Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 4 2003

Afdeling GRONINGEN

 

De Padloper is een periodiek van de

 

 

       Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar

Jaargang 17, 2003  nummer 4

 

De PADLOPER

Nummer 4 2003

 
 


BESTUUR

 

Voorzitter/Secretaris:

Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten 0597 xxxe-mail rjj_at_hetnet.nl

Penningmeester:

Wiebe Postma, Larixlaan xxxNP Roden

050 501xxx2 e-mail wiebe.postma_at_hetnet.nl

Natuurhistorisch secr. & excursiecommissie:

Brenda Bolt, Schaepmanlaan xxxxx Groningen

050 52xxxx e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl

Algemeen bestuurs- & redactielid:

Willem Stouthamer, Zoutstraat xxxx Groningen 050 31xxxxxx

 

WERKGROEPEN

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:     Erik Hoitink 050 5xx347xx4 en Gerard Straxng 050 53xxx6

 

PADLOPER

Redactie: Erna Kuiper, Willem Stouthamer

Copysluitingsdatum  volgende nummer: 15 maart 2004

alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat xxxx Groningen

of e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net

 

 

Contributie: lid € 23,50;  huisgenootlid € 10,--;  donateur € 7,50 per jaar

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090  KNNV  afd. Groningen

tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan xxxNP Roden

 

 

*Wees voorzichtig met gekochte groenten: er kunnen resten insecticiden op zitten en die zijn dodelijk. Gebruik zelf ook geen insecticiden in huis of tuin!

uit: De Krekels en Sprinkhanen in de Benelux KNNV uitgave nr. 34 1983

 

 

*Een goed leven. Adopteer een kip! tel. 030 2339977 of www.adopteereenkip.nl

 

 

Afbeelding voorkant: Knoppergal (Andricus quercuscalicis)

uit het Gallenboek, W.M. Docters van Leeuwen, uitgave Thieme Zuthen


Inhoud

Van de redactie

3

Van het bestuur

4

De Groene glazenmaker

5

Van de vogelwerkgroep

7

·       Programma 2004

7

·       Excursie Lauwersmeer

7

Excursieverslagen

10

·       Noordlaarderbos

10

·       Vleermuizen

12

·       Polder de Breebaart

13

·       Gallen lezing

15

·       Lauwersmeer

20

Excursieprogramma

21

 

Van de redactie


Alstublieft het laatste nummer 2003. Degenen die een bijdrage hebben geleverd nogmaals hartelijk dank. En degenen die de lezing over gallen hebben bijgewoond en/of zijn mee geweest met een excursie, kunnen nog eens rustig nalezen wat ze allemaal gezien en gehoord hebben, want bij de KNNV kom je meestal ogen en oren te kort, getuige de enorme waslijsten met waarnemingen! Meestal maak ik tijdens een excursie wat aantekeningen en zoek ik later thuis nog dingen uit.Het napluizen van de notities betekent vaak dubbel genieten. Zo is dat natuurlijk ook bij een voorbereiding van een excursie. Dit geldt voor een deelnemer, maar ook voor de leider. Het plezier zit ook in het bestuurlijk aansturen en plannen van excursies en lezingen. Dubbel genieten iets voor jou? Meld je dan aan als bestuurslid.


 


Van het bestuur

 

> Het noodsignaal van het bestuur aan alle leden heeft tot resultaat gehad dat 2 personen hun vinger hebben opgestoken met de mededeling dat zij wel iets willen doen voor de vereniging. Bij één daarvan heeft dat al geleid tot daadwerkelijke deelname aan het bestuur. Dat betekent dat als de kennismaking bevalt we op de jaarvergadering in maart 2004 Dick Pegtel als bestuurslid kunnen begroeten (als natuurlijk ook de vergadering er dan mee instemt).

Verdere aanvulling van het bestuur blijft noodzakelijk omdat zoals reeds aan u gemeld de penningmeester, Wiebe Postma, m.i.v. 1 januari 2004 stopt met zijn werkzaamheden en de drie dan formeel overgebleven bestuursleden elk een dubbelfunctie vervullen. Als vervolg op de ‘noodsignaal’-brief zal het bestuur nu verder via persoonlijke benadering trachten de gelederen te versterken.

 

> In een plaatselijke krant vonden wij het bericht dat ‘het op 13 november j.l. zestig jaar geleden was dat het echtpaar Dolfien-Scholtens in de echt werd verbonden’. Een foto toont Hiddo en Martje -- die langzamerhand wel de oudste leden van onze afdeling zullen zijn -- in gezelschap van de burgemeester van Leek, mevrouw De Jong, die het jubilerende paar kwam feliciteren.

Zoals sommige lezers van De Padloper zullen weten, verblijft Hiddo al langere tijd in het Zonnehuis in Zuidhorn. Reden te meer om hem en Martje alsnog van harte geluk te wensen met dit toch wel uitzonderlijke huwelijksjubileum!

 

> Oproep e-mailadressen

Enkele leden hebben zich wel aangemeld om info over de activiteiten van onze vereniging per e-mail te ontvangen, maar krijgen deze echter niet. Dit komt omdat de schrijfwijze/spelling van hun e-mail adres niet juist is overgekomen. Als u alsnog e-mail wilt ontvangen, stuur dan Brenda of Willem een mailtje, zodat wij het juiste e-mailadres kunnen overnemen. Andere leden, die ook graag via e-mail op de hoogte gesteld willen worden, kunnen hetzelfde doen.

 

> Een heel ander onderwerp: De Nationale Wintervogeltelling. Elk lid heeft bij Natura een folder over deze telling ontvangen inclusief telformulier. Er zijn 2 telperiodes. Ook als u geen tuin heeft dan kunt u in het park, tuinen in de buurt e.d. tellen en zo dus meedoen aan deze landelijke telling.

Tot slot wenst het bestuur u vanaf deze plaats prettige dagen toe en hoopt u op 11 januari te ontmoeten op de bekende snertwandeling.

 


De Groene glazenmaker

 

Lezing en Powerpoint presentatie (zie agenda)

Monografie Rode lijst soort, die het provinciewapen dient te sieren

 

De Groene glazenmaker (Aeshna viridis) is een wereldbedreigde soort van het biotoop laagveenmoeras, het dier is strikt gebonden aan Krabbescheer en kwel en hoort tot 1 van de 3 inheemse libellensoorten die op de I.U.C.N.-lijst voorkomt. De overige 2 zijn inmiddels uitgestorven. De Groene glazenmaker is feitelijk vergelijkbaar met dieren als het Vogelbekdier, de Panda, de Koala en Siberische tijger. Het dier leeft in de loofboszone van Nederland tot West-Siberië en van Zuid Zweden tot Hongarije/Roemenië, maar de aantallen nemen sterk af, parallel met de teruggang van Krabbescheervegetaties.

De verspreiding in Nederland is te zien als 2 halve bogen, eentje links van het Drents plateau en eentje links van de Utrechtse heuvelrug. De noordelijke halfcirkel met een geschat aantal van 3000 dieren loopt van Slochteren (1000 stuks), via Peize (350), Westerkwartier (3 locaties, samen 1000 stuks) naar Frieslands lage midden (350) en eindigt bij De Wieden / Weerribben / Rottige Meente (350). De tweede zuidelijke boog op de grens van Utrecht en de beide Hollanden telt circa 750 dieren. We mogen inmiddels trots zijn op de Grauwe kiekendief omdat Groningen driekwart van de broedgevallen herbergt, dit geldt des te meer voor deze prachtige libel met zijn hoofdleefgebied in Groningen.

 

In 1997 herontdekte ik de Groene glazenmaker voor het Noorden, na een periode van 11 jaar afwezigheid. Het jaar daarop, in 1998, is de belangrijke populatie bij de Slochter Ae ontdekt.

 

Een schande en een compliment.

Schandalig vind ik het volkomen gebrek aan kennis over het gedrag van dit dier. Dat wreekt zich enorm als we het willen beschermen. Ik zeg wel eens: ‘Van de Koala weten we precies hoe vaak die zich krabt en hoeveel boeren die laat, van de Groene glazenmaker weten we nauwelijks iets en ieder spreekt elkaar maar wat na, terwijl de grootste onzin wordt verkondigd’.

Complimenteus is de grote aandacht voor beschermingsmaatregelen: er is inmiddels een Nationaal beschermingsplan, 3 provinciale beschermingsplannen en er zijn b.v. in Groningen 2 convenanten ondertekent: Westerwolde en Westerkwartier.

Uit: Libellen van Noordwest-Europa, Jeugdbondsuitgeverij

De lezing behandelt achtereenvolgens:

1.      Beroemde Nederlanders over Aeshna viridis: Lieftinck, Geijskes, Kiauta en van Tol.

2.      De fenologie, de hoofd vliegtijd

3.      Het verschil in dagritme tussen man en vrouw

4.      Het pendelen tussen het water- en het landbiotoop

5.      De aard van de pre-reproductieve periode (DPRP) van 3 weken

6.      De resultaten van 2 jaar onderzoek van de populatie ’t Kret, een marc-recapture studie in 2002 en een marc-recapture studie plus een hele dag simultaan observatie met 30 vrijwilligers in 2003.

7.      De vroege ochtendwip (eo-crepusculair) en de late avondjacht (crepusculair).

8.      De duur van de geslachtsdaad, spermatransfer, spermadisplacement en promiscue vrouwtjes?

9.      De vleugeladering bij Aeshniden, de leeftijdsbepaling via vleugelbeschadiging, de vlucht

10.  Suggesties voor verder onderzoek 2004:

      Is het dier uitgerust met een postduiveninstinct?

      Werken met een microchip?

11.  De ‘natuurlijke’ vijanden: Rietgors, Grauwe kiekendief,

      Boomvalk, spinnen en waterwinning

 

Herman de Heer


Van de Vogelwerkgroep

 

Programma 2004

 

Op 11 november 2003 heeft de Vogelwerkgroep haar jaarlijkse bonte avond gehouden in het onvolprezen Loughoes in Eelde.

Eén van de onderdelen van deze avond is het vaststellen van het programma voor het komende jaar.

Het programma ziet er als volgt uit:

* januari/februari    Friezenveen&De Braak

* maart/april          Natuurgebied rond de Ennemaborg

* mei                     Eemshaven

* juni                     Bargerveen bij Klazienaveen

* augustus             Breebaart-polder bij Termunten

* september           Schiermonnikoog

* oktober               Noordlaarderbos

* november            Lauwersmeer

* december            Drentse Aa

Zoals uit het hierboven staande lijstje naar voren komt zoekt de werkgroep in de winter gebieden in de nabijheid van de stad Groningen

In het voorjaar, de zomer en de herfst vliegen we verder uit.

De excursies vinden plaats op de tweede zaterdag in de maand.

Start rond 9.00 uur. Allen in augustus 2004 is gekozen voor de derde zaterdag; dit ivm de schoolvakantie.

Contactpersoon: G. Strabbing, 050 5346476

 

 

Excursie vogelwerkgroep Lauwersmeergebied, 11 oktober

 

Deelnemers: Albert Jan, Bé, Date, Geert Jan, Giny, Guido, Jan Nuiver, Jan Steijvers, Wim van Eerden en Wim Zolf

 

Date Lutterop

 

Om 09:00 uur verzamelen we ons op de dijk bij de garnalenfabriek van Heiploeg. Als de enkeling die mogelijk nog wordt verwacht uiteindelijk toch niet opduikt vertrekken we naar het doel van deze dag, de Kollumerwaard.

We besluiten hier de zeven kilometer lange vogelroute te lopen. Direct aan het begin van de route is het al raak: een drietal Roodborsttapuiten laat zich mooi van dichtbij bewonderen. Daarmee is eigenlijk ook de emmer met leuke soorten al weer leeg. Er is hier weinig te merken van de in diverse berichten aangekondigde prima vogeltrekdag. Inmiddels krijgen we af en toe een kleine regenbui te verwerken, halverwege de route missen we ook nog de even daarvoor wel waargenomen Grote Zilverreiger. De laag over het riet langs vliegende Bruine kiekendief jaagt ook niets op, zodat vanzelf de blik meer naar beneden gaat.

Op het pad een dode Mol en twee dode Bosspitsmuizen. Enkele jonge Bruine kikkers springen voor onze voeten de beschutting van de rietvelden in.

Een passant toont ons enkele geplukte rietstengels met Sigaargallen. Even later vinden we zelf ook deze gallen van de Sigaargalvlieg.

Terug op de parkeerplaats begint zowaar de zon door te breken en we besluiten om via de Bantpolder (geen ganzen; waarschijnlijk weet de grote vlieger daar meer van) en de parkeerplaats bij de sluizen (een groepje Staartmezen) even in de haven te gaan kijken. Het water staat erg hoog, maar overtijende vogels zijn er bijna niet te zien. Een groepje surfers en wandelaars op de eens niet toegankelijke pier worden bedankt. Een groepje Oeverpiepers vliegt over en we besluiten maar eens de inwendige mens te gaan versterken met koffie en iets stevigs. Alleen Albert Jan waagt zich aan een gehaktbal, die van hem een ruime voldoende krijgt. Voor de rest noteren we patat, een broodje vis en een lekkerbekje.

 

Het is inmiddels na twaalven en de meeste excursiegangers hebben afgehaakt. Een wijde ronde om het dorp levert nog een Tjiftjaf op. In de berm bloeit een late Parnassia. Vlak bij de camping posteert een groepje jeugdige vogelaars die daar al enige tijd wachten op de Bladkoning die daar eerder is gezien. Wij vinden alleen een Vuurgoudhaan.

In de berm van de weg valt Giny’s oog op vele honderden kleine huisjesslakken. Er gaan enkele mee naar huis, maar op het moment dat ik dit verhaal typ is het nog niet duidelijk om welke soort het gaat.

Ter afsluiting van de dag gaan we nog naar het Jaap Deensgat. Halverwege zitten in een weiland een Smelleken en een Slechtvalk op de grond. Bij de hut aangekomen blijkt het water wel erg hoog te staan. Er zijn maar enkele vogels op het water te ontdekken. Als een Sperwer en een Blauwe Kiekendief elkaar in het telescoopbeeld passeren besluiten we dat het mooi geweest is voor vandaag.

Hierna volgt een lijst van waargenomen soorten:


Soort

bijzonderheden

Soort

bijzonderheden

Aalscholver

 

Smient

 

Baardmannetje

 

Sperwer

1  Jaap Deensgat

Bergeend

 

Spreeuw

 

Blauwe Kiekendief

1 vrouw Jaap Deensgat

Staartmees

 

Blauwe Reiger

 

Steenloper

 

Boomkruiper

 

Stormmeeuw

 

Brandgans

100-en buiten de polder bij Anjum

Tafeleend

 

Bruine Kiekendief

1 juveniel, Kollumerwaard

Tjiftjaf

 

Buizerd

 

Torenvalk

 

Eider

 

Turkse Tortel

 

Ekster

 

Veldleeuwerik

2 overvliegend

Fazant

 

Vink

 

Fuut

 

Vuurgoudhaan

1 camping

Goudhaan

 

Waterral

 

Goudplevier

 

Watersnip

 

Graspieper

 

Wilde Eend

 

Grauwe Gans

 

Winterkoning

 

Groenling

 

Wintertaling

 

Groenpootruiter

 

Witte Kwikstaart

 

Grote Mantelmeeuw

 

Wulp

 

Houtduif

 

Zanglijster

 

Kauw

 

Zwarte Kraai

 

Keep

 

Zwarte Roodstaart

1 haven

Kievit

 

 

 

Kleine Mantelmeeuw

1 juveniel, haven

overige

waarnemingen

Knobbelzwaan

 

Wespen

 

Kokmeeuw

 

Diplolepis rosae

3 mosgallen van deze galwesp op roos bij dorp

Koolmees

 

Heterarthus vagans

1 mijn met dode larve op Els, parkeerplaats bij sluizen

Krakeend

 

Vlinders

 

Kramsvogel

 

Stigmella basiguttella

1 mijn op Eik, bij dorp

Kuifeend

 

Phyllonocnistis xenia

1 mijn op Witte abeel, dorp

Meerkoet

 

Bont zandoogje

1 omgeving dorp

Merel

 

Vliegen

 

Nijlgans

20 buiten de polder bij Anjum

Lipara lucens (Sigaargalvlieg)

diverse gallen in rietvelden Kollumerwaard

Oeverpieper

6 haven

 

 

Pijlstaart

enkele groepjes overvliegend

Gewervelden

 

Pimpelmees

 

Bruine kikker

enkele juvenielen, Kollumerwaard

Roodborst

 

Mol

1 dood Kollumerwaard

Roodborsttapuit

3 Kollumerwaard

Bosspitsmuis

1 dood Kollumerwaard

Scholekster

 

Konijn

1 dorp

Sijs

 

Planten

 

Slechtvalk

1

Parnassia

1 bloeiend in berm bij dorp

Slobeend

 

 

 

Smelleken

1

 

 

 

VERSLAGEN LEZING EN EXCURSIES

 

Noordlaarderbos, 28 september

De paddestoelenexcursie is geleid door Roel Douwes. Hij heeft ons op zijn onnavolgbare manier laten genieten van de kleine chemische fabriekjes, zie de indrukwekkende lijst van gevonden paddestoelen.

 

Op een boom hebben we een opvallende rups gevonden. Thuis gekomen is de gele rups met borsteltjes op de rug en een roze/rode pijlstaart in de Rupsentabel vd Jeugdbondsuitgeverij (zwart/wit afbeeldingen) al gauw gevonden: Meriansborstel of Roodstaartrups (Calliteara fascelina). Ik werd verrast toen ik de tabel dicht deed: pontificaal staat de rups (in kleur) voorop de omslag!

In de wetenschappelijke mededeling Dagactieve nachtvlinders staat dat Meriansborstel behoort tot de donsvlinders - familie Lymantriidae -. Echter hier wordt als wetenschappelijke naam Calliteara pudibunda vermeld. Algemeen in bosachtige streken en op zandgronden met als waardplant loofbomen.

In het boek Vlinders en rupsen staat over twee bladzijden een prachtige afbeelding met als vermelding dat de rups zich kromt bij verontrusting, zodat de fluweelzwarte insnijdingen tussen de segmenten zichtbaar worden. Dit hebben wij ook waargenomen. Iemand zei 'Het is net of de rups zijn ogen opendoet en je aankijkt'. De nachtvlinder wordt in dit boek Dasychira pudibunda genoemd.

 

De rups is vernoemd naar Maria Sibylla (1647-1717), die grote naam heeft verworven door haar fraai gekleurde tekeningen van de insectenwereld (met name in Suriname). Bertus Aafjes 1946 heeft een gedicht aan haar gewijd 'Maria Sibylla Merian'. In een eerdere aflevering van de Padloper is een artikel aan haar gewijd.

Willem Stouthamer

 

Literatuur:

De grote paddestoelengids, Ewald Gerhardt, uitgave Tirion

Rupsentabel, André de Wilde, Jeugdbondsuitgeverij

Dagactieve nachtvlinders (WM213), KNNV uitgeverij

Vlinders en rupsen, Thomas Ruckstuhl, uitgave Tirion


 

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Amanita citrina

Gele knolamaniet

Amanita fulva

Roodbruine slanke amaniet

Amanita muscaria

Vliegenzwam

Amanita rubescens

Parelamaniet

Armillaria ostopus

Sombere honingzwam

Bisporella citrina

Geelschijfzwammetje

Calosera viscosa

Kleverige koraalzwammetje

Cerocortium confluens

Ziekenhuiskorstzwam

Clitocybe ditopus

Kleinsporige trechterzwam

Clitocybe nebularis

Nevelzwam

Clitocybe odora

Groene anijstrechterzwam

Collybia cirrhata

Okerknol collybia

Collybia butyracea

Botercollybia

Collybia confluens

Bundel collybia

Collybia dryophila

Eikenbladzwammetje

Collybia platyphylla

Breedplaat streephoed

Coprinus lagopides

Vals hazepootje

Crepidotus variabalis

Wit oorzwammetje

Entoloma sordidulum

Groezelige satijnzwam

Fomes fomentarius

Tonderzwam

Galerina vittaeformis

Barnsteen mosklokje

Ganoderma lipsiense

Platte tonderzwam

Gymnopilus penetrans

Dennenvlamhoed

Hebelona crustuliniforme s.l.

Radijsvaalhoed

Hygrophoropsis aurantiaca

Valse hanenkam/Oranje dooierzwam

Hypholoma fasciculare

Gewone zwavelkop

Hypholoma sublateritium

Rode zwavelkop

Hypoxylon multyforme

Vergroeide kogelzwam

Inocybe hirtella

Amandelvezelkop

Inocybe ovatocystis

Gewone wolvezelkop

Inocybe rimosa

Geelbruine spleetvezelkop

Laccaria amethystea

Rode koolzwam

Lactarius quietus

Kaneelkleurige melkzwam

Macrolepiota procera

Grote parasolzwam

Marasmiellus ramealis

Takruitertje

Merulius tremellosus

Spekzwoerdzwam

Oudemansiella mucida

Porseleinzwam

Mycena alcalina

Alkali mycena

Mycena amicta

Donzige mycena

Rickenella fibula

Oranjegeel trechtertje

Mycena.candidans

Suikermycena

Mycena galericulata

Helm mycena

Mycena golopus

Melksteel mycena

Mycena haematopus

Grote bloedsteelmycena

Mycena arcangeliana

Bundelmycena

Mycena pura

Elfenschermpje

Mycena speirea

Breedplaatmycena

Mycena vitilis

Draadsteelmycena

Panellus stipticus

Scherpe schelpzwam

Paxillus involutus

Gewone krulzoom

Phaeolus schweinitzii

Dennenvoetzwam

Piptoporus betullinus

Berkenzwam

Pluteus cervinus

Hertezwam

Psathryrella candoleana

Witsteelfranjehoed

Psathryrella squamosa

Wollige franjehoed

Russula cyanoxantha

Regenboog russula

Russula fellea

Okerkleurige beukenrussula

Russula ochroleuca

Geelwitte russula

Russula parazurea

Berijpte russula

Scleroderma citrinum

Gewone aardappelbovist

Scleroderma verrucosum

Kleine aardappelbovist

Tubaria furfuracea

Gewoon donsvoetje

Oligoporus tephroleucus

Asgrauwe kaaszwam

Xerocomus chrysenteron

Roodstekelige fluweelboleet

 

 

Vleermuizen boven de Helperzoomvijver.

De vleermuisexcursie op 15 oktober heeft in park Groenestein evenveel vleermuizen opgeleverd als excursiegangers: geen!

Het is erg laat in het seizoen, er kunnen dus nog roepende mannetjes zijn en misschien overwintert er wel een groepje in de oude bomen. Echter in het laatste restje daglicht jaagde boven de Helperzoomvijver een groepje Meervleermuizen. Je zag het vlieggedrag zeer mooi net zoals het plaatje hiernaast. Je kon ze insecten van het water zien scheppen.

 

 

Bij het verdwijnen van het daglicht hebben we nog wat geoefend met de nieuwe detector, waarmee ook 10x vertraagd kan worden opgenomen. In de pc kan dit geluid met een programma gedetermineerd worden. Ook kan geluid worden opgenomen dat buiten het vooraf ingestelde frequentiebereik valt. De opname kan direct worden afgeluisterd, waarbij dan opnieuw kan worden afgesteld op de juiste frequentie. Zo missen we niets meer. Bij de volgende excursie gaan we hiermee verder oefenen.

 

Marjan van Oosten

 

 

Polder de Breebaart, zaterdag 25 oktober

 

Deelnemers: 6. Wim, Willem, Marjan, Guus, Wiebe en Guido.

Weer: half tot zwaar bewolkt, vrij koud, enkele regenbuien, zwakke tot matige Westenwind. Hoogwater: 13.20 uur

 

Via de kortste weg rijden we over Scheemda-Woldendorp naar ons verzamelpunt bij het gemaal en de bunkers. Wim is vanuit Winschoten rechtstreeks naar de polder gereden en zit bij onze aankomst al aan de koffie. Hij heeft een 20-tal Fraters gezien op verruigd grasland. Overal dreigende luchten, door het heldere weer kunnen we oneindig ver kijken, typisch Gronings.

Aangezien we nog midden in de trektijd zitten besluiten we eerst de bosjes bij de bunkers af te zoeken naar zangertjes. Van zee komt een groep Ringmussen aanvliegen, in de boomkruinen roept een groep Putters. Op de ingezaaide akkers veel Goudplevieren met hun weemoedige roep en zelfs 4 Holenduiven. Omdat we toch in de buurt zijn gaan we even in de vogelhut kijken van het Groninger Landschap. Dat even loopt behoorlijk uit want we komen ogen en oren te kort om alles te volgen. Het water komt op, de polder loopt langzaam vol. Het aantal steltlopertjes groeit gestaag, we kunnen het niet beter treffen.

 

Sneeuwgors

 

 

 

 

Vlak voor de hut grote aantallen Bonte strandlopers, Kluten, Brandganzen en

Wulpen. Guus ontdekt 2 Grutto’s op het slik. Laat voor deze soort, kennelijk overwinteraars. Enkele Watersnippen vallen neer op een paar meter afstand, maar ze hebben ons gauw in de gaten. Voor de meesten is het toch al weer tijden geleden dat ze Bonte Kraaien hebben gezien. Hier in de Breebaart scharrelen her en der wel wat groepjes rond, het kan niet op.

 

Geregeld is er dikke paniek onder de ganzen en steltlopers als er een roofvogel passeert. Bij het plotseling opduiken van een Havik gaat alles de lucht in. De Havikvrouw vliegt laag over het water op zoek naar een geschikte prooi. Direct valt ons de lange staart op en de zware borst, kenmerkend voor een Havik in vlucht. Later is ze weer terug: ze staat kiekendiefachtig met hoge, gele poten op het slik in een soort patstelling met pesterige Zwarte kraaien. Wie doet wat, er volgt een felle uitval van de Havik naar een Kraai.

Op de dijk zijn drie Buizerds aan het bakkeleien bij een gevonden kadaver. Het grootste dier is duidelijk dominant en eet het eerst, de andere twee en ook de Bonte kraaien moeten toekijken. Later, op de terugweg, ontdekken we de prooi; het zijn de restanten van een verse, dode Haas.

 

De hagel klettert op het dak, maar als de lucht opklaart gaan we er toch op uit, naar de zeedijk. Een eenzaam paartje Wilde zwanen zwemt in een plasje bij de dijk. Ze hebben erg veel zwart op de snavel, maar het zijn geen Kleine zwanen. Met de zon in de rug genieten we van de uitbundige formatievluchten van de 1000-en Bonte strandlopertjes. Slechts enkelen hebben nog een zwarte buik. Iemand vindt de Kluut met zijn wit-zwarte verenpak eigenlijk de mooiste vogel die er bestaat. De Zilverplevier laat z’n kenmerkende roep horen en zit meestal onopvallend in de groepen van 1000-en bontjes. Vanwege het weer blijft het stil in de polder, we zijn zowat de enige bezoekers.

 

Na een flinke regenbui besluiten we terug te keren langs de zeedijk. Het is er een en al schapenpoep, maar het loont de moeite want voor ons uit vliegt een groepje van 6 prachtige Sneeuwgorzen. Ze zijn erg mak en goed te bekijken. Dit geldt ook voor de Zeehond die we op de Waddenzee ontdekken.

 

Bij de zoutwater-inlaat worden de opgelapte zeehonden van Pieterburen geregeld losgelaten en mogelijk zien we nu een van de ‘gelukkigen’. Tot dicht bij de dijk komt z’n koppie boven water. Marjan probeert hem te fluiten, maar hij blijft op afstand. En we hebben natuurlijk geen vis bij ons … Op de bunkers zitten nog twee Zwarte roodstaarten - een man en een vrouw -, ze gaan zelfs de bunkers in.

 

De polder Breebaart is door de dagelijkse inlaat van zout water een magnifiek, dynamisch natuurgebied, erg rijk aan vogels. Met de 56 soorten die we hier hebben gehoord en gezien kunnen we best tevreden zijn.

 

Gido Meeuwissen

 

 

Dan volgt nu ons soortenlijstje:

 

 

Aalscholver: 24

Merel

Bergeend

Pijlstaart: 1

Blauwe Reiger: 4

Putter: 10-tallen

Bontbekplevier: 3

Ringmus: 10 tallen

Bonte Kraai: minstens 12

Scholekster: 10

Bonte strandloper: 1000-en

Sijs

Brandgans: talrijk 100-en

Smient: zeer talrijk 100-en

Buizerd: 5

Sneeuwgors: 6 op vloedlijn

Ekster: 2

Spreeuw: zeer talrijk

Fazant

Stormmeeuw

Frater: 20

Tafeleend: 1

Goudplevier: 100-en op akkers

Torenvalk: 4

Graspieper

Tureluur

Groenpootruiter: 2

Veldleeuwerik

Grutto: 4

Vink

Havik: wijfje

Vlaamse Gaai: 1

Heggenmus: 1

Watersnip: veel, 10-tallen

Holenduif: 4

Wilde eend

Kauw

Wilde Zwaan: paartje op plasje

Kemphaan

Winterkoning

Kievit

Wintertaling: 100-en

Kluut: minstens 250

Wulp: 10-tallen

Kokmeeuw

Zanglijster

Koolmees

Zilvermeeuw

Koperwiek

Zilverplevier: 10-tallen

Kramsvogel

Zwarte Kraai

Kuifeend: 10-tallen

Zwarte Roodstaart: man+vrouw

Meerkoet: talrijk

Zwarte Ruiter: 10

 

 

Gallen lezing, 20 november

 

Inleiding

Naar aanleiding van een aankondiging van deze lezing bij de Wilde Plantenkring Haren kreeg Kees Boele een bijzondere gal aangereikt. Het bleek de Knoppergal (Andricus quercuscalicis) te zijn, welke prijkt op de omslag van deze Padloper. Alleen voorkomend op napjes van ‘zomereikels’ en mede door zijn levenscyclus tot nu toe tot nu toe niet in Noord-Nederland gevonden. Voor de voorjaarsgeneratie zijn namelijk meeldraadbloemetjes van moseiken nodig, een boomsoort die hier van nature niet voorkomt.

 

Geschiedenis

Gallen waren in de oudheid bekend door hun veronderstelde geneeskunst. Hypokrates (van de bekende eed) gebruikte ze in 460 v. Chr. tegen reuma en dysenterie. Zij werden ook gebruikt bij de bereiding van inkt. De echte inktgallen (Andicus tinctoria op eiken) komen in Nederland niet voor, maar onze galnoten (Andricus kollari) bevatten genoeg looizuur om, gemengd met ijzerzout, een inkt op te leveren. De beroemde Nederlands kruidkundige Dodoens (1517-1585) beschreef de speciale werking van rozengallen tegen blaasaandoeningen, maar men veronderstelde ook wel dat zij, onder het hoofdkussen gelegd, een gezonde slaap bevordenden.

Pas in 1662 begreep men echter wat gallen zijn. Goedaert en Malpighi

 

 

vertrouwden de eerste accurate beschrijvingen van gallen en hun bewoners aan het papier toe. In de volgende eeuwen zouden steeds meer gallen bekend worden. Het belangrijkste gallenboek in Nederland zou de KNNV uitgave van Dr.W.M. Docters van Leeuwen worden (1946 en geheel bewerkte derde druk 1982).

 

Vermomd als gallen/galveroorzakers:

Een gal wordt veroorzaakt doordat een organisme een plant beschadigd waardoor een plantaardige celwoekering om de plaats van indringing veroorzaakt wordt. Mijnen van mineerders zijn geen gallen omdat er wel een beschadiging van een plant door een organisme maar geen celwoekering optreedt. De kunstige bladhuisjes van bijvoorbeeld de Berkensigarenmaker of de Eikenbladroller zijn ook geen gallen omdat de plant alleen verbouwd wordt door het insect. En zelfs heksenbezems in berken zijn geen gallen. Veroorzaakt door een schimmel ontstaat op de plaats van infectie een bossige groei van miniatuur takjes. Klein maar niet misvormd en zelfs nog in staat om te bloeien.

 

Vergalde bomen

Vijf groepen bomen hebben in Nederland de zware taak om als gastheer voor de vijf grootste groepen galveroorzakers op te treden. Berken en populieren worden vooral gebruikt door galmijten en galmuggen en in mindere mate door bladluizen. Op Prunus soorten komen naast deze drie ook bladwespen voor. Eiken hebben geen last van galmijten maar wel van galmuggen, bladluizen en vooral galwespen. Wilgen worden niet aangestoken door galwespen, nauwelijks door bladluizen maar vooral door bladwespen, galmuggen en galmijten.

 

 

 

 

Galveroorzakers

 

1.      Schimmels

Er zijn weinig schimmels die gallen veroorzaken. De bekendste is Exosporangium rhododendri, met grote witte gallen op alpenroosjes, en Gymnosporangium clavariaeforme, een roestgal op meidoorn.

 

2. Bacteriën

De meest bekende bacteriegal is Agrobacterium tumefaciens op het Chinees Klokje (Forsythia). Vrijwel overal waar Forsythia's aangeplant zijn verschijnt deze wratachtige gal op jonge loten. Vooral in de winter zijn ze goed te zien.

 

2.      Raderdiertjes

Eencellig en met het blote oog nauwelijks te zien wordt het draadwier Vaucheria in de sloot aangestoken door een raderdiertje. Een grote klokvormige gal is het gevolg met gratis woonruimte voor het nietige beestje.

 

3.      Aaltjes

Nematoden (aaltjes) komen in elk stuk grond voor. Meloidogyne aaltjes leven van wortelsappen en kunnen in bijvoorbeeld cactuskwekerijen ondergrondse gallen vormen.

 

4.      Galmijten

Verwant aan de spinnen veroorzaken galmijten twee vormen gallen. Op berk en esdoorn worden door o.a. Aceria pseudoplatani en Eryiophyres longisetosus

 

Levenscyclus van de galwesp Cynips quercusfolia en de tijd waarop een aantal parasieten hun eieren in de gallen leggen. Gallen en wespen zijn niet op dezelfde schaal getekend.

 

viltgalletjes gevormd. Feitelijk een vilttapijtje waartussen de jonge galmijtjes een gedekte dis maar ook een dak boven het hoofd vinden. Helemaal een gesloten dak vormen de mijtenhuisjes. Feitelijk uitstulpingen van het blad waarbinnen de mijten leven. De bekendste is de rode Aceria macrorhyncha op esdoorn.

 

5.      Bladluizen

Allerlei bladluizen vormen gallen. Soms dikke, proppen waarin de oorspronkelijke bladeren nog vaag te herkennen zijn. Aphis schneideri op zwarte bes is bij veel tuiniers bekend. De fraaiste luizengallen vormen echter Pemphigius soorten op populier (de buidelgal en de spiraalgal), Tetraneura ulmi (de iepenbladluis met torentjes op iepenbladeren) en Adelges abietes, de sparappelbladluis. De laatste heeft twee jaar nodig om een volledige levenscyclus (met vijf generaties luizen) te doorlopen. En bij voorkeur willen twee generaties ook nog een korte periode doorbrengen op lariksen.

 

6.      Bladvlooien

Een kleine groep, op luizen gelijkende insecten, die maar weinig gallen vormen. De bekendste is Lyvia juncorum op Trekrus. Overal in heidevelden rond augustus te vinden als vreemde, rood aangelopen, bloemvormige uitgroeisels.

 

7.      Galmuggen

Een grote groep, kleine insecten die het op allerlei plantensoorten voorzien hebben. Bekend is Jaapiella veronicae op mannetjesereprijs. Direct bij het uitlopen aangestoken en uitgroeiend tot een wit behaarde groene gal. Mykiola fagi vormt vreemde op een mijtenhuisje lijkende gal op beukenblad. Altijd onbehaard, paars aangelopen en onderdak biedend aan één opgroeiende muggenlarf.

 

8.      Boorvliegen

Een kleine familie vliegen met fraai gekleurde vleugels. Alleen Urophora cardui, de Distelboorvlieg, is bekend in Nederland. Grote opgezwollen stengelgallen op distels verraden zijn aanwezigheid.

 

9.      Halmvliegen

Vrijwel iedereen kent de rietsigarengal. Vooral in de winter opvallend en onderdak biedend aan de larf van Lipara lucens.

 

10.  Bloemvliegen

Veel minder bekend zijn de bloemvliegen die propvormige gallen veroorzaken op Wijfjesvarens.

 

11.  Galwespen

De meest bekende galveroorzakers zijn ongetwijfeld de galwespen. Galappels op eiken kent bijna iedereen maar de wonderbaarlijke levenscyclus is voor velen verhuld in de nevelen van de tijd. Uit galappels komen in het vroege voorjaar ongeslachtelijke vrouwtjes die op hun beurt knopgalletjes veroorzaken. Als de zon hoger boven de kim komt (mei/juni) kruipen uit deze gallen mannetjes en vrouwtjes Cynips quercusfolii. Na een kortstondig feest worden eitjes gelegd op bladeren waaruit vervolgens in augustus galappels zullen groeien.

 

Andere fraaie voorbeelden zijn Neuroterus quercusbaccarum, met lensgallen in de herfst en besgallen in het voorjaar, en Andricus quercusramuli met de bekende wollige meeldraadgallen in het voorjaar en onopvallende knopgallen in het najaar.

Op andere planten is de ook in Nederland voorkomende maar vooral in Frankrijk bekend Liposthenes latreillii algemeen. Het verhaal gaat dat galletje in zuidelijke streken geserveerd werd als snoepgoed........

 

12.  Bladwespen

Bladwespengallen lijken op galwespengallen maar zijn veel eenvoudiger van vorm. Voornamelijk voorkomend op wilgen zijn ze meestal wratvormig en rood gekleurd. Een generatiewisseling blijft achterwege.

 

Slotwoord

De lezing van Kees Boele toont weer aan dat veel onderlinge samenhang is en dat er voor de aandachtige kijker veel te ontdekken en te genieten valt.

 

Willem Stouthamer (met hulp van Kees Boele)

 

Literatuur:

Docters van Leeuwen,  W.M. 1982. Gallenboek (Thieme)

Chinery, M. 1988, Nieuwe Insectengids (Thieme)

Redfern, M.,Askeu, R.R. 1992 Plant galls (Naturalists’ Handbooks 17)

Westphal, E.,Bronner,R.,Michler,P. 1987 Découvrir et reconnaître les galles (Delachaux & Niestlé)

 

www.insectenweb.nl



Lauwersmeer
, 30 november 2003

 

 


Veel mogelijke deelnemers waren ziek, zwak, sliepen uit of hadden een andere reden om niet te komen. Één van die redenen was zeker het weer: een druilerige dag met af en toe een bui, koud en slecht zicht.

 

Of de thuisblijvers gelijk hadden moet ieder zelf maar beoordelen. De 3 (drie) deelnemers, Cor Raangs, Willem Stouthamer en ondergetekende, zagen in ieder geval een kleine 50 vogelsoorten en wat reeën.

 

Om zeker te zijn van ganzen, het hoofddoel van de excursie, werd besloten om naar de Friese kant van

het Lauwersmeer te gaan.

 

 

Onderweg werd de vogelhut bij het Jaap Deensgat aangedaan en de Vlinderbalg. Hier werden een zeer mooie 1e jaars blauwe kiekendief waargenomen, Kleine Zwanen, Brilduikers en Dodaarsjes. Bij Robbenoort werd gezocht op de bekende plaatsen naar de IJsvogel en Pestvogels. De IJsvogel gaf niet thuis en met de Pestvogels ging het ook niet best. We wilden net wat teleurgesteld Robbenoort verlaten toen Cor er drie in beeld kreeg.

Deze wintergasten lieten zich rustig bewonderen.

In de haven was weinig opmerkelijks waar te nemen. De vogels die er waren vonden het te koud en te nat om op te vliegen. Zo liepen een paar Steenlopertjes naast de auto en ook een ‘verzopen’ Buizerd weigerde om op de wieken te gaan.

In het aanspoelsel bij het oostelijk havenhoofd werden 2 Sneeuwgorzen ontdekt die ook zeer dicht te benaderen waren. In de warme auto werd de determinatie nog eens ter hand genomen en de conclusie was: twee 1e jaars vrouwtjes Sneeuwgors.

Via de Bantpolders werd koers gezet richting Anjum. Onderweg werden in die Bantpolder veel Brandganzen en Grauwe ganzen gezien en in het Lauwersmeer forse aantallen Tafeleenden. In de Anjummerkolken waren de aantallen ganzen zo mogelijk nog groter. Een jonge sperwer weigerde echt weg te vliegen en begeleidde ons zo de gehele weg langs de Ezumakeeg.

Aangezien het toen ophield met zachtjes regenen werd besloten de thuisreis te aanvaarden. Rest nog te vermelden dat ook nog 3 Bonte kraaien werden waargenomen; tegenwoordig ook een zeldzamere vogelsoort bij ons

 

Wim Zolf

 


 

EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen

> Opgave bij Brenda BoltX 050 5273227 e-mail ba.bolt_at_wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net. Opgave tenzij anders vermeld graag minimaal drie dagen van te voren.

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd

 

zondag 11 januari, Snertwandeling Oude Molen

Om 9.30 uur vertrekken vanaf het Overwinningsplein voor onze traditionele snertwandeling. Om 10.00 uur vanaf het café De Fazant in Oude Molen. We verwachten om 12.30 uur terug te zijn bij het café, dus mensen kunnen ook alleen bij de snert aanschuiven. Zeer graag opgave

 

Zaterdag 24 januari, Ganzenexcursie Zuidwest Friesland

Samen met Jan Hulscher, een groot vogelkenner, bezoeken we zuidwest Friesland om de ganzen in de gedoog gebieden op te zoeken. We hopen onder andere de Kleine Rietgans aan te treffen. Vanaf 1 januari mag weer geschoren worden op ganzen, wat gevolgen zal hebben op de gebieden waar ze vanaf dan zullen gaan zitten. In de gedooggebieden is het jagen niet toegestaan.

Warme kleding, kijkers en evt. telescopen meenemen

Vertrek om 7.30 uur vanaf het Overwinningsplein. Graag opgave

 

zaterdag 31 januari, Winterse Groninger landschappen. Fivelboezem, langs Groninger Wierden

Deze winterwandeling (bron: Capitool Wandelgids, De mooiste wandelingen in Nederland) voert ons door een weids landschap langs een aantal middeleeuwse wierdendorpjes met authentieke huizen, boerderijen en vooral mooie kerkjes.

De wandeling begint in Loppersum en loopt via Zeerijp, Lissabon, 't Zandt, Alberdaheerd, Leermens en Eenum terug naar Loppersum. De wandeling is 15,5 (of verkort 12) kilometer lang.

Vertrek: 9.15 uur Overwinningsplein, vanaf 10.00 uur NS station Loppersum. Of de trein van 9.35 van het hoofdstation (8 strippen) naar Loppersum.

Excursieleider: Dirk Blok. Opgave gewenst

 

Donderdagavond 19 februari, lezing Groene glazenmaker

De afdeling Groningen nodigt u en de leden van uw afdeling uit voor een lezing welke gehouden wordt op 19 februari door Herman de Heer over de Groene Glazenmaker. De lezing begint om 20.00 uur in´t Gorechthuis, Hortuslaan 1 te Haren. Vanaf 19.30 uur zijn de deuren open. In de buurt van het Gorechthuis is veel ruimte om te parkeren. Ook met bus is het gebouw goed bereikbaar vanaf het station

 

 

Donderdag 25 maart, Jaarvergadering KNNV afdeling Groningen  I

 

 

 

Zaterdag 28 maart, Westerbroeksemadepolder

Jelle Brandsma en Marike van der Paauw nemen ons mee naar de Westerbroeksemadepolder en omgeving en vertellen daar uitgebreid over de werken die daar nog deels worden uitgevoerd en vooral over de plannen en verwachtingen die het Gronings Landschap heeft ten aanzien van de ontwikkelingen van dit gebied.

Omdat er werk in uitvoering is in de beide polders is op dit moment niet te voorzien of er gewandeld kan worden en of er veel te zien is. Wat we in ieder geval kunnen doen is langs de rand op bepaalde lokaties tekst en uitleg geven over inrichting en beheer of een wandeling door het ingerichte Leinwijk gebied en de overeenkomsten en verschillen met de WBM- en de KWB-polder hierbij uit de doeken doen.

We vertrekken om 9.30 uur vanaf de parkeerplaats van Ikea en om 10.00 uur vanaf de parkeerplek tegenover de ingang van de Westerbroeksemadepolder aan de Energieweg ( tussen Foxhol en Westerbroek), Aangeraden wordt laarzen mee te nemen op deze halve dagexcursie. Informatie over de plannen ten aanzien van dit gebied kan via de mail toegestuurd worden als deze wordt aangevraagd bij BA.Bolt_at_Wanadoo.nl

 

Zaterdag 25 april, Stroomgebied Ruiten Aa

Dick Pegtel leidt ons naar bijzondere punten van de Ruiten Aa en de Westerwoldse Aa. Hij laat zien en verteld ons over de geschiedenis, de invloed van de mens, de mariene ingressie in de Middeleeuwen, etc. Het belooft een boeiende tocht te worden met vele invalshoeken.

Vertrek om 9.00 uur vanaf de parkeerplaats van Ikea (direct achter het benzinestation) te Groningen en om 10.00 uur bij het bezoekerscentrum Noordmee van het Staatsbosheer aan de Dennenweg te Sellingen, daar beginnen we met een kop koffie.

 

6 t/m 9 mei, Müritz

Ook in 2004 gaat KNNV Groningen weer naar Müritz. Een lang weekend kamperen in Waren, samen op de fiets of lopend op zoek naar Kraanvogels, Visarenden en Zeearenden en natuurlijk genieten van de fraaie flora in het heuvelachtige landschap van Vorpommern.

 

Om de belangstelling te peilen vragen we u om uiterlijk 15 januari 2004 (opgave bij Brenda Bolt) ons te melden of u wilt meegaan en hoe u graag in Waren wenst te verblijven. We hebben als excursiecommissie een lichte voorkeur om met de gehele groep te kamperen, maar er is ook een mogelijkheid om weer pensionkamers te regelen in ‘Zur Fledermaus’

Er zijn al voldoende aanmeldingen om de excursie door te laten gaan. Voor het begin van het kampje zal een duidelijk excursieprogramma worden uitgereikt, zodat iedereen weet waar hij/zij aan toe is.

 

Er zal getracht worden met zo weinig mogelijk auto´s te rijden. Meerijden voor mensen zonder vervoer kan vrijwel altijd geregeld worden.

Zie voor een sfeertekening de foto´s op http://www.fotohoogendoorn.nl

trefwoorden:NATUURPARK MURITZ FEDEROW

of http://www.oelemars.com/reisverslag/muritz/userin4.htm

 

 

 

Zaterdag 5 juni, REPTIELEN excursie WAPSERVELD

Reptielendeskundige en boswachter Andre Donker neemt ons mee op een speurtocht door het Wapserveld, aan de zuidrand van het grote natuurreservaat Drents-Friesche Wold. Drie soorten slangen en drie soorten reptielen zouden ons pad kunnen kruisen. Gladde slang, Ringslang en Adder komen hier nog voor samen met Hazelwormen, Levendbarende hagedis en Zandhagedis. Afleiding van het aards gekruip zal zeker komen van kwakende Heikikkers, overvliegende Roodborsttapuiten en vele libellen.

Deze excursie is erg afhankelijk van het weer, gepland is een halve dag met een lichte voorkeur voor de middag.

Tijd van vertrek worden na opgave (met vermelding van telefoonnummer en evt. emailadres) aan u doorgegeven.

Informatie en opgave bij Kees Boele, tel.: 050 5370110 of e-mail: c.boele_at_oprit.rug.nl

 

woensdag 25 augustus, Rottum

Op woensdag 25 augustus gaan we met de boot van SBB naar Rottum. We vertrekken om 5.30 uur vanaf het busstation aan de Bedumerweg en om 6.00 uur vanaf Noordpolderzijl. We zijn 13 uur later terug in Noordpolderzijl. Meenemen kijkers etc. Kosten 47,50 euro per persoon, dit is inclusief koffie, thee, soep en broodjes aan boord. Opgave (onder vermelding van naam, adres, woonplaats en telefoonnummer) bij Kees Boele, Remmingaweg 48, 9751VR Haren of via e-mail c.boele_at_oprit.rug.nl.

Opgave voor 15 januari aanstaande!