Afdeling GRONINGEN

De Padloper is een periodiek van de
Koninklijke Nederlandse
Natuurhistorische Vereniging
afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar
Jaargang 17, 2003
nummer 3
BESTUUR
Voorzitter/Secretaris:
Wim Zolf, Paul Krugerstraat 14, 9671 AR Winschoten 0597
4xxx4 e-mail rjj_at_hetnet.nl
Penningmeester:
Wiebe Postma, Larixlaan xxxx Roden
050 xxxx122 e-mail wiebe.postma_at_hetnet.nl
Natuurhistorisch
secr. & excursiecommissie:
Brenda Bolt, Schaepmanlaan xxxP Groningen
050 52cccc27 e-mail ba.b
olt_at_wanadoo.nl
Algemeen
bestuurs- & redactielid:
Willem Stouthamer, ccc, 9712 TB Groningen 050
3xxxx41
WERKGROEPEN
Planten: Willem Stouthamer
Vogels: Erik Hoxxtink 050 53xxxx4 en
Gerard Strabxxng 050 5xxxx
PADLOPER
Redactie: Erna
Kuiper, Willem Stouthamer
Copysluitingsdatum volgende nummer: 15
december 2003
alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:
Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen
of e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net
Contributie: lid € 23,--; huisgenootlid € 10,--;
donateur € 7,-- per jaar
Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.
postgironummer 855.090
KNNV afd. Groningen
tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan 12, 9301 NP Roden
Afbeelding voorkant: STEENUIL (Athene noctua)
uit: Vogels van Nederland, Lars Johnson, uitgave
Natuurmonumenten
Inhoud
|
Van
de redactie |
3 |
|
Themadag
Flora en Faunawet |
4 |
|
Kolibrievlinder |
6 |
|
Natuurbeschermingscommissie |
8 |
|
Verborgen geheim |
9 |
|
Maaibeheer Hunze en Aa’s |
11 |
|
Excursieverslagen |
|
|
-
Ezumakeeg en Lammerburen |
13 |
|
-
Vogelexcursie naar Schiermonnikoog |
15 |
|
Excursieprogramma’s |
|
|
-
KNNV Groningen |
19 |
|
-
Activiteitenkalender KNNV Veendam en -
IVN Groningen Haren |
23 |

Van de redactie
Tot ons leedwezen hebben we vernomen dat Lies van Wilsum
op 18 augustus is overleden. Wij condoleren haar familie.
Natuurmonumenten vraagt om oude foto’s van haar gebieden,
speciaal in het Noorden. Heeft u landschappelijke opnamen gemaakt, neem dan
contact op met Jacob de Bruin (NM) tel. 050 3092387
In totaal werden er 42 boeken (zie vorige Padloper) in de
ramsj gedaan. Er resten er nog 17. Slechts een enkeling hebben we moeten
teleurstellen.
Leden, die volgend jaar mee willen naar Rottumeroog,
gelieve over een week contact op te nemen met Kees Boele 050 5370110
Themadag
Flora- en Faunawet en natuurbescherming.
Zaterdag
15 november 2003
Van 10.30
– 16.30 uur Ruppert-gebouw, de Uithof te Utrecht.
Organisatie:
De Natuurbeschermingscommissie en Veldbiologische Commissie van de KNNV, samen
met het landelijk bureau van het IVN.
In 2002 is de Flora- en Faunawet
in werking getreden. De soortenbescherming uit de Vogelwet, de
Natuurbeschermingswet en enkele andere wetten is in deze nieuwe wet opgenomen.
Organisaties die natuurgegevens verzamelen vervullen een belangrijke rol binnen
de werking van de wet. Aan de hand van verzamelde natuurgegevens is het
mogelijk ruimtelijke plannen op een dusdanige manier te beïnvloeden, dat het
behoud van natuurwaarden beter wordt gewaarborgd. De KNNV is een organisatie
die natuurbescherming als één van haar doelstellingen in de statuten heeft
staan. Ook IVN-afdelingen en plaatselijke natuurgroepen houden zich vaak bezig
met inventarisaties en natuurbescherming.
Het hoofddoel van de themadag is
het bespreken van de mogelijkheden voor de KNNV, het IVN en andere groepen, om
door middel van onderzoek en bezwaar een wezenlijke bijdrage te leveren aan de
beschermende werking van de Flora- en Faunawet.
|
In het ochtendprogramma
zijn er informatieve inleidingen vanuit verschillende gezichtspunten: |
|
Fokie Flapper (Ministerie van LNV) Rol van Flora- en
Faunawet binnen soortenbeleid Guus Durville (Vogelbescherming Nederland) Inleiding over knelpunten en tegenslagen voor vogelsoorten 3. Cnoop Koopmans (Kritisch
faunabeheer) FFW
lijkt een verbetering maar veel zaken vallen in de praktijk tegen 4. Jan
Kleefstra (Friese FF Sneek / Heerenveen) Plaatselijk
voorbeeld van een succesvolle actie |
|
|
In het middagprogramma
worden 5 workshops gehouden, waaruit u een keus kunt maken:
workshop 1: Inventariseren en vastleggen
van gegevens in rapporten, o.l.v. Peter Veen, natuuradviesbureau, en Hans
Grotenhuis, beleidsmedewerker natuur provincie Zuid Holland
workshop 2: Vastleggen en verwerken van
inventarisatiegegevens in databases, o.l.v. Cor Nonhof, natuurkundige TU Delft,
Egbert Baars, websiteredactie KNNV, en Laurens Sparrius, databasekenner
workshop 3: Invloed van natuurgroepen op
het gemeentelijk natuurbeleid en groenbeheer, o.l.v. Wim Haver,
beleidsmedewerker natuur gemeente Wageningen, en (onder voorbehoud) Johan
Zwanenburg, Stichting Ecologisch Advies.
workshop 4: Verkoop van
inventarisatiegegevens aan derden, relatie met PGO’s, o.l.v. Henrik de Nie,
vertegenwoordiger in de VOFF (Vereniging Onderzoek Flora en Fauna), en de
Veldbiologische Commissie
workshop 5: Zelf bezwaar maken tegen een
plan, o.l.v. Michel Kleij, voorzitter KNNV afd. Hoorn, en Fons Bongers,
beleidsmedewerker natuur van het ministerie van Defensie.
De doelgroep bestaat eigenlijk uit iedereen die zich
binnen de natuurgroepen bezighoudt met inventariseren en met natuurbescherming.
De doelgroep bestaat dus duidelijk niet alleen uit bestuurders, nee, alle
actieve leden van groene groepen willen we graag in Utrecht zien.
Aanmelden
doet u door middel van een email naar KNNVFFWDAG_at_HOTMAIL.COM
Vermeldt u daarin uw eerste en tweede voorkeur voor de workshops.
Per email of per (slakken)post krijgt u uw opgave bevestigd.

Kolibrievlinders in Sauwerd.
Op 10
augustus zagen we een ‘beestje’ in onze tuin waarvan wij als vogelaars direct
riepen: een Kolibrie!? Dat het echt een Kolibrie was geloofden we natuurlijk
niet, maar het was een eerste indruk. Het had de voor een Kolibrie zo
karakteristieke helikopterstand als het stil hield voor een bloem, een hoge
vleugelfrequentie, een priemsnaveltje en een pluimstaartje (leek het). Het
fladderde niet als een vlinder en het schommelde niet als een hommel. Nee, dit
beestje vloog rechtlijnig en doelbewust naar een bloem, stak zonder te gaan
zitten zijn priemsnaveltje naar binnen en bleef zo 2 of 3 seconden als een
helicopter ‘staan’ voordat het planmatig naar een volgende bloem ging. Kortom
dit beestje had de motoriek van een Kolibrie. Maar deze Kolibrie was wel erg
klein, hooguit 50 mm schatten we. En het had twee lange antennes en z'n veren
leken geen veren!
De
volgende dag - 11 augustus - kwamen ze met hun tweeën. Zochten, net als de
eerste dag, onze floxen af en verdwenen. Voor andere bloemen in de tuin toonden
ze, net als de eerste dag, geen enkele belangstelling.
Intrigerend.
En ofschoon we er natuurlijk van overtuigd waren dat het geen Kolibries waren,
zochten we toch in een algemene encyclopedie onder Kolibrie. En verdraaid:
Kolibrievlinder of Meekrapvlinder. De gelijkenis met de afbeelding in de encyclopedie
liet geen twijfel over.
Zwart-wit
geblokt lijfje, een staartje en oranje achtervleugels.
Een week
later kwamen ze weer met zijn tweeën. Weer hadden ze uitsluitend belangstelling
voor de floxen. Nu hadden we wat meer tijd ze te bekijken.
De Kolibrievlinder
(Macroglossum stellatarum) is een trekvlinder. Deze vlinder wordt zelden
waargenomen in ons land, zeker niet zo noordelijk als Sauwerd. Het
uitzonderlijk mooie zomerweer heeft hem zo ver naar het noorden gelokt. Van een
vijftal handboekjes en veldgidsjes die we
raadpleegden
meldde alleen de Tirion insecten gids het bestaan van de kolibrievlinder. Ook
de KNNV uitgave ‘Dagvlinders’ vermeldt deze vlinder niet. Dat lijkt ook
terecht: de Kolibrievlinder wordt tot de nachtvlinders gerekend ofschoon hij
ook overdag actief is.
In de
Nederlandse ecologische flora staat in deel 3 blz. 104 een mooie afbeelding.
De
Kolibrievlinder is een middelgrote vlinder (40 tot 50 mm) met smalle vleugels
en een breed plat achterlijf met een beweeglijke staartpluim. De vlinder maakt
een bruingrijze indruk maar heeft oranje achtervleugels en een zwart-wit
blokpatroontje op zijn achterlijf. De rups is groen of bruin met een witte
rugstreep, gele strepen op de poten en een blauwe hoorn.

De
Kolibrievlinder profiteert van een mooie zomer en schuift dan zijn
verspreidingsgebied tijdelijk naar het noorden op en brengt hier soms zelfs een
tweede generatie voort, waarvan een aantal een zachte winter overleeft. Dit
jaar werden ook elders in het land veel Kolibrievlinders
waargenomen
zoals blijkt uit de website van de vlinderstichting.
De
waardplanten van de Kolibrievlinders zijn de walstro-achtigen. Vroeger (tot
eind 19de eeuw) kwam de vlinder in zeeland voor op de tot de walstro-achtigen
behorende Meekrap, een uit het Middellandse zeegebied afkomstige plant die tot
in de voor- vorige eeuw op kalkrijke klei in
Zeeland
werd verbouwd vanwege zijn rode kleurstof bevattende wortelstokken.
Vlindersoorten
met een goed vliegvermogen, die weinig selectief zijn in biotoopkeuze en waarvan
de waardplanten algemeen voorkomen, schuiven het makkelijkst hun
verspreidingsgebied naar het noorden op ten gevolge van een warmer wordend
klimaat. Zij hebben ook minder last van versnippering omdat ze door hun
vliegvermogen makkelijk nieuw leefgebied kunnen bereiken.
Eind
augustus vertrokken we naar de Auvergne en we zagen ook daar in ‘onze tuin’
Kolibrievlinders. Nu op de Petunias en op een Vlinderstruik. Het beest lijkt
van tuinen te houden.
Klaas en
Trijntje Wildeman
KNNV
Natuurbeschermingscommissie
De landelijke Veldbiologische Commissie zoekt leden
Het onderzoek van de natuur en
het inventariseren is één van de sterkste punten van de KNNV. De soortenkennis
van KNNVers is beroemd, maar methodische kennis en de kunst van het opzetten
van een goed rapport is spaarzamer aanwezig. Ook de vraag hoe met overheden en
adviesbureaus moet worden omgegaan, die de gegevens van de KNNV goed kunnen
gebruiken, is niet altijd makkelijk te beantwoorden. Inmiddels is hiervoor dit
jaar de Veldbiologische Commissie opgericht. De commissie heeft tot doel het
ondersteunen van leden en afdelingen bij inventarisaties, gegevensbeheer,
overdracht van gegevens, kwaliteitbewaking KNNV-onderzoek etc. De commissie
heeft echter nog te weinig leden om deze taken goed te kunnen oppakken. Daarom
zoeken we nog
Nieuwe
leden voor de Veldbiologische Commissie
Taken,
naar eigen wens en deskundigheid op te pakken :
·
Voorzitterschap en secretariaat
·
Opstellen jaarprogramma Veldbiologie voor de commissie
· Ondersteuning
van afdelingen bij onderzoeksmethodieken en rapportage
· Opzetten
en actueel houden van een website Veldbiologie (natuurhistorie)
· Ondersteuning
van de inzet van natuurgegevens van KNNV voor overheidsplannen
·
Advies over rol KNNV in de Flora- en Faunawet
· Subsidie
aanvragen voor projecten of voor een betaalde ondersteunende kracht
·
Opstellen beleidsadviezen voor Beleidsraad
· Vertegenwoordiging
KNNV in VOFF (Vereniging Onderzoek Flora en Fauna)
·
Schrijven van artikelen voor Natura
·
Bijhouden van een databank met alle KNNV-rapporten
·
Ondersteuning landelijke waarnemingsprojecten
· Uitbrengen van een nieuw Natuursignaal
Natuuronderzoek
door de KNNV is onze tweede doelstelling
en wij
zijn er goed in! Ondersteuning van afdelingen is echter noodzakelijk.
Heb je organisatorische ervaring
of goede veldbiologische kennis: geef je dan op bij de interimvoorzitter van de
Veldbiologische Commissie.
Als u ver weg woont van Utrecht
of niet van vergaderen houdt, kunt u voor bepaalde klussen ook meedoen via
internet.
Secretaris Wim Haver, Oudlaan 20,
6708 RC Wageningen
Tel.
(0317) 41 02 57, email Wim.haver_at_wageningen.nl
Het verborgen geheim van een oude dwarsligger
Er was
eens een tuin en daar moesten (weer) spoorbielzen in. Kenners van de tuinhistorie
weten dan, dat het verhaal niet ouder dan circa 40 jaar kan zijn. In de jaren
zestig paste de tuinarchitect Mien Ruys (1904-1999) als eerste houten
spoorbielzen toe in haar tuinontwerpen. Dat leverde haar de bijnamen
‘Bielzenmien’ en ‘Mien Biels’ op. Ze maakte goed gebruik van de omstandigheden,
want er was een groot aanbod van dat materiaal. Veel onrendabele spoorlijntjes
in Europa werden opgebroken. Het oude spoornet kon niet concurreren met het
groeiende wegverkeer.
Onze
houten spoorbielzen zijn in 1975 of 1976 in de tuinen van ons en onze buren
terechtgekomen. De verkoper zei dat de partij lichte bielzen uit het buitenland
kwam, Duitsland of België. Tot 2003 hebben ze bij ons dienst gedaan, maar toen
was een aantal danig aangevreten en doorgerot. Bij de herinrichting van tuin en
terras zijn goede bielzen van de buren gebruikt, die met de kettingzaag op maat
gezaagd werden. En daarmee is het begonnen...
Bijtje en
een paddestoel
Binnen
een week na plaatsing bleek een Behangersbijtje (Genus Megachile) de gezaagde
kant van de oude dwarsligger te benutten om er een nestgang in te graven. Hij
kwam geregeld aanvliegen met stukjes groen blad die de nestgang in gingen. Na
enig speurwerk ontdekten we zijn bladvoorraad. Het was een jonge rozenstruik
tegen de schutting (binnen 2 meter afstand), waarvan de bladeren tientallen
uitgeknaagde
hele en
halfronde gaatjes vertoonde, ter grootte van een 2 cents-munt. De
graafactiviteiten waren af te meten aan het hoopje houtmeel onder zijn gang. Op
een gegeven dag groeide er iets klonterigs uit, dat ‘nergens op leek’. Kon het
een uitbouw van het insectennest zijn? Of was het wat anders? Het laatste bleek
het geval. Het was het begin van een paddestoel, die exact naast de nestingang
naar buiten groeide. Vuilwit tot vetgeel en na verloop van tijd ook schubbig.
De hoed is nooit groot geworden, want de naaktslakken uit onze tuin haastten
zich naar de zwam die een ware lekkernij bleek. Ooit een slak zo snel zien
kruipen dat het slijmspoor een rookspoor werd? Nou, bij ons bijna!
Lentinus
lepideus
De
paddestoel bleek een Lentinus lepideus te zijn, de Schubbige taaiplaat die bij
ons recht deed aan zijn oude naam Dwarsliggerzwam. Hij groeit op
naaldhoutstronken en liggende stammen van den, spar en larix.

De dikke steel is vanaf begin
vezelig beschubt. Boven op de hoed zijn de donkere schubben een goed kenmerk,
net als de roomwitte plaatjes die wijduit gaan staan en een gezaagde of
gekerfde rand hebben. De hoed is wat gewelfd, soms wat afgevlakt en de steel is
stevig. In het buitenland wordt een maximale hoeddoorsnede van 15 cm opgegeven.
Keizer en Lange houden het voor onze streken op 5-10 of 4-12 centimeter. Het is
te hopen tenminste, want de naaktslakken gunnen de Dwarsliggerzwam geen kans om
uit te groeien!
Kosmopoliet
De Schubbige
taailing is een kosmopoliet, maar hij groeit vooral op zonnige, warme
standplaatsen. In het wild schijnt u de meeste kans te hebben bij liggende
stammen of oude stompen van coniferen aan zonnige bosranden, volgens een Duitse
bron op internet. Voor Nederland wordt Lentinus lepideus beschouwd als niet
algemeen tot matig algemeen voorkomend. Bij ons was het in elk geval een goed
verborgen geheim in een oude dwarsligger van ruim een kwarteeuw oud.
Jan &
Annelies Tuttel
Eelde, 3
augustus 2003
Waterschap en onderhoud aan
watergangen (maaibeleid).
Aart Jan Langbroek, Algemeen bestuurslid Waterschap Hunze
en Aa’s
email: aj.langbroek_at_hccnet.nl
Op 16 juni jongstleden heeft
algemeen bestuur van Waterschap Hunze en Aa’s het Beheersplan 2003-2007 voor
zijn gebied goedgekeurd. Het plan beschrijft het voorgenomen beheer voor de
periode 2003 tot en met 2007. Maar wel met een visie op het totale
watersysteembeheer voor de middellange en de lange termijn (10 tot 30 jaar).
Het is een plan met visie en
ambities. Waar het gaat om onderhoud en beheer van watergangen en kaden moet
een concrete uitwerking van het Beheerplan plaatsvinden in het Handboek Beheer
en Onderhoud en de Onderhoudsbeheersplannen (OBP’s) met een concrete invulling
voor de 6 rayons (Veele, Scheemda, De Groeve, Rolde, Valthermond en
Siddeburen).

Eén van
de punten daarin die naar mijn mening goed moet worden uitgewerkt is het
maaibeheer (op taluds en onder water). Dat watergangen moeten worden
onderhouden is een vast gegeven. Er moet immers in meer of mindere mate
doorstroming van water kunnen plaatsvinden voor de afwatering of soms aanvoer
van water. Maar hoe doen we het dan? Wordt er niet te vroeg gemaaid¹, of laat
in de herfst², of worden rietopstanden gemaaid terwijl ze nog
volop in ontwikkeling zijn³? Het lijkt dan ook vanzelfsprekend dat een beheer
‘op maat’ moet worden gevoerd om een aantrekkelijk landschap voor mens en dier
te creeëren. Maar die vanzelfsprekendheid is er nog niet. Weliswaar zijn er
positieve ontwikkelingen. Zo is er een kraanmachist die in de Veenkoloniën
rekening houdt met ‘zijn’ overgedimensioneerde watergang. Hij zorgt er voor dat
de ene helft onberoerd blijft en zich natuurlijk kan ontwikkelen, terwijl de
andere helft wordt gemaaid en beschikbaar is voor waterdoorvoer. Andere voorbeelden
zijn te noemen: Hebrecht (Westerwolde) en de Ruiten Aa.
Maar nog steeds zijn er
bedreigingen. Uit kostenoverwegingen wordt grootschaliger gemaaid. Dit op zich
is een bedreiging, omdat snel en nietsontziend te werk kan worden gegaan. Om de
natuurwaarden een plaats te geven, zal in de OBP’s vastgelegd moeten worden
waar zorgvuldig en met respect voor de natuur moet worden gemaaid. Op welk
tijdstip en vooral: wat laat je staan?
Het is de kunst om in de OBP’s
aan te geven wat mogelijk en gewenst is. Een hele opgave, omdat hier ook
landelijke en provinciale regelgeving een plaats in moet krijgen. Denk aan de
Flora- en faunawet.
Onze zorg is dat de
mogelijkheden die er zijn voor de natuur ten volle worden benut. Ik hoop dan
ook dat wij als natuurverenigingen de handen ineen kunnen slaan om samen met de
waterschappen dit belangrijke onderdeel goed in de OBP’s verwoord te krijgen.
Ik stel correspondentie met uw
bevindingen over het huidige maaibeheer (wat was positief, waar kunnen
verbeteringen plaatsvinden) of suggesties voor toekomstig beheer zeer op prijs.
Het is nu de tijd daarvoor.
¹ Slecht voor de ontwikkeling van bloemplanten,
insecten, broedvogels en waterleven
² Maaien laat in het jaar zorgt voor kale taluds
waar vogels en zoogdieren geen enkele beschutting kunnen vinden in het voor hen
zo moeilijke seizoen
³ Rietzangers kunnen dan geen nest meer maken en
voedsel vinden. Bovendien verdwijnt het riet

EXCURSIEVERSLAGEN
Ezumakeeg en Lammerburen dd. 26 juli 2003
Deze excursie was gericht op het
waarnemen van de Steenuil. Aangezien deze vogel als zeldzaam mag worden
aangemerkt in onze provincie moesten we dus naar specifieke Steenuil-plekken om
succes te hebben. Helaas troffen we op deze plekken, Anjum en Lammerburen, geen
Steenuiltjes. Toch was deze vogelexcursie meer dan de moeite waard. Door de
waargenomen vogels zou je de excursie een Stern- of Steltlopersexcursie kunnen
noemen.
Vanuit Groningen werd koers
gezet richting Lauwersoog. De haven van Lauwersoog leverde weinig spectaculairs
op. Bij de havenhoofden werd echter een zestal Dwergsterns waargenomen. Zij
waren aan het vissen in gezelschap van een aantal Visdiefjes. Hierdoor was het
goed mogelijk het verschil in grootte waar te nemen.Verder werden nog een
aantal Steenlopers van dichtbij bekeken.
Vanaf Lauwersoog werd via de
secundaire weg langs de Bantpolder naar Anjum gereden. Onderweg werd enkele
malen gestopt om wat soorten te scoren zoals Grauwe gans, Nijlgans en Grutto.
In een plasje in de Bantpolder zaten vrij dichtbij een aantal Kemphanen, een
Bosruiter en een Oeverloper, zodat met het boekje in de hand geoefend kon
worden op de altijd moeilijke steltlopers.
Bij de Steenuil-boerderij
aangekomen vertelde de boer dat hij (de boer) wel een nest had gehad waar 3
eieren in zaten maar dat die kennelijk door een marterachtige waren opgegeten.
De Steenuil zwierf nog wel in de omgeving van de boerderij maar werd door ons
helaas niet gevonden. (Later op de dag werd de vogel door andere vogelaars wel
gezien – mededeling: www.lauwersmeer.com).
Bij Ezumakeeg was het een drukte
van jewelste wat betreft vogelaars. Hier kon het determineren van steltlopers
nog eens dunnetjes worden overgedaan: Oeverloper, Bosruiter, Zwarte ruiter,
Kanoet, Kleine strandloper, Krombekstrandloper en Kemphaan (die hier ook weer
ruim aanwezig was).
Naast eerder genoemde soorten
werden bij Ezumakeeg ook nog diverse eendensoorten waargenomen, Lepelaars en
Watersnippen.
Omdat afgesproken was dat we ook
nog een bezoek zouden brengen aan Lammerburen werd in het Lauwersmeer alleen
nog gestopt bij de hut van het Jaap Deensgat. Op weg naar de hut werden door
een deel van de groep vier Baardmannetjes gezien die bezig waren de sterkte van
het riet te testen door met z’n allen aan één rietstengel te gaan hangen. In de
hut aangekomen viel het grote aantal Lepelaars op dat hier in het water stond
te rusten (ongeveer 170). Als wat minder gewone soorten werden hier gezien de
Grote zilverreiger en een drietal Reuzensterns.
Een late Gierzwaluw vloog over
de hoofden van ons groepje als afscheid van de zomer in Nederland.
Tot slot werd een bezoek
gebracht aan het informatiecentrum over Steenuilen in onze provincie. Dit
centrum is gevestigd in een oude boerderij Lammerburen (gem. Oldehove). De
Steenuil broedt in deze boerderij al meer dan 80 jaar (kennelijk van
Steenuil-generatie op generatie). De familie die de boerderij momenteel bewoont
heeft een deel van de boerderij als informatiecentrum ingericht. Ook broeden er
in de boerderij Steenuilen maar, u heeft het al begrepen, hij/zij liet zich
niet zien aan ons.
Ook al hebben we geen Steenuil
gezien, toch een geslaagde excursie voor een tiental deelnemers.
Wim Zolf

Vogelexcursie naar Schiermonnikoog 20
september 2003
Het begint al bijna een kleine
traditie te worden: voor het derde opeenvolgende jaar organiseert de
vogelwerkgroep in september een excursie naar Schiermonnikoog. Voor een aantal
van ons gaat de wekker erg vroeg: Albert Jan, Date en Giny nemen zoals van hen
verwacht wordt de eerste boot van 06:30 uur en
stappen vanaf de boot op een langzaam ontwakend, iets in nevel gehuld Schier.
De timing is goed: het water begint net te zakken en de eerste drooggevallen
stukken wad nabij de veerdam herbergen grote aantallen vogels; een kleine
dertig soorten zijn in korte tijd aan het veldboekje toevertrouwd. Op de
basaltblokken schuimt vlak voor de telescopen een Oeverpieper rond tussen de
Steenlopers, die we uitgebreid kunnen bekijken.
De rest van de groep komt met de
volgende boot tegen 10:15 uur op het eiland aan, dus
hebben we nog ruim de tijd een aantal interessante plekjes af te zoeken. Vanaf
de haven lopen we via de Kooiplaats en het Johan de Jongpad een stukje de
duinen in. Grote groepen Boerenzwaluwen, met daartussen een enkele Oeverzwaluw
begeleiden ons. Een groep Kramsvogels struint de vele struiken met zwarte en
rode bessen af, nu en dan opgeschrikt door een passerende Blauwe Kiekendief en
een paar Buizerds.
De zon begint langzaam aan
kracht te winnen en ik merk dat ik geen spijt zal krijgen van mijn eerste grote
beslissing deze ochtend: wordt het een lange of een korte broek. Een Haas ligt
te zonnen tegen een duinhelling, terwijl het enige familielid dat we van hem
zien (Konijn) iets daarvoor door Giny dood werd gevonden.
Dan is het tijd om de rest van
de groep te verwelkomen; we lopen terug naar de boot. De eerste 54 vogelsoorten
zijn binnen.
In tegenstelling tot beide
voorgaande keren is het nu de bedoeling om een fiets te gaan huren, zodat we
daardoor een iets grotere actieradius hebben, en het bezoek aan een
etablissement, waar de inwendige mens kan worden versterkt er niet, zoals vorig
jaar, bij in schiet. Bij de boot staan weliswaar veel fietsen, maar bij navraag
blijken deze niet huurbaar voor het gewone volk. Men is streng: alleen indien
gereserveerd en voor groepen van meer dan 20 personen. Daar konden we het mee
doen.
Van de boot komen zes
mede-vogelwerkgroepleden, waarvan eentje, Fons, zijn eigen fiets heeft
meegebracht. De rest loopt langs de waddendijk naar het dorp om daar een fiets
uit te zoeken. Een klein stukje kwelder bij de jachthaven zorgt door de
aanwezigheid van een mannetje Blauwe Kiekendief en een Tapuit voor een korte
rustpauze; als we deze laatste vogel goed in het vizier krijgen blijkt het de
Groenlandse ondersoort te zijn, die vanuit zijn Amerikaanse broedgebieden ook
Nederland passeert op zijn reis naar Afrika.
Als iedereen een geschikte fiets
heeft uitgezocht gaan we eerst naar de Westerplas. Vorig jaar zagen we hier
maar liefst 21 Kleine Zilverreigers, dit keer moeten we het doen met een
vijftal, die in de bomen langs de plas in de ochtendzon zitten te poetsen. Als
Marten verzucht dat al die langsfietsende toeristen niets meekrijgen van al dat
fraais op de plas, passeert juist op dat moment Nico de Haan in ijltempo over
het fietspad. Of hij de opmerking van Marten gehoord heeft? Geen idee, maar het
statief op zijn bagagedrager doet vermoeden dat ook Nico vandaag meer heeft
gezien dan de gemiddelde badgast.
Langs het fietspad aan de
westkant van de Westerplas genieten we van een korte pauze. Als we de
telescopen richten op de bosjes langs de plas, levert dat nog diverse fraaie
vogels op, waaronder meerdere Roodborsttapuiten, een Paapje en een jonge Bruine
Kiekendief.

We vervolgen onze fietstocht
door duinen en bos om uit te komen bij het badstrand. Het is inmiddels
behoorlijk warm geworden en we besluiten iets te gaan eten en drinken in de
Marlijn. Als gevolg van het mooie weer is het er enorm druk, en het duurt dan
ook
erg lang voordat we weer buiten
staan. Een kort overleg leert dat de meesten van ons graag met de boot van 16:30 uur
teruggaan. We besluiten nog even het strand op te gaan en Martine waagt het
zowaar om tussen de vele badgasten te gaan pootjebaden. Helaas is er geen tijd
meer voor een wandeling over het groene strand hier, dat zich volgens Marten
ten opzichte van vorig jaar flink heeft uitgebreid, waarschijnlijk als gevolg
van het ontbreken van zware stormen.
De fietstocht terug naar het
dorp levert, evenals de heenreis, verder nauwelijks nog interessante
waarnemingen op. Dit wordt mede veroorzaakt door het gekozen type
vervoermiddel. Per fiets van een duin afracend, met knerpende banden over
schelpenpaadjes is niet bevorderlijk voor het horen van kleine piepvogeltjes en
het te zien krijgen van andere vliegende, kruipende en stilstaande dieren en
planten. Volgend jaar toch maar weer wandelen, of kiezen voor het bezoeken van
een of twee plekken en daar dan rondstruinen lijken betere opties.

Na
het afleveren van de fietsen blijkt onderweg naar de bushalte de Kastanjeboom
alhier voorzien van mijnen van de Kastanjemineermot. Deze vlinder komt nog maar
een paar jaar voor in Nederland en rukt in snel tempo op naar het noorden. De
landelijke opmars is nu wel beëindigd, aangezien deze Kastanje mogelijk de
meest noordelijke van Nederland is.
Terug op de veerdam is er nog
even tijd om rond te kijken. Het water komt weer op en diverse vogels laten
zich van dichtbij bekijken. Als laatste soort van de dag kunnen we twee Grote
Sterns bijschrijven. Een jong vliegt bedelend een van zijn ouders achterna. De
meeste van hun
soortgenoten gingen hen al voor,
maar binnenkort zullen ook zij richting Afrika vertrekken.
Op de terugtocht vindt iedereen
op de boot dat de traditie ook volgend jaar moet worden voortgezet. Op welke
wijze dat moet gebeuren is interessante gespreksstof voor de binnenkort te
houden bonte avond.
Hieronder een lijst van
waargenomen soorten, in volgorde van waarneming:
|
soort |
bijzonderheden |
|
Witte Kwikstaart |
11 veerdam |
|
Kauw |
|
|
Zilvermeeuw |
|
|
Steenloper |
|
|
Bontbekplevier |
|
|
Tureluur |
|
|
Scholekster |
|
|
Wulp |
|
|
Bergeend |
|
|
Bonte Strandloper |
|
|
Kokmeeuw |
|
|
Stormmeeuw |
|
|
Blauwe Reiger |
|
|
Rosse Grutto |
|
|
Groenpootruiter |
|
|
Eider |
|
|
Zilverplevier |
|
|
Zwarte Ruiter |
|
|
Aalscholver |
|
|
Oeverpieper |
1 veerdam |
|
Graspieper |
|
|
Zwarte Kraai |
|
|
Kievit |
|
|
Spreeuw |
|
|
Smient |
|
|
Kneu |
|
|
Slobeend |
4 bij veerdam |
|
Huismus |
|
|
Zwarte Roodstaart |
|
|
Blauwe Kiekendief |
2 vrouw, 1 man |
|
Goudplevier |
|
|
Koolmees |
|
|
Putter |
|
|
Boerenzwaluw |
minstens 40 |
|
Houtduif |
|
|
Tjiftjaf |
zingend |
|
Watersnip |
|
|
Ekster |
|
|
Zanglijster |
|
|
Winterkoning |
|
|
Merel |
|
|
Kramsvogel |
12 |
|
Wintertaling |
|
|
Heggenmus |
|
|
Buizerd |
|
|
Fazant |
|
|
Zwartkop |
vrouw |
|
Pimpelmees |
|
|
Veldleeuwerik |
2 overvliegend |
|
Oeverzwaluw |
1 |
|
Holenduif |
|
|
Staartmees |
|
|
Torenvalk |
|
|
Brandgans |
|
|
Tapuit |
1 gewone 1 groenlandse |
|
Kleine Zilverreiger |
5 Westerplas |
|
Boompieper |
1 overvliegend |
|
Sperwer |
1 vrouw Westerplas |
|
Fuut |
|
|
Grote Mantelmeeuw |
|
|
Waterhoen |
|
|
Fitis |
1 Westerplas |
|
Roodborsttapuit |
5 langs Westerplas |
|
Rietgors |
|
|
Groenling |
|
|
Paapje |
1 langs Westerplas |
|
Bruine Kiekendief |
1 juveniel, Westerplas |
|
Turkse Tortel |
|
|
Grote Stern |
2 wad bij veerdam |
|
|
|
|
overige waarn. |
|
|
Kastanjemineermot |
veel mijnen in Kastanje dorp |
|
Atalanta |
1 langs Westerplas |
|
Haas |
2 |
|
Konijn |
1 dood |
> Voor
zover niet anders staat vermeld,
beginnen alle excursies om 9.00 uur
vanaf het Overwinningsplein in Groningen
Opgave bij Brenda BoltX 050 5273227 e-mail
ba.bolt_at_wanadoo.nl
of bij Willem StouthamerX 050 3143841 e-mail stouthamer.wj_at_inter.nl.net
> De excursiecommissie houdt
zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te
annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd
zaterdag 4 oktober gewestelijke paddestoelenexcursie
Om 12.45 uur
vertrekken we bij het Overwinningsplein voor de paddestoelenexcursie die de
afdeling Drachten organiseert voor het gewest Noord in het gebied van de Zwarte
Gaten bij Beetsterzwaag. In dit gebied heeft de afdeling Drachten een route
uitgezet en beschreven in een boekje, welke de deelnemers zal worden
aangeboden. Het gebied is rijk aan een grote verscheidenheid aan paddestoelen,
zoals de Kleine Stinkzwam, Knotszwammen, Stekelzwammen en Cantharellen.
Route: vanaf Groningen snelweg
Heereveen, afslag Beetsterzwaag, dan door Beetsterzwaag richting Olderterp, na
hotel Lauswold rechtsaf, na ruim anderhalve kilometer is rechts aan de Poostweg
een parkeerplaats. Daar vertrekken we om 13.30 uur
woensdagavond 15 oktober
Groningen in het park Groenestein olv. Marjan van Oosten
Sinds het
park gerestaureerd is, is de vleermuispopulatie weer sterk toegenomen. In juni
dit jaar is zelfs de grootste kolonie Rosse vleermuizen van het noorden geteld.
Bijna 250 dieren gebruiken er verschillende boomholten. Roepende mannetjes
verdedigen hun territorium en racen dan tussen de bomen. Je kunt ze duidelijk
horen. Vanuit de omgeving jagen er bovendien nog Dwerg vleermuizen,
Laatvliegers en Meervleermuizen.
Met detectoren proberen we de dieren op te sporen.
Start 19.00 uur parkeerplaats voor de borg
zaterdag 25 oktober
De vogeltrek is al behoorlijk op
gang en juist in Breebaartpolder verwachten we vele waarnemingen te kunnen doen
olv. Guido Meeuwissen. We gaan waarnemingen doen aan trekvogels, steldlopers en
ganzen. Een ieder wordt verzocht zijn kijker, niet te vergeten zijn telescoop
en een lunchpakket mee te nemen.
Verzamelen 9.00 uur
Overwinningsplein
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
zaterdag 1 november (zie Natura)
Vertegenwoordigende
Vergadering KNNV (Haarhuis Arnhem)
en ook de
Nationale
Natuurwerkdag
zaterdag 15 november (zie
Natura)
Themadag
Flora- en Faunawet
donderdag 20 november lezing
Plotseling verschijnende hoorns
of balletjes op boomblaadjes lijken onverklaarbaar. Zouden we ze in een
gesloten terrarium plaatsen dan blijken er na verloop van de tijd allerlei
kleine diertjes uit te kruipen. Mijten, muggen, wesp-achtigen en zelfs vlinders
hebben we in huis gehaald. Voor al deze beestjes leverde de gal kennelijk een
goed gedekte tafel. Sommige waren alleen, andere met velen. Onder hen vaak
meerdere soorten die als gast aan tafel gekomen waren. Niet alleen de gal
leverde daarbij voedsel maar zelfs de gastheer bleek niet veilig.
Met de lezing ‘Gallen,
restaurants en kraamkamers’ wordt een overzicht gegeven van de veelvormigheid
van plantengallen. Maar ook de veroorzakers van gallen komen nadrukkelijk aan
bod. Uiteindelijk ontstaat een levenscyclus waarbij een galveroorzaker een
plant aanzet tot vorming van galweefsel waar zijn jongen van leven. Gasten
nodigen zich zelf uit om aan dit feestmaal deel te nemen. De cyclus begint
opnieuw als de nakomelingen van de veroorzaker of de gasten uit de veilige
beschutting van de gal op zoek gaan naar een partner en een
nieuwe
plant.
De lezing ‘Gallen, restaurants
en kraamkamers’ wordt gepresenteerd door Kees Boele, een Harense bioloog, lid
van onze vereniging en de excursie-commissie, die o.a. vele jaren gewerkt heeft
in de botanische tuinen van Haren en Buitenpost. Zijn interesse voor gallen
ontstond ruim vijftien jaar geleden door floristisch onderzoek waarbij steeds
vaker gallen gevonden werden.
De lezing begint om 20.00 uur in
't Gorechthuis, Hortuslaan 1 te Haren. Vanaf 19.30 uur zijn
de deuren open
zondag 30 november
Ganzenexcursie
Op zondag vertrekken we om 8.30 uur
vanaf de parkeerplaats van Ikea in Groningen. Waar we heen gaan wordt in de
voorafgaande week bepaald aan de hand van de vogelberichten en de
weersvoorspelling. De excursie duurt driekwart dag. Eten, drinken, etc.
meenemen. Opgave bij Brenda Bolt 050 5273227 of bij Wim Zolf, excursieleider
tel.nr 0597 434834
zaterdag 13 december
Winterse Groninger landschappen
Westerkwartier, Langs Niebert en Nuis
De
eerste excursie ‘Winterse Groninger landschappen’ voert ons naar het
Westerkwartier.
Gewapend
met een kaart en een beschrijving uit de nieuwe Capitool Wandelgids ‘De mooiste
wandelingen in Nederland’ volgen we een eeuwenoud pad van Nuis naar Niebert.
Ontginningsgebieden, oude kanalen en houtwallen zijn karakteristieke
landschapselementen op onze route naar Nanninga's Bos. Via de bossen van
Coendersborg keren we terug naar Nuis. De totale wandeling is 14,5 km en geeft
een goed beeld van het gevarieerde landschap van het Westerkwartier. Er is een
mogelijkheid om de route te bekorten tot 9,5 km.
Vertrek:
10.00 uur
Overwinningsplein. Excursieleider: Kees Boele
Opgave
gewenst i.v.m. beschikbare auto's
zondag 11 januari
Om 9.30 uur
vertrekken vanaf het Overwinningsplein voor onze traditionele snertwandeling.
Om 10.00 uur vanaf het café De Fazant in Oude Molen. We verwachten
om 12.30 uur terug te zijn bij het café, dus mensen kunnen ook
alleen bij de snert aanschuiven. Zeer graag opgave.
zaterdag 31 januari
Winterse Groninger
landschappen
Fivelboezem, langs
Groninger Wierden
Deze winterwandeling (bron: Capitool Wandelgids, De
mooiste wandelingen in Nederland (2003)) voert ons door een weids landschap
langs een aantal middeleeuwse wierdendorpjes met authentieke huizen, boerderijen
en vooral mooie kerkjes.
De
wandeling begint in Loppersum en loopt via Zeerijp, Lissabon, 't Zandt,
Alberdaheerd, Leermens en Eenum terug naar Loppersum. De
wandeling is 15,5 (of verkort 12) kilometer lang.
Vertrek: 9.00 uur
Overwinnings-plein, 9.45 uur NS station Loppersum
Excursieleider:
Dirk Blok. Opgave gewenst i.v.m. auto's.
6 t/m 9 of 7 t/m 10 mei 2004
Müritz
Ook
in 2004 gaat KNNV Groningen weer naar Müritz. Een lang weekend kamperen in
Waren, samen op de fiets of lopend op zoek naar Kraanvogels, Visarenden en
Zee-arenden en natuurlijk genieten van de fraaie flora in het heuvelachtige
landschap van Vorpommern.
Om de
belangstelling te peilen vragen we u om uiterlijk 31 december 2003 (opgave bij
Brenda Bolt) ons te melden of u wilt meegaan en hoe u graag in Waren wenst te
verblijven. We hebben als excursiecommissie een lichte voorkeur om met de
gehele groep te kamperen, maar er is ook een mogelijkheid om weer pensionkamers
te regelen in ‘Fledermaus’. Geeft u ook aan welke dagen van het weekend uw
voorkeur hebben.
Activiteitenkalenders
Knnv afd. Veendam e.o.
Alg. info Chris van Houdt of Aart Verstegen 0599 326465
verhoudt_at_hetnet.nl
zo. 9 nov. Trekvogelexcursie
o.l.v. Loek Scholten. Ganzen en andere
trekvogels Lauwersmeer e.o.
Vertrek 08.00 uur bij de gemeentewinkel
(voormalig Veenlust) in Veendam. Eventueel ook een vertrekpunt om 08.15 uur in
Hoogezand. Aanmelden bij Jaap Tonkes 0598 630578
wo. 19 nov. Lezing Vleermuizen
Marjan van Oosten, van afdeling Groningen,
doet onderzoek naar deze dieren en zal van alles over ze vertellen. De lezing
is geschikt voor jong en oud. Aanvang 19:00 uur Dollard College, Stikkerlaan 4, Winschoten
ma. 15 dec. Lezing Paddestoelen
door Henk Pras, de paddestoelenkenner van onze
afdeling bij uitstek
Aanvang 19.30 uur Heemtuin, Muntendam
za. 10 jan. Snertwandeling
Henk Kamminga van IVN Westerwolde zal ons
rondleiden in de omgeving van Ter Apel. Na afloop eten we natuurlijk
erwtensoep. In verband met het reserveren van de snert uiterlijk donderdag 8
januari 2004 opgeven bij Chris van Houdt
Zondag 5
oktober: wandelexcursie
in het Sterrebos
Thema planten in de herfst
Vertrek 14.00 uur bij de ingang van het
Sterrebos aan de Hereweg.
Zondag 9
november: fiets- en/of wandelexcursie langs Hoornse Dijk en het
Friesche Veen. Thema allerhande vogels
Vertrek: per fiets 9.00 uur
vanaf het Overwinningsplein
Voor meer info Gertjan Huiskes 050 5733682
Zaterdag
15 november: wandelexcursie
Friesche Veen Thema vogels.
Vertrek 9.00 uur café Friescheveen aan de Meerweg o.l.v. Piet
Glas
Zondag 11
januari: wandelexcursie in het Glimmerbos
Thema planten en
bomen in de winter. Vertrek 14.00 uur bij
de ingang van het Glimmerbos aan de Rijksstraatweg te Glimmen
Zondag 25
januari: wandelexcursie in de bossen bij Gieten
Thema bosvogels,
wintergasten. Vertrek 8.30 uur met auto’s vanaf het Overwinningsplein. Opgave
i.v.m. vervoer Piet Kuipers 050 5567818
Deze cursus is bestemd voor iedereen die zijn kennis over
paddestoelen wil verbreden. De cursus bestaat uit 2 theorieavonden op de
maandag-avonden 29/9 en 13/10, gevolgd door excursies op de zondagmiddagen 5/10
en 19/10. De avonden beginnen om 20.00 uur in het Multifunctioneel Centrum aan
de P.C. Hooftlaan 1 te Groningen en de excursies om 14.00 uur in
overleg
Info & opgave Martin Power 050 5266760 e-mail:
m.power_at_hetnet.nl of Gertjan Huiskes 050 733682 e-mail: huismuskus_at_hetnet.nl
