Afdeling GRONINGEN

 
Tekstvak: De PADLOPER
Nummer 4 2002


De Padloper is een periodiek van de

 

 


       Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar.

Jaargang 16, 2002  nummer 4

 

 

BESTUUR

 

Voorzitter:

Wim Zolf, Postbus 1006, 9670 EA Winschoten 0597 xxxxx mailto rjj_at_hetnet.nl

Secretaris:

Geert de Boer, Hieronymuslaan 42-1, 9351 GR Leek

0594 5xx92 mailto gee.boer_at_wxs.nl

Penningmeester:

Wiebe Postma, Larixlaan 12, 9301 NP Roden

050 50xxx22 mailto wiebe.postma_at_hetnet.nl

Natuurhistorisch secr. & excursiecommissie:

Brenda Bolt, Schaepmanlaan xxxx Groningen

050 52xxx7 mailto BA.Bolt_at_wanadoo.nl

Algemeen bestuurs- & redactielid:

Willem Stouthamer, Zoutstraat xxxx Groningen 050 xxxx1

 

WERKGROEPEN

 

Insekten: Geert de Boer 0594 51xx

Planten:   Willem Stouthamer

Vogels:     Erik Hoitink 050 5xx44 en Gerard Strabbing 050 53xxxx476

 

 

PADLOPER

Redactie: Erna Kuiper, Willem Stouthamer

Copysluitingsdatum  volgende nummer:  15 maart 2003.

alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 1xxxx Groningen

of mailto stouthamer.wj_at_inter.nl.net

 

Contributie: lid € 23,--;  huisgenootlid € 10,--; donateur € 7,-- per jaar.

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090  KNNV  afd. Groningen

tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan 12, 9301 NP Roden

 

 

ochtend schemer

geleidelijk wordt het gras

weer groen

              Max Verhart

 

Afbeelding voorkant uit NATUURwijzer Natuurmonumenten


Inhoud

 

Van het bestuur

3

Nieuws vogelwerkgroep

4

Nieuws plantenwerkgroep

 

In memoriam

 

Libellen

 

Berichten uit Leek

 

Verrassende stadsnatuur

 

Excursieverslagen

 

-          Schiermonnikoog

9

Boekbespreking

17

Recht op bomen

18

Excursieprogramma’s

 

-          IVN Haren-Groningen

 

-          KNNV Groningen

21

 

 

 

 

 

Beste mede-KNNVer,

 

Voor u ligt al weer de vierde Padloper van 2002. Een rustig jaar voor onze afdeling zonder al te veel hoogte- en dieptepunten. Al bereikte ons enige tijd geleden wel het droeve bericht dat ons oudste lid Henk Burgler is overleden. Elders in de Padloper vindt u een in memoriam.

 

Het ledenaantal groeide iets en onze afdeling is daarmee één van de gunstige uitzonderingen binnen de KNNV. Een punt van voortdurende aandacht is de beperkte deelname aan de excursies en lezingen. Het bestuur houdt zich aanbevolen voor suggesties om deze situatie te veranderen.

 

De eenvoudigste bijdrage van eenieder is natuurlijk: deelnemen! Ik hoop dat dit één van uw goede voornemens is voor 2003. Het bestuur wenst u een gezond en voorspoedig nieuwjaar en tot ziens op de snertwandeling op 5 januari,

 

namens het bestuur,

Wim Zolf

 

 

 

 


 

 

 

 


NIEUWS van de VogelWerkGroep

 

Jaarverslag 2002

In vogelvlucht de activiteiten van de werkgroep. In de eerste maanden van het jaar zijn de excursies gehouden bij de Drentse Aa. Vertrekpunt was het hunebed bij Gasteren. Een befaamde route met als onderdeel het zogenaamde Goudvink-laantje.

In het voorjaar en in de zomer heeft de werkgroep de vogels opgezocht met excursies naar de Lauwersmeer, de Eemshaven en Schiermonnikoog. De laatstgenoemde excursie was een absoluut hoogtepunt als sportieve prestatie ( een hele dag wandelen ) en door de waarneming van een groot aantal kleine zilverreigers bij de Westerplas.

In de laatste maanden van 2002 zijn wij wederom neergestreken in het gebied van de Drentse Aa.

De werkgroep bestaat momenteel uit zo ‘n 18 actieve leden.

Was het ornithologisch hoogtepunt Schiermonnikoog; het sociale hoogtepunt was de onvolprezen bonte avond van de werkgroep in het Loughoes in Eelde. Op deze avond is het programma 2003 van de werkgroep vastgesteld.

Dit jaar is Jan Nuiver afgezwaaid als coördinator van de werkgroep. Gerard Strabbing is hem opgevolgd.

 

Programma 2003 VogelWerkGroep

Tijdens de bonte avond van de vogelwerkgroep in Eelde op 27 november 2002 zijn weer plannen gesmeed voor het programma in 2003. Gekozen is voor een opzet om in de wintermaanden wat dicht bij huis (rondom Groningen) te blijven en in de zomermaanden wat verder uit te zwermen (om in vogeltermen te blijven). Er ligt nu een zeer aantrekkelijk programma voor. Zoals bekend zijn de maandelijkse excursies op de 2 e zaterdag van de maand en is de aanvangstijd 9.00 uur ’s morgens.

In de maanden januari, februari en maart gaan we naar het Noordlaarderbos met volop de mogelijkheid om kruisbekken te spotten.

April- de Breebaart-polder bij Termunten onder begeleiding van een gids Groninger Landschap

Mei-  de Eemshaven

Juni- het Friese deel van de Lauwersmeer, een voettocht

Juli-  vakantie

Augustus- Opnieuw de Breebaart-polder

September- Schiermonnikoog, per fiets (de klassieker)

Oktober- de Lauwersmeer

De maanden november en december – de Drentse Aa

 

KNNV-leden die een keer zin hebben om mee te gaan kunnen contact opnemen met Gerard Strabbing, tel. 050 5346476

NIEUWS van de PlantenWerkGroep

Verslag 2002

Vanaf donderdagavond 4 april tot en met 8 augustus 2002 is de PWG er elke week op uitgetrokken. We hebben voor Floron 18 kilometerhokken geďnventariseerd. In Noordhorn, Zuidhorn, de stad Groningen elk één km-hok en de rest van de km-hokken hebben we op de klei rond Bedum gedaan. In totaal waren het 2665 waarnemingen. In het jaar 2000 17 km-hokken met 3083 waarnemingen en in het jaar 2001 16 km-hokken met 3282 waarnemingen (beide jaren voornamelijk in de stad Groningen). Enkele bijzondere waarnemingen zijn in Noord- en Zuidhorn Valse salie, Brede wespenorchis en Akkerandoorn en op de klei zijn dat Bezemkruiskruid, Paarse- en Gele morgenster, Bleke basterdwederik, Tengere vetmuur, Kleine varkenskers en Grote bevernel.

Het km-hok 236X580 ‘Gideonbrug’ in de stad Groningen betreft het laatste hok van het project ‘stad Groningen’ uit een gebied van 8 X 8 km-hokken tussen de coördinaten 230/238 en 578/586. Met vier bezoeken zijn in ‘Gideonbrug’ 189 soorten gevonden. Langs de snelweg staan in een open stuk enige tientallen Rietorchissen en er moeten ook Grote keverorchissen voorkomen. In de wegberm groeit Kamgras. Verder is er op een te koop staand perceel Dwergviltkruid, Bleekgele droogbloem en Hazenpootje aangetroffen.

Als er opnieuw gekeken wordt naar de Grote keverorchissen (deze zullen moeten worden geteld), dan verdient het aanbeveling deze te samen met de Rietorchissen in te tekenen. Zoek dan ook wat verder in dit ‘industriële’ km-hok naar bijzonderheden. Er moet meer uit te halen zijn!

 

Westerbroek

Vier avonden zijn we in het natuurgebied Westerbroek geweest om te inventariseren en bijzondere planten in te tekenen per deelgebied tbv. Natuurmonumenten. In het natte deel zijn o.a. Grote boterbloem, Pilvaren, Moeraswolfsklauw en Schildereprijs gevonden.

 

Leemputten

Bert Blok heeft voor ons een excursie georganiseerd naar de Staverdense leemputten (niet vrij toegankelijk) op 15 juni olv. Ruud Krol. De leemputten worden genoemd door Victor Westhoff in Wilde Planten deel 3, onder het hoofdstuk ‘drassige heiden’. In de website van Bert Blok http://www.home.zonnet.nl/bert-blok staat onder leemputten de plantenlijst.

Het had veel geregend. Wij hebben een mooie, zonnige dag getroffen. Slechts enkele planten wil ik noemen: Sterzegge, Carex X fulva (een kruising tussen C. hostiana X C. oederi), Gevlekte orchis (een witte), Kleinste egelskop, Stijf havikskruid, Stijve moerasweegbree, Moerasmuur, Moerasandijvie en Driedistel.

Verder zagen we nog Kleine watersalamander, Bruine kikker, Hazelworm, Boompieper, de rups van een Dagpauwoog en vier Raven.

 

Wat gaan we doen

Volgens de planning voor 2003 starten we op donderdagavond 10 april om 18.30 uur bij het voormalig busstation, thans cafetaria ‘de Wachtkamer’ aan de Bedumerweg. We inventariseren voor Floron in het kader van het witte gebiedenplan (atlas project) bij Hoogkerk/Aduard en bij Bedum. Extra gaan we speuren naar muurplanten op oude bruggen en sluizen en er zijn enkele excursies.

 

Willem Stouthamer

 


 



IN MEMORIAM HENK BURGLER

 

Op 18 oktober overleed Henk Burgler in de leeftijd van 88 jaar. Hij was niet alleen in levensjaren een van de oudste leden van onze afdeling, ook zijn lidmaatschap van de KNNV moet al heel vroeg begonnen zijn. Voorzover mijn herinnering reikt heb ik hem omstreeks 1970 voor ’t eerst ontmoet in het gezelschap van andere vogelaars: de werkgroep die onder de voortvarende leiding van Jo de Jonge éénmaal per maand ganzen, steltlopers en andere vogels telde langs de waddenkust. Die teltochten begonnen bij het begin van de dijk naar Lauwersoog en eindigden bij Hornhuizen, of, al naar de weersomstandigheden, in omgekeerde richting. Na afloop reden we naar het café in Vierhuizen, waar Jo bij de koffie onze observaties nauwkeurig vastlegde.

 

Henk was een goede waarnemer, maar ook een bescheiden man. In de excursie-verslagen uit de jaren ’60 en ’70 komt zijn naam als leider of gids zelden voor. Wel was hij een trouw deelnemer; als hij eens ontbrak viel dat op. Vooral bij vogeltochten naar Schier en door zijn geliefde Lauwersmeer  was hij er bij en je kon dan veel van hem leren. Jarenlang bezaten zijn vrouw en hij een vakantiehuis in Robbenoord, van waaruit zij in weekends en op andere vrije dagen de natuur verkenden.

Later, in de 80-er jaren, liet Henk zich toch bepraten om coördinator van de Vogelwerkgroep te worden; hij heeft de verkenningen van die club geruime tijd geleid en gestimuleerd.

 

Henk’s interesse ging vooral uit naar de Huiszwaluw. Vele jaren observeerde hij broedkolonies, in de stad en vooral op het Groningse platteland; de resultaten werden zorgvuldig doorgegeven. Want Henk moest zeker weten wat hij zag; een vogeltochtje met hem betekende goed kijken en veel stil staan. Zijn kinderen, aldus zijn vrouw, wandelden het liefst met hem als hij z’n kijker thuis liet!

 

Naarmate de jaren vorderden ging zijn gezondheid achteruit. In latere tijden ging hij nog wel zoveel mogelijk mee met de jaarlijkse ‘oude-bekendenexcursie’. Hij was dan zo dankbaar dat hij weer zovelen van zijn oude KNNV-kennissen en –vrinden terugzag dat hij het personeel van het restaurant, waar wij elkaar ontmoetten, opdracht gaf ons allemaal voor zijn rekening op een gebakje bij de koffie te onthalen! Dat was Henk ten voeten uit: gul, hartelijk, innemend, belangstellend.

Henk was ook een gedreven tuinierder. Eén van de dingen die hem zwaar vielen toen zijn vrouw en hij een aantal jaren geleden naar de Groenensteinflat moesten verhuizen was het achterlaten van zijn tuin.

 

Op 23 oktober werd Henk, begeleid door familie, kinderen en kleinkinderen,, kennissen en vrienden --  waaronder enkele ‘oude bekende’ KNNV-ers -- begraven op Selwerderhof. Het was een winderige, zonnige dag, bomen en heesters toonden hun prachtige kleuren, hier en daar hoorde je nog vogelgeluiden. Het was of de natuur, waarvan Henk in zijn leven zoveel genoten heeft, hem dit afscheid nog wilde bereiden.

 

Ik schrijf stellig mede namens alle ‘oude bekenden’ als ik Henk’s vrouw en zijn familie ook hier sterkte wens bij het verwerken van zijn heengaan.

 

Jan Nuiver


LIBELLEN

 

Heb je zin om in het nieuwe voorjaar eens iets heel nieuws op te pakken? Misschien vind je het interessant om eens naar LIBELLEN te kijken ….?

Dat het heel mooie dieren zijn weet je waarschijnlijk wel. Dat ze prachtig vliegen zal niet veel KNNV-ers ontgaan.

‘Maar wie vliegt daar nu precies en wat betekent dat voor het milieu ter plaatse?’ Dat  zijn leuke vragen om te kunnen beantwoorden!

Een libel leeft een deel van zijn leven in het water en is, doordat hij daar met tracheale kieuwen ademt, gevoelig voor de waterkwaliteit. Bij een libel is het soms mogelijk door tellingen te doen aan larvehuidjes die achterblijven op planten in het water iets te weten te komen over de echte aantallen waarin ze voorkomen. Verder zijn het dieren die als voedselbron kwantitatief betekenis hebben; de grote soorten zijn een flinke hap voor insecteneters, vogels bijvoorbeeld.

Allemaal zaken die libellen tot een interessant studieobject maken.

 

Insectenstudie schrikt mensen, zelfs KNNVers nog wel eens af; ‘klein’, ‘pietepeuterig’, ‘moeilijk’, ‘ontoegankelijk’ zijn woorden die je kunt associëren met insecten.

Libellen zijn een orde van de insecten. Ze hebben 6 poten en die poten zijn geleed, d.w.z. bestaan uit zichtbare stukjes. Het lichaam heeft een 3-deling: kop, borststuk en achterlijf. Verder bezitten ze 2 paar vleugels die gewoon over het achterlijf gevouwen worden, zonder speciaal scharniermechanisme. Libellen worden om die reden beschouwd als een van de oudste insectenorden met vleugels.

 

Het leren kennen van libellen is gelukkig niet echt moeilijk.

Het helpt dat er niet zo heel veel soorten zijn. Ter vergelijking: er zijn in Nederland ongeveer (wilde greep)

                      1500 plantensoorten

                        475 vogelsoorten

3800 keversoorten

          en maar  140 libellensoorten.

Als ik een seizoen naar libellen kijk langs de Ruiten Aa tussen Weende en Jipsinghuizen kom ik ongeveer 25 soorten tegen. Bij die 25 zitten zelfs heel wat grotere soorten. Het lijkt me dus goed te doen!

Voor iemand die begint met libellenstudie is het heel handig mee te lopen met iemand die ze (een beetje) kent. Daarna lukt het wel zonder hulp als je beschikt over een determinatietabel, een loep die 10x vergroot, een vangnetje en een jampotje of potloep. Een libel in de vlucht herkennen is voor beginners niet weggelegd.

 

Een libel kan zonder schade in een netje gevangen worden; let goed op welke vliegbewegingen de libel maakt, anticipeer, sla snel toe!

De kunst is om het dier vanuit het net in de pot te krijgen. Voorzichtig de vleugels van de libel boven het lichaam samenvouwen en tussen duim en wijsvinger zachtjes oppakken (niet knijpen). Het beest probeert zich met de poten vast te houden aan het net, maar laat na wat voorzichtige trekbewegingen los.

In de pot zijn de meeste kenmerken goed te zien.

Na het determineren kan het dier weer losgelaten worden en als alles goed gegaan is vliegt de libel moeiteloos weg.

 

Een goede en volledige determinatietabel staat in het allernieuwste Libellenboek: Nederlandse Fauna 4: De Nederlandse Libellen. Ik kan me voorstellen dat een beginner niet direct dit boek van 67,50 aanschaft! Het lijkt me veel eenvoudiger en goedkoper om met bijvoorbeeld met een oude NJN-tabel te beginnen. Zo’n tabel is niet volledig, maar de meest voorkomende soorten zijn er snel en betrekkelijk eenvoudig mee te determineren. Het is even wennen aan de namen van enkele onderdeeltjes van vleugels en borststuk.

Wil je er een plaatje bij en wat meer informatie over de soort, dan is voor 21,95 de Veldgids Libellen te koop. Daarin staat echter geen determinatietabel!

 

Een van de eerste libellensoorten langs de Ruiten Aa, die je al ongeveer half april verwachten kunt, is de Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula).

Libellen worden in 2 Onderorden ingedeeld: juffers (vaak klein) en echte libellen (vaak groot).

Er zijn veel juffers die blauw met zwart getekend zijn. Het leuke aan de Vuurjuffer is dat het een rode juffer is. In april kun je zonder determineren beweren dat het om een Vuurjuffer gaat want de eveneens rode Koraaljuffer waarmee je hem zou kunnen verwarren verschijnt pas 2 ŕ 3 maanden later! En als je goed naar beide dieren kijkt is er een verschil; de Vuurjuffer heeft zwarte poten, bij de Koraaljuffer zijn ze roodachtig. Er zijn nog andere verschillen, maar die zijn subtieler.

De Vuurjuffer komt voor bij stilstaand en zwakstromend water en is in Nederland een algemene soort van vooral zandgronden en laagveengebieden. De Koraaljuffer, ook te zien langs de Ruiten Aa is een wat kieskeuriger soort die vooral stromende wateren en kwelbeken opzoekt, maar ook hoogvenen en voedselarme vennen. Het is een vrij zeldzame soort in Nederland.

 

Zin om eens te komen kijken?

Dat is  te regelen! En ook een kopie van een eenvoudige determinatie-tabel.

 

Literatuur

- Libellentabel NJN, Jan Beukema, 1964

- Veldgids nr.9 Libellen, Frank Bos, Marcel Wasscher, 1997, ISBN 90 5011 101 7 , KNNV Uitgeverij

- De Libellen van Nederland, D.C. Geijskes en J. van Tol, 1983, KNNV Uitgeverij

- Nederlandse Fauna 4, De Nederlandse Libellen 2002 Ned. Ver. voor Libellenstudie, ISBN 90 5011 154 8, NNM Naturalis, KNNV Uitgeverij, Stichting Eis-NL

- Macro-invertebraten en waterkwaliteit, N. De Pauw en R. Vannevel, 1991, Stichting Leefmilieu Antwerpen

- ODON-tabel. Reinboud et al, 1999, ISBN 905107 033 0 Jeugdbondsuitgeverij

- Libellen van Noordwest-Europa, Arne Wendler & Johann-Hendrik Nüss 2002 Jeugdbondsuitgeverij

- Zoekkaart om libellen te herkennen, Stichting Veldwerk Nederland

- Handleiding Landelijk Meetnet Libellen, De Vlinderstichting

tel. 0317 467346 of info_at_vlinderstichting.nl

 

Contacten

Brachytron, halfjaarlijks tijdschrift Ned. LibellenVereniging

tel. 0488 441007, email dick.groenendijk_at_vlinderstichting.nl

Vlinder- en libellenwerkgroep Stad & Ommelaand tel. 050 5348411

Site voor geďnteresseerden: www.libellen.org

 

Chris van Houdt

Weenderstraat 32

9541 TC Vlagtwedde

 

 

BERICHTEN UIT LEEK

 

Vogels in onze tuin

Begin oktober hoorden we ‘s morgens plotseling een flinke klap tegen het achterraam dat uitziet op de tuin. Een zanglijster was het, die zich had dood gevlogen tegen ’t glas. Waarschijnlijk werd hij achtervolgd door een sperwer.

Het gebeurt wel vaker in oktober. Het is dan de tijd dat ze wegtrekken uit hun broedgebied, dat ze gaan zwerven, op zoek naar meer voedsel. Bij onze overburen gebeurde in die periode hetzelfde. ook een zanglijster dood tegen ‘t raam. En in onze tuin waren ze ook actief, al een dag of wat. Een prachtige lijster! Fraai getekend, donkere spikkels op de borst, bruin tegen de beige achtergrond.

 

De volgende dag gebeld met Hummel uit Lettelbert, preparateur, die graag zo’n mooie zanglijster wil hebben om hem te kunnen opzetten. Die kwam de volgende dag en nam hem mee. ‘Ik weet er wel weg mee’, zegt Hummel.

 

Twee dagen later opnieůw een zanglijster tegen hetzelfde raam op dezelfde plek. Maar met niet zo’n harde klap. Wij waren weer in de kamer en zagen hem liggen. Waarschijnlijk wéér door hun onbesuisde gedrag in deze tijd van trek. Als ze hun nest verdedigen zijn ze eveneens agressief en vallen direct aan.

We lieten hem liggen en wachten af wat er zou gebeuren. Even was hij geheel versuft en leek dood. Vrij snel kwam hij tňch overeind. Bleef staan, ogen dicht, bleef 2 uur staan verroerde zich niet. Vloog dan plotseling de tuin in, als of er niets was gebeurd!

 

H.R. Dolfien


VERRASSENDE STADSNATUURTUIN IN GRONINGEN

Een ecologische binnentuin tussen jonge ruďnes

 

Op een binnenterrein in de Oosterpoort, ligt een stukje openbaar groen dat zich verrassend onderscheidt van het gras- en- stekelstruiken-plantsoen dat wij hier van gemeentewege gewend zijn.

Ooit stonden hier gebouwen van het gemeentelijk huisvestingsbureau. Restanten daarvan bepalen nu mede het gezicht van dit stadsnatuurgebiedje. Stukken muur met deurposten en raamopeningen worden bedekt door Klimop, Stokrozen, Vlinderstruiken. Achterin de tuin staat een hoge ruďne, begroeid door Wingerd.

Het gebiedje bestaat uit een bloemenweide, een schaduwrijk middenstuk waar de patiotuin van het voormalige huisvestingsbureau nog in terug te vinden is, en een speelveld met een brede, schaduwrijke border.

In de wilgentenenwigwam zijn kinderen bezig een kring van boomstammetjes op te stellen, twee meisjes slepen met palen om een hut te gaan bouwen onder de Laurierkers.

Bijna 2000 vierkante meter ecologisch stadsgroen, zo mooi en natuurlijk dat je je afvraagt hoe dit zich binnen het gemeentelijk groenbeleid heeft kunnen ontwikkelen.

 

Tegenover de ingang, een ijzeren poort voor een overdekte gang, woont Peter Bulk. Hij zit zijn hele leven al in de planten. Zijn ouders hadden een kwekerij in Drente, maar hij woont al meer dan 20 jaar in Groningen en hij heeft hier alle wegbermen, plantsoenen en braakliggende terreinen verkend. Voor een deel deed hij dat in KNNV-verband, om de flora te inventariseren voor het Rijksherbarium in Leiden.

Hij heeft een zesde zintuig om overal waar hij fietst of loopt de aanwezigheid van al dan niet bijzondere planten op te sporen. Grassen hebben zijn speciale belangstelling.

‘In de herfst van 1998 kreeg ik toestemming om een stukje van het terrein te gaan beheren. Ger Roosjen, de gemeenteontwerper die hier aan de gang wilde met een extensief maaibeheer, had er een mengsel voor kalkgrasland ingezaaid. Daar kwamen duizenden Ridderzuringen in op, en die ben ik toen gaan uitsteken. De gemeente schoot niet op met de invulling van het gebiedje. Alles werd hier drie keer per maand gemaaid. Op die manier komt er niet veel natuur van de grond.

In mei 1999 heb ik de stadsecoloog voorgesteld om het hele gebiedje ecologisch te gaan beheren. Hij voelde daar wel voor, maar andere mensen bij gemeente waren minder enthousiast. Pas na maanden heen en weer praten ben ik met de gemeente een beheerscontract overeengekomen. Er staat in dat ik de enige ben die hier nog wat te doen heeft’.

 

We lopen de poort door, de tuin in. Tegen een zonnige muur op het zuiden, waar tot november de laatste Stokrozen nog stonden te bloeien, zie je nu rozetten van Wouw en Verbascum. IJzerhard en Teunisbloemen groeien tussen de tegels.

‘Hier wil ik nog wat meer speciale dingen, distels als Eryngium bijvoorbeeld. Ik heb iets in m’n hoofd van een vegetatie die je wel op rangeerterreinen en langs verwaarloosde oude spoorbanen ziet, planten die het goed doen in karige stenige grond’.

Het is pas half februari, maar in het kort gemaaide grasland zie je de eerste blaadjes van vaste soorten als Sint Janskruid, Absintalsem en Wilde marjolein opschieten. Overal rozetten van tweejarigen, zoals Jacobskruiskruid en Kaardebollen.

‘Dat maaien, daar ben ik van de winter een hele tijd mee bezig geweest. Het gras ligt plat, dus dat moet je eerst omhoog kammen met de spitvork, en wat er dan nog vast blijft zitten dat maai je er af met de sikkel. Het voordeel is dat je goed ziet wat je doet en wat er allemaal staat. En alle rupsen die ik tegen kom, die stop ik dan weer onder het gras. Daarvoor laat ik op een aantal plekken het gras voorlopig nog staan. Het afgelopen jaar waren  er heel veel vlinders, ook bijzondere. Vuurvlindertjes, de Gehakkelde aurelia, het Landkaartje, Icarus-blauwtjes. Hier en daar laat ik een groep Brandnetels voor ze staan. En je houdt rekening met andere plantensoorten die als voedselplanten voor vlinders dienen. Ruwe smele bijvoorbeeld, en Kropaar. Ik ben er het afgelopen jaar over gaan lezen, en nu probeer ik het vlinders als de Gehakkelde aurelia wat meer naar de zin te maken. Die legt zijn eitjes op brandnetels, maar ook op hop. Nu heb ik hier aardig wat hop staan, dus wie weet, gaat hij wel wat doen’.

 

Hier en daar heeft hij stukjes omgespit en opnieuw ingeplant. Ze zijn volgestoken met snoeihout, tegen de vele katten die het hier erg naar hun zin hebben.

‘Ik wil graag een bloemig grasland, maar niet elk gras gedraagt zich zoals ik dat graag wil. Hier heb ik een stuk Fioringras uitgestoken. Dat bloeit wel mooi, met pluimen, maar het vormt hele dichte matten. Als je dat maar een keer per jaar maait dan verstikt het de kleine plantjes in de buurt. Dus daar haal ik af en toe een paar zoden van weg. Om dat gras wat in de hand te houden heb ik ook veel Ratelaar gezaaid, die parasiteert op graswortels. Hoewel ik daar nog niet veel effect van zie’.

 

Naar achteren, tegen de muurrestanten gaat de vegetatie hoger op.

Achterin de wilde plantentuin, aan de voet van de hoge ruďne staan Stokrozen, Cephalaria, Beemdkroon, Echte guldenroede, Jacobskruiskruid, Pastinaak, Harige wilgenroosjes, Macleya, purper Leverkruid. Een spectaculaire border die het resultaat lijkt  van een gedurfd ontwerp. Maar met smaakvolle kleurencombinaties en andere esthetische effecten houdt Peter zich niet bezig.

‘Die plek heb ik het eerste jaar gebruikt om planten te parkeren. Ik was van plan om ze later, uit te zetten, maar dat kwam er niet van  en het werd eigenlijk wel mooi zo.

Ik haal veel planten van braakliggende terreinen, nu net weer een heleboel Wouw van de Hunzecentrale hier vlakbij. En fietstassen vol eenjarigen van verlaten volkstuincomplexen, varens uit de tuin van een afgebrand Chinees restaurant. In een stedelijk gebied heb je altijd zoveel terreintjes die een tijdje braak liggen, daar is van alles te vinden. Zo heb ik al honderden planten zien komen en gaan. Vorige week heb ik  twee Paarse morgensterren  uit een richeltje langs een stoeprand gestoken. Die werden steeds afgemaaid voordat ze gingen bloeien. Ze staan hier nu in de wilde plantentuin. Het is een kleiplant die langs bermen in de provincie voorkomt. Het is de vraag hoe die zich houdt in de arme zandgrond, ik heb er maar een schep klei bij gedaan.

Ik probeer hier zoveel mogelijk soorten te introduceren. Het is grotendeels een wilde plantentuin met hier en daar natuurtuintrekjes‘ (volgens definities van Ger Londo).

 

Door een ruime deuropening zonder deur kom je in het schaduwrijke middelpunt van de tuin. Dit is de vroegere patio van het huisvestingsbureau.

Omsloten door muren en pergola’s ligt hier een kleine veenborder, iets lager en vochtiger dan de rest van de tuin.Twee vierkante meter Schoenlappersplant staat uitbundig te bloeien.  De beplanting is een spannende combinatie van vroegere gemeente-initiatieven met de latere invulling door Peter Bulk. Langs de pergola groeien allerlei kleuren Klimrozen en wintergroene Kamperfoelie, tegenover een grote Bamboe die zijn schaduw werpt over de Irissen, Kale jonkers en Kattenstaarten die Peter hier aan het groeien wil krijgen. Contrasten die harmonieus met elkaar verbonden worden door Balsemienen, een Vlinderboom en een Prunus tegen de achtergrond van de oude muren.

De grote border wordt gedomineerd door twee kastanjebomen. In hun schaduw bloeien nu de Sneeuwklokjes en het Longkruid tussen honderden zaailingen van Judaspenning. Verderop is de strijd tegen het Zevenblad bijna gewonnen, en ook de Lamium lijkt zijn plaats nu wel zo’n beetje te kennen. De meest opvallende plant in de border is het Voorjaarshelmkruid. ‘Hij is tweejarig en ik had hem hier al gezaaid, daar komen nu rozetjes van op die dit jaar gaan bloeien. Vorig jaar heb ik uit een wild bosplantsoen in Haarlem een paar exemplaren meegenomen. Ik hoop dat die zich ook hebben uitgezaaid, dan heb ik ze voortaan elk jaar in bloei’

Peter twijfelt er niet meer aan of hij kan doorgaan met de tuin. De buurtbewoners zijn enthousiast, en ook binnen de gemeenteorganisatie krijgen mensen oog voor wat zich in de Oosterpoort ontwikkelt.

Landschapsarchitect Ger Roosjen, die plm. 5 jaar geleden aan de basis stond van deze unieke plek: ‘Wat Peter Bulk daar doet is fantastisch, zoals hij dat allemaal op de voet volgt. Het gaat zo goed dat het met Openbare Werken nu ook heel harmonisch loopt. Het zou heel jammer zijn als hij van het toneel verdween. Als de gemeente het moet doen dan wordt het natuurlijk veel minder intensief’.

Over de totstandkoming van de tuin: ‘Toen die gebouwen zouden worden afgebroken kreeg het terrein een groenbestemming. Ik werd  gevraagd om samen met de bewoners na te denken over de vormgeving. Ik ben eerst zelf gaan kijken, en wat ik heel mooi vond was de patiotuin. Die wilde ik graag behouden. Ja, en zo’n patio is leuk, maar die bestaat bij de gratie van de muren die eromheen staan. Zo is die patio de aanleiding geweest voor deze vormgeving.

Voor de verdere invulling werd toen ook al wel aan een vorm van verwildering gedacht. Dat zou heel mooi zijn, maar ook heel kwetsbaar. We wilden er een rustige plek van maken, dat kon goed omdat het een besloten terrein is met een poort die ’s nachts wordt afgesloten, ook op verzoek van de bewoners’.

Wil de gemeente nu meer van dit soort groen creëren?

Ger Roosjen: ‘Het is een hele speciale plek, ik weet niet of zoiets op veel meer plaatsen zou kunnen. Je hebt mensen nodig die zelf wat willen, dan kan er al snel wat meer dan de standaard-aanpak van Openbare Werken’.

Peter Bulk: ‘Mijn tuin kan als basis dienen voor meer van dit soort initiatieven. Ik kan mensen helpen met planten en adviezen over beheersvormen. Natuurlijk beheer hoeft helemaal niet duur te zijn, maar je moet wel weten wat je doet en wanneer. Er zijn plekken genoeg in de stad voor kleine oases zoals hier’.

De oecologische binnentuin bevindt zich in de Mauritsstraat t.o. nr.10 in de Groningse Oosterpoortbuurt.

Reacties zijn welkom bij: Tineke van Hessen, Bleekveld 56, 9711 XV Groningen (schrijfster artikel) en/of Peter Bulk, Mauritsstraat 10, 9724 BL Groningen

Het artikel is overgenomen uit het tijdschrift OASE, lente 2002 (oasenet_at_wish.nl)


 

Recht op bomen

Een evenement, herbestrating of nieuwbouw. Gemeentes voeren allerhande redenen aan om fraaie, soms oude bomen te kappen. En dat schiet bij omwonenden soms in het verkeerde keelgat. Wat volgens de Bomenstichting velen niet weten: belanghebbenden kunnen kap voorkomen. Hoe? Dat staat beschreven in Recht Op bomen, een boekje dat door de bomenstichting is uitgebracht.

Volgens de stichting zijn er verschillende manieren om te reageren als een gemeente bomen wil kappen. In het boek worden aan de hand van praktijkvoorbeelden maatregelen en oplossingen verduidelijkt. Stap voor stap wordt bijvoorbeeld uitgelegd welk bezwaar wanneer en hoe gemaakt moet worden.

In ‘Recht op Bomen’ zijn bovendien een aantal voorbeeldbrieven opgenomen, die het schrijven van een bezwaarschrift eenvoudiger maken. Het boek is verkrijgbaar bij de Bomenstichting voor 14,30.

Dit bedrag kan worden overgemaakt op giro 2108755 t.n.v Bomenstichting ,Utrecht o.v.v. Recht Op Bomen.

 

Informatie: www.bomenstichting.nl

(overgenomen uit het Nieuwsblad vh Noorden d.d. 5 jan. 2002)


EXCURSIEVERSLAGEN

 

Vogelexcursie Schiermonnikoog, 5 oktober

De traditionele najaarsexcursie naar Schiermonnikoog staat op ons programma vanwege de te verwachten vogeltrek in die periode. Om trekkende vogels te zien moet het weer natuurlijk wel een beetje meezitten; bij harde westen(tegen)wind en regen kan je je, net als de vogels, beter terugtrekken. Desondanks kwamen er, met een zeer matige weersvoorspelling in het vooruitzicht, toch nog zes deelnemers opdagen in Lauwersoog.

Vanaf de pier ging het direct tegen de wind in naar de Westerplas. Aan de oostkant van de oude veerdam zaten dankzij het hoge water vrij veel steltlopers, deels verscholen in de begroeiing. Van dichtbij waren hier onder andere Zilverplevier, Kanoetstrandloper en Bonte Strandloper te zien. Een jagende jonge Slechtvalk zorgde op de achtergrond voor veel opvliegende eenden en steltlopers. Met de telescoop waren inmiddels de eerste Kleine Zilverreigers ontdekt, een groepje van zeven stond verspreid langs de beschutte kant van de Westerkwelder. Op de vaste slaap- en verblijfplaats in de zuidoosthoek van de Westerplas telden we nog eens 13 exemplaren van deze fraaie reiger. Terwijl we daar onder dreigende luchten naar stonden te kijken streken er nog zes neer, ongetwijfeld de vogels die we langs de Westerkwelder hadden zien staan.

De Kleine Zilverreiger is vanaf 1999 broedvogel op Schiermonnikoog, met dit jaar 2 paren op de Oosterkwelder. De aanwezigheid van een geschikte slaapplaats dichtbij het voedselgebied de Waddenzee doet in de nazomer nog meer Kleine Zilverreigers afreizen naar Schier, met in 2002 een maximum van circa 25 vogels rond 25 september. Waar die allemaal vandaan komen is onduidelijk. De nazomeraantallen tot zo’n 150 individuen in het Deltagebied zijn waarschijnlijk vooral afkomstig uit de broedgebieden langs de Frans-Atlantische kust, maar het is zeer de vraag of die vogels ook een belangrijk aandeel hebben in de huidige aantallen in ons waddengebied. In het recent verschenen fraaie boekwerk ‘Schaarse Vogels in Fryslân’, dat de periode 1989-1998 beslaat, staat bij de Kleine Zilverreiger nog een maximum groepsgrootte vermeld van 9. Toen (1998) ook al op Schiermonnikoog. Behalve de aantallen is ook de periode waarin de Kleine Zilverreiger wordt gezien aan verandering onderhevig: tot voor kort was een Kleine Zilverreiger in Fryslân nog een unicum in de periode oktober tot april. Zo’n wijziging in aantallen en jaarpatroon onderstreept nog eens het belang van het insturen van waarnemingen voor het BSP-nb project van SOVON. Zonder die waarnemingen was nu veel minder bekend over de verandering in aantallen en verspreiding (voor deelname: zie www.sovon.nl).

De Westerplas gaf ook nog een goede gelegenheid om te oefenen op vliegbeelden van diverse eendensoorten. Vooral Pijlstaart, Slobeend en Smient vlogen regelmatig langs. De dreigende luchten kwamen nu helaas tot ontlading zodat we noodgedwongen een pauze inlasten met de regen in de rug. Opgedroogd zagen we vervolgens op het groene Westerstrand onder andere Kleine Strandloper, Rosse Grutto en uiteindelijk ook nog een groepje zeehonden. Kort voor een volgende regenperiode doken we de Zeester in; wat een contrast met het korte broek- en terrasweer van vorig jaar oktober. Het tweede deel van de middag bleef het gelukkig droog en werd voor een wat windsluwere route gekozen. Dat leverde in het (saaie) Zwarte dennenbos nog wat herkenbare vogelgeluidjes op, toch bleek het lastig om de Goudhaantjes ook in beeld te krijgen. Dan was de Koningsmantel langs het pad toch een stuk makkelijker.

Gestimuleerd door een artikel in een landelijk dagblad werd onderweg diverse keren de kwaliteit geproefd van appels (er schijnen op Schier enkele honderden appelbomen op klokhuiswerpafstand van fiets- en wandelpaden te staan). Een vooraf geprezen appelboom langs de Reddingsweg was in drie weken tijd een stuk meliger geworden. Positiever was de waarneming van Grote Sterns, die hier dwars over het eiland vlogen. Twee Grote Gele Kwikstaarten op het Groenglob leverden een volgende leuke waarneming. Teruglopend naar de boot brak zowaar de zon nog even door. Eigenlijk verkeerd getimed, want een Smelleken dat boven een geoogste maďsakker aan het jagen was, bleef in fel tegenlicht niet meer dan een silhouet.

 

dirk blok

 

Recent verschenen publicaties

(gedeeltelijk overgenomen uit het opinieblad Natuur en Milieu)

 

Schaarse vogels in Fryslân

Michiel Versluys, Dick Schut, Joop-Niek IJnsen

SOVON en Fryske Feriening Foar Fjildbiology, 221 blz.  14,- (incl. porto), ISBN 90  9015684

Bestelwijze door storting op bankgiro 29.62.62.838 tnv. penning-meester FFF, de Warring 31, Heerenveen ovv. naam, adres, postcode en woonplaats. Bestelinfo www.sovon.nl en www.lauwersmeer.com

Waar verblijven in Fryslân de meeste Roodhalsganzen, Slechtvalken, Reuzensterns, Bladkoningen, Klapeksters en Sneeuwgorzen? Wat is de beste tijd van het jaar om overtrekkende Zwarte Ooievaars, Visarenden, Middelste Jagers, Vorkstaartmeeuwen en Kleine Alken te zien? Op zulke vragen geeft dit boek snel en duidelijk antwoord. Het voorkomen van 80 schaarse vogelsoorten in 1989-1998 wordt uitvoering belicht in woord en beeld, op basis van vele duizenden meldingen die waarnemers instuurden voor het Bijzondere Soorten Project niet-broedvogels (BSP) van SOVON. Daarnaast hebben de auteurs veel extra waarnemingen opgezocht in allerlei bronnen.

Bij veel vogelsoorten wordt het Friese voorkomen vergeleken met de aanwezigheid van de soort in de rest van Nederland. Ook is er aandacht voor het voorkomen in Fryslân in het verleden. Er wordt een beeld geschetst van de achtergronden van de soortenrijkdom in de provincie en ook komt de invloed van de wind op het voorkomen van soorten aan bod. Tekeningen en kleurenfoto’s laten de grote diversiteit zien van de Friese vogelwereld. Schaarse vogels in Fryslân is een aantrekkelijk naslagwerk voor ervaren waarnemers en kan beginnende liefhebbers de weg wijzen naar bijzondere vogelsoorten en hun verblijfplaatsen

 

Onderzoekshandleiding Biodiversiteit

Jos Käfer, Laurens Sparrius en Carola van der Muren

Nederlandse Jeugdbond voor natuurstudie, 40 blz.  8,--

te bestellen op tel. 035 6559848

Dit boekje geeft op eenvoudige, op jongeren gerichte, uitleg van het begrip biodiversiteit en behandelt onderwerpen als soorten, ecologie en bescherming. Verder bevat het een reeks onderzoeken, die gebruikt kunnen worden bij evaluatie activiteiten

 

Atlas van plantengemeenschappen in Nederland deel 2

E.J. Weeda, J.H.J. Schaminée en L. van Duuren

KNNV, 224 blz. 40,95 leden 36,95 ISBN 90 5011 148 3

Plantengemeenschappen zijn goede indicatieven van milieukwaliteit. Dit deel behandelt de diverse klassen van graslanden, zomen en droge heiden. Het boek geeft een korte beschrijving van de ecologische en floristische kenmerken van deze gemeenschapstypen en gaat uitgebreid in op verspreidingspatronen en eventuele bedreigingen. De atlas bevat veel niet eerder gepubliceerde gegevens

 

Hommels in beeld

Frank Bos

KNNV, 32 blz.  4,75 leden 3,75 ISBN 90 5011 1521 1

In Nederland komen bijna 30 verschillende soorten hommels voor. Dit boekje gaat in op de leefwijze van het insect en geeft een uitgebreide beschrijving van 15 soorten. Het bevat tevens een uitklapkaart die gebruikt kan worden bij de determinatie

 

Natuurgids Insecten en Natuurgids Zoogdieren

ANWB, 192 blz.  13,95 elk, ISBN 90 18 01567 9 (insecten) en ISBN 90 18 01566 9 (zoogdieren)

Uitgebreide beschrijvingen en veel foto’s van insecten en zoogdieren in Europa, alsmede een determinatiesysteem waarmee de lezer aan de hand van kleurcodes de verschillende soorten kan onderscheiden

Paardenbloemen en verwanten in beeld

Henk Eggelte en Michiel Zwarts

KNNV, 32 blz.  4,75 leden 3,75 ISBN 90 5011 152 6

Paardebloemen (zonder tussen–n) bloeien voornamelijk in het voorjaar, maar ook in het najaar zijn bloemen te zien die er erg aan doen denken, zoals de Gele morgenster. Dit boekje beschrijft de kenmerken van paardebloemen en verwanten en bevat een geďllustreerd overzicht om de verschillende soorten te onderscheiden

 

 


 

 



IVN Groningen/Haren Programma winter/voorjaar/zomer 2003

Cursussen:

Wilde plantencursus: in het voorjaar van 2003 wordt weer een wilde plantencursus gegeven, hetgeen een ideale cursus is voor mensen die hun plantenkennis willen verbreden dan wel opbouwen. De cursus bestaat uit vijf theorielessen, die op de maandagavonden 14/4, 12/5, 26/5, 16/6 en 23/6 in het Natuurmuseum aan de Praediniussingel worden gegeven en vijf excursies, die op de zaterdagochtenden 19/4, 17/5, 31/5, 21/6 en 28/6 plaats vinden. De kosten bedragen 35,00 voor IVN-leden en –donateurs en   40,00 voor niet leden/donateurs. Info/opgave bij Ernst Flentge 050 5349131

Vogelcursus voor beginners: in het voorjaar van 2003 wordt weer een vogelcursus voor beginners gegeven. De cursus bestaat uit vijf theorielessen, die op de dinsdag-avonden 25/3, 1/4, 8/4, 15/4 en 22/4 in het Natuurmuseum aan de Praediniussingel worden gegeven en vijf excursies, die op de zaterdagochtenden 29/3 Hoornse Meer, 5/4 De Braak, 12/4 Kardinge, 19/4 Lauwersmeer en 11/5 Stadspark plaats vinden. De kosten bedragen 32,50 voor IVN-leden en –donateurs en 40,00 voor niet leden/donateurs. Info/opgave Gertjan Huiskes 050 5733682

Vogelcursus voor gevorderden: in het najaar van 2003 start een vogelcursus voor gevorderden. De cursus duurt circa een jaar: tien theorie-avonden en tien bijbehorende excursies

 

Excursies:

Zondag 12 januari: wandelexcursie o.l.v. Ernst Flentge in het Glimmerbos met als thema Planten en bomen in de winter. Start 14.00 uur parkeerplaats Rijksstraatweg tegenover Steenhuis pianohandel in Glimmen

Zondag 9 februari: vogelwandelexcursie in de Braak. Vertrek per fiets om 9.30 uur op Overwinningsplein en lopend vanaf 10.00 uur bij ingang de Braak. Circa 14.00 uur terug in stad. Info Rob Lindeboom 050 5425163.

Zondag 30 maart: wandelexcursie in het Noorderplantsoen met als thema Stinzeplanten. Start 14.00 uur bij restaurant ‘Jantje zag eens pruimen hangen’. Info Geurt Verweij 050 5416916

Zaterdag 26 april: fietsexcursie in polder Matssloot met als thema Weide-, water- en moerasvogels. Vertrek per fiets om 9.00 uur bij Stadsparkpaviljoen. Circa 14.00 uur terug in stad. Info Harrie Westerhuis 050 5260296.

Zondag 11 mei: wandelexcursie in Stadspark met als thema Vogelzang. Vertrek om 4.00 uur bij ijscokraam op hoek Paterswoldseweg/Concourslaan. Circa 7.00 uur einde excursie. Info Harrie Westerhuis 050 5260296.

Zaterdag 24 mei: wandelexcursie in het Bargerveen met als thema Heide-, water- en moerasvogels. Vertrek per auto om 16.00 uur van Overwinningsplein. Circa 24.00 uur (i.v.m. beluisteren van nachtzwaluw) terug in stad. Opgave/info Rob Lindeboom 050 5425163

Zondag 1 juni: wandelexcursie in de Appelbergen met als thema Planten in de Appelbergen. Start 14.00 uur op de parkeerplaats Appelbergen (vanaf Haren over het spoor links). Info Gertjan Huiskes 050 5733682

Zaterdag 6 september: wandelexcursie rondom het Friescheveen met als thema Bessen en andere herfstvruchten. Start 14.00 uur op de parkeerplaats van café Friescheveen aan de Meerweg. Info Geurt Verweij 050 5416916

Zondag 5 oktober: wandelexcursie in het Sterrebos met als thema Planten in de herfst. Start 14.00 uur bij de ingang van het Sterrebos aan de zijde van de Hereweg. Info Gertjan Huiskes 050 5733682


EXCURSIEPROGRAMMA K.N.N.V. afdeling GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen. Opgave bij Brenda BoltX 050 5273227 mailto: ba.bolt_at_wanadoo.nl of bij Willem StouthamerX 050 3143841, mailto: stouthamer.wj_at_inter.nl.net

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geďnformeerd.

 

Zondag 5 januari snertwandeling

De snertwandeling vindt plaats in het gebied van de 50 Bunders in Noordlaren. We vertrekken voor een wandeling om 10.00 uur bij de herberg Blankehoeve in Noordlaren. Iets na twaalven hopen we aan te schuiven aan de snert. Leden die korter of niet mee willen lopen kunnen ook direct naar de herberg gaan.

Route Blankehoeve: komende uit de richting Assen of Groningen over de A28 afslag Glimmen nemen. Vlak voor Glimmen rechtsaf. Na ongeveer 3 kilometer slingerweg ziet u dan Herberg de Blankehoeve aan uw rechterhand (Beslotenveenseweg 2, tel. 050 406 27 65). Parkeren kan achter de herberg.

I.v.m. de snertmaaltijd graag aanmelding bij Willem Stouthamer of Brenda Bolt. De (lunch)kaart is te vinden op het internet.

 

 

Dinsdag 28 januari lezing Ben Westerink over

 

Middag en Humsterland

 

Om 19.30 uur gaan de deuren van het Natuurmuseum open voor de lezing die om 20.00 uur begint. Het Middag Humsterland is een van de oudste cultuurlandschappen van ons land, met een verkaveling die gebaseerd is op het natuurlijk kwelderlandschap van 2000 jaar geleden. De lage delen zijn belangrijk voor veel watervogels. Ben Westerink zal vertellen over het ontstaan van dit landschap, de cultuur- en natuurwaarden en de maatregelen die genomen zijn om het gebied te beschermen tegen verdere landschappelijke aantasting.

 

Zondag 16 februari vogelexcursie Eemshaven

Wim Zolf leidt ons door het Eemshavengebied waar afhankelijk van de weersomstandigheden 's winters altijd veel vogels te zien zijn. Om 9.00 uur vertrek van de Bedumerweg en om 9.30 uur vanaf de Borkum terminal in de Eemshaven. Terug: eerste deel van de middag, evt. brood en drinken meenemen.

Graag opgave bij Wim Zolf: 0597 434834.

 

Zondagochtend 9 maart bomenexcursie De Braak

Het gebied van De Braak en Vosbergen kent een grote verscheidenheid aan bomen. Kees Boele zal uitleggen hoe de bomen te herkennen zijn in het vroege voorjaar. We beginnen in De Braak en misschien doen we Vosbergen ook nog aan. Start om 9.30 uur bij de ingang van De Braak.

 

Dinsdagavond 18 of 25 maart Ledenvergadering

Zoals U ziet het is nog niet helemaal zeker, maar het zijn datums om reeds in uw agenda te reserveren! Een uitnodiging volgt.

 

Zaterdag 19 april Stinzenflora Friesland

Hoewel de stinzenflora dicht bij huis ook aanwezig is, gaan we met Willem Stouthamer een tocht maken naar het mekka van deze planten Friesland. Martenastate te Cornjum, Martenahuys te Franeker en Jongemastate te Raerd staan op het programma.

Vertrek 9.30 uur Overwinningsplein.

Graag opgave.

 

Zaterdag 17 mei, 13.30 uur

Zeer bijzondere excursie Witterveld (gem. Assen) o.l.v. de heer Johan Wessel, beheerder. Doordat een deel van het Witterveld gebruikt wordt als schietbaan is dit laatste stukje hoogveen in Midden Drenthe letterlijk onzichtbaar geworden voor het publiek. Johan Wessel, beheerder en amateur veldbioloog, is echter bereid gevonden ons mee te nemen naar de verborgen rijkdom van dit prachtige reservaat.

Vertrek: Overwinningsplein.

Noodzakelijke opgave bij Kees Boele 050 5370110

 

Vrijdag 13 juni fietsexcursie Zuidlaardermeer

Om 18.30 uur vertrekken we vanaf het Overwinningsplein voor een rondje Zuidlaardermeer waarbij we gebruik zullen maken van het pontje. De avonden zijn lang half juni, zodat af en toe gestopt kan worden voor het bekijken van een vogel of een plant.

Graag opgave.

 

 

 

 

Herhaalde oproep

De excursiecommissie is voornemens een lang weekend te organiseren volgend jaar april naar het Müritz-Nationalpark (zo’n dikke 100 kilometer ten noorden van Berlijn). De Müritz is bij vogelaars inmiddels wel bekend vooral om zijn duizenden Kraanvogels op doortrek.

Alvorens (financiële) verplichtingen aan te gaan willen we eerst de belangstelling peilen. Neem contact op met Wim Zolf of Brenda Bolt.


WEB sites (vervolg) http://www

BOMEN

bronnen.nl                               Native trees and shrubs

dendrologie.nl                          Nederlandse Dendrologische Vereniging

bomenstichting.nl                     Bomenstichting

determinatie.tripod.com            interactive determinatietabel

igin.com/Database/treelist.html van alles over bossen dan wel bomen

bos.pagina.nl

pinetumanloo.nl

BOEKEN

ilimburg.nl/~wilmeijs                natuurboeken

vermandel.com                        insecten

milieuboeken.nl

knnvuitgeverij.nl

ivn.nl

 

avifaunagroningen.nl

dutchbirding.nl

lauwersmeer.com

vleermuis.net

vzz.nl                                     Zoogdiervereniging

schiermonnikoog.nl

natuurmonumenten.nl

bbc.co.uk/nature