Afdeling GRONINGEN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 2 2003

De Padloper is een periodiek van de

 

 

       Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 17, 2003  nummer 2

 

 

BESTUUR

 

Voorzitter/Secretaris:

Wim Zolf, Otterlaan xxxLT Winschoten 0597 4xxxx E-mail rjj_AT_hetnet.nl

Penningmeester:

Wiebe Postma, Larixlaan xxx Roden

050 501xx E-mail wiebe.postma_AT_hetnet.nl

Natuurhistorisch secr. & excursiecommissie:

Brenda Bolt, Schaepmanlaan xxx Groningen

050 52xxx7 E-mail BA.Bolt_AT_wanadoo.nl

Algemeen bestuurs- & redactielid:

Willem Stouthamer, Zoutstraat 1xxx Groningen 050 314xxx1

 

WERKGROEPEN

 

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:     Erik Hoxxtink 050 534xx en Gerard Strabxxg 050 5xxxx6

 

 

PADLOPER

 

Redactie: Erna Kuiper, Willem Stouthamer

Copysluitingsdatum  volgende nummer: 15 september 2003

alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 1xx Groningen

of E-mail stouthamer.wj_AT_inter.nl.net

 

 

Contributie: lid € 23,--;  huisgenootlid € 10,--; donateur € 7,-- per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090  KNNV  afd. Groningen

tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan 12, 9301 NP Roden

 

 

 

 

 

Afbeelding voorkant: Groene zandloopkever (Cicindela campestres)

overgenomen uit Kevers, Dr. Karl Wilhelm Harde, uitgave Thieme

 


Inhoud

Van de redactie

3

Van het bestuur

 

-     Gezocht bestuursleden

4

Natuurproject

6

Van de vogelwerkgroep

 

-     Lauwersmeer verslag

7

Aandacht voor Vrouwenmantels

10

Excursieverslagen

 

-          Stinzen-Friesland

13

-          Breevenen

15

-          Witterveld

15

-          Libellen aan de Ruiten-AA

19

Wespendief

22

Wesp of vlinder?

24

Gierzwaluwen

25

Boekenramsj

27

Excursieprogramma

 

-          KNNV Groningen

29

 

Van de redactie

 

U heeft het zomernummer weer in handen! De redactie bedankt de schrijvers van de diverse artikelen / verslagen recht hartelijk; sommige vertonen echt schrijverstalent!

 

Bent U al met vakantie geweest of u heeft het nog in het vooruitzicht? Kijk even achterin bij het programma, misschien kunt u nog mee met een excursie. Bij het lezen van de excursieverslagen zult u bemerken hoe verrassend een natuurwandeling kan verlopen. Zie ook de twee wespenverhalen in dit nummer.

 

Martje Dolfien reageerde meteen op de oproep van waarnemingen van de Gierzwaluw; elders vindt u haar verslag.

 

Het bestuur van uw afdeling doet een beroep op u om bestuurs-verantwoordelijkheid te nemen, want zonder sturing kan een vereniging niet! Al reeds geruime tijd zoeken we naar kandidaten. Het is echt wel leuk om in een bestuur mee te denken en richting te geven! Het zal toch van de gekke zijn als na 100 jaar een afdeling zal moeten ophouden te bestaan wegens gebrek aan bestuursleden.

 

Verder wordt een tussenstand gegeven van ons natuurproject de Hunze en tot slot de geplande excursie naar Rottumeroog behoeft enig uitstel

 

Willem Stouthamer


Van het bestuur

 

Gezocht : inventieve bestuursleden

 

Het bestuur is op zoek naar een nieuwe Penningmeester en een nieuwe Secretaris. Om diegene die bereid is één van deze functies te vervullen enig inzicht te verschaffen volgt hieronder een korte omschrijving van de werkzaamheden en een indicatie van het tijdsbeslag.

 

Penningmeester

De penningmeester zorgt voor innen van o.a. contributies (middels acceptgiro’s) en voldoen van de financiële verplichtingen van de afdeling.

Het tijdsbeslag is ongeveer 1 uur per week; in de zomermaanden minder.

Belangrijke werkzaamheid is het verzorgen van de financiële stukken voor de jaarvergadering (overzicht inkomsten/uitgaven; balans; begroting).

Dit vergt 1 à 1 ½ dag.

Voorts woont hij/zij de bestuursvergaderingen bij: 4 à 5 per jaar.

Hij/zij is in staat de afdeling in voorkomende situaties te vertegenwoordigen.

Het totale tijdsbeslag komt neer op ongeveer 50 uur per jaar.

 

Secretaris

De secretaris verzorgt de inkomende en uitgaande correspondentie.

Inkomende schriftelijke correspondentie bestaat uit ongeveer 60 stukken per jaar, voornamelijk mededelingenbladen van andere afdelingen en verenigingen.

In een zeer klein aantal gevallen (max. 5 per jaar) wordt een schriftelijke reactie verwacht.

Een groot deel van de correspondentie met het bureau van de KNNV in Utrecht gaat via E-mail. De reactie van de afdeling (via de secretaris ) gaat ook per e-mail. Het geheel vergt (zeer) weinig tijd omdat de e-mails rechtstreeks kunnen worden doorgestuurd naar de andere bestuursleden.

De secretaris stelt voor elke (4 à 5 per jaar) bestuursvergadering een agenda op en een lijst van de eerder genoemde correspondentie.

Na afloop van de vergadering maakt hij een kort verslag met de afgesproken actiepunten al deze zaken kunnen via E-mail worden afgehandeld).

Voor de jaarvergadering stelt de secretaris een agenda op, maakt een jaarverslag, verzamelt de verslagen van de andere functionarissen en stelt na afloop de notulen samen.

 

De secretaris is het contactpunt van de afdeling met de andere afdelingen, het bureau van de KNNV, evt. HB en andere verenigingen. Dit vergt niet veel tijd maar wel beschikbaarheid. Evenals de andere bestuursleden moet hij/zij in staat zijn de afdeling te vertegenwoordigen in voorkomende situaties.

Het tijdsbeslag van bovenstaande taken van de secretaris is ongeveer 60 uur.

 

Mocht je meer informatie wensen, neem dan in eerste instantie contact op met de huidige functionarissen te weten. Wiebe Postma of Wim Zolf.

 

Het bestuur hoopt dat er binnen de vereniging enige enthousiaste kandidaten zijn die één van bovenstaande functies op zich wil nemen en zodoende enige tijd wil bijdragen aan het goed marcheren van onze afdeling.

 

Namens het bestuur,

Wim Zolf, voorzitter

 

 

 

 

 

 

 

 


 


Natuurproject 2003 De Hunze

In het kader van het natuurproject Euvelgunne zijn we al verschillende keren het gebied ingetrokken. De meeste deelnemers kenden het gebied niet en waren verbaasd een dergelijk gebied aan te treffen midden tussen de industrieterreinen. Het noordelijke deel met zijn oude verkaveling is zeer aantrekkelijk, maar ook de meer aangelegde delen ontwikkelen zich tot een aantrekkelijk gebied.

Wim Zolf is voor de vogelinventarisatie enkele malen in het gebied geweest zowel privé als volgens de aankondiging in de Padloper. Zeker ook in het plas dras gebied ten noordoosten van Ceramica werden veel leuke waarnemingen gedaan. Gezien werden (hele gebied) onder andere de Kleine Plevier, Wintertaling, Nijlgans, Grutto, Waterhoen, Meerkoet, Tjiftjaf, Winterkoning, veel Tureluurs en Kievieten. Leden die nog eens mee willen met Wim moeten zich bij hem aanmelden (0592-434834).

 

Naast de twee planteninventarisaties (3-6 en 1-7) die aangekondigd stonden in de Padloper is er nog twee keer extra gekeken naar planten door Willem, Siny en Brenda (3-6 en 26-6). In de berm van de Euvelgunnerweg stonden veel Margrieten, Paarse Morgenster en enkele Kleine Pimpernellen. Een plaatselijke boer heeft gezien dat men de berm heeft ingezaaid, waardoor men mag aannemen dat deze drie soorten hier niet van nature zo talrijk staan.

In deze oude bermen en aangrenzende weiden stond ook heel veel Goudhaver en Kamgras. De verkaveling van het noordelijk deel is al heel oud en ook het gebruik van de laatste decennia was extensief en blijft extensief, zodat aangenomen mag worden dat deze laatste twee soorten er van oudsher staan. Andere aardige waarnemingen waren Moerasvaren, de Rode Ereprijs, Beekpunge, Watertorkruid, Pijlkruid en Moerasbasterdwederik, een sloot met zeer veel Holpijp, veel Kikkerbeet, enkele Kattenstaarten, heel veel Wortelloos Kroos in een oude sloot (nieuwe soort voor de stad Groningen).

De gemeente Groningen heeft onderzocht welke planten 2500 jaar voor Christus in dit gebied voorkwamen en in de late Middel Eeuwen. Soorten als bijvoorbeeld Zwarte Zegge, Valse voszegge, Tweerijige zegge, Oeverzegge, Gewone waterbies, Greppelrus, Watertorkruid, Gewoon varkensgras, Zilverschoon, Kluwenzuring , Krulzuring, Ridderzuring, Vogelmuur, Reukloze kamille, Grote waterweegbree, Wolfspoot, Moeraskers, Grote lisdodde zijn in dit gebied al te vinden sinds 2500 voor Chr.

 

Half augustus wordt er verder gekeken naar planten, dit in combinatie met paddestoelen.

Ook zal er in juli nog gekeken worden naar libellen. Zie voor deze inventarisaties het excursieprogramma.

 

Brenda Bolt


Van de Vogelwerkgroep

 

Verslag Lauwersmeer excursie, zaterdag 14 juni 2003

Aantal deelnemers: 7: Erik, Bé, Fons, Wim Zolf, Marten, Gerard, Guido.

Weer: geheel bewolkt, droog, later wat zon, zwakke wind en 20° C.

Gebied: de bekende vogelroute de Pomp in de polder Pompsterland, de Marne.

 

Op de dijk tegenover garnalenbedrijf Heiploeg hebben we ons verzameld voor de excursie. We komen op totaal 7 man, de vrouwen laten het allemaal afweten. Het “zwakke geslacht” gaat helaas niet mee vandaag. Wel jammer, maar dit is ook weer eens wat anders; een klein mannengroepje. Bij de 2e parkeerplaats in Friesland zijn we inmiddels Bé kwijt geraakt, maar hij komt al gauw weer in beeld. Iets te ver doorgereden…Marten laat met trots zijn nieuwe kijker zien: een Swarovski SLC en is beslist van plan dit keer serieus te gaan vogelen. Hij kent van ons de route het beste en stippelt op de kaart uit hoe te lopen. Erg ver zullen we echter niet komen deze dag.

We zijn al direct onder de indruk van dit deel van het Lauwersmeer. De eindeloze vlakte met riet met hier en daar een wilg of duindoorn. De Hooglanders en Konik paarden houden de vegetatie kort. Bij het toegangshek meteen van dichtbij een Roodborsttapuitman met jongen in beeld. Talloze zwaluwen – alle 4 de soorten – jagen boven het riet.

Gerard geeft voorzichtig te kennen dit jaar de koekoek nog niet te hebben gehoord. Dat is heel erg natuurlijk, maar het komt goed met hem! Hij wordt tot zijn vreugde bedolven onder het koekoekgeroep, het gaat de hele ochtend door. Soms zien we er twee tegelijk en we horen bovendien het hinnikend gelach van het wijfje. Het riet krioelt van de rietgorzen, baardmannen, rietzangers en kleine karekieten. De meesten ook met jongen, er wordt veel gevoerd. Plotseling zien we twee grotere, egaal bruine rietvogels met nestmateriaal slepen. Wat zijn dat ? Boven in een stengel klinkt ineens het gesnor van de Snor. Harder en korter dan het wekkertje van de Sprinkhaanzanger. De Snor draait tijdens het zingen niet met de kop, dit doet de Sprinkhaanzanger wel.

Wat de Roerdomp betreft wordt ook Fons op zijn wenken bediend. Hij zou zo graag eens….en ja hoor even later klinkt het zware gehoemp van de Roerdomp. Dit mannetje heeft wel een hele diepe bas, wat klinkt zijn geroep zwaar! De hele ochtend roepen er 2 of mogelijk meer vanuit het riet.

In de struiken langs het pad duiken af en toe de Blauwborsten op. Minstens twee families. In een dode Duindoorn zit een wijfje Blauwborst met voer in de bek net zo lang te alarmeren totdat we opgehoepeld zijn. Het wijfje Blauwborst  ziet er wat bruiner uit, zonder de felblauwe borst van het mannetje. Haar man zit even later in het topje te zingen en Fons gaat op zoek naar de witte ster op de borst. Niet voor niets de witgesterde Blauwborst. Het blijft verder muisstil op het pad.

Sommigen zeggen dat Nederland vol is, maar daar is hier in het Pompsterland weinig van te merken. We ontmoeten geen andere wandelaars. Intussen gaat het verhalen van buitenlandse belevenissen gewoon verder. Er is altijd wel iemand op reis geweest. De leukste opmerking gaat over de Kwak. ‘waarom de Kwak Kwak heet, komt omdat deze vogel tijdens het schijten een enorme kwak poep naar beneden schiet’. Leuk gevonden, maar of het waar is?

Op het pad kruipt de harige rups van de Beervlinder, een nachtvlinder. ‘Deze prooidieren vormen de hoofdmaaltijd voor koekoeken’ zegt Wim. Talloze Baardmannen snellen met voer over de rietpluimen naar hun bedelende jongen. De Bruine kiekendieven, zowel mannetjes als vrouwtjes zien we in alle kleurvariëteiten jagen. Een mannetje valt in bij z’n nest. In de brede sloten veel meerkoetpaartjes met jongen. Wat zijn ze agressief naar de Kuifeenden. Volgens Bé lijkt de roep van de Meerkoet nog het meest op een antieke claxon. Werd althans vroeger gezegd.

Zo sukkelen we verder. Na 2 uur reeds 1 km afgelegd en volgens Marten is de Vogelroute 7 km lang, dus hebben we nog 6 km te gaan. Helemaal rond redden we zeker niet vandaag. Erik heeft wat met broeken; de vorige keer een winkelhaak en nu als enige met korte broek wordt hij constant gestoken door de honderden muggen.

Marten vindt dat we eigenlijk veel te luidruchtig zijn. ‘Ja sorry hoor…’ Met alle gebabbel om zich heen kan hij de vogels niet horen. Veel vogelsoorten zijn namelijk het beste te vinden op gehoor. Meestal is het eerst horen en dan zien, zo werkt dat nu eenmaal. Misschien is het een punt om op de volgende vergadering eens aan te snijden. In het water bij het Zomerhuisbos – de Natuurcamping De Pomp – ontdekken we een luidruchtig paartje Dodaars met 2 jongen, die druk worden gevoerd. Ook de havikachtige roep van deze Dodaars horen en  zien we. Heel apart.

De Zomertortel komt tegenwoordig algemeen voor in het Lauwersmeer. Zijn melodieuze gekoer – veel mooier dan dat van de Turkse – klinkt op uit het loofbos. De Zomertortel is een echte zomergast, na het broedseizoen vertrekken alle vogels naar het warme Zuiden. Dit in tegenstelling met de Turkse tortel, die gewoon overwintert. Sinds 1950 heeft de Turkse tortel zich ook in ons land gevestigd en zich verder uitgebreid, het is dus geen exoot. Wim heeft al in 1947 zijn 1ste Turkse tortel in Nederland gezien. Op het Hogeland komt de zomertortel slechts hier en daar voor bij boerderijen met veel geboomte.

Vanaf de uitkijkbult een prachtig uitzicht op de Kollumerwaard. In het Blikplaatgat veel eendensoorten en nu zelfs 3 Grote Zilverreigers, waaronder mogelijk dezelfde twee reigers die eerder opvlogen langs het wandelpad. Bij de Zilverreigers valt het kleurverschil op van de bek. De Adulte vogels hebben in de paartijd veel zwart op de snavel. Later lees ik op de site van Lauwersmeer.com dat er vermoedelijk sprake is van een familie met 2 jongen in het gebied?! Ook op 20 juni zie ik er 4 Grote zilverreigers in 1 groep rondvliegen.

Fons ziet vanaf de bult in de verte enorme velden Ruwe bies (lijkt op Mattenbies). In het bos achter ons roepen 2 Wielewalen. Ook deze soort doet het erg goed in het Lauwersmeer.

Door tijdgebrek keren we langs dezelfde weg terug. Een eenzame Spotvogel zit luidkeels te zingen, hij springt er direct uit met zijn imiterende en krassende geluiden. Als je erop let kan je de Spotvogel overal wel horen in de buurt van Groningen-Haren. Vaak op vaste plekken, waar ze elk jaar rond 5 mei weer te vinden zijn.

We zijn niet ontevreden over alles wat we vandaag hebben gezien. Iedereen moet weer op tijd naar huis, de koffie en soep schieten er helaas ook dit keer weer bij in.

 

En dan is het nu tijd voor ons soortenlijstje:

 

Aalscholver

Meerkoet

Baardman met jongen

Merel

Bergeend

Oeverzwaluw

Blauwborst 2 man + 1 vrouw + jongen

Porseleinhoen   1 roepend

Blauwe reiger

Rietgors

Boerenzwaluw

Rietzanger

Bosrietzanger

Roerdomp 2 roepend

Bruine kiekendief

Roodborsttapuit  man + juv.

Buizerd      2

Scholekster

Dodaars  2 paar (+2 juv.)

Snor    1 paartje + nestmateriaal

Ekster

Spotvogel  1 zang

Fitis

Spreeuw

Fitis

Sprinkhaanzanger

Fuut

Tjiftjaf

Gaai

Tuinfluiter

Gierzwaluw

Tureluur

Graspieper

Veldleeuwerik

Grote zilverreiger   3

Vink

Houtduif

Visdief

Huiszwaluw

Waterral  1 roepend

Kauw

Wielewaal  2 roepend

Kievit

Wilde eend

Kleine karekiet

Winterkoning

Kneu

Witte kwikstaart

Koekoek   4-5

Wulp

Kokmeeuw

Zanglijster

Krakeend

Zilvermeeuw

Kuifeend

Zomertortel      2

Kuifeend met jongen

Zwarte kraai

Lepelaar  1

Zwartkop

 

Totaal 60 soorten

 

 

 

AANDACHT VOOR DE VROUWENMANTELS GEVRAAGD!!!!

 

Bert Oving

 

 

Vrouwenmantels staan bekend als een moeilijk te determineren geslacht. De Fraaie vrouwenmantel is op basis van o.a. de afwijkende bloemkenmerken goed onderscheidbaar. De determinatie van  Kale vrouwenmantel is in de meeste gevallen (voorzichtigheid blijft geboden!) ook geen probleem. De plant is dus inderdaad vrijwel geheel kaal. Geheel anders is het geval bij de zogenaamde behaarde vrouwenmantels. Het kan bepaald lastig zijn om deze soorten uit elkaar te houden. Aan de hand van enkele recente vondsten van behaarde vrouwenmantels zal dit worden geïllustreerd.

 

Determinatieperikelen.

In het voorjaar van 2002 werden in het gebied van de Hunze op vijf locaties behaarde vrouwenmantels gevonden. Later in het jaar werd van deze locaties materiaal verzameld, evenals van een locatie in de omgeving van Hoogezand. Het materiaal van deze zes locaties werd als volgt gedetermineerd. In twee gevallen kwam ik uit bij Slanke vrouwenmantel (Alchemilla micans), in één geval bestond twijfel tussen Slanke- en Bergvrouwenmantel (A. monticola) en in één geval kon ik niet beslissen tussen Spitslobbige - en Geplooide vrouwenmantel (A. vulgaris L. /A. subcrenata. Van twee overige vondsten in de omgeving van Gieterveen meende ik met zekerheid te kunnen zeggen dat het ging om Geelgroene vrouwenmantel (A. xanthochlora). Deze planten zijn op de bladrand na volkomen kaal zodat je bij het volgen van de sleutel in de Heukels’ Flora van Nederland1 als vanzelf uitkomt bij deze soort.

Van alle vondsten werd materiaal naar het Nationaal Herbarium Nederland (NHN)gestuurd. Slanke vrouwenmantel bleek correct gedetermineerd te zijn en bij de twee twijfelgevallen ging het om respectievelijk Slanke vrouwenmantel en Geplooide vrouwenmantel. Deze uitkomst kwam zogezegd ongeveer overeen met de verwachting.

Het bericht van de twee planten uit de omgeving van Gieterveen was daarentegen een grote verrassing! Deze bleken te behoren tot respectievelijk Slanke vrouwenmantel en Spitslobbige vrouwenmantel. Verrassend omdat zoals gezegd de wortelbladen kaal waren. De bovenzijde van de wortelbladen bij Slanke vrouwenmantel is daarentegen in de regel juist dicht behaard en bij Spitslobbige vrouwenmantel meestal spaarzaam behaard, maar vaak sterker in de plooien. Sommige flora’s 2-3 wijzen echter wel op de overeenkomst tussen Geelgroene-en Spitslobbige vrouwenmantel en de verwisseling die daarin kan worden gemaakt. Bovendien kunnen de bladen van Spitslobbige vrouwenmantel met name in het voorjaar (nagenoeg) kaal zijn. Over Slanke vrouwenmantel heb ik niets kunnen vinden voor wat betreft het voorkomen van kale bladen. Dat er nu planten gevonden zijn met nagenoeg kale bladen is in ieder geval iets om rekening mee te houden.

Voor een goede determinatie van vrouwenmantels is het noodzakelijk om alle kenmerken van de plant in ogenschouw te nemen. In bovenstaand voorbeeld zijn deze overige kenmerken bewust buiten beschouwing gelaten. De bedoeling is slechts aan te geven dat deze soorten lastig op naam zijn te brengen en dat er een gerede kans bestaat  op een foutieve determinatie. Toch is het zeker de moeite waard is om niet te snel langs vrouwenmantels te lopen en deze te strepen als Alchemilla spec. In plaats daarvan is het misschien beter te overwegen om materiaal te verzamelen en op te sturen naar het NHN. Uiteindelijk zal dit het meest bevredigende resultaat geven.

Benodigd materiaal kan in de meeste gevallen goed van een plant (pol) worden afgenomen. Het is daarbij wel zaak om van alle bovengrondse delen van de plant wat materiaal te  verzamelen. Dus een volledige stengel met bloeiwijze en bladen. Tevens moeten wortelbladen verzameld worden. Let er wel op dat de steunblaadjes van de wortelbladen mee worden verzameld. Deze zitten onderaan de steel en zijn bij de verschillende soorten bleek dan wel roze tot wijnrood aangelopen.

 

Tenslotte

De vondst van Spitslobbige vrouwenmantel is interessant omdat deze soort in 2001 tevens op twee plaatsen in Groningen is gevonden.5 Het aantreffen van Slanke vrouwenmantel is minder verrassend. Het voorkomen in Drenthe en in Groningen is bekend, zij het zeer zeldzaam. De vondst van Geplooide vrouwenmantel is daarentegen wel enigszins  verrassend te noemen. Weliswaar is deze vrouwenmantel enkele jaren geleden nog in Drenthe aangetroffen,4 maar dit is tevens de enige recente vondst in Nederland. Voor zover bekend  is het voorkomen van deze soort dus waarschijnlijk een Drentse aangelegenheid.

Hopelijk vormt dit artikel een stimulans om eens wat meer aandacht te schenken aan deze soorten. Wie weet wat voor leuke vondsten dit in de toekomst nog oplevert!

 

Literatuur:

1. R. van der Meijden, 1996. Heukels’ Flora van Nederland. ed. 22. Groningen.

2. J.E. de Langhe, et.al., 1983. Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden. Meise.

3. S. Fröhner in Gustav Hegi, 1990.: Illustrierte Flora van Mitteleuropa. Band IV, teil 2B.

4. Werkgroep florakartering Drenthe. 1999. Atlas van de Drentse Flora, Schuijt & Co B.V., Haarlem.

5. In 2001 werd deze soort op twee locaties gevonden. Eenmaal op een sloottalud en eenmaal in natuurgebied. Op de laatste vindplaats lijkt de soort zich sterk uit te breiden.

 

 

 

 

 


EXCURSIEVERSLAGEN

 

Stinzenflora Friesland 14 april 2003

totaal 13 deelnemers olv. Willem Stouthamer

 

Park Jongemastate bij Rauwerd

Misschien omdat het stenen huis verdwenen is, dat het zo winderig en koud was in de slingertuin. Deze engelse landschapsstijl heeft hier gelukkig veel oude bomen voortgebracht (vnl. Zomereik en Gewone esdoorn), waarin een roekenkolonie huist met ook wat reigernesten. Die reigers hebben – net als uilen – ook braakballen. Alleen door een steentje in hun maag zijn botjes niet meer zo mooi herkenbaar als bij uilenbraakballen.

De verschillen tussen de twee soorten helmbloem worden uitgelegd: de Holwortel (Corydalis cava) heeft een schutblad en is in twee smaken: paars-roze en gelig-witte, de Vingerhelmbloem (Corydalis solida) is wat kleiner; echt een pol en meest alleen rood-paars.

De Bostulpen (Tulipa sylvestris) vertonen weinig bloem: we zitten aan de rand van zijn areaal (oorspronkelijk uit Duitsland). De Winterakonieten (Eranthis hyemalis) staan al in het zaad. De hoge oranje Keizerskroon (Frittellaria imperialis) staat er in mijn ogen wat stijf en exotisch bij. Verder herkennen we aan het blad met witte nerven de Italiaanse aronskelk (Arum italicum) en de Sneeuwklokjes. Ook wordt het Longkruid met zijn gevlekt blad tot de stinzenflora gerekend.

 

Martenahuis in hartje Franeker

Het zal wel door de beschutting van de huizen komen, maar het is hier een stuk behaaglijker. Daarom ook meer soorten? Dat zal wel niet: dit wordt veel meer als een intieme tuin beheerd.

De Gewone vogelmelk (Ornithogalum umbellatum) bloeit nog niet. De Zomerklokjes (Leucojum aestivum) – met 2 tot 5 klokjes – wel en dat is ondanks zijn naam heel normaal. Dan twee soorten Helleborus: die met het leerachtige blad uit Corsica (H. angustifolius) en het veel helderder groen van het Stinkend nieskruid (H. foetidus). Inderdaad was deze vroeger in de snuif te vinden.

De ‘moderne hoogbenige’ oranje, gele en rode tulpen horen er volgens de meesten niet bij. Misschien zou je kunnen bedenken dat ze er in de 18e eeuw juist ook al stonden. Passen ze nu al wat beter?

De Bosanemoon is hier geel en heet dan ook de Gele anemoon (A. ranunculoides). Hij is inheems in Zuid-Limburg. Er staat ook de Blauwe anemoon (A. apennina) met zelfs dubbele bloemen. Die komt van een kweker uit Italië . . . .

Een aparte varensoort was de wintergroene Dryopteris erythrosora, die geel-oranje verkleurd. Een Nederlandse naam heeft hij niet (is dan ook geen stinzenplant). Verder zien we nog de kleine Grote sneeuwroem (met zijn nieuwe Latijnse naam Scilla siehei. Ik leerde hem nog als Chinodoxa lucilliae, wat veel lastiger was!). De andere aronskelk komen we nu ook tegen: de Gevlekte (A. maculatum), die wat eerder bloeit. Verder de Kievitsbloem (Frittellaria meleagris), inderdaad veel inheemser aandoend dan zijn grote broer; een Nederlandse uiterwaarde plant! Als laatste noem ik nog Adderwortel (Poly gonum bistorta) en een ongedefinieerde ui.

Na een snel Vietnamees loempiaatje aan een kraampje, toch nog even opwarmen met koffie of soep in een echt etablissement.

 

Martenastate bij Cornjum

Klein, maar fijn met veel water en een broedende Reiger in een boom. Zelfs nog één; campinkje middenin. Twee nieuwe soorten zijn nu nog alleen aan het blad te herkenbaar: Klimopereprijs (Veronica hederifolia) en het zeldzame Haarlemsklokkenspel, een ondersoort van de Knolsteenbreek (Saxifraga granulata var. pleno). De laatste zou beter al wel al kunnen bloeien, want met zijn dubbele witte bloempjes is hij makkelijker te spotten. Als ‘strooigoed’ (fries: byguod) zien we de rood geaderde grondbladeren van de Bloedzuring (Rumex sanguineus subsp. sanguineus).

We slaan een programmapunt over en gaan over naar de topper:

 

Dekemastate in Jelsum

Geheel gerestaureerde stinze met een imposante oprijlaan met leilindes. Er onder liggen witte vlakken van Knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans) en heel veel gele spikkels van de hier dus wel goed bloeiende Bostulp. Verder noem ik nog Wit hoefblad (Tussilago alba) en helblauwe Scilla siberica,(i.t.v. de zgn. Blue-bells ruikt deze niet!). Als slotstuk een plek met het ijle Kraailook (Allium vineale), al wordt zij niet tot de echte stinzenflora gerekend.

 

Met de meesten gaan we nog afkicken in de nieuwe grote serre-achtige aanbouw van de Staniastate. Daar krijg ik de gelegenheid om beter kennis te maken met al die voor mij nieuwe KNNV-ers. We blijken zelfs een ‘mariene bosbouwer’ in ruste in ons midden te hebben: George Fransz. Al met al een fijne dag met aparte vogels!

 

Fons Vos, Tinallinge 25 mei 2003

 

Breevenen 3 mei 2003

Op 3 mei vond een gewestelijke excursie plaats in het gebied van Breevenen, bij sommigen beter bekend als de Duunsche landen. De excursie werd geleid door een medewerker van de drinkwatermaatschappij Drenthe. Het gebied wordt gebruikt voor drinkwaterwinning, maar men probeert ook de natuur een kans te geven. Op deze excursie kwamen 30 à 35 leden af.

 

Brenda Bolt

 

Witterveld 17 mei 2003

Het Witterveld is een terrein van defensie dat in beheer is bij de gemeente Assen. Defensie gebruikt alleen de schietbaan ( en richt kennelijk zo slecht dat een terrein van 465 ha nodig is naast een kogelvanger).

 

Het Witterveld is landschappelijk interessant maar ook vol landschappelijke littekens.

Het terrein bestaat uit 2 zandruggen waar tussen een hoogveen ligt. Dit hoogveengebied heeft geen aan - / afvoer d.m.v. een riviertje of beekje. De watertoevoer van het hoogveengebied vindt dus uitsluitend plaats via neerslag. Verder zijn in het landschap een pingo aanwezig (die verminkt is door een fietspad dat er doorheen loopt) en sporen van boekweitbrandcultuur. Dit is een cultuur waarbij door greppels oppervlakkige ontwatering van het veen werd bereikt. Door het afbranden van dit ontwaterde veen waren er voor een paar jaar voldoende voedingsstoffen in de grond voor de verbouwing van boekweit. Als een stukje veen was uitgeput brandde men ergens anders een nieuw stukje af.

De greppels zijn dus in het landschap nog te herkennen.

De landschappelijke littekens in het landschap zoals een aantal oude startbanen van een zweefvliegclub (waarover middels een lier het zweefvliegtuig werd opgetrokken), een tankwal uit de tweede wereldoorlog, enz. Tenslotte is ook nog een kudde Drentse heideschapen aanwezig in het veld.

Hoewel het geen mooi weer was waren toch 15 natuurliefhebbers op deze excursie af gekomen om dit alles te aanschouwen.

Na een uitleg van de beheerder van het Witterveld, Johan Wessel, gingen we het terrein in dat behoorlijk vochtig was en op sommige plekken zo drassig dat er geen doorkomen aan was. Dit resulteerde aan het eind van de excursie in een toezegging volgend jaar op een ander moment, met laarzen, een vervolgexcursie te houden.

 

Het aantal waarnemingen was beperkt maar interessant.

Zo werden de volgende insecten waargenomen: twee vertegenwoordigers van de Scarabaeidae n.l. de Driehoornmestkever (Typhoeus typhoeus) komt voor op schapenmest en een aaskever (Necrophorus vespillo) verstopt in een schapenbot; Groene zandloopkever (Cicindela campestres); Noordse Witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda; door Kees Boele gevangen en later via Brenda gedetermineerd a.d.h.v. een foto).

De volgende planten hebben we op naam gebracht: Veenbies, Kleine zonnedauw, Veenpluis en Eenarig wollegras, Tormentil, Trekrus, Gewone – en Veelbloemige veldbies, Struik -, Dop - en Kraaiheide. Fons Vos lukte het met veel evenwichtskunst van pol tot pol over het water een struik te bereiken en zo de naam er van voor het nageslacht vast te leggen: Amerikaanse bosbes.

Wat de vogels betreft werden o.a. waargenomen: Buizerd, Roodborsttapuit, Boompieper, Veldleeuwerik, Boomleeuwerik; Grote lijster en als klap op de vuurpijl aan het eind van de excursie 2 Wespendieven waarvan er één prachtig de baltsvlucht liet zien (zie elders in deze Padloper).

 

Wim Zolf

 

 

Libellen langs de Ruiten Aa, 22 juni 2003

In onze tuin zijn in deze tijd van het jaar gewoonlijk meer libellensoorten te zien dan mensen, maar nu was dat even anders. Er waren ongeveer 20 personen op de libellenexcursie afgekomen, mensen van afdeling Groningen van de KNNV, afdeling Westerwolde van het IVN en van afdeling Veendam van de KNNV. Leuk, dat zo veel mensen zich interesseren voor een groep insecten!

Het feit dat de dieren een Nederlandse naam hebben draagt daar wellicht toe bij en vast en zeker ook het gracieuze uiterlijk van de dieren. Ze zijn daarbij redelijk groot …. er valt dus vrij gemakkelijk iets te zien.

Anders dan bij vogels kun je libellen even in een potje doen, rustig bekijken, serieus determineren en ze daarna weer vrijlaten. Ook met de verrekijker zijn sommige dieren te ‘spotten’.

Aan het begin van de excursie hebben de deelnemers een lijst gekregen met de tot dan toe waargenomen soorten libellen langs de Ruiten Aa. Daarop stond apart aangegeven welke soorten de vorige dag, zaterdag 21 juni, waren gezien en tevens was vermeld in welke maanden de soorten het meest talrijk zijn. Je kan daardoor zien dat het voor een aantal libellen nog wat vroeg is om ze in grote getale te zien. Veel libellensoorten zijn talrijk in augustus.

 

Zaterdag was het weer niet zo geweldig; het was winderig en tamelijk koel. Zondag hadden we veel geluk; het was zonnig en warm en pas op het allerlaatst betrok het en hebben we een spatje regen gevoeld. Er waren dus ook heel wat vlinders te zien. Muggen waren ook van de partij. We zijn goed achterna gezeten en hebben nog dagenlang napret kunnen hebben van jeukende bultjes.

 

In het begin zagen we alleen juffers. Juffers zijn de kleinere libellen met slank lichaam, die de vleugels in rust meestal samengevouwen hebben. Voor - en achtervleugels zijn vrijwel gelijk van vorm en grootte. De meeste zijn blauw met zwart of zwart met blauw of wat onbestemd bruinachtig. Maar hoe houd je die dieren uit elkaar??!

Veel juffers bleken het Lantaarntje te zijn. Belangrijke kenmerken daarvan zijn de kleine ronde vlekjes bij de ogen en het tweekleurige vleugelvlekje (pterostigma). Het vlekje heeft de vorm van een salmiakje, de ene helft is witachtig de andere zwart. Verder is het achterlijf zwart, op het 8e segment na, dat blauw is bij het mannetje, donker- of lichtbruin bij het vrouwtje. Dat heldere stukje blauw in het zwart heeft op afstand wat weg van een lampje, vandaar de naam.

 

Mannetjes zijn van vrouwtjes te onderscheiden door het bezit van een bultje onderaan het 2e achterlijfsegment. Dat is het orgaantje voor opslag van sperma. Bij de Variabele waterjuffer en de Azuurwaterjuffer zijn de oogvlekjes langwerpiger; een soort uitgetrokken druppels. Het vleugelvlekje is eenkleurig donker en op het achterlijf is meestal meer blauw te zien, met name bij de Azuurwaterjuffer. Het is bij deze twee soorten belangrijk om op de tekening van het 2e achterlijfsegment te letten. Die tekening is kenmerkend voor de soort. In libellengidsjes staan ze meestal afgebeeld en het is een kwestie van goed kijken en vergelijken. Beide soorten zijn talrijk langs de Ruiten Aa.

 

Platbuik (Libellula depressa) uit Ontdek de Veluwe uitgave IVN

 

Ik vond het geweldig dat allerlei mensen dieren vingen en die mij lieten zien. Ze gingen vervolgens van hand tot hand en in korte tijd kregen we allen veel verschillende dieren te zien. Mannetjes en vrouwtjes zijn vaak iets verschillend en ook binnen de soorten is variatie in kleur en of tekening mogelijk. Ik denk dat veel excursiedeelnemers in ongeveer een uur tijd al aardig wat juffers konden herkennen. Om op de lange duur die dieren nog steeds te herkennen is het wel nodig om af en toe weer eens op excursie te gaan of plaatjes te bekijken.

 

We hebben verder kennis gemaakt met de Blauwe breedscheenjuffer. Liesbeth de Groot is net zo bang als ik om zich te verspreken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben we gezien. Voor mij is deze soort dit jaar voor het eerst achter ons huis waargenomen. De allereerste zag ik 31 mei in de tuin. Het vrouwtje is licht vleeskleurig, soms bijna roze, het mannetje is bleekblauw, beide met fijne zwarte tekening. De soort heeft brede afgeplatte schenen. Je moet ze goed van opzij bekijken om te zien dat de schenen breed zijn.

 

Ook de Vuurjuffer hebben we gezien. Lex Biermans bracht de eerste. Het is een rode juffer met wat zwart op het 7e t/m 9e achterlijfsegment. Hij kan verwisseld worden met de Koraaljuffer, die een eenkleurig rood achterlijf heeft.

Groene juffers bestaan ook. Het gaat dan meestal om een soort pantserjuffer. Helemaal aan het eind van de dag is het gelukt de Gewone pantserjuffer te zien. De mannetjes zijn eenvoudig op naam te brengen door de kenmerkende achterlijfaanhangsels die in libellenboekjes vaak staan afgebeeld.

 

De Grote roodoogjuffer was precies zoals Jeroen Meeuse uit het boekje voorlas, op drijvende vegetatie te zien, in ons geval op Gele Plomp. Van dichtbij is het dier goed te herkennen aan de rode ogen en het ontbreken van zwarte tekening op de wat Lantaarntjesachtige tekening van het 8e segment.

 

Echte libellen hebben we weinig gezien. Het zijn de meest grotere soorten met vleugels die in rust uitgespreid zijn en verder valt op dat de voor- en achtervleugels verschillend van vorm zijn.

Het meest zagen we de Gewone oeverlibel. Ongewoon mooi! We zagen uitsluitend mannetjes, jagend over het water en af en toe op de oever. Het is niet gelukt ze in een netje te krijgen. Ze zijn vrij groot, hebben een spits achterlijf, dat lichtblauw is en de achterste punt is zwart. Je zou ze kunnen verwarren met het mannetje van de Platbuik, waarvan het achterlijf breder is en geen zwarte punt heeft.

 

In de vlucht is de Grote keizerlibel waargenomen. Het is de grootste libellensoort van Nederland. Verder is ook de Metaalglanslibel gezien. De laatste kan verward worden met de Smaragdlibel, maar gelukkig is het Bert Oving gelukt er een in zijn net te krijgen en aan de gele tekening op de kop konden we zien dat we echt met de Metaalglanslibel te doen hadden. Hij is meteen ook op de foto gezet door Marjan en Wiebe. We zagen eenmaal de Bruine glazenmaker. Het is een grote libel met bruine vleugels, zelfs met het blote oog goed te herkennen in de vlucht.

Er vlogen nog wat andere echte libellen langs, maar omdat we die noch met de kijker konden determineren, noch konden vangen, zullen we niet weten wie het waren.

 

De excursie bestond uit twee delen. Tijdens het eerste deel hebben we vooral rond de plasjes achter ons huis gekeken. De vegetatie is er dicht en we moesten ons door het struweel worstelen. We hebben zowel aan de kant van Weende als aan de kant van Wollinghuizen gekeken. Voor liefhebbers met veel tijd en weinig verplichtingen volgde na een pauze in de tuin een tweede deel. Tijdens het tweede deel zijn we over een goed begaanbaar pad richting vistrap gelopen. De bedoeling was om uiteindelijk bij de vistrap de Weidebeekjuffer te traceren. Hans Weishaupt heeft hem het eerst ontdekt. We hebben slechts een enkel mannetje gezien, maar het was een lust voor het oog. En verder ben ik onder de indruk hoe goed gepensioneerde postbodes over beekjes kunnen springen! Men heeft wel iets over voor een libel!

 

 

Waarnemingen:

Libellen Ruiten Aa tot 20 juni 2003

 

21

/6

22

/6

Meest

talrijk in:

Azuurwaterjuffer

Coenagrion

puella

x

x

jun/jul

Blauwe Breedscheenjuffer

Platycnemis

pennipes

x

x

mei/jun/jul

Blauwe glazenmaker

Aeshna

cyanea

 

 

aug/sept

Bloedrode heidelibel

Sympetrum

sanguineum

 

x

aug

Bruine glazenmaker

Aeshna

grandis

 

x

jul/aug

Geelvlekheidelibel

Sympetrum

flaveolum

 

 

aug

Gewone oeverlibel

Orthetrum

cancellatum

x

x

jun/jul/aug

Gewone pantserjuffer

Lestus

sponsa

x

x

jul/aug

Grote keizerlibel

Anax

imperator

 

x

jun/jul/aug

Grote roodoogjuffer

Erythromma

najas

x

x

mei/jun

Houtpantserjuffer

Lestus

viridus

 

 

aug/sept

Kleine roodoogjuffer

Erythromma

viridulum

 

 

aug

Koraaljuffer

Ceriagrion

tenellum

 

 

jul

Lantaarntje

Ischnura

elegans

x

x

jun/jul/aug

Metaalglanslibel

Somatochlora

metallica

 

x

jul/aug

Paardenbijter

Aeshna

mixta

 

 

aug/sept

Platbuik

Libellula

depressa

 

x

mei/jun

Smaragdlibel

Cordulia

aenea

 

 

mei/jun

Steenrode heidelibel

Sympetrum

vulgatum

 

 

aug/sept

Tangpantserjuffer

Lestus

dryas

 

 

jul/aug

Tenegere grasjuffer

Ischnura

pumilo

x

 

jun en aug

Variabele waterjuffer

Coenagrion

pulchellum

x

x

mei/jun

Venwitsnuitlibel

Leucorrhinia

dubia

 

 

mei/jun/jul

Viervlek

Libellula

quadrimaculata

 

x

mei/jun

Vuurjuffer

Pyrrhosoma

nymphula

x

x

mei/jun

Watersnuffel

Enallagma

cyathigerum

 

 

jul/aug

Weidebeekjuffer

Calopteryx

splendens

 

 x

jun/jul

Zwarte heidelibel

Sympetrum

danae

 

 

jul/aug

Zwervende pantserjuffer

Lestus

barbarus

 

 

aug

 

 

Vlinders

Distelvlinder, Bruin zandoogje, één blauwtje

Koevinkje, Groot koolwitje, Gehakkelde aurelia

Klein geaderd witje, Atalanta, Kleine vos

 

Deze excursie was voor Aart en mij een plezier om voor te bereiden en een grote verrassing om mee te maken.

Lien bedankt voor het noteren van de gegevens en hulp in de tuin.

Klaas de Jong en Henk Pras hadden een suggestie voor een excursie volgend jaar in Stadskanaal. Zij weten een zeer goede plek. Lijkt me prima.

 

Chris van Houdt

Weenderstraat 32

Vlagtwedde

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 


baltsvlucht Wespendief

 


De Wespendief

Tijdens de excursie op het Witterveld werden kort na elkaar 2 Wespendieven waargenomen.

 

De wespendief is een broedvogel van loof- en gemengde bossen die in Nederland naar schatting met 500-650 broedparen voorkomt.

De Nederlandse broedvogels overwinteren in Afrika rond de evenaar. De vogels keren vanaf april terug in Nederland; het merendeel in de tweede helft van mei. Ze beginnen dan vrijwel onmiddellijk met nestbouw en voor het begin van juni met eileg (meestal 2).

 

Wanneer de vogels jongen hebben kunnen ze tot meer dan 5 kilometer van het nest foerageren en overal boven het foerageergebied vlinderen (baltsen); zoals het eerste exemplaar wat op Witterveld werd waargenomen ook deed.

 

Ze leven van wespen zoals de naam zegt maar dan voornamelijk van larven en poppen van sociale wespen. Als aanvulling wordt van alles gegeten zoals andere insecten, reptielen, kikkers , kleine vogels, etc.

 

De jongen zijn half augustus vliegvlug en worden dan nog een tijdje door de ouders verzorgd. Tussen eind augustus en oktober vertrekken de vogels dan weer naar Afrika.

De oudere vogels vertrekken eerst, de jonge vogels volgen wat later. Zij blijven waarschijnlijk 2-3 jaar in Afrika alvorens terug te keren naar Nederland. Het kan dan nog enige jaren duren voor ze daadwerkelijk tot broeden overgaan.

Noord-Drenthe is een gebied waar systematisch naar Wespendieven is gekeken. Hierbij is een aantal afname geconstateerd (1992-12; 2001-9) die wordt toegeschreven aan predatie van jongen en volwassen vogels! door de Havik.

 

(bron o.a. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 2002)

 

Wim Zolf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 


Wesp of vlinder?

 

Foto : Kor Raangs

 

 

 

Als ik het veld in ga heb ik behalve een kijker, een loep en een flora ook vaak een vangpotje voor geleedpotigen bij me.

Zo ook donderdagavond 26 juni. Tijdens het inventariseren met de plantenwerkgroep zag ik op een grashalm bij het fietspad langs het Van Starkenborghkanaal een wel heel grote wesp, die zich gemakkelijk liet vangen.

Bij nadere beschouwing had het beestje kenmerken van een vlinder.

Zo'n interessante vondst kon ik niet zo maar weer laten vliegen, dus werd het potje achtergelaten in de berm (het gevangen insect begon als ik ging lopen n.l. wild heen en weer te fladderen en het liet allemaal eitjes los) om het op de terugweg mee te nemen

In een café in de buurt van de geïnventariseerde hokken, waar we na afloop altijd nog even bijéénkomen ging het potje van hand tot hand, maar niemand wist wat het echt was.

Thuis vond ik in één van mijn boekjes (het Moussault-gidsje ‘Ongewervelde dieren in bos en veld’) een afbeelding, die wel heel erg op het gevangen beestje leek n.l. de Wespglasvlinder (Aegeria apiformis)

Via internet (http://www.vlindernet.nl) kwam ik er achter dat de vlinder tegenwoordig Sesia apiformis of Hoornaarvlinder heet en behoort tot de wespvlinders.

 

Hierna wat info van deze site:

 

Familie: wespvlinder (SESIIDAE)

Dagactieve nachtvlinder

Vliegtijd: begin juni - eind juli.

Verspreidingsgebied: Gewoon in hele land. In de duinen zeldzamer. Vaak cultuurvolger in parken en populierenlanen.

Rups: Rups in de wortels van dikke bomen met het uitkruipgat dicht bij de grond, meestal aan de Oostzijde. De rups overwintert meerdere keren. Verpopt onderin stammen. Oude uitkruipgaten, plm. 10 mm doorsnee, en pophulzen zijn het hele jaar te vinden.  

Voedselplant: vooral populier, ook wilg. 

Bijzonderheden: Waarschijnlijk worden de eieren op goed geluk rondgestrooid. De vlinders komen in de ochtend uit de uitkruipgaten en zitten daarna graag op populierenstammen of in het gras dichtbij de bomen; vliegende vlinders ziet men zelden. Het gele schouderdek is goed kenmerk. De tekening van de vlinder schrikt vogels af. Paring is goed waar te nemen in de vegetatie vaak ver van populieren verwijderd. Vlinders kunnen geen voedsel opnemen. Veelal grote populatiedichtheid bij populieren van plm. 50 cm diameter. Bij een groot aantal bomen zijn er slechts een paar die worden benut. De soort zou gemakkelijk te kweken zijn.

Rest me nog te vertellen, dat ik de vlinder de volgende morgen heb gefotografeerd en weer heb vrijgelaten

 

Kor Raangs

Foto : Kor Raangs

 

 

 


Gierzwaluwen

 

Gekomen               Vertrokken

1987   9 mei

1990 29 april

1991 15 mei

1992 10 mei

1993   4 mei           4 augustus en 5 september

1994   3 mei         26 juli

1995   2 mei         31 juli

1996   1 mei

1997 29 april         31 juli

1998   5 mei           9 augustus

1999   2 mei           2 augustus

2000   5 mei           5 augustus

2001 10 mei         29 juli

2002 16 mei           1 augustus

2003   2 mei ‘s middags om 2 uur 4 stuks inspecteerden meteen het nest

Op 4 augustus 1993 vertrokken de Gierzwaluwen. Een paartje was gebleven naar later bleek. Op 19 augustus ’s avonds komen we thuis van een verjaardag, zit er een sperwer bij het nest en trekt er een zwaluw uit. Hij gaat er mee op het grasveld van de overburen zitten. De vleugels uitgespreid over het slachtoffer. Ik er op af. De Sperwer vliegt weg en laat zijn prooi liggen. Hij was aangepikt en bloedde. Ik nam hem op en liet hem bijkomen. Dat lukte na een lange tijd. Hij vloog plotseling weg.

’s Avonds om half tien ging hij weer naar het nest. Tot 5 september elke dag nog gezien. Daarna niet meer.

 

PS Dit zijn de gegevens die ik verzamelde van de Gierzwaluwen. Nu let ik er niet zo erg op. Ik hoor ze wel als ik buiten ben. Dat geeft me weer plezier dat ze er zijn.

 

Martje Dolfien


BOEKENRAMSJ

 

Onze voorraad boeken is onder de loep genomen en we houden opruiming!!! Aan de leden van onze afdeling bieden we tegen spotprijzen deze boeken aan.

De boeken kunnen liefst per E-mail of post (eventueel telefonisch) besteld worden bij Willem Stouthamer. Bij meerdere belangstelling voor een boek zal er worden geloot. Er kan ook een bot gedaan worden op meerdere exemplaren tegelijk (bijvoorbeeld de complete voorraad van de insektenwerkgroep).

 

 

De onderstaande boeken zijn op de omslag voorzien van een stikker ‘inkijkexemplaren c.q. eigendom KNNV

en de toenmalige ledenprijs. De stikkers zijn moeilijk te verwijderen zonder de omslag te beschadigen.

 

 

Boeken

                                                                                                 prijs

1. Bladeren in de Natuur                                                        2,25

2. Dieren van Stromend Water                                                 3,25

3. Belangrijke Vogelgebieden                                                   4,75

4. Zweefvliegen (Veldgids 1)                                                    4,75

5. van Muurbloem tot Straatmadelief                                       5,50

6. Uilen in de Duinen                                                                5,50

7. Waterplanten en Waterkwaliteit                                          7,50

8. Nederlandschappen (fotoboek)                                            3,50

9. Woordenboek Ned. Volksnamen van Planten                      8,50

10 Atlas Nederlandse. Zoogdieren                                           8,50

11 De Plantengroei van de Waddeneilanden                         13,50

12 De Nederlandse Bladmossen                                            15,00

 

 

Wetenschappelijke Mededelingen per stuk slechts 3,50

 

nr.188 Standaardlijst Ned. Korstmossen

nr.190 Biogeografie

nr.193 Veranderingen Hollandse Kustfauna

nr.200 Natte en vochtige Ecosystemen

nr.208 Bostypen in Nederland

nr.209 Blauwgraslanden in Twente

nr.211 Zaden en Vruchten

nr.213 Dagactieve Nachtvinders

nr.215 Historische Ecologie

 

De volgende WM’s waren van de insektenwerkgroep; dit staat meestal op de kaft geschreven en kosten ook per stuk 3,50

 

nr.058 De rupsen

nr.063 Insekten (algemene inleiding)

nr 064 Algemeen overzicht parasitaire hymenoptera

nr.066 Nederlandse Lycaenidae

nr.067 Nederlandse Wespen

nr.092 Tabel Nederlandse. insekten

nr.114 Nederlandse Symphyta

nr.138 Dazen van de Benelux

nr.148 Europese Diptera

nr.150 Mineerders bomen, struiken en kruiden

nr.152 Familietabel Hymenoptera in NW-Europa

nr.173 Mierenfauna van de Benelux

 

De volgende WM’s zijn onbeschadigd

en kosten per stuk slechts 5,00

 

nr.193 Veranderingen in de Kustfauna

nr.197 Spigorya en verwante Draadalgen

nr.200 Natte en Vochtige Ecosystemen

nr.208 Bostypen in Nederland

nr.213 Dagactieve nachtvlinders

 


EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen.

Opgave bij Brenda BoltX 050 5273227 E-mail: ba.bolt_AT_wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841, E-mail: stouthamer.wj_AT_inter.nl.net

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd.

 

Zondag 20 juli Libellen Euvelgunne

Onder leiding van Jan Gerard gaan we verkennen welke libellen zoal voorkomen in het gebied van Euvelgunne. We vertrekken om 13.00 uur vanaf het vertrekpunt (30 a 40 meter ten zuidoosten van de hoek van de Gothenburgweg en de Kielerbocht, dit is aan de noordwestkant van het gebied). Graag opgave bij Jan Gerard bij voorkeur e-mail j.a.n.gerard_AT_freeler.nl of anders 050-5263775

Indien het weer slecht is voor libellen wordt misschien uitgeweken naar 27 juli

 

Zaterdag 26 juli Ezumakeeg en Lammerburen

Deze dag gaan we vogels kijken waarbij de Steenuil onze speciale aandacht heeft. We gaan naar Ezumakeeg , op weg naar het Lauwersmeer proberen we bij Anjum de steenuil te spotten. Op de terugweg brengen we een bezoek aan informatiecentrum Lammerburen. In de boerderij van het informatiecentrum is de oudst bekende broedplaats van steenuilen in de provincie Groningen.

Vertrek 9.00 uur vanaf busstation Bedumerweg

 

Dinsdag 19 augustus planten en paddestoeleninventarisatie Euvelgunne

Deze laatste inventarisatieavond in het gebied van Euvelgunne zal vast weer leiden tot de vondst van aantal nieuwe soorten planten. De afgelopen keer werden onder andere de Moerasvaren, de Rode Ereprijs, Beekpunge, Watertorkruid, Pijlkruid en Moerasbasterdwederik gezien. We zitten nu op 164 soorten. We gaan niet alleen naar planten kijken, maar gaan met Roel Douwes ook op zoek naar paddestoelen.

Vertrek om 19.00 uur vanaf (30 à 40 meter ten zuidoosten van de hoek van de Gothenburgweg en de Kielerbocht, dit is aan de noordwestkant van het gebied. Een busstation is vlakbij aan de andere kant van de Beneluxweg aan de Osloweg. Dit alles in Groningen

 

Zondag 24 augustus Oranje en Hijkerveld

We gaan deze dag diep Drente in. Het eerste doel is de vogelhut bij Oranje waar we de roerdomp hopen te zien. Afhankelijk van het weer en de belangstelling brengen we een bezoek aan het Hijkerveld.

Vertrek 9.00 uur Overwinningsplein

Zondag 28 september paddestoelenexcursie Noordlaarderbos

Om 9.30 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein in Groningen om paddestoelen te gaan bekijken onder leiding van Roel Douwes in het Noordlaarderbos. Rondom 15.00 uur zijn we weer terug in Groningen, dus is het aan te raden drinken en brood mee te nemen.

 

Zaterdag 4 oktober Gewestelijke paddenstoelenexcursie Zwarte Gaten

Om 12.45 uur vertrekken we bij het Overwinningsplein voor de paddenstoelenexcursie die de afdeling Drachten organiseert voor het gewest Noord in het gebied van de Zwarte Gaten bij Beetsterzwaag. In dit gebied heeft de afdeling Drachten een route uitgezet en beschreven in een boekje, welke de deelnemers zal worden aangeboden. Het gebied is rijk aan een grote verscheidenheid aan paddestoelen, zoals de Kleine Stinkzwam, Knotszwammen, Stekelzwammen en Cantharellen.

Route: vanaf Groningen snelweg Heereveen, afslag Beetsterzwaag, dan door Beetsterzwaag richting Olderterp, na hotel Lauswold rechtsaf, na ruim anderhalve kilometer is rechts aan de Poostweg een parkeerplaats. Daar vertrekken we om 13.30 uur

 

 

 

 

 

 

 

 

O! ’t ruischen van het ranke Riet!

hoe dikwijls zat ik niet

nabij de stille waterboord,

alleen en van geen mensch gestoord,

en lonkte ’t rimplend water na,

en sloeg uw zwakke stafjes ga,

en luisterde op het lieve lied,

dat gij mij zongt, o ruischend Riet!

 

Guido Gazelle