Afdeling GRONINGEN

 
Tekstvak: DE PADLOPER
Nummer 1 2002


De Padloper is een periodiek van de

 

 


       Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging

 

 

afdeling Groningen en verschijnt 4 x per jaar.

Jaargang 16, 2002  nummer 1

 

 

BESTUUR

 

Voorzitter:

Wim Zolf, Regentessestraat 32, 9717 MA Groningen 050 3xxx

Secretaris:

Geert de Boer, Hieronymuslaan 42-1, 9351 GR Leek

0594 513392 mailto gee.boer_at_wxs.nl

Penningmeester:

Wiebe Postma, Larixlax xNP Roden

050 50xx2 mailto wiebe.postma_at_hetnet.nl

Natuurhistorisch secr. & excursiecommissie:

Brenda Bolt, Schaepmanlaaxxx xNP Groningen

050 5xxx mailto brenda_at_bolt13.myweb.nl

Algemeen bestuurs- & redactielid:

Willem Stouthamer, Zoutstraxxx 9712 TB Groningen 050 314xxx1

 

 

WERKGROEPEN

 

Insekten: Geert de Boer 0594 5xx2

Planten:   Willem Stouthamer 050 314xx

Vogels:     Jan Nuiver 050 309xxx mailto ja.nuiver_at_planet.nl en Erik Hoitink 050 534xx

 

 

PADLOPER

Redactie: Erna Kuiper, Willem Stouthamer

Copysluitingsdatum  volgende nummer:  15 juni 2002.

alle copy liefst vastgelegd in Word kunt u sturen naar:

Redactie Padloper, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen

of mailto stouthamer.wj_at_inter.nl.net

 

Contributie: lid € 22,11;  huisgenootlid € 9,31; donateur € 7,-- per jaar.

Opzeggen vóór 1 december van het lopende jaar.

postgironummer  855.090  KNNV  afd. Groningen

tnv. Penningmeester KNNV, Larixlaan 12, 9301 NP Roden

 

 

 

na een ontploffing van goud

komt een fijn gepenceeld

gebladerte te voorschijn


Inhoud

 

Nieuws van de vogelwerkgroep                                   3

Plantenwerkgroep                                                    5

Ruw kransblad                                                         7

Gewone agrimonie                                                    9

Muurfijnstraal                                                          13

Vogelen vanuit de huiskamer                                      16

Excursieverslagen

·       Lauwersmeer                                                      18

·       Slokkert

Orchideeën                                                             22

Vleermuizen                                                            23

Excursieprogramma’s

·       Stichting BAT                                                                                          26

·      

IVN                                                                                                                27

·      

KNNV afd. Groningen 28

 

 


NIEUWS VAN DE VOGELWERKGROEP

 

Door mysterieus gedrag van onze computer (of van degene die hem bediende…) is het verslag van onze belevenissen in het laatste kwartaal van ’t vorig jaar niet in de laatste Padloper terechtgekomen. De welwillende redactie geeft ons echter de gelegenheid daarvan in dit nummer nog iets goed te maken.

 

Op de tweede zaterdag in oktober was het Lauwersmeer nog een keer het doel van onze maandelijkse excursie. Het was die dag zonnig en onwaarschijnlijk zacht najaarsweer. Bij de parkeerplaats langs de Zoutkamperril werden we al direct opgewacht door enkele tientallen Baardmannetjes (en –vrouwtjes) die zich van dichtbij op hun mooist lieten zien. Bij het Jaap Deensgat twee, en verderop nog eens drie Grote Zilverreigers. Daar zaten ook Grauwe en Kolganzen, die tot onze verrassing bezoek kregen van een Vos, die gemoedelijk hun graasveldje overstak. Nauwelijks paniek bij de ganzen. Zouden ze aan de Vos kunnen waarnemen dat hij (of zij) kort tevoren buit kon hebben verorberd, op dit moment geen honger had en dus geen bedreiging vormde? Aan de haven ontdekten we een rijtje sterns, waaronder zowel een Witwang- als een Witvleugelstern, voor de meesten van ons ‘primeurs’. Langdurige observatie door de éénogen, nauwkeurig raadplegen van tenminste drie verschillende vogelgidsen, maar bovenal de veldkennis van onze meest ervaren leden bevestigden de juistheid van deze determinatie! Tenslotte werden bij de Bantpolder nog vele Brand- en andere ganzen waargenomen, en bij de Ezumakeeg tientallen Krakeenden.

In november en december keerden we terug naar het Friese Veen en Vennebroek in Paterswolde. In november werden meer dan eens IJsvogels gezien, op 8 december troffen we een honderdtal Canadese ganzen aan op de aangrenzende weilanden en werd tot tweemaal toe de roep van een Waterral in het moerassige Camphuispoldertje gehoord. Die zaterdag brachten we het tot 42 waargenomen (dikwijls alleen gehoorde) soorten.

 

Verder hielden we op 22 november onze jaarlijkse ‘bonte avond’ in ’t Loughoes te Eelde. We hielden het traditionele programma aan: als opmaat koffie met heerlijke thuisgebakken appeltaart van het echtpaar Kappen, een mooi verhaal met dia’s van Giny Kasemir over haar en haar Date’s verblijf vorige zomer op Rottumerplaat, een verslag van ons nieuwe lid Guido Meeuwissen van diens onderzoek naar broedvogels van de Oosterpolder bij Haren, en plaatjes van de natuur (en cultuur) van de Hoge Veluwe.

Maar eerst maakten we afspraken voor ons programma voor 2002. We besloten terug te keren naar het Drentse A-gebied tussen Oudemolen, Gasteren, Anlo en Zeegse. In de komende zomer trekken dan weer Eemshaven en het onvolprezen Lauwersmeergebied. In september willen we weer een dag naar Schiermonnikoog – vorig jaar namen slechts enkelen van ons aan die tocht naar ‘het eiland’ deel, de rest schrok terug voor de regen en de wind (ten onrechte, zoals blijkt uit het verslag van Giny in de vorige Padloper!). Verder nodigde Guido ons uit om in mei een avond zijn onderzoeksgebied bij Haren te bezoeken.

Intussen hebben er alweer drie tochten naar het Drentse A-gebied plaats gevonden. Een opvallende waarneming tijdens de januari-excursie was een Velduil die opgejaagd werd in de Gasterse duinen. Op 9 februari viel het grote aantal Buizerds (11) op en werden een aantal Toendra-rietganzen en een Groene specht waargenomen. Evenals in  januari zagen we de Blauwe kiekendief, ` en a. Vier weken later, in maart, bedroeg de oogst 41 soorten, waaronder een jagende Havik, lawaaierige Boomklevers, een tweetal Boomleeuweriken en een Kleine bonte specht.

 

Tenslotte nog even de data van de overige excursies in dit jaar: 13 april en 11 mei weer naar de Drentse A, waar we elkaar ontmoeten op de parkeerplaats rechts aan de weg van Gasteren naar Oudemolen. Een datum voor een extra (avond)excursie in mei naar de Oosterpolder bij Haren zal nog worden bepaald in overleg met de leden van onze groep.

 8 juni Lauwersmeer (vanaf de dijk langs de toegangsweg in Zoutkamp, tegenover de garnalenfabriek), 13 juli en 10 augustus Eemshaven, 14 september Schiermonnikoog (dagexcursie), 12 oktober Lauwersmeer, 9 november en 14 december terug naar het Drentse A-gebied. Aanvangstijd steeds 9.00 uur. We hopen dat de excursiecommissie deze data wil ontzien bij haar plannen voor de andere ‘verenigingsexcursies’!

 

De coördinatoren: Erik Hoitink en Jan Nuiver

PlantenWerkGroep verslag 2001

 

Op 22 februari hebben we de plannen besproken voor 2001. De resterende tijd die avond werd gevuld met het bekijken van foto’s en dia’s van planten. In het bijzonder de dia’s van Bert Blok, welke eigenlijk neerkwamen op een fantastische show van Rode Lijst soorten. De plannen waren het inventariseren van km-hokken bij Baflo en Ten Boer t.b.v. FLORON en voor Natuur Monumenten zouden we Westerbroek onder de loupe nemen. Helaas ging dit laatste niet door, vanwege dreigende MKZ was het gebied niet toegankelijk. Als uitstekend alternatief hebben we ons zeer nuttig gemaakt voor het project ‘stad Groningen’.

Elke donderdagavond vertrekken precies om 18.30 uur van het parkeerterrein achter het hoofdstation. Wij inventariseren tot de duisternis ons dwingt te stoppen, dan evalueren wij de vondsten in een plaatselijk café. Op 5 april zijn we begonnen en 23 augustus was het de laatste keer voor 2001.

Een vroege voorjaarsexcursie ging naar Hasbruch, waar we de afdeling Veendam ook voor uitnodigden. Hasbruch, net even voor Bremen, is een indrukwekkend restant oerbos met een rijke voorjaars-ondergroei. Het seizoen werd besloten met een bezoek aan de Millingerwaard voor de zesde keer in successie, wederom samen met ‘Veendam’. We stortten ons met groot enthousiasme op de planten, welke in onze regio niet of nauwelijks voorkomen en genoten onderwijl van het prachtige rivierenlandschap.

 

PlantenWerkGroep  Planning 2002

We starten de inventarisaties op donderdagavond 4 april altijd om 18.30 uur. We verzamelen Bedumerweg bij het voormalig busstation, thans cafetaria ‘de Wachtkamer’. Samentreffen op het opgegeven alternatieve verzamelpunt een kwartier later.

 

1.Onderdendam (Verzamelen: Groningen of Bedum NS station)

233 X 594 ‘steenfabieken’

234 X 595 Molenkom

234 X 592 Westerdijkshorn

234 X 593 Bedelborg

235 X 594 Onderdendam

238 X 594 Westerwijtwerd

2.Bedum (Verzamelen: Groningen of Zuidwolde brug Boterdiep)

235 X 586 Zuidwolde

235 X 587 Noordwolde (zuid)

235 X 588 Noordwolde (noord)

236 X 588 Ellerhuizen

237 X 591 Sint Annerhuisjes

239 X 587 Thesinge

239 X 590 Lutjewolde

3.Reserve

236 X 580 Groningen, Gideonbrug

222 X 585 Zuidhorn

222 X 586 Noordhorn

226 X 586 Aduard (noord)

4.Westerbroek  tbv. Natuurmonumenten

(Verzamelen: Groningen of parkeerplaats Motel Westerbroek)

 

PlantenWerkGroep  Schema 2002

April                        Juni

04 Onderdendam               06 Westerbroek

11 Bedum                         13 Onderdendam

18 Zuid/Noordhorn             20 Bedum

25 Onderdendam               27 Westerbroek

Mei                         Juli

02 Bedum                         04 Onderdendam

09 Hemelvaartsdag           11 Bedum

(geen inventarisatie)         18 Westerbroek

16 Westerbroek                25 Onderdendam

23 Onderdendam           Augustus

30 Bedum                        01 Bedum

                                      08 Zuid/Noordhorn

                                      15 en 22 reserve

 


 


Ruw kransblad (Chara aspera) na 144 jaar terug in Groningen

 

Ruw kransblad is een soort die vooral bekend is van ondiepe duinwateren in zowel het kalkarme als kalrijke duingebied, vaak in duinpoelen met een zandbodem. De soort kan echter ook aangetroffen worden in poldersloten met hardwater in veen- en kleigebieden. Juist in deze poldersloten wordt ruw kransblad vaak niet meer teruggevonden. In sommige gevallen gebeurt dit echter wel.

 

Na 144 jaar is dit nu ook voor Groningen weer het geval. Leon Luijten vond tijdens het RAVON-vissen-weekeinde van oktober 2000 een aantal vierkante meters Chara  aspera in een circa 5 meter breed watertje. De groeiplaats is een oude Maar (Amersfoort coördinaten 244.6X585.4, waarschijnlijk een oude kreek van duizenden jaren geleden) met helder water in Luddeweer, gemeente Slochteren. De heldere ondiepe waterlaag komt overeen met de bekende standplaatsen maar de bodem bestond niet uit zandgrond! Onder de waterlaag van 30 cm was een 80 tot 125 cm diepe modderige laag aanwezig waar moeilijk door heen te lopen viel. In het water was voornamelijk de overdadige begroeiing van het kranswier Chara aspera. Dit groeide in de heldere waterlaag op de modderbodem. Langs de randen was

ondermeer Gele lis aanwezig. Het water maakt een verbinding met de Woltersumer Ae en de Blokkumersloot. De omgeving is agrarisch op een klei-op-veenbodem. Er werd tijdens het RAVON-vissen-weekend natuurlijk ook nog gevist, zo werden er vele Tiendoornige stekelbaarzen gevangen op de groeiplaats van Chara aspera.

 

De oudste vondst van Chara aspera uit Groningen is afkomstig van Stratingh, 1858, buiten de A-poort. Dit moet toen een mooi gebied geweest zijn met ook Tolypella prolifer (Groot boomglanswier). Deze laatste soort wordt noch in Noord-Nederland, noch in Noord-Duitsland recent aangetroffen. De dichtstbijzijnde vondst van Chara aspera is in Friesland, Boornbergumer Petten bij Veenwouden. In 1840 werd in dit gebied tevens Nitella hyalina (Klein glanswier) gevonden. Afgelopen jaar (2001) is Nitella hyalina teruggevonden in een zandwinplas te Joure (Redactie).


 


De determinatie is door Joop van Raam bevestigd.

.

Afbeelding: Ruw kransblad (Chara aspera)

Uit: Determinatietabel Kranswieren in de Benelux John Bruinsma e.a.

 

Literatuur

Nat, E., 2000. Recente trends in Nederland. Nieuwsbrief kranswieren 8: 13-15;

Van Raam, J.C., 1998. Handboek Kranswieren. Chara boek, Hilversum.

 

Andre Hospers                       Leon Luijten

Bloemsingel 10 A                   Barlagerveldweg 5

9712 KZ Groningen                9541 XR Vlagtwedde

050-3140012                         0599-312081

mailto ahospers_at_scarlet.nl
Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria),

…het voorkomen in de omgeving van Groningen

 

Zo af en toe word je tijdens het inventariseren beloond met een vondst van een plant die je zo op het eerste gezicht niet direct rondom de stad Groningen verwacht te vinden. Dat overkwam mij toen ik afgelopen zomer geheel onverwachts Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria) in de berm (sloottalud) van het Kloosterlaantje, ten noorden van de begraafplaats Selwerderhof, in Groningen aantrof.

Kloosterlaantje

Het Kloosterlaantje, een kleiweg, maakt deel uit van een oud weidegebied direct ten noorden van de stad Groningen. Het gebied is cultuurhistorisch gezien zeer waardevol. Zo gaf het Kloosterlaantje in vroegere tijden toegang tot het klooster van Selwerd en zijn direct ten zuiden van het Kloosterlaantje de restanten van het kasteel van de Heren van Selwerd nog als oneffenheden zichtbaar in het veld. Aan de oostzijde van het Kloosterlaantje loopt het Selwerderdiepje, een oude Hunzemeander.

 

Het gebied staat momenteel erg onder druk vanwege de uitbreiding van het universiteitsterrein. Vandaar dat de KNNV, afdeling Groningen, op verzoek van de stadsecoloog, het gebied heeft gekozen als natuurbeschermingsproject voor 2001. Tijdens een aantal avondexcursies bleek al dat in het 'extensief' beheerde gebied bijzonderheden voorkomen als Trisetum flavescens (Goudhaver), Cynosurus cristatus (Kamgras) en Hordeum secalinum (Veldgerst). Omdat we vanwege de MKZ-crisis het gebied slechts vanaf de Paddepoelsterweg konden bewonderen heb ik eind juli wat aanvullend inventarisatiewerk gedaan. Bij het inventariseren van het Kloosterlaantje trof ik één bloeiend exemplaar van Gewone agrimonie aan in een verder vrij ruige berm. Aangezien het de eerste keer was dat ik Gewone agrimonie in de omgeving van de stad Groningen ben tegengekomen, was ik er niet zeker van of het hier ging om een aangevoerde of om een oorspronkelijk in het wild voorkomende soort. Om die vraag te beantwoorden heb ik wat speurwerk gedaan naar de verspreiding van Gewone agrimonie binnen Nederland.


Figuur 1. Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria).

 


De verspreiding van Gewone agrimonie

Gewone agrimonie (figuur 1) is een stroomdalplant die voorkomt in zoombegroeiingen en graslanden op tamelijk droge, veelal kalkhoudende grond. Zij komt met name voor in Zuid-Limburg, langs de grote rivieren, in het Deltagebied en plaatselijk in kalkrijke duinen. Daarbuiten komt Gewone agrimonie slechts sporadisch voor. Zij is van oudsher wel bekend uit de omgeving van Groningen. Gewone agrimonie vertoont landelijk gezien zo'n sterke achteruitgang dat zij op de Rode Lijst (RL 90 en RL2000) is geplaatst [Van der Meijden e.a., 2000].

 

Uit deel 3 van de atlas van de Nederlandse flora (Van der Meijden e.a., 1989) blijkt dat zij vóór 1950 met zekerheid is verzameld in de aan elkaar grenzende uurhokken H7.43, H7.53, H7.63 en H7.64, een gebied waarin een groot deel van de huidige stad Groningen is gelegen. In de periode 1950-1987 is zij alleen opgegeven voor uurhok H7.54. In 1998 is Gewone agrimonie (1 bloeiende plant) door Jennie Hendriks aangetroffen in een berm (sloottalud) op de kruising van de Pop Dijkemaweg met de Ulgersmaweg (km-hok 235X583), deze vindplaats ligt in het oude stroomdal van de Hunze. Omdat waarnemingen in het verleden nog wel eens 'verdwenen' in notitieboekjes en niet altijd werden doorgegeven aan het rijksherbarium, is er ook informatie ingewonnen bij één van onze lokale senior floristen: Stoffer Westenbrink.  Behalve een vondst aan de oostzijde van het Reitdiep (ter plekke van de wijk Paddepoel), zo'n 25 jaar geleden, zijn hem geen ander vindplaatsen uit de omgeving van de stad bekend. De vindplaats aan het Reitdiep en de huidige vindplaats aan het Kloosterlaantje (km-hok 231X584) corresponderen met uurhok H7.43 waarin Gewone agrimonie ook vóór 1950 is aangetroffen.

 

Kalkhoudende zavel

De drie meest recente vondsten hebben met elkaar gemeen dat ze zijn gedaan in het stroomdal van de Hunze of het Reitdiep. De bodem langs de geulen van deze riviertjes is, in tegenstelling tot de omliggende kalkarme kleigronden (knipklei), veelal zavelachtig en bevat op geringe diepte vaak kalk (Clingeborg, 1990). Gezien de voorkeur van Gewone Agrimonie voor kalkhoudende grond is het niet verwonderlijk dat zij rond Groningen overwegend langs de (oude) geulen van de Hunze en het Reitdiep wordt aangetroffen. Waarschijnlijk is zij hier nooit echt algemeen geweest. Zij wordt bijvoorbeeld niet voor Groningen opgegeven in oude flora's als de ‘Initia florae Groninganae[Stratingh et al., 1825] en ‘De planten der provincie Groningen’ [van Hall, 1860].

 

Is er een toekomst voor Gewone agrimonie?

In de afgelopen jaren is nagenoeg de gehele gemeente Groningen geïnventariseerd. In veel gevallen zowel in het voorjaar, de zomer als in het najaar. Ondanks het feit dat Gewone agrimonie tijdens de bloei duidelijk opvalt, het is een vrij forse zomerbloeier met kleine goudgele bloemen in lange trossen, heeft dit geleid tot slechts twee vindplaatsen met elk één bloeiende plant. Als 'populatie' zijn deze individuele planten uiteraard zeer kwetsbaar. Hopelijk kunnen we ook in de toekomst rond Groningen nog eens door deze gele fakkel worden verrast en moeten we niet over tien jaar concluderen dat de fakkel is gedoofd.

 

Edwin Dijkhuis

 

Met dank aan Wout van der Slikke voor het beschikbaar stellen van de aantekeningen van Eddy Weeda, gemaakt bij het onderzoek naar de verspreiding van A. eupatoria  voor de Atlas van de Nederlandse Flora.

Literatuur

·       Clingeborg, A.E. (1990), De bodem in en rond de stad Groningen. In: J.W. Boersma e.a. (red), 'Groningen 1040. Archeologie en oudste geschiedenis van de stad Groningen', pp. 17-32.

·       Hall, H.C. van (1860), De planten van de provincie Groningen. Bijdragen tot de kennis van den tegenwoordigen staat der provincie Groningen, pp. 355-376, Groningen.

·       Meijden, R. van der, C.L. Plate en E.J. Weeda. (1989). Atlas van de Nederlandse Flora 3; Minder zeldzame en algemene soorten. Rijksherbarium/Hortus Botanicus, Leiden; CBS, Voorburg/Heerlen.

·       Meijden, R. van der, B. Odé, C.L.G. Groen, J.P.M. Witte & D. Bal. (2000). Bedreigde en kwetsbare vaatplanten in Nederland. Gorteria 26 (4), pp. 85-208;

·      

Stratingh, G.A., R. Westerhoff en J. Bosman Tresling (1825), Intitia florae Groninganae, of proeve van eene naamlijst der planten, welke in de provincie Groningen gevonden worden. Uitg. J. Oomkens, Groningen.


 


Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus)


…. en de opmars van andere recente nieuwkomers in Groningen!

 


Half augustus reed ik, aan het eind van een drukke werkdag, over de Zonnelaan (232X582) terug naar huis toen mijn oog viel op een min of meer liggende plant met madeliefachtige bloemen en tweekleurige lintbloemen. Van boven waren de lintbloemen wit en van onderen roze tot paars aangelopen. De plant groeide langs een gevel van een woonhuis. Hoewel ik er toch bijna dagelijks op de fiets voorbij kom, was de plant mij niet eerder opgevallen. Determinatie met Heukels bevestigde mijn vermoedens dat het ging om Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus), een oorspronkelijk uit Mexico afkomstige exoot die pas in 1995 voor het eerst in Amsterdam is aangetroffen. Sindsdien is zij ook in een aantal andere plaatsen in met name het (zuid)westen van Nederland opgedoken. De vondst in Groningen is voor zover mij bekend de eerste opgave uit Noord Nederland. Ik was dan ook verrast toen ik begin september opnieuw Muurfijnstraal tegenkwam. Ditmaal aan de Praediniussingel (233X581) en ook weer langs een gevel van een woonhuis (Tekening 1). Op deze laatste groeiplek heeft ze tot begin november uitbundig gebloeid. Muurfijnstraal heeft een voorliefde voor muren en andere stenige plaatsen dus wat dat betreft zou zij het in de stenige binnenstad van Groningen helemaal kunnen gaan maken.


 


Tekening 1.   Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) langs gevel aan de Praediniussingel.

 

Een andere exoot die geleidelijk bezig is om de stad ter veroveren is de Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata). Deze kruipende, oorspronkelijk uit zuid Europa afkomstige eenjarige plant met drietallige veelal bruinpaars aangelopen blaadjes heeft kenmerkende rechtopstaande vruchten met naar beneden gebogen vruchtstelen. De plant wordt wel als tuinplant verkocht en heeft van daaruit ongetwijfeld de sprong naar meer ruderale standplaatsen in de binnenstad gemaakt. In 2000 is Gehoornde klaverzuring tijdens een avondexcursie van de plantenwerkgroep van de KNNV voor het eerst herkend in Groningen, en wel langs een gevel aan de Heereweg. Ondertussen heb ik haar in 2001 ook langs gevels in de Oosterpoort (234X581) en Korrewegwijk (233X582) en tussen de bestrating aan de Peizerweg (232X581) gevonden. Het loont haar in de gaten te houden!

 

 

Werkelijk spectaculair is de opmars van Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) in de stad. Nog niet zo lang geleden, in 1996, arriveerde Straatliefdegras op het station in Groningen (Tekening 2). Na daar twee jaar te zijn blijven hangen is ze gestaag aan een opmars begonnen en komt ze nu in een groot deel van de stad voor. Anno 2001 is ze niet meer weg te denken uit het straatbeeld. De beste tijd om Straatliefdegras tegen het lijf te lopen is in de nazomer (augustus/september), vooral op die plaatsen waar de bestrating recent is hersteld of (op)nieuw is aangelegd. Soms staat er een enkel armetierig plantje tussen de stoeptegels, maar op andere plaatsen vormen honderden planten als het ware een lint langs de rand van het trottoir. Het blijft een verrassing om haar steeds weer op nieuwe plaatsen te zien opduiken.


 


Tekening 2.   Straatliefdegras (Eragrostis pilosa) tussen bestrating nabij het NS station in Groningen.

 

Edwin Dijkhuis

 

 

 

 

VOGELEN VANUIT DE HUISKAMER

 

Door allerlei beslommerende omstandigheden begonnen we dit winterseizoen wat laat aan het voeren van de vogels die het belieft onze tuin te bezoeken. De voertafel had het, na jaren trouwe dienst, door weer en wind (en verwaarlozing…) begeven, ik kwam er pas half januari toe om bij onze plaatselijke dierenwinkel een nieuw exemplaar aan te schaffen (geïmpregneerd hout meneer, daar kan u nog twintig jaar plezier aan beleven) en de schaarse kou van dit seizoen was al achter de rug toen we met het dagelijks rantsoen van broodkruimels en zaden begonnen.

Ik houd vrijwel iedere dag de identiteit van onze gevleugelde gasten bij, en zo kom ik tot en met vandaag op 23 soorten. De meeste vreugde verschaffen ons de Goudvinken.


Natuurlijk kunnen we onze bezoekers niet constant waarnemen, maar we weten wel zeker, dat er drie paartjes van die prachtige vogeltjes sinds midden januari vrijwel dagelijks van onze goede gaven komen genieten. Begin februari verbleven ze geregeld in onze buurt. Dat mannetje en wijfje steevast in elkaars gezelschap waar te nemen zijn was in ieder geval in deze weken niet het geval. Integendeel: meestal kwamen de drie heren gezamenlijk ontbijten, af en toe zagen we de drie dames aan tafel, terwijl de mannetjes dan nergens te ontdekken waren. Mooi om te zien hoe het fraaie verenpak, vooral van de mannetjes, met het lengen van de dagen steeds kleuriger wordt.

Twee Turkse tortels (in dit geval stellig een paartje) komen steevast iedere middag op de voertafel zoeken of er nog iets van hun gading is. Verder veel Vinken en Groenlingen, af en toe een Keep, de Roodborst, en tussen de Kool-, Pimpel- en Staartmezen een enkele keer ook een Zwarte mees. Boomklever, Boomkruiper (in onze langzamerhand nogal uit z’n krachten gegroeide Larix), Winterkoning en Goudhaantje horen ook tot de regelmatige bezoekers. En niet te vergeten de Kauwen, die slimme beesten, die helaas korte metten plegen te maken met de pindanetjes. En in de laatste dagen, als het al aardig lenteachtig wordt, zit een groepje Spreeuwen tegen dat het donker wordt hun karakteristieke kwettergeluidjes te produceren in de top van de Larix. Een paar dagen geleden nam ik, voor ’t eerst dit jaar, ook het nog wat aarzelend geluid van de Tjiftjaf waar. Elders was dat beestje al eerder gesignaleerd.

Een andere, en wel heel vroege waarneming betrof onze eerste Citroenvlinder, die op 2 februari (die prachtige lentedag van hét Huwelijk) onze tuin passeerde. Ik meldde dat aan de Vlinderstichting, die mij dankbaar terugmailden dat ze de waarneming in hun bestand hadden opgenomen, maar dat het allereerste vaderlandse Citroentje toch al op 26 januari was gesignaleerd!

 

Jan Nuiver, Eelde, 12 maart 2002

 

 

 



EXCURSIEVERSLAGEN

 


Vogelexcursie Lauwersmeer, 10 februari

 

Op vrijdagavond ontvang ik van Willem Stouthamer via e- en voice-mail het verontrustende bericht dat zich, tot zijn terechte verbazing, nog geen enkel lid heeft aangemeld voor de wintergastenexcursie naar de Lauwersmeer. Gelukkig krijg ik laat op de avond de eerste melding binnen, vergezeld van de vraag ‘of het wel door gaat’, ook gezien de matige weersvoorspelling.  Nu is afgelasten zelden de beste optie, wat op de dag zelf weer eens wordt bevestigd: prima zicht (dankzij de harde wind) en toch nog negen deelnemers.

Op het verzamelpunt bij de Zoutkamper jachthaven is de start direct goed. Een grote groep Toendrarietganzen en Grauwe ganzen, samen met nog wat Kolganzen, laten zich in prachtig ochtendlicht goed bekijken. Even verderop nog meer Toendra’s, maar nu met een groep van zo’n 60 Wilde zwanen, waartussen nog een Kleine zwaan tevoorschijn komt. Aan de andere kant van de Zoutkamperril zijn man en vrouw Blauwe kiekendief  actief en verschijnt een Ruigpootbuizerd. De witte staart met duidelijk afgetekende zwarte eindband geeft aan dat het om een volwassen vogel gaat. Het langdurig bidden zonder gewenst resultaat doet vermoeden dat de ervaring nog wat jaren kan gebruiken. De soort is deze winter weer wat vaker te zien in de Lauwersmeer, maar een waarneming blijft toch een (welkome) verrassing.

Vanwege de harde wind worden vaste Baardman-(luister)plekken overgeslagen; de Schildhoek staat tot aan de weg onder water, zodat diverse Nonnetjes in close-up bekeken kunnen worden, inclusief de fraaier getekende mannetjes. Op een heel ver weg paal laat een Slechtvalk alleen z’n rugzijde zien; de bewegende beelden door de telescoop maken niet duidelijk wie van de twee – statief of Slechtvalk – de meeste last van de wind heeft.

In de haven van Lauwersoog is het vervolgens goed toeven: Dodaars, Middelste en Grote zaagbek binnen handbereik en een Toppereend die voor wat verwarring zorgt maar uiteindelijk wordt geaccepteerd als 1e-winter mannetje. Het vrouwtje IJseend dat voortdurend op en onder duikt in de zuidoosthoek van de haven, levert wat dat betreft minder stof tot discussie, tot dat iemand probeert om een bij het kleed passende afbeelding op te zoeken in een vogelgids.

Na een korte tussenstop in Schierzicht, met waarneming van een op het terras verblijvende Roodrugparkiet, gaat het rondje verder via de Friese kant. Zoals gebruikelijk verblijven daar grote groepen Brandganzen en Kolganzen, met langs de waddendijk nog wat (Zwartbuik)rotganzen. Ondanks intensief zoeken blijft een gewenste Roodhalsgans buiten bereik. Op de valreep zien we bij Engwierum nog wel een drietal Lepelaars, zij het erg ver weg. We hebben hier in de buurt bij een KNNV-excursie exact twaalf jaar geleden ook al eens een vroege Lepelaar gezien, maar die was tenminste nog alleen.  Op de website (www.lauwersmeer.com) lees ik dat al vanaf 6 februari Lepelaaars zijn gesignaleerd. Misschien spelen ze al in op onze huidige lenteachtige winters? Gelukkig vliegt ons trio na enige tijd nog een kilometer zuidwaarts, zodat we ze ook nog met het blote oog kunnen herkennen. Een leuke afsluiter van de excursie!

 

Dirk Blok

 

 

 


 


Slokkertexcursie, zondag 24 februari

 

De een na laatste week van februari was erg nat en winderig. De voorspelling voor het weekend van de 24ste waren bar: regen, storm, hagel, natte sneeuw en windstoten en temperaturen rondom het vriespunt. De aanmeldingen voor de excursie liepen dan ook niet bepaald storm. Enkelen belden op het laatst af vanwege de slechte voorspellingen.

Uiteindelijk reden we met vier deelnemers te weten Jennie, Roel, Willem en ik naar Zuidvelde. De zonneklep moest in de auto naar beneden anders werden we verblind door de zon.

 

Johan van de Wal vertelde ons in de keet over de beheermaatregelen van Natuurmonumenten in dit gebied. Het gebied rondom twee bovenloopjes van de Slokkert en de Slokkert zelf is bedoeld als weidegebied voor Galloways. Het moet uitgroeien tot een parklandschap wat nog voor 30 % open zal blijven. Men heeft begin negentiger jaren gekozen voor Galloways in plaats van bijvoorbeeld Schotse Hooglanders om dat Galloways beter bestand zijn tegen natte omstandigheden en half zo duur zijn als Schotse Hooglanders. Men wil het gebied qua waterhuishouding laten aansluiten op het Fochteloërveen. Men is al bezig met het maken van de bestekplannen voor de realisatie van deze plannen.

 

In het gebied zelf was duidelijk de eerste vorming van bos te zien. Hoekjes met Elzen en op een druk begraasd maar wat hogere weide kwamen al vele meidoorns op. Als deze meidoorns de kans krijgen uit te groeien tot kleine bosjes krijgen ook ander bomen als bijvoorbeeld de eik een kans.

In het gebied lag vroeger een eikenbos, de Brul geheten. Het hout hiervan is gebruikt o.a. voor de scheepsbouw in Amsterdam. De dikste boom in het gebied, een eik, is nog een restant van dit bos.

 

Het is de bedoeling van NM om alle weiden uiteindelijk op elkaar te laten aansluiten en tot een aangesloten weidegebied inclusief bossen te komen van 300 hectare. Het zal extensief begraasd worden door ongeveer 60 koeien. Het geheel van het gebied zal dan omrasterd worden maar dan kunnen bestaande afrasteringen verdwijnen. Het gebied kent nog enkele heel oude boomwallen, deze zullen dan deels aangetast worden omdat de koeien de bomen kapot zullen schuren.

De Galloways waren ook in lentestemming. Het eerste kalf ‘Miss Spring’ was net een paar dagen van te voren geboren en zij aarzelde niet om een sloot in te duiken om mams te volgen.

Wij hebben de wandeling besloten met een koffie in hotel/restaurant de Jufferen Lunsingh. Hier konden we vanachter het glas genieten van de voorspelde buien. Daarna konden we weer met droog weer naar de auto.

 


Brenda Bolt


 

 

 

Orchideeën

 

Als er één bloem is die op iets anders dan op een bloem kan lijken, dan is het de orchidee. Orchideeën kennen de meest bizarre bloemvormen. Sommige bloemen lijken op bijen, hommels of wespen, maar er zijn er ook die lijken op een herdershond met zijn tong uit zijn mond, een soort menselijke neus een paar schoenen, een vleermuis, een handtas, een bijenzwerm, een oesterschelp, een kamelenhoef, een eekhoorn, een wimpel of op een gebochelde oude dronkaard. De werkelijkheid van de orchidee is stukken vreemder dan de krankzinnigste verbeelding. De kleinste orchideeën zijn bijna microscopisch klein, de grootste hebben bloeiwijzen ter grootte van een voetbal. Soms zijn de bloemblaadjes zacht als poeder, maar ze kunnen ook de consistentie van een autoband hebben. Voeg daarbij dat orchideeënbloemen alle kleuren van het spectrum kunnen hebben en je begint te begrijpen waarom plantenminnaars een leven lang door orchideeën gefascineerd kunnen zijn.

 

Romke van der Ka

 


Vleermuizen

 

Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen. Ze komen overal voor, behalve op de poolgebieden. De vleermuissoorten in Nederland eten uitsluitend insecten. Vleermuizen oriënteren zich door echolocatie: dat is een soort ingebouwd sonarsysteem. Tijdens de vlucht worden ultrahoge geluidjes via de keelholte uitgestoten, die weerkaatsen op allerlei voorwerpen in de omgeving. Hierdoor is de vleermuis in staat zich een weg te banen in het donker en ’s nachts insecten te vangen. Wijfjes met een jong kunnen hun eigen gewicht aan insekten per nacht eten!

Vanaf eind oktober zoeken ze voor hun winterslaap een verborgen, vorstvrije plaats op. Halverwege maart komen ze weer te voorschijn. In mei vormen de vrouwtjes - vaak in groepjes van enkele tientallen - een kraamkolonie in grotten, bomen en gebouwen, afhankelijk van de soort. Zulke kolonies zijn heel belangrijk omdat er jongen worden geboren. Gemiddeld krijgen de vrouwtjes één jong per jaar en investeren daar veel in. Slechts 30 tot 40% van de jongen overleeft het eerste jaar *1). Een populatie vleermuizen groeit dus langzaam. In juli of augustus vallen de kolonies weer uiteen. De mannetjes leven ’s zomers alleen.

 

Sinds in de mergelgroeven ontdekt is, dat het aantal overwinterende vleermuizen dramatisch afnam, is deze diergroep in 1973 als geheel opgenomen in de natuurbeschermingswet. Hierin staat dat ze niet mogen worden gevangen of gedood. Ook mogen vleermuizen niet worden verstoord op hun schuilplaatsen.

 

Vleermuisonderzoek

Na 1980 is de vleermuisdetector op de markt gebracht. Sindsdien is veel onderzoek gedaan naar het gebruik van het landschap door vleermuizen.

In 1986 is het ‘Vleermuisatlasproject’ opgezet met als doel het inventariseren van jagende vleermuizen en het verzamelen van inventarisatie gegevens over overwinterende dieren en kraamkolonies *2).

Nadat het atlasproject in 1995 is afgesloten, is door vleermuisonderzoekers in diverse provincies het initiatief tot een verblijfplaatsenonderzoek genomen. In de provincies Groningen en Friesland is structureel gezocht naar overwinteringplaatsen in bunkers, kerken, borgen en steenfabrieken. Vooral kerken blijken door vleermuizen gebruikt te worden. Het aantal door vleermuizen gebruikte plekken is in Groningen gering.

 

Uit inventarisaties blijkt dat in Groningen 10 vleermuissoorten voorkomen:

Dwergvleermuis (voornamelijk rond huizen, slaapt in spouwmuren)

Ruige dwergvleermuis (bosjager, slaapt meest in bomen, soms in spouwmuren)

Laatvliegervleermuis (voornamelijk rond huizen, slaapt in spouwmuren)

Meervleermuis (jaagt boven het water, zomer spouwmuren, zolders; winter groeves)

Watervleermuis (jaagt boven water, slaapt in bomen, soms in huizen; winter kelders)

Baardvleermuis (bosjager, slaapt in bomen, soms in huizen; winter kelders)

Rosse vleermuis (bosbewoner, winter soms in viaducten)

Grootoorvleermuis (bosjager, boombewoner, winter in kerken en kelders)

Tweekleurige vleermuis (doortrekkend, in spouwmuren)

Kleine dwergvleermuis (parkjager, kraamplek en winterverblijfplek onbekend)

 

De kans is groot dat nog nieuwe soorten voor onze provincie gevonden worden. Te verwachten is dat ook de Bosvleermuis hier opduikt.

Vleermuizen komen de laatste tijd meer in de belangstelling, mede dankzij mooie, informatieve documentaires op de tv, waarbij ook te zien is dat uitvliegende zwermen vleermuizen een toeristische attractie zijn.

 

Huisvesting

Overwinterende vleermuizen zijn in de provincie Groningen voornamelijk aangewezen op kerken, oude holle bomen en spouwmuren. De oude bomen vinden ze in parken en op borgterreinen waar opvallend grote groepen vleermuizen voorkomen. Borgterreinen zijn in het Groninger landschap oases voor vleermuizen. Het borgbos van de Fraeylemaborg is het belangrijkste vleermuisbos in het Noorden. Het borgbos van de Ennemaborg is iets jonger en beschikt over een kleiner aantal holle bomen dan de Fraeylemaborg. De populatie vleermuizen is hier beduidend kleiner, maar het aantal soorten is even groot.

In de kelders van de borg Verhildersum te Leens zijn in het verleden na het openbreken van een vloer een groot aantal vleermuizen gevonden. De dieren hebben de winterslaapplek verlaten maar zijn nog jarenlang ’s zomers aanwezig geweest.

Borgterreinen bieden kraamkolonie-plekken voor vijf soorten en jachtgebieden voor alle in de provincie voorkomende vleermuizen. Veel vleermuissoorten komen in Groningen voor dánkzij deze borgterreinen. Ze zijn dus zeer belangrijk voor het behoud van de soort. De bomenlanen, die naar de borg leiden, bieden luwteplekken waar zich insecten uit de omgeving verzamelen die door vleermuizen bejaagd worden *3) *4).

Alle bomen met holtes zijn voor vleermuizen interessant, omdat boombewonende vleermuizen vaak verkassen en zo een hele reeks bomen bewonen.

Nieuwe plekken (b.v. onlangs gebouwde winterverblijfplaatsen) worden door vleermuizen moeilijk ontdekt. Oude bomen en niet gebruikte kelders waarin vleermuizen overwinteren dienen wij met de grootste zorgzaamheid te behandelen.

Behoud van winterverblijfplek, kolonieplaats en jachtgebied is voor de dieren van het grootste belang.

 

Marjan van Oosten

 

*1) Gids Vleermuizen van Europa ISBN 90 5210 361 5

*2) Atlas Nederlandse Vleermuizen 1997 ISBN 90-5011-091-6

*3) Vleermuizen op landgoed Fraeylemaborg. Huitema, H., M.E. van Oosten 1994

*4) Vleermuizen op landgoed Ennemaborg. Huitema, H. 1995

en de folder ‘Vleermuizen in en om huis’ van de provincie Zuid-Holland

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Vleermuis excursieprogramma BAT zomer 2002

 

Tijdens de Vleermuisexcursies wordt met vleermuisdetectors geluisterd naar deze nachtvliegers. Voor excursies buiten de stad graag even aanmelden. Bij veel regen gaat de excursie niet door.

Info Marjan van Oosten 050 3144605 of mailto: marjan.oosten_at_12move.nl

 

 

Pieterburen 1 mei. Op de dag van ‘de arbeid’ gaan we in Pieterburen proberen de dwergen te vinden, die op de dorpsgrens hun kraamkolonie hebben gehad. Ook zullen we pogingen ondernemen om de boven de gracht, rond de kerk, vliegende vleermuizen te determineren. En als dat nog niet genoeg is gaan we naar één van de Wielen, waar watervleermuizen verwacht kunnen worden.

We starten bij ‘Domies toen’ 20.30 uur en de excursie duurt tot 22.30 uur.

 

Groenestein Groningen, 5 juni. In park Groenestein gaan we zoeken naar de kolonieplaats van de watervleermuizen die daar rijkelijk boven het water vliegen. Tevens zullen we onderzoeken of de rosse vleermuizen in het park kolonieplaatsen hebben.

We starten bij de parkeerplaats 21.00 uur en de excursie duurt tot 23.00 uur.

 

Ennemaborg, 3 juli. Rond de borg kunnen we baardvleermuizen en grootoorvleermuizen verwachten. Achter op het borgterrein vliegen de drie soorten dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen en watervleermuizen. Startpunt bij de parkeerplaats tegenover de borg 21.30 uur en de excursie duurt tot 23.00 uur.

 

Sterrebos, Groningen 31 juli. Na een inleidend praatje kunnen we rosse vleermuizen de boom zien uitvliegen. Tussen de boomkruinen jagen drie soorten dwergvleermuizen, lager jagen soms grootoorvleermuizen en boven de vijver kunnen water- en baardvleermuizen jagen.

De excursie begint 21.30 uur bij de koepel en duurt tot 23.00 uur.

 

Vinkhuizen Groningen, 4 september. De Eelderbaan is de laatste jaren vaak in het nieuws. We verwachten hier dwergvleermuizen, water- en meervleermuizen, enkele overvliegende rosse vleermuizen te ontmoeten.

De excursie start 21.30 uur bij de kinderboerderij en duurt tot 23.00 uur.

 

Noorderplantsoen Groningen, 9 oktober. De rosse vleermuizen die jaarlijks enkele maanden overdag in een boom slapen, verzamelen zich nu in het park. We kunnen het luide roepen van de mannetjes duidelijk horen terwijl ze langs ons hoofd door het park scheren. Daarnaast jagen tussen de boomkronen drie soorten dwergvleermuizen. Boven het wateroppervlak kunnen we de water en meervleermuis volgen in zijn vlucht.

We starten bij het restaurant midden in het park 21.30 uur.


IVN Groningen/Haren

Programma voorjaar/zomer 2002

Cursussen:

·          Wilde plantencursus: theorieavonden vinden plaats op de dinsdagen 23-4, 7-5, 21-5, 4-6 en 18-6 in het AOC-Terra aan de Hereweg 99 te Groningen. De lessen starten 19.30 uur en eindigen op 22.00 uur. De excursieochtenden vinden plaats op de zaterdagen 27-4, 11-5, 25-5, 8-6 en 22-6. De kosten bedragen 35 euro voor leden en donateurs en 40 euro voor niet leden/donateurs. Opgave/inlichtingen Ernst Flentge 050-5349131.

·          Cursus ‘vogelen in vogelvlucht’: theorieavonden vinden plaats op de donderdagen 28-3, 4-4, 11-4, 18-4 en 25-4 in het Natuurmuseum aan de Praediniussingel 59, Groningen. De lessen starten om 19.30 uur en eindigen op 22.00 uur. De excursieochtenden vinden plaats op de zaterdagen 30-3 (Friescheveen/De Braak), 6-4 (Kardinge), 13-4 (Peizermade) en 20-4 (Lauwersneer). De kosten bedragen 32,50 euro voor leden en donateurs en 40 euro voor niet leden/donateurs. Opgave/inlichtingen Pieta Walma 050-5252764 of Joke Jansen 050-5266760.

Excursies:

·          Zondag 24 maart: wandelexcursie in de Breebaartpolder met als thema: trek- en broedvogels van zoutwaterpolders. Vertrek 9.00 uur met auto’s vanaf parkeerplaats Kardinge, ca. 14.00 uur terug in stad

Opgave/inlichtingen Rob Lindeboom 050-5425163

·          Zaterdag 30 maart: wandelexcursie in het Noorderplantsoen met als thema: stinzeplanten. Vertrek 14.00 uur bij het restaurant ‘Jantje zag eens pruimen hangen’.

·          Zaterdag 13 april: wandelexcursie in het Quintusbos o.l.v. Piet Glas met als thema: vogels in het Quintusbos. Vertrek 8.30 uur vanaf de parkeerplaats van het Glimmerbos aan de Rijksstraatweg te Glimmen.

·          Zondag 12 mei: ‘Vroege Vogels’-wandelexcursie in het Stadspark met als thema: vogelzang. Vertrek 4.00 uur bij de hoek Concourslaan/Paterswoldseweg, ca. 7.00 uur afgelopen. Inlichtingen Rob Lindeboom 050-5425163

·          Zondag 12 mei: wandelexcursie in Haren o.l.v. Ernst Flentge met als thema: natuur in het centrum van Haren. Vertrek 10.00 uur bij de NH-kerk op de hoek Rijksstraatweg/Kerkstraat.

·          Zondag 26 mei: wandelexcursie in de Oude Venen in Friesland met als thema: moeras- en watervogels. Vertrek 8.00 uur met auto’s van het Overwinningsplein, ca. 14.00 uur terug in stad. Opgave en inlichtingen Rob Lindeboom 050-5425163

·          Zaterdag 22 juni: wandelexcursie Bargerveen met als thema: moeras- en nachtvogels (o.a. Nachtzwaluw en Grauwe klauwier). Vertrek 16.00 uur met auto’s van het Overwinningsplein, ca. 24.30 uur terug in stad. Opgave/inlichtingen Rob Lindeboom 050-5425163

Lezingen:

·          Donderdag 18 april: lezing en diavoorstelling over de fauna en flora in het Recreatiegebied Kardinge door Sybren Dusseljee. Aanvang 20.00 uur in het pand van Centraal Wonen aan de Bentismaheerd 23 te Beijum.

Inlichtingen Rob Lindeboom 050-5425163

 

EXCURSIEPROGRAMMA KNNV afd. GRONINGEN

 

> Voor zover niet anders staat vermeld, beginnen alle excursies om 9.00 uur vanaf het Overwinningsplein in Groningen. Opgave bij Brenda BoltX 050-5273227 mailto brenda_at_bolt13.myweb.nl of bij Willem StouthamerX 050-3143841, mailto stouthamer.wj_at_inter.nl.net.

 

> De excursiecommissie houdt zich het recht voor om bij te weinig opgave van deelnemers de excursie te annuleren. Leden die zich aangemeld hebben worden dan geïnformeerd.

 

Zondag 14 april, Schanskertocht

Op 18 maart j.l. heeft Aart Jan Langbroek (voorzitter KNNV afdeling Veendam) de lezing ‘Water en Natuur in het Oldambt’ gehouden over dit boeiende gebied, dat volop in beweging is (Blauwe Stad) en zeer de moeite waard om van te genieten en te beschermen. Aart Jan is bereid gevonden zijn lezing ter plekke voort te zetten.

We starten in Winschoten (Rosarium) in noordwestelijke richting om, ten noorden van het Winschoterdiep, door de toekomstige Blauwe Stad te rijden. Eventueel doen we en passant nog enkele watertjes aan in Winschoten. Daarna gaan we in oostelijke richting naar Nieuweschans, ondermeer via de Ulsderpolder. Faunapassages, heldere watertjes, nieuwe recreatieve natuurgebieden zullen we ontdekken. En ook zullen we stilstaan bij Houwingaham, een door de oprukkende Dollard verdwenen dorp. Terug gaan we via enkele (nieuwe) wielen, Booneschans en de Pekel Aa. Wellicht doen we Oudeschans ook nog aan.

Beginpunt is in Groningen, Overwinningsplein 9.00 uur en in Winschoten (Rosarium) een uur later, dus 10.00 uur.

 

Maandag 15 april, Jaarvergadering

U krijgt hiervoor een aparte uitnodiging.

 

Zaterdag 20 april, Westerbroek.

(i.p.v. 31 maart zoals in de vorige Padloper staat)

Onder leiding van een Wilco Zwaneveld van Natuurmonumenten maken we een wandeling door het natuurgebied ten noorden van Westerbroek. We verzamelen om 9.40 op het parkeerterrein tegenover Ikea en starten om 10.00 uur vanaf de parkeerplaats bij het Motel Westerbroek.

 

Het gebied is sinds 1954 in beheer bij Natuurmonumenten, het bestond oorspronkelijk uit 3 petgaten, wat bos en een oude laan. In de jaren negentig zijn er in het kader van een ruilverkaveling gebieden bijgekomen. Deze worden voornamelijk gebruikt als hydrologische bufferzone, om de uitdroging van het gebied zoveel mogelijk te beperken. In de bufferzone zijn drie ondiepe plassen aangelegd, waarvan in twee van de drie het water boven verwachting goed blijft staan. Hier zijn een paartje Brilduiker geconstateerd, foerageren Lepelaars, waren veel steltlopers te zien en komen nog steeds watersnippen voor.

In de bomen en struikgebied zijn Roodborsttapuiten en Kwartelkoningen waargenomen. Het gebied wordt begraasd door runderen, helaas komt er nog veel Pitrus voor. Leuk is de komst van de grote boterbloem op zes verschillende groeiplaatsen. Zevenster wordt in het bos gevonden.

Alle millieus varierend van nat naar droog komen in het gebied van de petgaten voor: open water, wilgen, elzen bos, eiken en beuken bomen. Op het dode hout in het bos zijn veel soorten mos te vinden.

Aan de oostkant van het gebied komt landbouwgebied pachtvrij. Ook dit gebied wil men in samenwerking met het Waterschap gebruiken om de verdroging van gebied verder tegen te gaan.

Hoge schoenen of, nog beter, laarzen zijn een must in dit gebied. Het einde van de excursie is in de eerste helft van de middag gepland, dus evt. drinken en brood meenemen.

Graag ruim van te voren opgeven bij Willem Stouthamer 050-3143841 of bij Brenda Bolt 050-5273227.

 

Zondag 28 april, JUBILEUM wandeling  Haren - de Punt.

‘Tijdens de oprichtingsvergadering van onze KNNV afdeling Groningen besloot men de allereerste excursie op zondag 31 maart 1901 te houden. Wegens het slechte weer is deze wandeling uitgesteld naar 28 april 1901.

U snapt het natuurlijk al, met deze wandeling willen wij deze excursie gedenken. Komt allen in grote getale, opdat te zien en te beleven is dat onze afdeling na honderd jaar nog springlevend is’.

Dit stond vorig jaar in de Padloper; helaas de excursie kon vanwege de MKZ niet doorgaan, dus met een jaar vertraging gaan we er deze keer voor!

We verzamelen om 12.30 uur op het Overwinningsplein of een kwartier later op de parkeerplaats bij Paviljoen Sassenhein, Lutsborgsweg 51, Haren.

U gelieve zich op te geven!!

 

25 mei 2002 Fochteloërveen, uniek en internationaal beschermd hoogveenreservaat

Vertrek: 8.30 uur Groningen winkelcentrum Overwinningsplein of 9.30 uur Beheerschuur Natuurmonumenten (Wepespolder, volg bordje camping Gootmeer)

Excursieleider: de heer Willem Klok, beheerder, of zijn directe plaatsvervanger.

 

Passend in de reeks hoogveenlezingen en excursies is de excursiecommissie bijzonder verheugd u dit jaar twee topreservaten aan te kunnen bieden. Niet alleen maken we gebruik van de uitnodiging van de boswachter om terug te gaan naar het Meerstalblok (een nieuw gedeelte maar uiteraard ook 's avonds weer Nachtzwaluwen spotten), ook gaan we met de beheerder het bekende en internationaal erkende reservaat Fochteloërveen bekijken.

 

Op 25 mei bieden we eerst een korte inleiding in de werkschuur, gevolgd door een echte hoogveen wandeling. Er is gevraagd speciaal aandacht te geven aan de beheersmaatregelen waarvan de eerste resultaten prachtig te zien zijn. Ook hebt u kans op Ringslangen, Hazelwormen, Roodborsttapuiten etc. Na de rondleiding (en de meegebrachte lunch) gaan we nog naar de nieuwe uitkijktoren voor een poging om de broedende Kraanvogels te zien. Graag opgave! ( zie boven).

 

Zaterdag 22 juni, Rottige Meente

Bonny van der Werf neemt ons mee naar Rottige Meente, een schitterend natuurgebied achter Wolvega. Niet alleen richten we onze blik omhoog naar vogels, maar ook omlaag naar het trilveen. Uitgebreid zullen we hier oog voor hebben. Bonny heeft er ook voor gezorgd dat we samen met de beheerder vanuit een boot de Rottige Meente observeren om tot de conclusie te komen dat de naam voor het gebied tegenwoordig anders gekozen zal worden.

Dit bijzonder levend veen past goed in onze reeks over venen!

Start 11.00 uur vanaf het Overwinningsplein. Stevige schoenen, evt. laarzen, aanbevolen. Om vijf uur gaan we weer richting Groningen. Graag opgave!

 

Zondag 21 juli Hazelünekuhweide

Om 8.30 uur vertrekken we onder leiding van Roel Douwes vanaf het Overwinningsplein naar dit landschappelijk prachtige gebied met voedselarme rivierduinen en oude stroomarmen van de Haze. In dit gebied kunnen we vele soorten planten verwachten, zoals weiden met prachtige jeneverbesstruwelen, Steenanjers, Ondergedoken moerasscherm, Klein warkruid, Overblijvend hardbloem en diverse zegges.

Stevige schoenen, en bij nat weer evt. laarzen, worden aanbevolen. Lunch meenemen. In de tweede helft van de middag worden we weer terug verwacht in Groningen. Graag opgave voor deze excursie ( zie boven).

 

Zondag 4 augustus, Westerwolde

Om 9.00 uur vertrekt de excursie vanaf de kop van de Oosterpoortwijk, hoek Verl. Griffestraat / Meeuwerderweg. Eerst neemt Roel Douwes ons mee voor een wandeling door het gebied van Wollinghuizen. In 1993 is een deel van een oude meander van de Ruiten A hersteld en kan de Ruiten A weer opnieuw meanderen. Een grote verscheidenheid aan planten kan worden verwacht. Langs de beek beekbegeleidende vegetaties met vochtige ruigte soorten als Waterviolier, Moeraswolfsklauw, Noordse zegge. In dit oneffen terrein zijn laarzen dan wel stevige schoenen aan te bevelen.

Daarna maken we een wandeling in Eemboerveld bij Smeerling, een oud loofbos dat als natuurontwikkelingsterrein wordt beheerd. In 1991 zijn hier ook akkers vergraven zodat het reliéf hersteld kon worden welke hier zo’n 100 jaar geleden aanwezig was. Een nat en golvend heideterrein met plassen in de lagere delen is het resultaat. Eenden en meerkoeten zijn op het water te vinden, wilgen en zwarte elzen nemen weer bezit van de oevers.

We denken tegen plus minus 4 uur weer terug te zijn in Groningen. Lunch meenemen. Graag opgave voor deze excursie.

 

 

 

WEB sites:

www.alterra.nl

www.mfgroningen.nl

www.natuurloket.nl

www.natuurkalender.nl

www.floron.nl

www.natuur.pagina.nl

www.knnv.nl

www.natuurbeleving.be

www.nederlandnatuurlijk.nl

www.groningerlandschap.nl