Afdeling GRONINGEN

De Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse
Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 17, 2003
nummer 2
BESTUUR
Voorzitter/Secretaris:
Wim Zolf, Otterlaan xxxLT Winschoten 0597 4xxxx
E-mail rjj_AT_hetnet.nl
Penningmeester:
Wiebe Postma, Larixlaan xxx Roden
050 501xx E-mail wiebe.postma_AT_hetnet.nl
Natuurhistorisch
secr. & excursiecommissie:
Brenda Bolt, Schaepmanlaan xxx Groningen
050 52xxx7 E-mail BA.Bolt_AT_wanadoo.nl
Algemeen
bestuurs- & redactielid:
Willem Stouthamer, Zoutstraat 1xxx Groningen 050
314xxx1
WERKGROEPEN
Planten: Willem Stouthamer
Vogels: Erik Hoxxtink 050 534xx en
Gerard Strabxxg 050 5xxxx6
PADLOPER
Redactie: Erna
Kuiper, Willem Stouthamer
Copysluitingsdatum volgende nummer: 15
september 2003
alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:
Redactie Padloper, Zoutstraat 1xx Groningen
of E-mail stouthamer.wj_AT_inter.nl.net
Contributie: lid € 23,--; huisgenootlid € 10,--;
donateur € 7,-- per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.
postgironummer 855.090
KNNV afd. Groningen
tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan 12, 9301 NP Roden
Afbeelding voorkant: Groene zandloopkever (Cicindela
campestres)
overgenomen uit Kevers, Dr. Karl Wilhelm Harde, uitgave
Thieme
Inhoud
|
Van
de redactie |
3 |
|
Van
het bestuur |
|
|
- Gezocht bestuursleden |
4 |
|
Natuurproject |
6 |
|
Van de vogelwerkgroep |
|
|
- Lauwersmeer verslag |
7 |
|
Aandacht voor Vrouwenmantels |
10 |
|
Excursieverslagen |
|
|
-
Stinzen-Friesland |
13 |
|
-
Breevenen |
15 |
|
-
Witterveld |
15 |
|
-
Libellen aan de Ruiten-AA |
19 |
|
Wespendief |
22 |
|
Wesp
of vlinder? |
24 |
|
Gierzwaluwen |
25 |
|
Boekenramsj |
27 |
|
Excursieprogramma |
|
|
-
KNNV Groningen |
29 |
Van de redactie
U heeft het zomernummer weer in
handen! De redactie bedankt de schrijvers van de diverse artikelen /
verslagen recht hartelijk; sommige vertonen echt schrijverstalent!
Bent U al met vakantie geweest
of u heeft het nog in het vooruitzicht? Kijk even achterin bij het programma,
misschien kunt u nog mee met een excursie. Bij het lezen van de
excursieverslagen zult u bemerken hoe verrassend een natuurwandeling kan
verlopen. Zie ook de twee wespenverhalen in dit nummer.
Martje Dolfien reageerde meteen
op de oproep van waarnemingen van de Gierzwaluw; elders vindt u haar verslag.
Het bestuur van uw afdeling doet
een beroep op u om bestuurs-verantwoordelijkheid te nemen, want zonder sturing
kan een vereniging niet! Al reeds geruime tijd zoeken we naar kandidaten. Het
is echt wel leuk om in een bestuur mee te denken en richting te geven! Het zal
toch van de gekke zijn als na 100 jaar een afdeling zal moeten ophouden te
bestaan wegens gebrek aan bestuursleden.
Verder wordt een tussenstand
gegeven van ons natuurproject de Hunze en tot slot de geplande excursie naar
Rottumeroog behoeft enig uitstel
Willem Stouthamer
Van het bestuur
Gezocht : inventieve bestuursleden
Het bestuur is op zoek naar een
nieuwe Penningmeester en een nieuwe Secretaris. Om diegene die bereid is één
van deze functies te vervullen enig inzicht te verschaffen volgt hieronder een
korte omschrijving van de werkzaamheden en een indicatie van het tijdsbeslag.
Penningmeester
De penningmeester zorgt voor
innen van o.a. contributies (middels acceptgiro’s) en voldoen van de financiële
verplichtingen van de afdeling.
Het tijdsbeslag is ongeveer 1
uur per week; in de zomermaanden minder.
Belangrijke werkzaamheid is het
verzorgen van de financiële stukken voor de jaarvergadering (overzicht
inkomsten/uitgaven; balans; begroting).
Dit vergt 1 à 1 ½ dag.
Voorts woont hij/zij de
bestuursvergaderingen bij: 4 à 5 per jaar.
Hij/zij is in staat de afdeling
in voorkomende situaties te vertegenwoordigen.
Het totale tijdsbeslag komt neer
op ongeveer 50 uur per jaar.
Secretaris
De secretaris verzorgt de
inkomende en uitgaande correspondentie.
Inkomende schriftelijke
correspondentie bestaat uit ongeveer 60 stukken per jaar, voornamelijk
mededelingenbladen van andere afdelingen en verenigingen.
In een zeer klein aantal gevallen
(max. 5 per jaar) wordt een schriftelijke reactie verwacht.
Een groot deel van de
correspondentie met het bureau van de KNNV in Utrecht gaat via E-mail. De
reactie van de afdeling (via de secretaris ) gaat ook per e-mail. Het geheel
vergt (zeer) weinig tijd omdat de e-mails rechtstreeks kunnen worden
doorgestuurd naar de andere bestuursleden.
De secretaris stelt voor elke (4
à 5 per jaar) bestuursvergadering een agenda op en een lijst van de eerder
genoemde correspondentie.
Na afloop van de vergadering maakt
hij een kort verslag met de afgesproken actiepunten al deze zaken kunnen via
E-mail worden afgehandeld).
Voor de jaarvergadering stelt de
secretaris een agenda op, maakt een jaarverslag, verzamelt de verslagen van de
andere functionarissen en stelt na afloop de notulen samen.
De secretaris is het contactpunt
van de afdeling met de andere afdelingen, het bureau van de KNNV, evt. HB en
andere verenigingen. Dit vergt niet veel tijd maar wel beschikbaarheid. Evenals
de andere bestuursleden moet hij/zij in staat zijn de afdeling te
vertegenwoordigen in voorkomende situaties.
Het tijdsbeslag van bovenstaande
taken van de secretaris is ongeveer 60 uur.
Mocht je meer informatie wensen,
neem dan in eerste instantie contact op met de huidige functionarissen te
weten. Wiebe Postma of Wim Zolf.
Het bestuur hoopt dat er binnen
de vereniging enige enthousiaste kandidaten zijn die één van bovenstaande
functies op zich wil nemen en zodoende enige tijd wil bijdragen aan het goed
marcheren van onze afdeling.
Namens het bestuur,
Wim Zolf, voorzitter

Natuurproject 2003 De Hunze
In het kader van het
natuurproject Euvelgunne zijn we al verschillende keren het gebied ingetrokken.
De meeste deelnemers kenden het gebied niet en waren verbaasd een dergelijk
gebied aan te treffen midden tussen de industrieterreinen. Het noordelijke deel
met zijn oude verkaveling is zeer aantrekkelijk, maar ook de meer aangelegde
delen ontwikkelen zich tot een aantrekkelijk gebied.
Wim Zolf is voor de
vogelinventarisatie enkele malen in het gebied geweest zowel privé als volgens
de aankondiging in de Padloper. Zeker ook in het plas dras gebied ten
noordoosten van Ceramica werden veel leuke waarnemingen gedaan. Gezien werden
(hele gebied) onder andere de Kleine Plevier, Wintertaling, Nijlgans, Grutto,
Waterhoen, Meerkoet, Tjiftjaf, Winterkoning, veel Tureluurs en Kievieten. Leden
die nog eens mee willen met Wim moeten zich bij hem aanmelden (0592-434834).
Naast de
twee planteninventarisaties (3-6 en 1-7) die aangekondigd stonden in de
Padloper is er nog twee keer extra gekeken naar planten door Willem, Siny en
Brenda (3-6 en 26-6). In de berm van de Euvelgunnerweg stonden veel Margrieten,
Paarse Morgenster en enkele Kleine Pimpernellen. Een plaatselijke boer heeft
gezien dat men de berm heeft ingezaaid, waardoor men mag aannemen dat deze drie
soorten hier niet van nature zo talrijk staan.
In deze
oude bermen en aangrenzende weiden stond ook heel veel Goudhaver en Kamgras. De
verkaveling van het noordelijk deel is al heel oud en ook het gebruik van de
laatste decennia was extensief en blijft extensief, zodat aangenomen mag worden
dat deze laatste twee soorten er van oudsher staan. Andere aardige waarnemingen
waren Moerasvaren, de Rode Ereprijs, Beekpunge, Watertorkruid, Pijlkruid en Moerasbasterdwederik,
een sloot met zeer veel Holpijp, veel Kikkerbeet, enkele Kattenstaarten, heel
veel Wortelloos Kroos in een oude sloot (nieuwe soort voor de stad Groningen).
De
gemeente Groningen heeft onderzocht welke planten 2500 jaar voor Christus in dit
gebied voorkwamen en in de late Middel Eeuwen. Soorten als bijvoorbeeld Zwarte
Zegge, Valse voszegge, Tweerijige zegge,
Oeverzegge, Gewone waterbies, Greppelrus, Watertorkruid, Gewoon varkensgras,
Zilverschoon, Kluwenzuring , Krulzuring, Ridderzuring, Vogelmuur, Reukloze
kamille, Grote waterweegbree, Wolfspoot, Moeraskers, Grote lisdodde zijn in dit
gebied al te vinden sinds 2500 voor Chr.
Half
augustus wordt er verder gekeken naar planten, dit in combinatie met
paddestoelen.
Ook zal
er in juli nog gekeken worden naar libellen. Zie voor deze inventarisaties het
excursieprogramma.
Brenda Bolt
Van de Vogelwerkgroep
Verslag Lauwersmeer excursie, zaterdag 14 juni 2003
Aantal deelnemers: 7: Erik, Bé,
Fons, Wim Zolf, Marten, Gerard, Guido.
Weer: geheel bewolkt, droog,
later wat zon, zwakke wind en 20° C.
Gebied: de bekende vogelroute de
Pomp in de polder Pompsterland, de Marne.
Op de dijk tegenover
garnalenbedrijf Heiploeg hebben we ons verzameld voor de excursie. We komen op
totaal 7 man, de vrouwen laten het allemaal afweten. Het “zwakke geslacht” gaat
helaas niet mee vandaag. Wel jammer, maar dit is ook weer eens wat anders; een
klein mannengroepje. Bij de 2e parkeerplaats in Friesland zijn we
inmiddels Bé kwijt geraakt, maar hij komt al gauw weer in beeld. Iets te ver
doorgereden…Marten laat met trots zijn nieuwe kijker zien: een Swarovski SLC en
is beslist van plan dit keer serieus te gaan vogelen. Hij kent van ons de route
het beste en stippelt op de kaart uit hoe te lopen. Erg ver zullen we echter niet
komen deze dag.
We zijn al direct onder de
indruk van dit deel van het Lauwersmeer. De eindeloze vlakte met riet met hier
en daar een wilg of duindoorn. De Hooglanders en Konik paarden houden de
vegetatie kort. Bij het toegangshek meteen van dichtbij een Roodborsttapuitman
met jongen in beeld. Talloze zwaluwen – alle 4 de soorten – jagen boven het
riet.
Gerard geeft voorzichtig te
kennen dit jaar de koekoek nog niet te hebben gehoord. Dat is heel erg
natuurlijk, maar het komt goed met hem! Hij wordt tot zijn vreugde bedolven
onder het koekoekgeroep, het gaat de hele ochtend door. Soms zien we er twee
tegelijk en we horen bovendien het hinnikend gelach van het wijfje. Het riet
krioelt van de rietgorzen, baardmannen, rietzangers en kleine karekieten. De meesten
ook met jongen, er wordt veel gevoerd. Plotseling zien we twee grotere, egaal
bruine rietvogels met nestmateriaal slepen. Wat zijn dat ? Boven in een stengel
klinkt ineens het gesnor van de Snor. Harder en korter dan het wekkertje van de
Sprinkhaanzanger. De Snor draait tijdens het zingen niet met de kop, dit doet
de Sprinkhaanzanger wel.
Wat de Roerdomp betreft wordt
ook Fons op zijn wenken bediend. Hij zou zo graag eens….en ja hoor even later
klinkt het zware gehoemp van de Roerdomp. Dit mannetje heeft wel een hele diepe
bas, wat klinkt zijn geroep zwaar! De hele ochtend roepen er 2 of mogelijk meer
vanuit het riet.
In de struiken langs het pad
duiken af en toe de Blauwborsten op. Minstens twee families. In een dode
Duindoorn zit een wijfje Blauwborst met voer in de bek net zo lang te alarmeren
totdat we opgehoepeld zijn. Het wijfje Blauwborst ziet er wat bruiner uit, zonder de felblauwe borst van het
mannetje. Haar man zit even later in het topje te zingen en Fons gaat op zoek
naar de witte ster op de borst. Niet voor niets de witgesterde Blauwborst. Het
blijft verder muisstil op het pad.
Sommigen zeggen dat Nederland
vol is, maar daar is hier in het Pompsterland weinig van te merken. We
ontmoeten geen andere wandelaars. Intussen gaat het verhalen van buitenlandse
belevenissen gewoon verder. Er is altijd wel iemand op reis geweest. De leukste
opmerking gaat over de Kwak. ‘waarom de Kwak Kwak heet, komt omdat deze vogel
tijdens het schijten een enorme kwak poep naar beneden schiet’. Leuk gevonden, maar
of het waar is?
Op het pad kruipt de harige rups
van de Beervlinder, een nachtvlinder. ‘Deze prooidieren vormen de hoofdmaaltijd
voor koekoeken’ zegt Wim. Talloze Baardmannen snellen met voer over de
rietpluimen naar hun bedelende jongen. De Bruine kiekendieven, zowel mannetjes
als vrouwtjes zien we in alle kleurvariëteiten jagen. Een mannetje valt in bij
z’n nest. In de brede sloten veel meerkoetpaartjes met jongen. Wat zijn ze
agressief naar de Kuifeenden. Volgens Bé lijkt de roep van de Meerkoet nog het
meest op een antieke claxon. Werd althans vroeger gezegd.
Zo sukkelen we verder. Na 2 uur
reeds 1 km afgelegd en volgens Marten is de Vogelroute 7 km lang, dus hebben we
nog 6 km te gaan. Helemaal rond redden we zeker niet vandaag. Erik heeft wat
met broeken; de vorige keer een winkelhaak en nu als enige met korte broek
wordt hij constant gestoken door de honderden muggen.
Marten vindt dat we eigenlijk
veel te luidruchtig zijn. ‘Ja sorry hoor…’ Met alle gebabbel om zich heen kan
hij de vogels niet horen. Veel vogelsoorten zijn namelijk het beste te vinden
op gehoor. Meestal is het eerst horen en dan zien, zo werkt dat nu eenmaal.
Misschien is het een punt om op de volgende vergadering eens aan te snijden. In
het water bij het Zomerhuisbos – de Natuurcamping De Pomp – ontdekken we een
luidruchtig paartje Dodaars met 2 jongen, die druk worden gevoerd. Ook de
havikachtige roep van deze Dodaars horen en
zien we. Heel apart.
De Zomertortel komt tegenwoordig
algemeen voor in het Lauwersmeer. Zijn melodieuze gekoer – veel mooier dan dat
van de Turkse – klinkt op uit het loofbos. De Zomertortel is een echte
zomergast, na het broedseizoen vertrekken alle vogels naar het warme Zuiden.
Dit in tegenstelling met de Turkse tortel, die gewoon overwintert. Sinds 1950 heeft
de Turkse tortel zich ook in ons land gevestigd en zich verder uitgebreid, het
is dus geen exoot. Wim heeft al in 1947 zijn 1ste Turkse tortel in
Nederland gezien. Op het Hogeland komt de zomertortel slechts hier en daar voor
bij boerderijen met veel geboomte.
Vanaf de uitkijkbult een
prachtig uitzicht op de Kollumerwaard. In het Blikplaatgat veel eendensoorten
en nu zelfs 3 Grote Zilverreigers, waaronder mogelijk dezelfde twee reigers die
eerder opvlogen langs het wandelpad. Bij de Zilverreigers valt het
kleurverschil op van de bek. De Adulte vogels hebben in de paartijd veel zwart
op de snavel. Later lees ik op de site van Lauwersmeer.com dat er vermoedelijk
sprake is van een familie met 2 jongen in het gebied?! Ook op 20 juni zie ik er
4 Grote zilverreigers in 1 groep rondvliegen.
Fons ziet vanaf de bult in de
verte enorme velden Ruwe bies (lijkt op Mattenbies). In het bos achter ons
roepen 2 Wielewalen. Ook deze soort doet het erg goed in het Lauwersmeer.
Door tijdgebrek keren we langs
dezelfde weg terug. Een eenzame Spotvogel zit luidkeels te zingen, hij springt
er direct uit met zijn imiterende en krassende geluiden. Als je erop let kan je
de Spotvogel overal wel horen in de buurt van Groningen-Haren. Vaak op vaste
plekken, waar ze elk jaar rond 5 mei weer te vinden zijn.
We zijn niet ontevreden over
alles wat we vandaag hebben gezien. Iedereen moet weer op tijd naar huis, de
koffie en soep schieten er helaas ook dit keer weer bij in.
En dan is het nu tijd voor ons soortenlijstje:
|
Aalscholver |
Meerkoet |
|
Baardman met jongen |
Merel |
|
Bergeend |
Oeverzwaluw |
|
Blauwborst 2 man + 1 vrouw + jongen |
Porseleinhoen 1
roepend |
|
Blauwe reiger |
Rietgors |
|
Boerenzwaluw |
Rietzanger |
|
Bosrietzanger |
Roerdomp 2 roepend |
|
Bruine kiekendief |
Roodborsttapuit
man + juv. |
|
Buizerd 2 |
Scholekster |
|
Dodaars 2 paar
(+2 juv.) |
Snor 1 paartje
+ nestmateriaal |
|
Ekster |
Spotvogel 1 zang |
|
Fitis |
Spreeuw |
|
Fitis |
Sprinkhaanzanger |
|
Fuut |
Tjiftjaf |
|
Gaai |
Tuinfluiter |
|
Gierzwaluw |
Tureluur |
|
Graspieper |
Veldleeuwerik |
|
Grote zilverreiger
3 |
Vink |
|
Houtduif |
Visdief |
|
Huiszwaluw |
Waterral 1
roepend |
|
Kauw |
Wielewaal 2
roepend |
|
Kievit |
Wilde eend |
|
Kleine karekiet |
Winterkoning |
|
Kneu |
Witte kwikstaart |
|
Koekoek 4-5 |
Wulp |
|
Kokmeeuw |
Zanglijster |
|
Krakeend |
Zilvermeeuw |
|
Kuifeend |
Zomertortel
2 |
|
Kuifeend met jongen |
Zwarte kraai |
|
Lepelaar 1 |
Zwartkop |
|
|
Totaal 60 soorten |
AANDACHT VOOR DE VROUWENMANTELS GEVRAAGD!!!!
Bert Oving

Vrouwenmantels staan bekend als
een moeilijk te determineren geslacht. De Fraaie vrouwenmantel is op basis van
o.a. de afwijkende bloemkenmerken goed onderscheidbaar. De determinatie
van Kale vrouwenmantel is in de meeste
gevallen (voorzichtigheid blijft geboden!) ook geen probleem. De plant is dus
inderdaad vrijwel geheel kaal. Geheel anders is het geval bij de zogenaamde
behaarde vrouwenmantels. Het kan bepaald lastig zijn om deze soorten uit elkaar
te houden. Aan de hand van enkele recente vondsten van behaarde vrouwenmantels
zal dit worden geïllustreerd.
Determinatieperikelen.
In het voorjaar van 2002 werden
in het gebied van de Hunze op vijf locaties behaarde vrouwenmantels gevonden.
Later in het jaar werd van deze locaties materiaal verzameld, evenals van een
locatie in de omgeving van Hoogezand. Het materiaal van deze zes locaties werd
als volgt gedetermineerd. In twee gevallen kwam ik uit bij Slanke vrouwenmantel
(Alchemilla micans), in één geval bestond twijfel tussen Slanke- en
Bergvrouwenmantel (A. monticola) en in één geval kon ik niet beslissen
tussen Spitslobbige - en Geplooide vrouwenmantel (A. vulgaris L. /A.
subcrenata. Van twee overige vondsten in de omgeving van Gieterveen meende
ik met zekerheid te kunnen zeggen dat het ging om Geelgroene vrouwenmantel (A.
xanthochlora). Deze planten zijn op de bladrand na volkomen kaal zodat je
bij het volgen van de sleutel in de Heukels’ Flora van Nederland1
als vanzelf uitkomt bij deze soort.
Van alle vondsten werd materiaal
naar het Nationaal Herbarium Nederland (NHN)gestuurd. Slanke vrouwenmantel
bleek correct gedetermineerd te zijn en bij de twee twijfelgevallen ging het om
respectievelijk Slanke vrouwenmantel en Geplooide vrouwenmantel. Deze uitkomst
kwam zogezegd ongeveer overeen met de verwachting.
Het bericht van de twee planten
uit de omgeving van Gieterveen was daarentegen een grote verrassing! Deze bleken
te behoren tot respectievelijk Slanke vrouwenmantel en Spitslobbige
vrouwenmantel. Verrassend omdat zoals gezegd de wortelbladen kaal waren. De
bovenzijde van de wortelbladen bij Slanke vrouwenmantel is daarentegen in de
regel juist dicht behaard en bij Spitslobbige vrouwenmantel meestal spaarzaam
behaard, maar vaak sterker in de plooien. Sommige flora’s 2-3 wijzen
echter wel op de overeenkomst tussen Geelgroene-en Spitslobbige vrouwenmantel
en de verwisseling die daarin kan worden gemaakt. Bovendien kunnen de bladen
van Spitslobbige vrouwenmantel met name in het voorjaar (nagenoeg) kaal zijn.
Over Slanke vrouwenmantel heb ik niets kunnen vinden voor wat betreft het
voorkomen van kale bladen. Dat er nu planten gevonden zijn met nagenoeg kale
bladen is in ieder geval iets om rekening mee te houden.
Voor een goede determinatie van
vrouwenmantels is het noodzakelijk om alle kenmerken van de plant in ogenschouw
te nemen. In bovenstaand voorbeeld zijn deze overige kenmerken bewust buiten
beschouwing gelaten. De bedoeling is slechts aan te geven dat deze soorten
lastig op naam zijn te brengen en dat er een gerede kans bestaat op een foutieve determinatie. Toch is het
zeker de moeite waard is om niet te snel langs vrouwenmantels te lopen en deze
te strepen als Alchemilla spec. In plaats daarvan is het misschien beter
te overwegen om materiaal te verzamelen en op te sturen naar het NHN.
Uiteindelijk zal dit het meest bevredigende resultaat geven.
Benodigd materiaal kan in de
meeste gevallen goed van een plant (pol) worden afgenomen. Het is daarbij wel
zaak om van alle bovengrondse delen van de plant wat materiaal te verzamelen. Dus een volledige stengel met
bloeiwijze en bladen. Tevens moeten wortelbladen verzameld worden. Let er wel
op dat de steunblaadjes van de wortelbladen mee worden verzameld. Deze zitten
onderaan de steel en zijn bij de verschillende soorten bleek dan wel roze tot
wijnrood aangelopen.
Tenslotte
De vondst van Spitslobbige
vrouwenmantel is interessant omdat deze soort in 2001 tevens op twee plaatsen
in Groningen is gevonden.5 Het aantreffen van Slanke vrouwenmantel
is minder verrassend. Het voorkomen in Drenthe en in Groningen is bekend, zij
het zeer zeldzaam. De vondst van Geplooide vrouwenmantel is daarentegen wel
enigszins verrassend te noemen.
Weliswaar is deze vrouwenmantel enkele jaren geleden nog in Drenthe
aangetroffen,4 maar dit is tevens de enige recente vondst in
Nederland. Voor zover bekend is het
voorkomen van deze soort dus waarschijnlijk een Drentse aangelegenheid.
Hopelijk vormt dit artikel een
stimulans om eens wat meer aandacht te schenken aan deze soorten. Wie weet wat
voor leuke vondsten dit in de toekomst nog oplevert!
Literatuur:
1. R. van der Meijden, 1996.
Heukels’ Flora van Nederland. ed. 22. Groningen.
2. J.E. de Langhe, et.al., 1983.
Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de
aangrenzende gebieden. Meise.
3. S. Fröhner in Gustav Hegi,
1990.: Illustrierte Flora van Mitteleuropa. Band IV, teil 2B.
4. Werkgroep florakartering
Drenthe. 1999. Atlas van de Drentse Flora, Schuijt & Co B.V., Haarlem.
5. In 2001 werd deze soort op
twee locaties gevonden. Eenmaal op een sloottalud en eenmaal in natuurgebied.
Op de laatste vindplaats lijkt de soort zich sterk uit te breiden.
EXCURSIEVERSLAGEN
Stinzenflora Friesland 14 april 2003
totaal 13 deelnemers olv. Willem Stouthamer
Park Jongemastate bij Rauwerd
Misschien omdat het stenen huis
verdwenen is, dat het zo winderig en koud was in de slingertuin. Deze engelse
landschapsstijl heeft hier gelukkig veel oude bomen voortgebracht (vnl.
Zomereik en Gewone esdoorn), waarin een roekenkolonie huist met ook wat
reigernesten. Die reigers hebben – net als uilen – ook braakballen. Alleen door
een steentje in hun maag zijn botjes niet meer zo mooi herkenbaar als bij
uilenbraakballen.
De verschillen tussen de twee
soorten helmbloem worden uitgelegd: de Holwortel (Corydalis cava) heeft een
schutblad en is in twee smaken: paars-roze en gelig-witte, de Vingerhelmbloem
(Corydalis solida) is wat kleiner; echt een pol en meest alleen rood-paars.
De Bostulpen (Tulipa sylvestris)
vertonen weinig bloem: we zitten aan de rand van zijn areaal (oorspronkelijk
uit Duitsland). De Winterakonieten (Eranthis hyemalis) staan al in het zaad. De
hoge oranje Keizerskroon (Frittellaria imperialis) staat er in mijn ogen wat
stijf en exotisch bij. Verder herkennen we aan het blad met witte nerven de
Italiaanse aronskelk (Arum italicum) en de Sneeuwklokjes. Ook wordt het
Longkruid met zijn gevl
ekt blad
tot de stinzenflora gerekend.
Martenahuis in hartje Franeker
Het zal wel door de beschutting
van de huizen komen, maar het is hier een stuk behaaglijker. Daarom ook meer
soorten? Dat zal wel niet: dit wordt veel meer als een intieme tuin beheerd.
De Gewone vogelmelk
(Ornithogalum umbellatum) bloeit nog niet. De Zomerklokjes (Leucojum aestivum)
– met 2 tot 5 klokjes – wel en dat is ondanks zijn naam heel normaal. Dan twee
soorten Helleborus: die met het leerachtige blad uit Corsica (H. angustifolius)
en het veel helderder groen van het Stinkend nieskruid (H. foetidus). Inderdaad
was deze vroeger in de snuif te vinden.
De ‘moderne hoogbenige’ oranje,
gele en rode tulpen horen er volgens de meesten niet bij. Misschien zou je
kunnen bedenken dat ze er in de 18e eeuw juist ook al stonden. Passen ze nu al
wat beter?
De Bosanemoon is hier geel en
heet dan ook de Gele anemoon (A. ranunculoides). Hij is inheems in
Zuid-Limburg. Er staat ook de Blauwe anemoon (A. apennina) met zelfs dubbele
bloemen. Die komt van een kweker uit Italië . . . .
Een aparte varensoort was de
wintergroene Dryopteris erythrosora, die geel-oranje verkleurd. Een Nederlandse
naam heeft hij niet (is dan ook geen stinzenplant). Verder zien we nog de
kleine Grote sneeuwroem (met zijn nieuwe Latijnse naam Scilla siehei. Ik leerde
hem nog als Chinodoxa lucilliae, wat veel lastiger was!). De andere aronskelk
komen we nu ook tegen: de Gevlekte (A. maculatum), die wat eerder bloeit.
Verder de Kievitsbloem (Frittellaria meleagris), inderdaad veel inheemser
aandoend dan zijn grote broer; een Nederlandse uiterwaarde plant! Als laatste
noem ik nog Adderwortel (Poly gonum bistorta) en een ongedefinieerde ui.
Na een snel Vietnamees
loempiaatje aan een kraampje, toch nog even opwarmen met koffie of soep in een
echt etablissement.
Martenastate bij Cornjum
Klein, maar fijn met veel water
en een broedende Reiger in een boom. Zelfs nog één; campinkje middenin. Twee
nieuwe soorten zijn nu nog alleen aan het blad te herkenbaar: Klimopereprijs
(Veronica hederifolia) en het zeldzame Haarlemsklokkenspel, een ondersoort van
de Knolsteenbreek (Saxifraga granulata var. pleno). De laatste zou beter al wel
al kunnen bloeien, want met zijn dubbele witte bloempjes is hij makkelijker te
spotten. Als ‘strooigoed’ (fries: byguod) zien we de rood geaderde grondbladeren
van de Bloedzuring (Rumex sanguineus subsp. sanguineus).
We slaan een programmapunt over
en gaan over naar de topper:
Dekemastate in Jelsum
Geheel gerestaureerde stinze met
een imposante oprijlaan met leilindes. Er onder liggen witte vlakken van Knikkende
vogelmelk (Ornithogalum nutans) en heel veel gele spikkels van de hier dus wel
goed bloeiende Bostulp. Verder noem ik nog Wit hoefblad (Tussilago alba) en
helblauwe Scilla siberica,(i.t.v. de zgn. Blue-bells ruikt deze niet!). Als
slotstuk een plek met het ijle Kraailook (Allium vineale), al wordt zij niet
tot de echte stinzenflora gerekend.
Met de meesten gaan we nog
afkicken in de nieuwe grote serre-achtige aanbouw van de Staniastate. Daar
krijg ik de gelegenheid om beter kennis te maken met al die voor mij nieuwe
KNNV-ers. We blijken zelfs een ‘mariene bosbouwer’ in ruste in ons midden te
hebben: George Fransz. Al met al een fijne dag met aparte vogels!
Fons Vos, Tinallinge 25 mei 2003
Breevenen 3 mei 2003
Op 3 mei
vond een gewestelijke excursie plaats in het gebied van Breevenen, bij sommigen
beter bekend als de Duunsche landen. De excursie werd geleid door een
medewerker van de drinkwatermaatschappij Drenthe. Het gebied wordt gebruikt
voor drinkwaterwinning, maar men probeert ook de natuur een kans te geven. Op
deze excursie kwamen 30 à 35 leden af.
Brenda Bolt
Witterveld 17 mei 2003
Het Witterveld is een terrein
van defensie dat in beheer is bij de gemeente Assen. Defensie gebruikt alleen
de schietbaan ( en richt kennelijk zo slecht dat een terrein van 465 ha nodig
is naast een kogelvanger).
Het Witterveld is
landschappelijk interessant maar ook vol landschappelijke littekens.
Het terrein bestaat uit 2
zandruggen waar tussen een hoogveen ligt. Dit hoogveengebied heeft geen aan - /
afvoer d.m.v. een riviertje of beekje. De watertoevoer van het hoogveengebied
vindt dus uitsluitend plaats via neerslag. Verder zijn in het landschap een
pingo aanwezig (die verminkt is door een fietspad dat er doorheen loopt) en
sporen van boekweitbrandcultuur. Dit is een cultuur waarbij door greppels
oppervlakkige ontwatering van het veen werd bereikt. Door het afbranden van dit
ontwaterde veen waren er voor een paar jaar voldoende voedingsstoffen in de
grond voor de verbouwing van boekweit. Als een stukje veen was uitgeput brandde
men ergens anders een nieuw stukje af.
De greppels zijn dus in het
landschap nog te herkennen.
De landschappelijke littekens in
het landschap zoals een aantal oude startbanen van een zweefvliegclub (waarover
middels een lier het zweefvliegtuig werd opgetrokken), een tankwal uit de
tweede wereldoorlog, enz. Tenslotte is ook nog een kudde Drentse heideschapen
aanwezig in het veld.
Hoewel het geen mooi weer was
waren toch 15 natuurliefhebbers op deze excursie af gekomen om dit alles te
aanschouwen.
Na een uitleg van de beheerder
van het Witterveld, Johan Wessel, gingen we het terrein in dat behoorlijk
vochtig was en op sommige plekken zo drassig dat er geen doorkomen aan was. Dit
resulteerde aan het eind van de excursie in een toezegging volgend jaar op een
ander moment, met laarzen, een vervolgexcursie te houden.
Het aantal waarnemingen was beperkt maar interessant.
Zo werden de volgende insecten
waargenomen: twee vertegenwoordigers van de Scarabaeidae n.l. de
Driehoornmestkever (Typhoeus typhoeus) komt voor op schapenmest en een aaskever
(Necrophorus vespillo) verstopt in een schapenbot; Groene zandloopkever
(Cicindela campestres); Noordse Witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda; door
Kees Boele gevangen en later via Brenda gedetermineerd a.d.h.v. een foto).
De volgende planten hebben we op
naam gebracht: Veenbies, Kleine zonnedauw, Veenpluis en Eenarig wollegras,
Tormentil, Trekrus, Gewone – en Veelbloemige veldbies, Struik -, Dop - en
Kraaiheide. Fons Vos lukte het met veel evenwichtskunst van pol tot pol over
het water een struik te bereiken en zo de naam er van voor het nageslacht vast
te leggen: Amerikaanse bosbes.
Wat de vogels betreft werden
o.a. waargenomen: Buizerd, Roodborsttapuit, Boompieper, Veldleeuwerik,
Boomleeuwerik; Grote lijster en als klap op de vuurpijl aan het eind van de
excursie 2 Wespendieven waarvan er één prachtig de baltsvlucht liet zien (zie
elders in deze Padloper).
Wim Zolf
Libellen langs de Ruiten Aa, 22 juni 2003
In onze tuin zijn in deze tijd
van het jaar gewoonlijk meer libellensoorten te zien dan mensen, maar nu was
dat even anders. Er waren ongeveer 20 personen op de libellenexcursie
afgekomen, mensen van afdeling Groningen van de KNNV, afdeling Westerwolde van
het IVN en van afdeling Veendam van de KNNV. Leuk, dat zo veel mensen zich
interesseren voor een groep insecten!
Het feit dat de dieren een
Nederlandse naam hebben draagt daar wellicht toe bij en vast en zeker ook het
gracieuze uiterlijk van de dieren. Ze zijn daarbij redelijk groot …. er valt
dus vrij gemakkelijk iets te zien.
Anders dan bij vogels kun je
libellen even in een potje doen, rustig bekijken, serieus determineren en ze
daarna weer vrijlaten. Ook met de verrekijker zijn sommige dieren te ‘spotten’.
Aan het begin van de excursie
hebben de deelnemers een lijst gekregen met de tot dan toe waargenomen soorten
libellen langs de Ruiten Aa. Daarop stond apart aangegeven welke soorten de
vorige dag, zaterdag 21 juni, waren gezien en tevens was vermeld in welke
maanden de soorten het meest talrijk zijn. Je kan daardoor zien dat het voor
een aantal libellen nog wat vroeg is om ze in grote getale te zien. Veel
libellensoorten zijn talrijk in augustus.
Zaterdag was het weer niet zo
geweldig; het was winderig en tamelijk koel. Zondag hadden we veel geluk; het
was zonnig en warm en pas op het allerlaatst betrok het en hebben we een spatje
regen gevoeld. Er waren dus ook heel wat vlinders te zien. Muggen waren ook van
de partij. We zijn goed achterna gezeten en hebben nog dagenlang napret kunnen
hebben van jeukende bultjes.
In het begin zagen we alleen
juffers. Juffers zijn de kleinere libellen met slank lichaam, die de vleugels
in rust meestal samengevouwen hebben. Voor - en achtervleugels zijn vrijwel
gelijk van vorm en grootte. De meeste zijn blauw met zwart of zwart met blauw
of wat onbestemd bruinachtig. Maar hoe houd je die dieren uit elkaar??!
Veel juffers bleken het
Lantaarntje te zijn. Belangrijke kenmerken daarvan zijn de kleine ronde vlekjes
bij de ogen en het tweekleurige vleugelvlekje (pterostigma). Het vlekje heeft
de vorm van een salmiakje, de ene helft is witachtig de andere zwart. Verder is
het achterlijf zwart, op het 8e segment na, dat blauw is bij het
mannetje, donker- of lichtbruin bij het vrouwtje. Dat heldere stukje blauw in
het zwart heeft op afstand wat weg van een lampje, vandaar de naam.
Mannetjes zijn van vrouwtjes te
onderscheiden door het bezit van een bultje onderaan het 2e
achterlijfsegment. Dat is het orgaantje voor opslag van sperma. Bij de
Variabele waterjuffer en de Azuurwaterjuffer zijn de oogvlekjes langwerpiger;
een soort uitgetrokken druppels. Het vleugelvlekje is eenkleurig donker en op
het achterlijf is meestal meer blauw te zien, met name bij de Azuurwaterjuffer.
Het is bij deze twee soorten belangrijk om op de tekening van het 2e
achterlijfsegment te letten. Die tekening is kenmerkend voor de soort. In
libellengidsjes staan ze meestal afgebeeld en het is een kwestie van goed
kijken en vergelijken. Beide soorten zijn talrijk langs de Ruiten Aa.
Platbuik (Libellula depressa) uit Ontdek de Veluwe
uitgave IVN
Ik vond het geweldig dat
allerlei mensen dieren vingen en die mij lieten zien. Ze gingen vervolgens van
hand tot hand en in korte tijd kregen we allen veel verschillende dieren te
zien. Mannetjes en vrouwtjes zijn vaak iets verschillend en ook binnen de
soorten is variatie in kleur en of tekening mogelijk. Ik denk dat veel
excursiedeelnemers in ongeveer een uur tijd al aardig wat juffers konden
herkennen. Om op de lange duur die dieren nog steeds te herkennen is het wel
nodig om af en toe weer eens op excursie te gaan of plaatjes te bekijken.
We hebben verder kennis gemaakt
met de Blauwe breedscheenjuffer. Liesbeth de Groot is net zo bang als ik om
zich te verspreken. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben we gezien. Voor mij is
deze soort dit jaar voor het eerst achter ons huis waargenomen. De allereerste
zag ik 31 mei in de tuin. Het vrouwtje is licht vleeskleurig, soms bijna roze,
het mannetje is bleekblauw, beide met fijne zwarte tekening. De soort heeft
brede afgeplatte schenen. Je moet ze goed van opzij bekijken om te zien dat de
schenen breed zijn.
Ook de Vuurjuffer hebben we
gezien. Lex Biermans bracht de eerste. Het is een rode juffer met wat zwart op
het 7e t/m 9e achterlijfsegment. Hij kan verwisseld
worden met de Koraaljuffer, die een eenkleurig rood achterlijf heeft.
Groene juffers bestaan ook. Het
gaat dan meestal om een soort pantserjuffer. Helemaal aan het eind van de dag
is het gelukt de Gewone pantserjuffer te zien. De mannetjes zijn eenvoudig op
naam te brengen door de kenmerkende achterlijfaanhangsels die in
libellenboekjes vaak staan afgebeeld.
De Grote roodoogjuffer was
precies zoals Jeroen Meeuse uit het boekje voorlas, op drijvende vegetatie te
zien, in ons geval op Gele Plomp. Van dichtbij is het dier goed te herkennen
aan de rode ogen en het ontbreken van zwarte tekening op de wat
Lantaarntjesachtige tekening van het 8e segment.
Echte libellen hebben we weinig
gezien. Het zijn de meest grotere soorten met vleugels die in rust uitgespreid
zijn en verder valt op dat de voor- en achtervleugels verschillend van vorm
zijn.
Het meest zagen we de Gewone
oeverlibel. Ongewoon mooi! We zagen uitsluitend mannetjes, jagend over het
water en af en toe op de oever. Het is niet gelukt ze in een netje te krijgen.
Ze zijn vrij groot, hebben een spits achterlijf, dat lichtblauw is en de
achterste punt is zwart. Je zou ze kunnen verwarren met het mannetje van de
Platbuik, waarvan het achterlijf breder is en geen zwarte punt heeft.
In de vlucht is de Grote
keizerlibel waargenomen. Het is de grootste libellensoort van Nederland. Verder
is ook de Metaalglanslibel gezien. De laatste kan verward worden met de
Smaragdlibel, maar gelukkig is het Bert Oving gelukt er een in zijn net te
krijgen en aan de gele tekening op de kop konden we zien dat we echt met de
Metaalglanslibel te doen hadden. Hij is meteen ook op de foto gezet door Marjan
en Wiebe. We zagen eenmaal de Bruine glazenmaker. Het is een grote libel met
bruine vleugels, zelfs met het blote oog goed te herkennen in de vlucht.
Er vlogen nog wat andere echte
libellen langs, maar omdat we die noch met de kijker konden determineren, noch
konden vangen, zullen we niet weten wie het waren.
De excursie bestond uit twee
delen. Tijdens het eerste deel hebben we vooral rond de plasjes achter ons huis
gekeken. De vegetatie is er dicht en we moesten ons door het struweel
worstelen. We hebben zowel aan de kant van Weende als aan de kant van
Wollinghuizen gekeken. Voor liefhebbers met veel tijd en weinig verplichtingen
volgde na een pauze in de tuin een tweede deel. Tijdens het tweede deel zijn we
over een goed begaanbaar pad richting vistrap gelopen. De bedoeling was om
uiteindelijk bij de vistrap de Weidebeekjuffer te traceren. Hans Weishaupt
heeft hem het eerst ontdekt. We hebben slechts een enkel mannetje gezien, maar
het was een lust voor het oog. En verder ben ik onder de indruk hoe goed
gepensioneerde postbodes over beekjes kunnen springen! Men heeft wel iets over
voor een libel!
Waarnemingen:
|
Libellen Ruiten Aa tot 20 juni 2003 |
|
21 /6 |
22 /6 |
Meest talrijk in: |
|
|
Azuurwaterjuffer |
Coenagrion |
puella |
x |
x |
jun/jul |
|
Blauwe
Breedscheenjuffer |
Platycnemis |
pennipes |
x |
x |
mei/jun/jul |
|
Blauwe glazenmaker |
Aeshna |
cyanea |
|
|
aug/sept |
|
Bloedrode heidelibel |
Sympetrum |
sanguineum |
|
x |
aug |
|
Bruine glazenmaker |
Aeshna |
grandis |
|
x |
jul/aug |
|
Geelvlekheidelibel |
Sympetrum |
flaveolum |
|
|
aug |
|
Gewone oeverlibel |
Orthetrum |
cancellatum |
x |
x |
jun/jul/aug |
|
Gewone pantserjuffer |
Lestus |
sponsa |
x |
x |
jul/aug |
|
Grote keizerlibel |
Anax |
imperator |
|
x |
jun/jul/aug |
|
Grote roodoogjuffer |
Erythromma |
najas |
x |
x |
mei/jun |
|
Houtpantserjuffer |
Lestus |
viridus |
|
|
aug/sept |
|
Kleine roodoogjuffer |
Erythromma |
viridulum |
|
|
aug |
|
Koraaljuffer |
Ceriagrion |
tenellum |
|
|
jul |
|
Lantaarntje |
Ischnura |
elegans |
x |
x |
jun/jul/aug |
|
Metaalglanslibel |
Somatochlora |
metallica |
|
x |
jul/aug |
|
Paardenbijter |
Aeshna |
mixta |
|
|
aug/sept |
|
Platbuik |
Libellula |
depressa |
|
x |
mei/jun |
|
Smaragdlibel |
Cordulia |
aenea |
|
|
mei/jun |
|
Steenrode heidelibel |
Sympetrum |
vulgatum |
|
|
aug/sept |
|
Tangpantserjuffer |
Lestus |
dryas |
|
|
jul/aug |
|
Tenegere grasjuffer |
Ischnura |
pumilo |
x |
|
jun en aug |
|
Variabele waterjuffer |
Coenagrion |
pulchellum |
x |
x |
mei/jun |
|
Venwitsnuitlibel |
Leucorrhinia |
dubia |
|
|
mei/jun/jul |
|
Viervlek |
Libellula |
quadrimaculata |
|
x |
mei/jun |
|
Vuurjuffer |
Pyrrhosoma |
nymphula |
x |
x |
mei/jun |
|
Watersnuffel |
Enallagma |
cyathigerum |
|
|
jul/aug |
|
Weidebeekjuffer |
Calopteryx |
splendens |
|
x |
jun/jul |
|
Zwarte heidelibel |
Sympetrum |
danae |
|
|
jul/aug |
|
Zwervende
pantserjuffer |
Lestus |
barbarus |
|
|
aug |
Vlinders
Distelvlinder, Bruin zandoogje, één blauwtje
Koevinkje, Groot koolwitje, Gehakkelde aurelia
Klein geaderd witje, Atalanta, Kleine vos
Deze excursie was voor Aart en
mij een plezier om voor te bereiden en een grote verrassing om mee te maken.
Lien bedankt voor het noteren
van de gegevens en hulp in de tuin.
Klaas de Jong en Henk Pras hadden
een suggestie voor een excursie volgend jaar in Stadskanaal. Zij weten een zeer
goede plek. Lijkt me prima.
Chris van Houdt
Weenderstraat 32
Vlagtwedde

baltsvlucht Wespendief

De
Wespendief
Tijdens de excursie op het
Witterveld werden kort na elkaar 2 Wespendieven waargenomen.
De wespendief is een broedvogel
van loof- en gemengde bossen die in Nederland naar schatting met 500-650
broedparen voorkomt.
De Nederlandse broedvogels
overwinteren in Afrika rond de evenaar. De vogels keren vanaf april terug in
Nederland; het merendeel in de tweede helft van mei. Ze beginnen dan vrijwel
onmiddellijk met nestbouw en voor het begin van juni met eileg (meestal 2).
Wanneer de vogels jongen hebben
kunnen ze tot meer dan 5 kilometer van het nest foerageren en overal boven het
foerageergebied vlinderen (baltsen); zoals het eerste exemplaar wat op
Witterveld werd waargenomen ook deed.
Ze leven van wespen zoals de
naam zegt maar dan voornamelijk van larven en poppen van sociale wespen. Als
aanvulling wordt van alles gegeten zoals andere insecten, reptielen, kikkers ,
kleine vogels, etc.
De jongen zijn half augustus
vliegvlug en worden dan nog een tijdje door de ouders verzorgd. Tussen eind
augustus en oktober vertrekken de vogels dan weer naar Afrika.
De oudere vogels vertrekken
eerst, de jonge vogels volgen wat later. Zij blijven waarschijnlijk 2-3 jaar in
Afrika alvorens terug te keren naar Nederland. Het kan dan nog enige jaren
duren voor ze daadwerkelijk tot broeden overgaan.
Noord-Drenthe is een gebied waar
systematisch naar Wespendieven is gekeken. Hierbij is een aantal afname
geconstateerd (1992-12; 2001-9) die wordt toegeschreven aan predatie van jongen
en volwassen vogels! door de Havik.
(bron o.a. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 2002)
Wim Zolf

Wesp of vlinder?
Foto : Kor Raangs

Als ik het veld in ga heb ik
behalve een kijker, een loep en een flora ook vaak een vangpotje voor
geleedpotigen bij me.
Zo ook donderdagavond 26 juni.
Tijdens het inventariseren met de plantenwerkgroep zag ik op een grashalm bij
het fietspad langs het Van Starkenborghkanaal een wel heel grote wesp, die zich
gemakkelijk liet vangen.
Bij nadere beschouwing had het
beestje kenmerken van een vlinder.
Zo'n interessante vondst kon ik
niet zo maar weer laten vliegen, dus werd het potje achtergelaten in de berm
(het gevangen insect begon als ik ging lopen n.l. wild heen en weer te
fladderen en het liet allemaal eitjes los) om het op de terugweg mee te nemen
In een café in de buurt van de
geïnventariseerde hokken, waar we na afloop altijd nog even bijéénkomen ging
het potje van hand tot hand, maar niemand wist wat het echt was.
Thuis vond ik in één van mijn
boekjes (het Moussault-gidsje ‘Ongewervelde dieren in bos en veld’) een
afbeelding, die wel heel erg op het gevangen beestje leek n.l. de
Wespglasvlinder (Aegeria apiformis)
Via internet (http://www.vlindernet.nl) kwam ik
er achter dat de vlinder tegenwoordig Sesia apiformis of Hoornaarvlinder heet
en behoort tot de wespvlinders.
Hierna wat info van deze site:
Familie: wespvlinder (SESIIDAE)
Dagactieve nachtvlinder
Vliegtijd: begin juni - eind juli.
Verspreidingsgebied: Gewoon in
hele land. In de duinen zeldzamer. Vaak cultuurvolger in parken en
populierenlanen.
Rups: Rups in de wortels van
dikke bomen met het uitkruipgat dicht bij de grond, meestal aan de Oostzijde.
De rups overwintert meerdere keren. Verpopt onderin stammen. Oude
uitkruipgaten, plm. 10 mm doorsnee, en pophulzen zijn het hele jaar te vinden.
Voedselplant: vooral populier,
ook wilg.
Bijzonderheden: Waarschijnlijk
worden de eieren op goed geluk rondgestrooid. De vlinders komen in de ochtend
uit de uitkruipgaten en zitten daarna graag op populierenstammen of in het gras
dichtbij de bomen; vliegende vlinders ziet men zelden. Het gele schouderdek is
goed kenmerk. De tekening van de vlinder schrikt vogels af. Paring is goed waar
te nemen in de vegetatie vaak ver van populieren verwijderd. Vlinders kunnen
geen voedsel opnemen. Veelal grote populatiedichtheid bij populieren van plm.
50 cm diameter. Bij een groot aantal bomen zijn er slechts een paar die worden
benut. De soort zou gemakkelijk te kweken zijn.
Rest
me nog te vertellen, dat ik de vlinder de volgende morgen heb gefotografeerd en
weer heb vrijgelaten
Kor Raangs
Foto : Kor Raangs

Gierzwaluwen
Gekomen Vertrokken
1987 9 mei
1990 29 april
1991 15 mei
1992 10 mei
1993 4 mei 4 augustus en 5 september
1994 3 mei 26 juli
1995 2 mei 31 juli
1996 1 mei
1997 29 april
31 juli
1998 5 mei 9 augustus
1999 2 mei 2 augustus
2000 5 mei 5 augustus
2001 10 mei
29 juli
2002 16 mei
1 augustus
2003 2 mei ‘s middags om 2 uur 4 stuks inspecteerden meteen het nest

Op 4 augustus 1993 vertrokken de
Gierzwaluwen. Een paartje was gebleven naar later bleek. Op 19 augustus ’s
avonds komen we thuis van een verjaardag, zit er een sperwer bij het nest en
trekt er een zwaluw uit. Hij gaat er mee op het grasveld van de overburen
zitten. De vleugels uitgespreid over het slachtoffer. Ik er op af. De Sperwer
vliegt weg en laat zijn prooi liggen. Hij was aangepikt en bloedde. Ik nam hem
op en liet hem bijkomen. Dat lukte na een lange tijd. Hij vloog plotseling weg.
’s Avonds om half tien ging hij
weer naar het nest. Tot 5 september elke dag nog gezien. Daarna niet meer.
PS Dit zijn de gegevens die ik
verzamelde van de Gierzwaluwen. Nu let ik er niet zo erg op. Ik hoor ze wel als
ik buiten ben. Dat geeft me weer plezier dat ze er zijn.
Martje Dolfien
BOEKENRAMSJ
Onze voorraad boeken is onder de loep genomen en we houden
opruiming!!! Aan de leden van onze afdeling bieden we tegen spotprijzen deze
boeken aan.
De boeken kunnen liefst per E-mail of post (eventueel
telefonisch) besteld worden bij Willem Stouthamer. Bij meerdere belangstelling
voor een boek zal er worden geloot. Er kan ook een bot gedaan worden op
meerdere exemplaren tegelijk (bijvoorbeeld de complete voorraad van de
insektenwerkgroep).
De onderstaande boeken zijn op de omslag voorzien van
een stikker ‘inkijkexemplaren c.q. eigendom KNNV’
en de toenmalige
ledenprijs. De stikkers zijn moeilijk te verwijderen zonder de omslag te
beschadigen.
Boeken
prijs
1. Bladeren in de Natuur € 2,25
2. Dieren van Stromend
Water 3,25
3. Belangrijke
Vogelgebieden 4,75
4. Zweefvliegen (Veldgids
1) 4,75
5. van Muurbloem tot
Straatmadelief 5,50
6. Uilen in de Duinen 5,50
7. Waterplanten en
Waterkwaliteit 7,50
8. Nederlandschappen
(fotoboek) 3,50
9. Woordenboek Ned.
Volksnamen van Planten 8,50
10 Atlas Nederlandse.
Zoogdieren 8,50
11 De Plantengroei van de
Waddeneilanden 13,50
12 De Nederlandse
Bladmossen 15,00
Wetenschappelijke Mededelingen per stuk slechts € 3,50
nr.188 Standaardlijst Ned.
Korstmossen
nr.190 Biogeografie
nr.193 Veranderingen
Hollandse Kustfauna
nr.200 Natte en vochtige
Ecosystemen
nr.208 Bostypen in
Nederland
nr.209 Blauwgraslanden in
Twente
nr.211 Zaden en Vruchten
nr.213 Dagactieve
Nachtvinders
nr.215 Historische Ecologie
De volgende WM’s waren van
de insektenwerkgroep; dit staat meestal op de kaft geschreven en kosten ook per stuk € 3,50
nr.058 De rupsen
nr.063 Insekten (algemene
inleiding)
nr 064 Algemeen overzicht
parasitaire hymenoptera
nr.066 Nederlandse
Lycaenidae
nr.067 Nederlandse Wespen
nr.092 Tabel Nederlandse.
insekten
nr.114 Nederlandse Symphyta
nr.138 Dazen van de Benelux
nr.148 Europese Diptera
nr.150 Mineerders bomen,
struiken en kruiden
nr.152 Familietabel
Hymenoptera in NW-Europa
nr.173 Mierenfauna van de
Benelux
De volgende WM’s zijn onbeschadigd
en kosten per stuk slechts € 5,00
nr.193 Veranderingen in de
Kustfauna
nr.197 Spigorya en verwante
Draadalgen
nr.200 Natte en Vochtige
Ecosystemen
nr.208 Bostypen in
Nederland
nr.213 Dagactieve
nachtvlinders

EXCURSIEPROGRAMMA
K.N.N.V. afdeling GRONINGEN
> Voor
zover niet anders staat vermeld, beginnen
alle excursies om 9.00 uur vanaf het
Overwinningsplein in Groningen.
Opgave bij Brenda BoltX 050 5273227 E-mail:
ba.bolt_AT_wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050
3143841, E-mail: stouthamer.wj_AT_inter.nl.net
> De excursiecommissie houdt
zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te
annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd.
Zondag 20 juli Libellen
Euvelgunne
Onder
leiding van Jan Gerard gaan we verkennen welke libellen zoal voorkomen in het
gebied van Euvelgunne. We vertrekken om 13.00 uur vanaf het vertrekpunt (30 a
40 meter ten zuidoosten van de hoek van de Gothenburgweg en de Kielerbocht, dit
is aan de noordwestkant van het gebied). Graag opgave bij Jan Gerard bij
voorkeur e-mail j.a.n.gerard_AT_freeler.nl of anders 050-5263775
Indien
het weer slecht is voor libellen wordt misschien uitgeweken naar 27 juli
Zaterdag 26 juli Ezumakeeg en
Lammerburen
Deze dag
gaan we vogels kijken waarbij de Steenuil onze speciale aandacht heeft. We gaan
naar Ezumakeeg , op weg naar het Lauwersmeer proberen we bij Anjum de steenuil
te spotten. Op de terugweg brengen we een bezoek aan informatiecentrum
Lammerburen. In de boerderij van het informatiecentrum is de oudst bekende
broedplaats van steenuilen in de provincie Groningen.
Vertrek
9.00 uur vanaf busstation Bedumerweg
Dinsdag 19 augustus planten en paddestoeleninventarisatie
Euvelgunne
Deze laatste inventarisatieavond
in het gebied van Euvelgunne zal vast weer leiden tot de vondst van aantal
nieuwe soorten planten. De afgelopen keer werden onder andere de Moerasvaren,
de Rode Ereprijs, Beekpunge, Watertorkruid, Pijlkruid en Moerasbasterdwederik
gezien. We zitten nu op 164 soorten. We gaan niet alleen naar planten kijken,
maar gaan met Roel Douwes ook op zoek naar paddestoelen.
Vertrek om 19.00 uur vanaf (30 à
40 meter ten zuidoosten van de hoek van de Gothenburgweg en de Kielerbocht, dit
is aan de noordwestkant van het gebied. Een busstation is vlakbij aan de andere
kant van de Beneluxweg aan de Osloweg. Dit alles in Groningen
Zondag 24 augustus Oranje en
Hijkerveld
We gaan
deze dag diep Drente in. Het eerste doel is de vogelhut bij Oranje waar we de
roerdomp hopen te zien. Afhankelijk van het weer en de belangstelling brengen
we een bezoek aan het Hijkerveld.
Vertrek 9.00
uur Overwinningsplein
Zondag 28 september paddestoelenexcursie Noordlaarderbos
Om 9.30 uur vertrekken we vanaf
het Overwinningsplein in Groningen om paddestoelen te gaan bekijken onder
leiding van Roel Douwes in het Noordlaarderbos. Rondom 15.00 uur zijn we weer
terug in Groningen, dus is het aan te raden drinken en brood mee te nemen.
Zaterdag 4 oktober Gewestelijke paddenstoelenexcursie
Zwarte Gaten
Om 12.45 uur vertrekken we bij
het Overwinningsplein voor de paddenstoelenexcursie die de afdeling Drachten
organiseert voor het gewest Noord in het gebied van de Zwarte Gaten bij
Beetsterzwaag. In dit gebied heeft de afdeling Drachten een route uitgezet en
beschreven in een boekje, welke de deelnemers zal worden aangeboden. Het gebied
is rijk aan een grote verscheidenheid aan paddestoelen, zoals de Kleine
Stinkzwam, Knotszwammen, Stekelzwammen en Cantharellen.
Route: vanaf Groningen snelweg
Heereveen, afslag Beetsterzwaag, dan door Beetsterzwaag richting Olderterp, na
hotel Lauswold rechtsaf, na ruim anderhalve kilometer is rechts aan de Poostweg
een parkeerplaats. Daar vertrekken we om 13.30 uur
O! ’t
ruischen van het ranke Riet!
hoe
dikwijls zat ik niet
nabij de
stille waterboord,
alleen en
van geen mensch gestoord,
en lonkte
’t rimplend water na,
en sloeg
uw zwakke stafjes ga,
en
luisterde op het lieve lied,
dat gij
mij zongt, o ruischend Riet!
Guido
Gazelle

