KNNV: 100 jaar Groningen en 65 jaar Veendam en omstreken.


Afdeling Groningen: afdeling Veendam en omstreken feliciteert u als leden van harte met uw 100jarige bestaan.


Deze felicitatie geldt eigenlijk ook een beetje voor onze eigen Veendammer afdeling. Immers, zonder Groningen zouden wij wellicht nooit zijn opgericht. In de 30er jaren maakte Groningen klaarblijkelijk een groei door tot 282 leden. Daarvan waren 93 leden uit Veendam en omstreken. Dit werd aanleiding om Veendam als aparte groep in het leven te roepen: op maandag 12 oktober 1936 was er een eerste bijeenkomst in Veenlust. De groep bestond toen uit 70 leden. Dr. G.D. Swanenburg de Veye, een paddestoelen expert, was onze eerste voorzitter. De toenmalige voorzitter van Groningen, Dr. J. Botke gaf tijdens deze eerste bijeenkomst een lezing met lichtbeelden over “Het rijke natuurleven”.


Veendam had klaarblijkelijk bestaansrecht, gezien het jaarverslag dat de Veendammer groep (secretaris de heer P. Korte) aan het bestuur van Groningen zond. Op grond daarvan meldt afdeling Groningen in haar jaarverslag van 1938:” …. Er blijkt uit dat deze jonge groep een krachtig leven openbaart; wellicht is het mogelijk, dat zij uitgroeit tot de nieuwe afdeling Veendam. De Groningers zullen met belangstelling het werk te Veendam gadeslaan en vooral niet willen aansturen op een altijd durend verbond”. Het Verslag over het jaar 1938 van de groep Veendam e.o. vermeldt: “….. het aantal leden steeg boven de honderd, en de samenwerking met Groningen was als steeds een zeer prettige”.


Er werden gezamenlijke excursies gehouden, zoals de avontuurlijke excursie op 28 juni 1938 naar Rottum. Op de terugweg bleef de boot met Veendammers vastzitten. Motorpech en guur weer maakte de terugtocht in de boot, waarop geen geschikte schuilmogelijkheid was, tot een onaangenaam verblijf.


Op 1 januari 1939 werd definitief gekozen voor een eigen afdeling: afdeling Veendam en omstreken. Dit besluit werd vergemakkelijkt door de Groninger opstelling om ons bij te springen als dat nodig was.


Ook nu nog zijn de banden met de Groninger afdeling sterk aanwezig, zoals mag blijken uit de samenwerking tussen onze beide plantenwerkgroepen. Er zijn gezamenlijke excursies geweest naar onder andere Hasbruch en de Millingerwaard, en er vindt gedegen uitwisseling van kennis plaats, zoals over grassen en zeggen.


Het verheugt ons dat beide afdelingen nog springlevend zijn, en wellicht kunnen de banden verder worden aangehaald: om onze natuurkennis op peil te houden, om het landschap en de natuur te beleven, en misschien om gezamenlijk op te trekken om natuur te beschermen. Want ons landschap in het huidige Noord-Nederland lijkt in steeds sneller tempo aan veranderingen onderhevig te zijn. Een groot verschil met 100 en 65 jaar geleden, hoewel er ook toen al tekenen waren van verdwijning van natuur.


Namens de leden van KNNV afdeling Veendam en omstreken,

Het Bestuur


Bronnen:

50 jaar KNNV afd. Veendam e.o. (Henk Twiest, 1986)

Jaarverslag afdeling Groningen, 1937

Jaarverslag afdeling Groningen, 1938

Jaarverslagen 1936-1941 afdeling Veendam e.o. (Album I)




BERICHT UIT LEEK.


In de tuin is deze zomer allerlei te horen en te zien. De Tjiftjaf, één van onze kleine zangers, die wel wat lijkt op de Fitis maar sterk verschilt door de zang, heeft een nest in de taxushaag en voert nu al druk haar jongen. Die zitten er binnenin, zodat we ze niet kunnen zien. Enige meters erboven zingt voortdurend het mannetje. Altijd hetzelfde: tjif, tjaf, tjiftjaf. Met kleine tussenposen. De hele dag door. Drukdoenerig, onrustig, springend van tak op tak, in een Meelbes, familie van de lijsterbes. Een klein soort boom, bloemen wit, vruchten rood. Of in een Goudiep, vlak daarbij, iets groter, met goudkleurig blad, of in de Prunes, daarnaast, even groot, met zeer veel roze bloemtrossen! Eén en al onrust is het mannetje en dat komt door het nestje in de Taxus; dat moet wel zo zijn. Hij waarschuwt andere vogels dat dit zijn territorium is.

Het wijfje brengt insekten naar het nest. Zéér snel komt ze naderbij, strijkt eerst neer in een Cunninghamia, een klein soort boom, gaat een eindje omhoog tot de plaats van het nestje in de heg en duikt dat in een flits naar dat nestje toe om de jongen te voeden. Intussen blijft het mannetje zingen of eigenlijk roepen: Tjiftjaf, tjiftjaf. We zijn benieuwd hoe dit nu verder zal gaan: naar het uitvliegen van de jonge tjiftjafjes!


H.R. Dolfien


Naschrift.


Eksters verstoren heel wat in de tuin. Twee nesten hebben ze leeggeroofd. De lege eischalen lagen onder de boom, Houtduiven. Gelukkig horen we nog steeds de heldere tonen van het Zwartkopje, dichtbij of even verderop bij de buren. De nesten van deze soort zijn heel moeilijk te vinden. We proberen het niet. Er broeden nog wel Bonte vliegenvangers. Bij de buurvrouw!




KONINKLIJKE NEDERLANDSE NATUURHISTORISCHE VERENIGING

Afdeling Groningen


UITNODIGING


aan alle leden en donateurs van de afdeling Groningen om deel te nemen aan het

JUBILEUM SYMPOSIUM

Honderd jaar veldbiologie in Stad en Ommelanden



op zaterdag 6 oktober 2001 in het auditorium van het Biologisch Centrum,

Kerklaan 30, te Haren. Aanvangstijd 10.00 uur


Na de familiedag begin juni in het Lauwersmeer is dit de tweede activiteit, die de jubileum-commissie in opdracht van het afdelingsbestuur organiseert. Deelnemers aan deze bijeenkomst wacht een plezierige en informatieve dag, waarin de drie doelstellingen van de KNNV: natuurbeleving, natuurstudie en natuurbescherming op allerlei manieren door zes inleiders aan de orde zullen worden gesteld.


Dit is het programma:

Welkom, uitgesproken door Wim Zolf, voorzitter van de afdeling Groningen;

Opening van het symposium door Gedeputeerde mevrouw Rita Jansen, namens het

Provinciaal bestuur;

Toespraak door Jan Doevendans, (Buitenbedrijf BBZ)

Moeten wij ons natuurschamen?

Inleiding door Ben Koks, (SOVON)

De Grauwe Kiekendief en het natuurbeleid in het witte gebied

Inleiding door Prof. Dr. Ben Westerink, (auteur Wilde planten West-Groningen)

Over planten die komen en gaan

Lunchpauze; een eenvoudige lunch wordt u door het bestuur aangeboden.


Inleiding door Jan Abrahamse, (hoofdredacteur Noorderbreedte en het Waddenbulletin)

Het Noord-Nederlandse landschap: een welvarende periferie

Inleiding door Renée Bekker, (auteur Het Milieu van de natuur)

Het milieu van de natuur in Stad en Ommeland

Inleiding door Carla Alma, (ex. Waddenvereniging)

Veld, vogels en cultuurlandschappen


Na iedere inleiding – die ca 20 minuten duurt – zal er gelegenheid zijn voor vragen en discussie. De sprekers krijgen de beschikking over de modernste visuele apparatuur. Na afloop is er volop gelegenheid de inleiders en elkaar te ontmoeten bij een hapje en een drankje.


Er wordt gezorgd voor boekentafels: de KNNV-uitgeverij zal tijdens het symposium present zijn met zowel de nieuwste als oudere uitgaven. En bij Jan en Geertje Luit kunt u terecht voor uitverkochte en antiquarische literatuur over planten, dieren, natuur en milieu!


Dank zij belangrijke financiële ondersteuning van de gemeente Groningen, de provincie Groningen, het VSB-fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds zijn toegang tot en deelname aan dit symposium gratis.


Wij verzoeken u tijdig, d.w.z. uiterlijk 9.45 uur, aanwezig te zijn. Aan de overzijde van het Biologisch Centrum is ruime parkeergelegenheid.


Met het oog op de organisatie is het beslist noodzakelijk dat u zich van te voren (en dan graag zo spoedig mogelijk) opgeeft. U kunt dat doen met behulp van het formuliertje aan de ommezijde; wilt u dat ingevuld zenden aan Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen, telef. 050-3143841, e-mail: stouthamer.wj@inter.net


Graag tot ziens op 6 oktober !


Het bestuur/ De jubileumcommissie

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Stuur deze aanmelding in een envelop aan:

KNNV-Jubileumcommissie, p/a Willem Stouthamer, Zoutstraat 17-3, 9712 TB Groningen!


JA, ik/wij neem/nemen graag deel aan het Jubileum Symposium in Haren op 6 oktober 2001.


Naam: Telef. Nr:


Adres: Postcode : Plaats:


Wij komen met …. personen.

Datum: Handtekening:



GA OP 15 SEPTEMBER NAAR DE FLEVO.

Op 15 september wordt op camping Flevostrand de KNNV Natuurmanifestatie Flevoland gehouden.

Een KNNV-er die enigszins kan, moet daar naar toe met familie, vrienden en andere natuurgeintresseerden. De openning is om 9.30 uur.

Wat is er te doen:

Binnengebeuren. Een grote tent waar op 35 tafels van alles wordt aangeboden en waar van alles te zien is. Een greep uit het aanbod:

KNNV-publicaties

Diverse kasten (vogels, hommels, vleermuizen)

Zaden

Tweedehands boeken

Braakballen (info)

Vogelkoppenquiz

Geologie – gesteenten

Insekten – info + binoc (2)

Hydro – bio: bakken

Paddestoelen: quiz + expo

Microscopie

Planten : quiz

etc., etc.

Daarnaast 2 convo - tenten voor workshops en kinderaktiviteiten.

Naast dit binnengebeuren is er buitengebeuren d.w.z. vogel -, paddestoelen -, planten -, libellenexcursies, vaartochten (tegen vergoeding) en een kabouterpad voor de kinderen.


Het terrein van camping Flevostrand ligt ± 2 km ten oosten van gemaal Lovink bij Hardersluis tegenover het Harderbos. Er is speciale bewegwijzering.










LOSSE HERINNERINGEN


Als (oud)NJN-er werd je niet zo gauw KNNV-lid. Er was een generatiekloof die je weerhield. Misschien ook nog een restant wrevel jegens het NNV-bedillerige ten opzichte van de jonge jeugdbond in de twintig- en dertiger jaren?

Maar ik ben dan toch in ca 1960 lid geworden!


M’n eerste vergadering was in de zaal van het Natuurhistorisch Museum in het Prinsenhof, toen het domein van Jo de Jonge als conservator. De Groninger Jo de Jonge was één van de oprichters van de jeugdbond NJN (in 1920). Ik was (uiteraard…) aan de late kant: 8 uur. De deur zat al vast en het geroezemoes binnen overstemde mijn pogingen om gehoor te krijgen. Mijn eerste vergadering eindigde dus vóór hij was begonnen. Mooi vroeg thuis!

Het Prinsenhof was het vergader- (en lezingen-)hart van de KNNV. De Jonge zette koffie in een kan in het aangrenzende keukentje. Een grote kolenkachel middenin zorgde voor de verwarming.

Later ging het museum naar een voormalige school in de Agricolastraat. Veel KNNV-ers hielpen met verven, repareren en verhuizen. Vergaderen deden we toen in de school aan de Westerbinnensingel, waar John Otto directeur was. Dat is toen jarenlang onze plek geweest. Koffie maakten we in een, door mej. Pool geschonken, kleine machine; we hadden onze eigen voorraad koffie! Hier moesten we het handwerk-lokaal altijd helemaal verbouwen, en na afloop weer terug-verbouwen..

Vervolgens belandden we wéér in het Natuurmuseum, toen dat opnieuw verhuisde, nu naar het Kattenhage. Ik herinner mij, dat de voorwaarden waaronder we daar mochten vergaderen nogal wat gedoe veroorzaakten; zelf was ik daarbij niet betrokken.


Gek dat me, wat lezingen betreft, meer te binnen schiet uit het grijze Prinsenhof-verleden dan van later. Over Scholeksters, Kemphanen, fossiele diersporen ging het, ook kwam Kurt Walde, een KNNV-reisleider uit Oostenrijk, en er was een lezingencyclus over insekten. Die laatste was in januari en februari 1962 om de twee weken, en daar had ik verslagjes van gemaakt: prof. Leen de Ruiter, over camouflage, Clason -- inleiding insekten, John Otto -- kevers en Fred Wilmink --vlinders. Later nog de heer Bolman over zijn (floristische) fietstochten in Noord-Frankrijk, waarover hij ook in Natura schreef (dat was aan het Kattenhage).


Al vrij snel belandde ik in het bestuur en maakte de heer Clason nog mee als voorzitter. We hadden altijd geanimeerde, vriendschappelijke bestuursvergaderingen met o.a. John Otto, mevr. Dijkstra, Bert Fekkes, Jo de Jonge, later Siny Becker en Dick Pegtel. Nog weer later in een tweede bestuursperiode met Mien Doeksen, Bart Henstra, Menno Ritsema, Klaas Huisman, Hiddo Dolfien en Elly Wieringa. Betaalden we in het begin de contributie per kas per kwitantie, in mijn penningmeesterperiode was dat per giro, hoewel er nog veel contante handelingen waren. Tussendoor zat ik nog in de kascommissie en controleerde de kas bij Stoffer Westerbrink.


Als je het mij vraagt zou ik zeggen: we hadden (bijna) elk weekend wel een excursie. Dat zal wel niet zo zijn. Wij, als bestuur, waren er eigenlijk altijd bij. Maar we gingen wél veel, dichtbij en ver(der)af: van Stadspark en Appèlbergen tot Börkener Paradis, waar we een keer bij warm weer in onderbroek (en beha) het water indoken.

In het verre verleden werden excursies vaak verslagen in de krant. Ook later deden we dat wel weer. Zo rond 1970 gebeurde dat bijvoorbeeld ook, en tekenaar Nico Visscher van het Nieuwsblad van het Noorden haakte daar soms op in. We overwogen ook wel om aankondigingen van excursies te plaatsen, maar waren wat huiverig voor een “IVN-“effect.

Schiermonnikoog was ook wel ons doel. Zo was daar eens de Sneeuwuil gesignaleerd, die we ook een paar keer goed in de kijker kregen.


Ik herinner me een gewestelijke excursie (die waren er met een zekere regelmaat, lange tijd georganiseerd door Hiddo Dolfien) naar de Knardijk, toen alleen het eerste stuk er lag i.v.m. de aanleg van de Z.O.-polder. De bus met excursiegangers moest eerst even een stop maken in Harderwijk; daar zat een bijzondere vogel: de Turkse tortel, net begonnen aan z’n opmars!


Jarenlang telden we (én genoten én keken naar andere dingen) vogels rond de Lauwerszee (later het Lauwersmeer) en waddendijk tot Kloosterburen. Met ons groepje bivakkeerden we eerst regelmatig bij ons lid mevr. Zetsma op de Stadsboerderij in Zoutkamp. We waren daar dan een week-end. Via de Wilhelminatrap gingen we “de plaat” op, die o.a. royaal met Spartina en Zulte begroeid was. Kluten- en Kapmeeuwenkolonies, Kemphanen. Later “verhuisden” we nog mee naar haar woning in Leens, maar dat was toch minder geschikt. Eén keer hebben we overnacht in een leegstaande arbeiderswoning, tenslotte werden het dagtochten op zaterdag of zondag, de tijd aanpassend aan hoogwater. De café’s in Zoutkamp, Hornhuizen en later Vierhuizen werden onze “evaluatie”-plekken. Jo de Jonge was altijd de centrale man. Het was geen officiële werkgroep, meer een losse groep, maar wél werden de gegevens doorgegeven naar Staatsbosbeheer en waren we voorloper van de latere SOVON-tellingen.


Na de afsluiting van de Lauwerszee keken we de eerste keer verdwaasd rond: alleen land met hier en daar wat water: Vlinderbalg, Jaap Deensgat. Lopen over een oneindige slikkerige zandvlakte met schelpresten, soms een oude plank die we konden gebruiken om over een priel te komen.


Zuster Voskuylen, een non van het klooster in de Merwedestraat, ging regelmatig mee op excursie. Eens zakte ze diep weg in de blubber. Herman van der Meer (athëist) waste/wies haar voeten…

Elke neergeschreven herinnering roept weer meerdere nieuwe op, maar ik mag niet te breedvoerig worden. ’t Is soms wel moeilijk om me in te houden!


(wordt óók nog vervolgd!)


Jan Luit






wat ons altijd weer boeit - het verleden van de afdeling Groningen.


We schrijven het jaar 1945. Het bevrijdingsjaar. Van augustus 1944 tot de bevrijding hadden de activiteiten van de afdeling Groningen stilgelegen.. Maar al op 4 juni 1945 vond de eerste na-oorlogse vergadering van de afdeling plaats. De vergadering was bedoeld om weer een start te maken met de werkzaamheden van de afdeling . Een curieus besluit op deze vergadering was, dat de leden zelf mochten beslissen of ze over het jaar 1945 de volledige of de halve contributie zouden betalen. Maar goed, de start was gemaakt en in de zomer van dat jaar werden nog zes excursies gehouden, op een uitzondering na ,allemaal in de directe omgeving van de stad , want vervoer was in die tijd nog een moeilijk verhaal.


notulenboek

Tegelijk met de nieuwe start van de afdeling werd ook een nieuw notulenboek in gebruik genomen. Een fantastisch mooi , groot, ingebonden boek met kartonnen kaft en linnen rug.Het gebruikte papier was en is nog steeds van prima kwaliteit. In die tijd van een algemeen gebrek aan alle soorten van materiële goederen was het gewoon een wonder dat de afdeling dit te pakken heeft kunnen krijgen.

De toenmalige 2e secretaris, de heer Fop I. Brouwer heeft in het notulenboek opgenomen een ontboezeming van hemzelf over de ellende, die 5jaar bezetting hebben teweeg gebracht bij het Nederlandse volk en ook de schade, die is toegebracht aan de natuur in Nederland. En hij besluit als volgt:

Maar nu is het vrede in Europa.Een nieuwe periode breekt aan. Een nieuw leven wordt begonnen, ook door onze afdeling.Er moet hard worden gewerkt aan het moreel herstel van ons volk. Onze afdeling wil daaraan graag meewerken. Het bestuur en de leden dienen daarin eendrachtig samen te werken. Dit notulenboek is het begin van het nieuwe. Het werd door de Pl. commandant van de Ned. Binnenlandse Strijdkrachten te Haren ter beschikking van onze afdeling gesteld.

Het bevat nog honderden blanco bladzijden, mogen zij gevuld worden met belangwekkende verslagen omtrent het mooie en zegenrijke werk van onze afdeling en daarmee voor het nageslacht getuigenis afleggen van onze onbuigzame wil tot opbouwend en verheffend werk in vrede en vrijheid.”

En het boek is nu helemaal gevuld met notulen en verslagen van de activiteiten van de afdeling Groningen over de periode 1944 tot en met 1984. Totaal 396 bladzijden lang.

Het is een leuke ervaring de verhalen van jaren geleden te lezen.Te merken, dat de denkbeelden en daarmee het gedrag van de mensen een beetje verandert. Maar wat zeker niet veranderd is en wat je over de hele periode terug vindt, is de inzet van sommige leden om de doelstellingen van de KNNV, natuurbeleving, natuurstudie en natuurbescherming gestalte te geven. Twee van deze mensen hebben voor het vele werk, dat ze gedaan hebben het erelidmaatschap van de afdeling gekregen.


Erelidmaatschappen

In het notulenboek wordt tweemaal vermeld, dat mej.dr. D.J.W. Pool tijdens een jaarvergadering wordt toegesproken. De eerste keer is dat tijdens de vergadering van 10 maart 1944. Dolly Pool is 25 jaar bestuurslid geweest van de afdeling. Fop I.Brouwer bedankt haar namens het bestuur en de leden en overhandigt haar een boek “Die Blätterpilze”.

De tweede keer, dat ze wordt toegesproken, is op de jaarvergadering in februari 1957 toen ze aftrad als voorzitter van de afdeling. Ze was toen sinds 1919 onafgebroken lid van het bestuur van de afdeling geweest, waarvan de laatste 9 jaar als voorzitter. Op deze vergadering wordt Dolly Pool tot erelid van de afdeling benoemd.Aardige bijkomstigheid op deze vergadering was, dat er twee sprekers waren, die een woord van dank uitspraken aan het adres van Dolly.

De eerste spreker was uiteraard de opvolger van Dolly als voorzitter ,de heer Wilmink. De tweede spreker was opnieuw de heer Fop I Brouwer, maar nu in zijn kwaliteit als vertegenwoordiger van het Hoofdbestuur.

Een zeer verdiend erelidmaatschap als je in de jaarverslagen leest over de vele activiteiten, die Dolly in de loop der jaren heeft ontplooid. zowel voor als na haar aftreden als bestuurslid. Actief als leidster van excursies, actief bij het verzorgen van cursussen en lezingen.Telkens weer kom je haar naam tegen in de verslagen. Net zoals we deze ook nu nog tegen komen in het Dolly Pool Fonds. Een gift van haar vormde het begin van dit fonds. Elk jaar legt de afdelingspenningmeester verantwoording af over de wijze waarop dit fonds voor afdelingsactiviteiten wordt gebruikt.

Een tweede erelidmaatschap heeft de afdeling toegekend aan ook een zeer gewaardeerd en bijzonder actief KNNV-lid. Jo de Jonge. Een man, die vele van ons zich nog zullen herinneren als een hele vriendelijke man maar ook iemand, die heel nauwgezet was als het ging om de juiste verslaglegging van de waarnemingen in het veld. Op de jaarvergadering van oktober 1945 volgde hij de heer Brouwer op als 2e secretaris – notulist. Deze functie bekleedde hij tot februari 1974. De helft van het notulenboek is door hem volgeschreven. Naast deze bestuurlijke werkzaamheden was Jo ook heel actief als excursieleider.

In het notulenboek wordt zijn naam al genoemd op bladzijde 7 in het verslag over 1944 :

  1. 17/18 mei : Nachtelijke vogelexcursie naar de Punt en omstreken onder leiding van P.A.Tamsma en J de Jonge.

De laatste excursie door hem geleid en vermeld i n het notulenboek was op Zondag, 18 december 1983. Een ochtendwandeling vanaf de Hoornse Plas via Paterswolde naar de Braak. Het had die nacht geijzeld, er lag nog sneeuw. De temperatuur was 1 à 2 graden onder nul. De Hoornse Plas lag dicht met ijs en verder was het zwaar bewolkt. Maar 8 deelnemers lieten zich niet door het weer tegen houden en zeker niet Jo de Jonge.

Tel je het aantal malen, dat Jo genoemd wordt als excursieleider dan kom je op 118 keer. En dat is beslist veel te weinig want heel vaak worden de excursieleiders in de verslagen niet genoemd.

Maar zijn naam is vooral verbonden met de vogeltellingen langs de Waddenzee en de Lauwerszee, later het Lauwersmeer. Hij was de grote promotor van de sinds 1962 uitgevoerde tellingen, waarbij regelmaat en wetenschappelijke verantwoording de trefwoorden waren.

Tijdens de jaarvergadering van 1970 werd hem het erelidmaatschap verleend. Bij deze gelegenheid kreeg zijn vrouw een boeket bloemen. Dat was wel terecht want in zijn dankwoord zegt Jo over zijn vrouw, dat zij niet behoorde tot de categorie, waarvan in het motto van de Vogelgids sprake is: “She laments Sir, her husband goes this morning a birding”

In de volgende Padloper zullen we aandacht geven aan de veranderingen binnen de afdeling mede als gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen.


Gert Reinink




Stichting BAT

Secretariaat: H.P. Tiddens

Hamrikkerweg 56

9943 PB Nieuw Scheemda

telefoon 0598-446274

email: hans.tiddens@12move.nl

Biotoopbescherming Alle Terreinen


Agenda Stichting BAT


Juni – september 2001


Vleermuisexcursies van de Stichting BAT beginnen met een inleidend praatje ongeveer een uur voor zonsondergang, in de zomer is dat omstreeks half tien 's avonds, in juni en september een half uur vroeger. De definitieve aanvangstijden worden in de gezinsbode aangekondigd. De excursies duren tot circa half twaalf of langer.

Tijdens de excursies krijgt men informatie over het herkennen van de vleermuizen in hun biotoop en het herkennen van hun soortspecifieke jachtgeluiden met behulp van batdetectoren. Het wel handig om een zaklamp mee te nemen, omdat het in het bos erg donker kan zijn. Bij volle maan is er licht genoeg. Naast de vleermuizen komen we ook vaak Rans- en Bosuilen tegen. Het is opvallend hoe lekker een bos kan geuren in de nacht en hoeveel geluiden je hoort.

Excursie datums:

Vrijdag 8 juni: Tuinwijck en Groenestein, op dit moment een zeer rijk vleermuisbiotoop, waar zeven soorten vleermuizen voorkomen. Het is met name interessant te weten of dit park opnieuw voor kraamkolonies geschikt wordt gevonden. Voor de renovatie van het park was het verlaten, enkele jaren ervoor werd het nog gebruikt als kraamkolonieplek. Verzamelen bij de grote vijver tegen over het park.

Vrijdag 13 juli: Sterrebos, dit is een zeer geschikte plek voor jonge vleermuizen om hun vlieg en jachtvaardigheden te testen. In dit park kunnen we acht vleermuissoorten aantreffen, die allen met name het park als jachtgebied gebruiken. Slechts enkele soorten komen hier hun jongen grootbrengen. Verzamelen bij de koepel.

Vrijdag 10 aug.: Nienoord (lanen en laan naar kerk Midwolda), dit is een zeer geschikt gebied voor Grootoorvleermuizen. De kraamkolonieplaatsen liggen in de direkte omgeving. Het is een zeer goede plek om het herkennen van het geluid van deze soort te oefenen. Ook dwergvleermuizen huizen hier direkt in de buurt. Verzamelen bij de borg.

Vrijdag 7 sept.: Noorderplantsoen, dit park wordt in het voorjaar en het najaar als doortrek plek gebruikt. In het voorjaar hebben wij hier weer de uit de boom vliegende Rosse vleermuizen geteld, ook waren hier weer veel Watervleermuizen. Beide soorten vertrekken voor de kraamtijd naar andere locaties en komen met hun vliegende jongen weer terug rond deze tijd. De Rosse vleermuis gebruikt het park dan voor het lokken van wijfjes ter paring. De lokroepen zijn niet van de lucht en zelfs met blote oor hoorbaar. De vleermuizen vliegen rakelings langs.


Informatie bij de secretaris of bij de PR functionaris M.E. van Oosten, tel. 050 3144605


KNNVer in WATERSCHAP HUNZE EN AA’S


Het is een groot voorrecht om als KNNVer gekozen te zijn in het Waterschap Hunze en Aa’s. De afdelingen Delfzijl, Groningen, Assen, Zuid Oost Drenthe en Veendam en omstreken worden geheel of deels door ‘mijn’ waterschap bestreken.

Het leek me dan ook een goed idee om me als nieuwbakken waterschapsbestuurder aan u voor te stellen. Want dat vergemakkelijkt de contacten voor het geval er iets is dat onze gemeenschappelijke belangen raakt. Volgens mij zijn dat er nogal wat! Zoals een beter beheer van taluds, het instellen van natuurvriendelijke waterpeilen, de aanleg van nieuwe bruggen en dammen (vanwege de fauna), het uitzetten van vallen voor muskusratten en de kwaliteit van het water (zoals riooloverstort). Behalve in het Algemeen Bestuur, zit ik in de commissie Waterzuivering, Beheer en Onderhoud (WBO). In deze commissie komen zaken aan bod als onderhoud van watergangen, boezemwater en -kaden, vaarwegen, stuwen, inlaten en gemalen. En voorts het beheer en onderhoud van rioolwaterzuiveringsinstallaties, persgemalen en persleidingen. Het beheer en onderhoud van rioolzuiveringsinstallaties is voor het waterschap een dure aangelegenheid. Uw zuiveringsheffing wordt daar voor ingezet.

Wij zijn als KNNVers vaak in het veld en langs watergangen te vinden. U bent voor mij mijn ogen, oren en neus voor zaken die van betekenis kunnen zijn voor het waterschap. Daarom vond ik het nuttig u te informeren.

Voor gewone zaken kunt u bij het waterschap terecht (telefoon: 0598 693800). Maar als het gaat om zaken die bij het waterschap zouden moeten veranderen zoals in het beleid, dan zal ik de ‘KNNV-belangen’ (eigenlijk zijn dat gewoon belangen die voor iedereen geldig zijn, maar dat terzijde) zeker zwaar mee laten wegen. Voor dit jaar staat bijvoorbeeld een nieuw waterbeheersplan op het programma, dus uw inbreng kan van wezenlijke betekenis worden!

Aart Jan Langbroek, afdeling Veendam en omstreken

Telefoon: 0597 – 420029.

E-mail: aj.langbroekfreeler.nl en ajlangbroekhotmail.com.


DE NACHTZWALUW.

Zoals elders in deze Padloper is te lezen, zijn op de excursie in het Bargerveen een behoorlijk aantal nachtzwaluwen gehoord (6-10, het was tijdens deze excursie moeilijk te bepalen of er dubbeltellingen waren).

Het waarnemen van een weinig voorkomende soort prikkelt mij altijd weer tot een duik in de litteratuur.


Over het voorkomen meldt de broedvogelatlas van Teixeira (1979) dat er toen 500-600 paren waren. Ook de vogelgids van Johnsson (1998) meldt 500 broedparen. Dat lijkt of er geen achteruitgang heeft plaatsgevonden maar de aantallen willen van publicatie tot publicatie nogal verschillen. Feit is dat de voedselpositie door de schadelijke milieu-invloeden onder druk staat en dat ook de noodzakelijke rust overdag door de toegenomen recreatie een probleem vormt (ook al zou je dat laatste niet zeggen bij onze waarnemingen). Overigens was de vogel aan het begin van de vorige eeuw (1920) talrijk d.w.z. enige duizenden broedparen.


De Nachtzwaluw (ook wel paduil, dagslaap, nachtratel of dwaasvogel genoemd) arriveert in Nederland in april-mei en vertrekt in augustus-september weer naar tropisch Afrika. De zang van het mannetje is van half mei tot begin augustus bijna elke, een beetje droge, nacht te horen.

Van nestbouw is nauwelijks sprake. De 2 eieren worden tussen dennennaalden, dood hout e.d. gedeponeerd. De jongen worden door beide ouders gevoed met proppen van gevangen insecten. Indien het lang achtereen slecht weer is (regen, wind, bewolking) kunnen de jongen in een energie besparende toestand raken waarbij lichaamstemperatuur, ademhalingsfrequentie e.d. sterk dalen. Als de jongen ruim 2 weken oud zijn neemt de vader de gehele verzorging over om ma in staat te stellen een tweede legsel te beginnen. Als dit broedsel uitkomt zijn de jongen van het eerste broedsel zelfstandig, zodat de beide ouders de jongen van het tweede broedsel kunnen opvoeden.


Er is redelijk wat geschreven over de Nachtzwaluw omdat het toch een wat geheimzinnige nachtbraker is. Twee “boeken” wil ik hier noemen: Devilbirds (Engelse uitgave) en een themanummer van Vogeljaar (6/1989).


Wim Zolf

MKZ

De excursies naar Westerbroek, Haren – De Punt, Hasbruch (van de PWG) en het Witterveld zijn niet doorgegaan vanwege MKZ. Het is raadzaam te informeren bij de excursiecomissie of excursies doorgaan vanwege de MKZ.

In het gebied van het natuurproject rondom de Paddepoelsterweg is en was het half mei nog niet toegestaan de weiden in te gaan.


EXCURSIEPROGRAMMA



Woensdag 6 juni plantenexcursie Selwerd

Deze excursie komt in de plaats van de excursie op 30 mei zoals die vermeld stond in de vorige Padloper. Roel Douwes schenkt speciaal aandacht aan de grassen in het gebied van het natuurproject bij Selwerd. Vertrek om 18.30 uur vanaf de vanaf de parkeerplaats van het crematorium.


Zaterdag 9 juni Familie jubileumdag Lauwersmeer

Er wacht ons daar dan een gevarieerd natuurprogramma. De dag wordt om 10.00 uur geopend in de Bosschuur van Staatsbosbeheer te Lauwersoog, waar koffie of thee klaar staan en waar wij een inleiding krijgen over de recente ontwikkelingen van de natuurwaarden in het gebied. Daarna kan er gewandeld worden, op zoek naar flora en fauna, al dan niet gecombineerd met een bezoek aan een van de vogelkijkhutten. Om 12.30 uur rijden wij naar Oostmahorn om daar in te schepen op de “Vlinderbalg” voor een rondvaart over het natte gedeelte van het natuurgebied. Terreinen die anders voor het publiek afgesloten zijn mogen dan bezocht worden onder leiding van een van de medewerkers van SBB. De boot brengt ons tegen 16.30 weer terug naar Oostmahorn.

Wij hopen dat wij u op 9 juni mogen ontmoeten!


Zaterdag 16 juni Bargerveen / Meerstalblok

Als slot in de trilogie hoogveen een bijzondere excursie naar het Bargerveen. ’s Middags een landschapsexcursie met ook aandacht voor Grauwe klauwieren en Libellen. Na het diner in Emmen gaan we terug voor een nachtwandeling en om te luisteren naar de ‘zang’ van de Nachtzwaluwen en het Porseleinhoen. Vertrek: 13.05 uur Overwinningsplein, terug om 24.00 uur.

Opgave bij Willem Stouthamer (050-3143841) of Wim Zolf (050-3182268).


Woensdag 27 juni plantenexcursie Selwerd

Willem Stouthamer zal op deze plantenexcursie speciaal aandacht schenken aan de waterplanten. Vertrek om 18.30 uur vanaf de parkeerplaats van het crematorium.


Zondag 15 juli insektenexcursie Selwerd

Op deze insektenexcursie gaat de aandacht vooral uit naar Wantsen, Vlinders en Roofvliegen. De excursie o.l.v. Geert de Boer vertrekt om 12.00 uur vanaf de vanaf de parkeerplaats van het crematorium en duurt anderhalf tot twee uur.


Woensdag 15 augustus plantenexcursie Selwerd

Op de laatste van de vier plantenexcursie in het gebied van het natuurproject bij Selwerd zal Willem Stouthamer de laatbloeiers extra aandacht geven. Vertrek om 18.30 van de parkeerplaats van het crematorium.


Zondag 26 augustus vogelen in het Lauwersmeer

De vogeltrek is eind augustus al weer goed op gang. Wim Zolf hoopt ons naast de trek van kleine vogels ook Reuzensterns en Lepelaars te kunnen laten zien. Vertrek om 8.00 uur voor de hele dag excursie van het busstation aan de Bedumerweg.


Zondag 2 september insektenexcursie Selwerd

Op deze laatste van drie insektenexcursies in het gebied van het natuurproject Selwerd gaat de aandacht uit naar de nog voorkomende soorten in deze nadagen van de zomer.

Geert de Boer leidt weer de excursie die om 12.00 uur vertrekt vanaf de parkeerplaats van het crematorium.


Zaterdag 6 oktober Symposium Biologisch Centrum Haren.

100 jaar veldbiologie Stad en Ommelanden.


Zondag 28 oktober paddestoelenexcursie Oost Groningen

Roel Douwes zal ons vele soorten wasplaatjes laten zien in een nog nader te bepalen gebied in Oost Groningen. Voor meer informatie zie de volgende Padloper.


Oktober / november Schiermonnikoog

Op een datum die vermeld zal staan in de volgende Padloper gaan we o.l.v. Dirk Blok naar Schiermonnikoog.