw Zuid-Afrikaanse natuur ervaringen verder uit te breiden hebben
we een verlengingsmogelijkheid in de aanbieding die een unieke combinatie biedt
van toeristische toppers met plaatsen die ver buiten de door alle touroperators
betreden paden liggen. Met eigen vervoer rijdt u over uitstekende wegen, en
voorzien van een complete set kaarten, naar het Kruger Nationaal Park. Twee
dagen heeft u de gelegenheid om bijvoorbeeld op zoek te gaar de ‘big five’ of
heerlijk genieten van de natuur in een gebied zo groot als Nederland. Na Kruger
rijdt u via Graskop met o.a. Gods Window en de kolkgaten van Bourke’s Luck,
naar Magoebas bij Tzaneen. Botanische topper is hier zeker het bijna
prehistorische cycasbos. Tenslotte bent u twee dagen te gast op Lesheba. Hoog
in de Soutpansberge bij Louis Trichardt en omringd door duizenden hectare
natuurgebied neemt u in een luxueuze bungalow afscheid van een unieke
Afrikaanse reis.
Sewejaartjies Phaenocoma
prolifera ASTERACEAE (=COMPOSITAE)

Waterschapsverkiezingen
In onze regio zijn dit jaar weer waterschapsverkiezingen
voor de bestuursperiode 2005-2008.
De
waterschappen vragen aandacht voor de verkiezingen met het motto:
‘Het
waterschap: U VAART ER WEL BIJ!’
De kandidaatstelling is op 15 en 16 september. Op 28
september wordt de lijst bekend gemaakt en start de campagnetijd.
Van 1-12 november is de stemperiode. Het stembriefje
krijgt u thuis, en moet na uw keuze worden opgestuurd naar het waterschap.
Ook doen weer ‘groene’ kandidaten mee. Hieronder ziet u
welke groene kandidaten meedoen per district en categorie. U treft ze
uiteindelijk ook aan op uw verkiezingsformulier.
De volgende personen stellen zich kandidaat vanuit natuur- en
milieuorganisaties:
|
Categorie |
District 1 |
District 2 |
District
3 |
|
*) |
Emmen, Borger-Odoorn,
Coevorden, Bellingwedde, Vlagtwedde, Stadskanaal |
Groningen, Haren, Tynaarlo, Aa’s en
Hunze, Assen, Midden
Drenthe |
Slochteren, Menterwolde, Scheemda, Winschoten, Reiderland, Appingedam |
|
Gebouwd 7 |
Date
Keuning |
Meino
Smit Jaap
Braam |
Brenda
Bolt |
|
Ingezetenen 14 |
Nico
Altena |
Claudia
Holsteijn William
Oosterwijk Menno
Visser |
Aart
Jan Langbroek Lex
Geesink |
|
Ongebouwd 7 |
|
Joop
Kalb |
Harm-Evert
Waalkens |
*) Het
cijfer geeft het totaal aantal beschikbare zetels per categorie aan.
Informatie (onder meer):
www.kiesnatuur.nl
www.waterschapsverkiezingen.nl.
Aart Jan
Langbroek
home.hccnet.nl/aj.langbroek
S T I L L E G E T U I G E N (DIERSPOREN)
door Annemarie van Diepenbeek
a.s vrijdag 15 oktober Gorechthuis
Haren
Een passerend konijn, een in de
boom vluchtend eekhoorntje, een ons op veilige afstand beloerende ekster: zulk
soort dieren wil ons pad nog wel eens kruisen tijdens een boswandeling op de
zondagmorgen. Een enkele keer hebben we zelfs het geluk, een ree op haar
voedseltocht te verrassen. Maar er speelt zich heel wat méér af in het bos, op
de akker en langs de plattelandsweg, zonder dat we daar als alledaags wandelaar
ook maar enige weet van hebben. Zelfs in ons eigen achtertuintje en in het stadspark
voltrekken zich in de schemering en onder de nachtelijke sterrenhemel
miniatuur-drama's, stoeipartijen en feestmaaltijden, waaraan wij mensen part
noch deel hebben.
Toch zijn er allerlei zichtbare
tekenen, die erop wijzen, dat er dergelijke kleine gebeurtenissen in de
dierenwereld hebben plaatsgevonden. Deze tekenen noemen we diersporen.
Sporen, die ons de eerdere aanwezigheid verraden van veelal schuwe diersoorten,
die vooral 's nachts actief zijn. Ze vertellen ons soms iets over gedrag,
voedselkeuze, leeftijd, territoriumgrenzen of natuurlijke vijanden.
Onder diersporen verstaan we
behalve voetafdrukken (prenten) ook de uitwerpselen, vraatsporen, maaltijd- en
prooiresten, nestmateriaal, holen en nesten, looppaadjes, haren, afgeworpen
geweistangen, enzovoort. Soms zijn deze sporen opvallend en hebben de dieren
hun aanwezigheid ermee kenbaar willen maken aan soortgenoten; meestal zijn ze
echter onopvallend, maar daarom niet minder interessant. Moeder Natuur loopt
niet te koop met haar geheimen, maar ze geeft ze wel prijs aan de oplettende
wandelaar in de vorm van diersporen. Diersporen in een verscheidenheid, die
bijna grenzeloos is.
Deze diaserie leidt u aan de hand
van een aantal voorbeelden in het leren zien van zulke sporen en in het
reconstrueren van de gebeurtenissen, waarvan de 'stille getuigen' aan uw voeten
liggen.
Annemarie van Diepenbeek is
natuurgids en houdt zich vooral bezig met zoogdieren, reptielen en amfibieën en
hun sporen.
Zij is auteur respectievelijk co-auteur van:
·
'Veldgids Diersporen' (Uitgeverij KNNV, 2e druk
2003; eveneens verschenen in paperback uitgave bij Vereniging
Natuurmonumenten), waarin opgenomen
alle bekende sporen van zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën uit
West-Europa (Uitgeverij KNNV, Utrecht, ISBN nr. 90-5011-114-9. 400 pagina's. Prijs € 27,95, voor KNNV- en
IVN-leden € 24,95.
·
'Zoogdieren van West-Europa' (Lange e.a., Uitgeverij KNNV,
1994) waarin de veldbiologie van alle Westeuropese zoogdieren behandeld wordt
(2e druk december 2003; 400 pagina's.
Prijs € 29,95, voor KNNV- en IVN-leden € 26,95)
EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN
> Voor
zover niet anders staat vermeld,
beginnen alle excursies om 9.00 uur
vanaf het Overwinningsplein in Groningen
> Opgave
bij Brenda Bolt 050 5273227 e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl
of Willem StouthamerX 050
3143841 e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net.
Opgave tenzij anders vermeld graag minimaal drie dagen van te
voren.
> De
excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers
de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan
geïnformeerd

Vrijdag
15 oktober, lezing dierensporen
Deze gewestelijk georganiseerde
lezing (Veendam en Groningen) wordt gegeven door Annemarie van Diepenbeek,
schrijfster van het boek Veldgids Dierensporen van de uitgeverij van de KNNV.
Elders in de Padloper kunt u er meer over lezen.
De lezing wordt gehouden in het Gorechthuis, Hortuslaan 1
in Haren en begint om 20.00 uur. Vanaf 19.30 u kunt u naar binnen.
Zaterdag 16 oktober
Schiermonnikoog
Om
8.00 uur vertrekken we vanaf het busstation aan de Bedumerweg voor de excursie
naar Schiermonnikoog. De boot vertrekt om 9.30 uur vanaf Lauwersoog en vertrekt
om 18.30 uur vanaf Schiermonnikoog naar het vaste land. De vogelexcursie staat
onder leiding van Wim Zolf.
Opgave bij Brenda Bolt of
Wim Zolf 0597-434834 e-mail: rjjzk_at_planet.nl.

vrijdagavond
22 oktober Fakkelactie
De Waddenzee staat onder druk:
mechanische kokkelvisserij en bodemdaling door het toestaan van gaswinning. In
november moeten er besluiten vallen in de tweede kamer over deze onderwerpen.
Indien u ook van mening bent dat de natuur van de Waddenzee behouden moet
blijven, doe dan mee met deze actie. De fakkelactie wordt georganiseerd door de
Waddenvereniging i.s.m. andere natuurorganisaties. Iedereen wordt uitgenodigd
om met een fakkel aan de grens van de Nederlandse waddenzee te gaan staan.
Na opgave via www.fakkelactie.nl of door te bellen met 0517
493693 wordt samen met u de plek aan de Waddenzee bepaald en krijgt u op de
avond zelf de beschikking over een fakkel.
Zondag 24
oktober paddestoelenexcursie
Afhankelijk
van het weer en het voorkomen van veel paddestoelen wordt de plek bepaald waar
we heen gaan op deze paddestoelenexcursie onder leiding van Kor Raangs.
We
vertrekken om 10.00 uur vanaf het Overwinningsplein en zijn tegen de tweede
helft van de middag weer terug in Groningen. Drinken en brood meenemen.
Opgave bij Brenda Bolt.
Zondag 31
oktober Lauwersmeer
Het Lauwersmeer is elk jaargetijde geschikt voor vogelen.
Eind oktober is er kans op veel Brandganzen, Kleine zwanen, veel soorten eenden
etc. Voor deze hele dag excursie vertrekken we om 8.40 uur vanaf het busstation
aan het begin van de Bedumerweg en om 9.00 uur tegenover het zwembad in Winsum.
De verwachting is dat we aan het einde van de middag weer terug naar Groningen
gaan. Brood en drinken etc. meenemen.
Meerijkosten € 5. De excursie staat onder leiding
van Dirk Blok.
Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer.
Zaterdag 20 november
Wandel- en landschapsexcursie Drentse Aa
Als de bladeren vallen wordt het landschap tot op haar
gebeente zichtbaar. Een open boek laat zich lezen met sporen van 150.000 jaar
natuurlijke historie. Maar vooral gedomineerd door de mens die vanuit de
torenspits van de 12e eeuwse Magnuskerk met een geheven vinger ons herinnert
aan haar aanwezigheid. Deze landschapswandeling door het nieuwe Nationale Park
voert van Anloo naar het Kniphorstbos en De Strubben naar Oudemolen. Vervolgens
gaat het via de Gasterense duinen terug naar Anloo. Eten en drinken meenemen.
Vertrek: 10.00 uur Overwinningsplein, 10.30 uur Anloo, parkeerplaats bij
hotel-restaurant De Hoeve. Wandelafstand: 13 kilometer. Informatie/opgave bij Kees Boele, tel.: 050 5370110
/ keesboele_at_tiscali.nl
Zaterdag 18 december
ganzen en steltlopers bij Ezumakeeg
Guido Meeuwissen neemt ons mee naar het gebied bij
Ezumakeeg en Anjum. Naast steltlopers, Brand- en Kolganzen hopen we daar ook
Dwerg- en Sneeuwganzen aan te treffen. Eten en drinken meenemen. In de tweede
helft van de middag gaan we terug naar Groningen.
Vertrek 9.00 uur Overwinningsplein, 10.00 uur
parkeerplaats bij Ezumakeeg. Meerijkosten
€ 5. Opgave bij Brenda Bolt of
Willem Stouthamer

Zondag 9 januari,
snertwandeling Roden
De gebruikelijke snertwandeling wordt dit jaar in de
bossen bij Roden gehouden. Om 10.30 uur vertrekken we vanaf het
Overwinningsplein, om 11.00 uur vanaf de parkeerplaats rechts aan de weg Roden
– Lieveren.
Vanaf 12.30 à 13.00 uur schuiven we aan de snert in het
restaurant Onder de Linde, Brink 27, Roden 050-5019021 www.hotelonderdelinden.nl). Leden die geen zin hebben in
wandelen maar samen met KNNV-ers aan de snert willen (of iets anders) kunnen
ook zelf tegen enen naar het restaurant gaan.
Zeer graag opgave
vóór 5 januari i.v.m. de snert!
Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer
Zondag 30 januari
wandel- en landschapsexcursie Westerkwartier
Vorig jaar ging deze wandeling
niet door vanwege het slechte weer, we hopen dit jaar op beter weer. Vanaf Nuis
volgen we een eeuwenoud pad naar Niebert. Ontginningsgebieden, oude kanalen en
houtwallen zijn karakteristieke landschapselementen op onze route naar
Nanninga's Bos. Via de bossen van Coendersborg keren we terug naar Nuis.
De totale wandeling is 14,5 km
en geeft een goed beeld van het gevarieerde landschap van het Westerkwartier.
Er is een mogelijkheid om de route te bekorten tot 9,5 km. Brood en drinken
meenemen. Vertrek om
10.00 uur vertrek Overwinningsplein. Terug: tweede helft middag. Opgave bij
Brenda Bolt
19 februari ganzenexcursie Lauwersmeer
Harry Westerhuis neemt ons deze dag mee naar het
Lauwersmeer. Naast Kol-, Brand-, Rot- en Grauwe ganzen hebben we misschien een
kans een Roodhals- of Sneeuwgans waar te nemen. We vertrekken om 9.00 uur vanaf
het busstation aan het begin van de Bedumerweg. Terug: tweede helft middag .
Brood en drinken etc. meenemen. Meerijkosten
€ 5.
Opgave bij Brenda Bolt of Willem Stouthamer.
26 t/m 30 mei
Lengerich Duitsland
In 2005 willen we met de afdeling Groningen naar het
Teutoburgerwoud voor een lang weekend. Dit gebied op slechts twee uur rijden
vanaf Groningen is bekend om zijn rijke flora, o.a. vele soorten orchideeën. We
zullen niet alleen aandacht besteden aan planten, maar ook aan vogels,
reptielen etc. Er zal zowel naar een rustige kampeerplaats als naar een goed en
goedkoop pension worden gezocht. We willen graag z.s.m. weten wie
belangstelling heeft om mee te gaan en of de belangstelling uit gaat naar
kamperen dan wel een pension. Graag opgave voor 10 oktober bij Brenda Bolt in
verband met de reservering van kampeerplaatsen dan wel pensionkamers.
Zaterdag 4 juni slangen en amfibieën
Andre Donker neemt ons weer mee langs zijn onderzoeksveld
in Wapserveen waar we een zeer grote kans hebben op het zien van Adders,
Ringslangen en Hazelwormen, zoals ook in de zomer van 2004 is gebleken.
Daarnaast proberen we deze keer ook extra aandacht te besteden aan amfibieën.
Nadere details staan in de volgende Padloper