Voorkomen van Straatliefdegras ( Eragrostis pilosa)

Straatliefdegras ( Eragrostis pilosa) rukt op in de provincie Groningen
Home   Waarnemingen

Voorkomen van Straatliefdegras ( Eragrostis pilosa)

Eragrostis pilosa in de provincie Groningen

Bert Oving

In 2001 heb ik mij tijdens de inventarisaties voor FLORON voornamelijk beperkt tot het inventariseren in de bebouwde kom. Vanwege de MKZ-crisis begin dit jaar, leek het mij verstandiger om de buitengebieden te mijden. Een goede gelegenheid om het voorkomen van planten in de dorpen eens nader onder de loep te nemen. Een soort die daarbij regelmatig is aangestreept betreft Straatliefdegras. Vanaf deze eerste waarnemingen ben  ik tevens bij gaan houden waar ik de soort tijdens mijn werkzaamheden her en der in de provincie aantrof. In de grotere dorpen heb ik middels een paar gerichte zoekacties het verspreidingsbeeld zo goed mogelijk gecompleteerd. Een groot aantal van de waarnemingen zijn dan ook vanuit de auto gedaan. In de meeste gevallen is het openen van het portier en een korte blik op de weg of langs de stoeprand voldoende om de aanwezigheid vast te stellen. De soort is op korte afstand gemakkelijk te herkennen en nagenoeg niet met andere soorten te verwisselen, ook niet met Klein liefdegras (Eragrostis minor) 1.

Straatliefdegras kent zijn oorsprong in Oost-Azië. Het is een kosmopoliet van de warme en gematigde gebieden.

In Nederland is de soort in de eerste helft van de 20e eeuw enkele malen als adventief gevonden. Vanaf 1958 krijgt de plant vaste voet in Rotterdam en vanaf de jaren zeventig elders in Zuid-Holland en vervolgens ander delen van Nederland. Vanaf 1980 verloopt de verdere uitbreiding snel, waarschijnlijk via verkeer. Op dit moment is de soort plaatselijk algemeen in het Urbaan district 2.

Het voorkomen neemt af van zuid naar noord. In Noord-Nederland geldt de soort  tot voor kort als zeldzaam. In Drenthe stamt de eerste waarneming uit 1985 en geldt hij als een zeer zeldzame soort welke in 5 km-hokken is aangetroffen, steeds tussen bestrating 3. Inmiddels  is de soort ook in deze provincie op meerdere plaatsen aangetroffen 4 5.

 

In de provincie Groningen is Straatliefdegras tot en met 1999 in vijftien kilometerhokken vastgesteld 6. In 1996 is het voor het eerst aangetroffen door P. Stolwijk 7. Pas in 1999 is dit grasje ook in Oost-Groningen aangetroffen 8. Tijdens een inventarisatiekamp in Bourtange blijkt de soort in 2 kilometerhokken voor te komen. Datzelfde jaar nog  blijkt de soort in Winschoten en Oude Pekela algemeen te zijn 9. Inmiddels staat de teller op minimaal 112 kilometerhokken ( zie kaartje) en loont het om de actuele verspreiding eens nader te bekijken.

 

Verspreiding van Straatliefdegras in Groningen Text Box: Verspreiding van Straatliefdegras in Groningen. 13 
○  Vondsten tot en met 1999. Bron: FLORBASE - 2F 14
● Vondsten 2000-2001. Eigen waarn. en gegevens
    W. Stouthamer voor stad Groningen.

 

In West-Groningen blijft tot dusver de verspreiding van Straatliefdegras beperkt tot de stad Groningen, alwaar de soort de laatste jaren bezig is met een spectaculaire opmars 10.

In Oost-Groningen ligt het zwaartepunt van de verspreiding duidelijk in de Veenkoloniën. In de grotere plaatsen als Hoogezand, Stadskanaal Veendam en Winschoten  groeit de soort met vele tienduizenden. Op diverse locaties is vastgesteld dat de plant grote delen van klinkerstraten heeft gekoloniseerd en daarmee kennelijk Straatgras heeft verdrongen. Ook in de lintvormige dorpen is de soort in vrijwel elk geschikt hok gevonden.

 In Westerwolde is de soort tot nu toe alleen in Bourtange en Vlagtwedde aangetroffen. De eerste plaats is een  toeristische trekpleister  en het is waarschijnlijk dan ook geen toeval dat de soort juist hier massaal voorkomt.

Opvallend is de afwezigheid van Straatliefdegras in de gebieden met jonge zeeklei. In Delfzijl is slechts 1 plant aangetroffen. Alleen in Appingedam  is de soort met een bezetting van 4 hokken redelijk algemeen. Een groot aantal dorpen op de jonge zeeklei zijn inmiddels door verschillende floristen bezocht maar de soort is er tot op heden niet aangetroffen 5 11. Dit zal waarschijnlijk deels te maken hebben met de grondsoort. Straatliefdegras behoort tot de groep van de zogenaamde C4-planten 4 12. Van dergelijke planten is bekend dat ze een voorkeur hebben voor zandige gronden omdat deze in de zomer sterker opgewarmd worden dan klei- en veengronden. Klinkerstraten worden gewoonlijk ingelegd op een zandbed zodat er geen beperking hoeft te zijn voor vestiging van Straatliefdegras. Zo blijkt de soort in een jong zeekleigebied als de Noordoostpolder in alle dorpen algemeen voor te komen, maar wel uitsluitend tussen bestrating en niet in perkjes, wegranden e.d. 5. Nieuwe vestigingen op de Groningse klei lijkt dan ook slechts een kwestie van tijd en zal zich waarschijnlijk voornamelijk beperken tot de bebouwde kom.

In de provincie Groningen is Straatliefdegras voornamelijk aangetroffen tussen bestrating, langs stoepranden, beklinkerde vluchtheuvels en in perkjes. Voorts op een spoorwegovergang en éénmaal massaal in een verwaarloosd voortuintje. Buiten de bebouwde kom is de soort slechts twee maal aangetroffen, éénmaal op een NAM-locatie en éénmaal in de vastgereden berm van een landweggetje. In Drenthe is de soort echter meerdere malen aangetroffen buiten de bebouwde kom, steeds in de spatzône van wegen 5.

 

Wat betreft het voorkomen van Straatliefdegras in de provincie Groningen kan gesteld worden dat de soort inmiddels een algemene verschijning is. Aan de opmars van dit plantje zal, naar het zich laat aanzien, voorlopig nog geen einde komen. De komende jaren zal de soort naar verwachting de dorpjes op de jonge zeeklei weten te bereiken. Een voorspoedige kolonisatie lijkt onafwendbaar. In de Veenkoloniën  zal de soort naar het zich laat aanzien verder toenemen. Buiten de bebouwde kom lijkt het zeer waarschijnlijk dat de soort steeds vaker zal opduiken in de spatzône van allerlei wegen.  Inventarisaties in de komende jaren zullen echter moeten uitwijzen of het geschetste scenario ook inderdaad gevolgd wordt.

 

Literatuur:

 

1.        Eigen bevindingen aan de hand van vondst van Klein liefdegras op beklinkerde vluchtheuvel in Scheemda.

2.        Heukels’ Interactieve Flora van Nederland. 1998. ETI/ Rijksherbarium.

3.        Werkgroep florakartering Drenthe. 1999. Atlas van de Drentse Flora, Schuijt & Co B.V., Haarlem.

4.        Dijkhuis, E. 2000. Opmars van Straatliefdegras en andere C4-planten in provincie Groningen? Floron nieuwsbrief Groningen, nr. 7, 2000

5.        Eigen waarnemingen in 2001.

6.        Gebaseerd op gegevens van FLORBASE - 2F.

7.        Floron nieuwsbrief Groningen, nr. 3, 1997.

8.        Floron nieuwsbrief Groningen, nr. 7, 2000.

9.        Melding van A.M. Nieuwenhuijs in Floron nieuwsbrief nr. 7, 2000.

10.     Zie E. Dijkhuis, elders in deze nieuwsbrief.

11.     Mondelinge mededeling van W. Stouthamer.

12.     Weeda, E. J. et. al. 1985. Nederlandse oecologische flora. Wilde planten en hun relaties. Deel 5. IVN, Amsterdam. Floron nieuwsbrief Groningen. nr. 3, 1997.

13.     Verspreidingskaart is geproduceerd met behulp van het programma STIPT van het IKC Natuurbeheer (auteur: P. Frigge)

14.     FLORBASE is een bestand met plantensoort-waarnemingen op 1x1 kilometerhokniveau. Het bestand bestaat uit gegevens van provincies, particulieren, terreinbeherende organisaties en instituten.

 

 

 



Alweer is er bewijs dat planten baat hebben bij de opwarming van de aarde. Ook in Nederland neemt het aantal wilde plantensoorten uit warmere streken razendsnel toe. "Er is geen reden om somber te zijn. De schuine lijn naar nul wordt niet bewaarheid." [27 juli 2004]

De waterteunisbloem uit Zuid-Amerika, het balkanvergeet-mij-nietje en de Zuid- Afrikaanse gierst doen het weer goed deze zomer. En dat is opvallend: de soorten kwamen tot voor kort helemaal niet voor in ons land. Een en ander blijkt uit tellingen van het Nationaal Herbarium Nederland (NHN) in Leiden.
 
Sinds het jaar 1500 zijn er in Nederland zo'n 500 soorten bij gekomen; 200 daarvan deden hun intrede in de laatste honderd jaar. De afgelopen zeven jaar alleen al kon het Nationaal Herbarium 40 nieuwe wilde planten opnemen in de Standaardlijst Nederlandse Flora, waarvan de nieuwe editie in september verschijnt. Nog eens 85 soorten zijn aangemerkt als 'wachtkamersoort': vrijwilligers hebben ze al wel gezien, maar de planten moeten op drie verschillende plekken worden waargenomen, en het drie generaties lang uithouden, om op de standaardlijst te komen.
 
De toename komt deels voor rekening van de klimaatopwarming, maar ook deels door factoren als overbemesting en verstedelijking. Zo heerst er in steden een savanneachtig klimaat, omdat steen snel opwarmt en water snel afvoert. "Toch zien we ook echt een klimaateffect," zegt NHN-florist Ruud van der Meijden. "De afgelopen 25 jaar zijn er zeker 25 soorten bij gekomen als direct gevolg van de klimaatopwarming." Enkele tientallen soorten verdwenen, maar die afname valt in het niet bij de aanwas.
 
Hoe zuidelijker in Europa, des te meer plantensoorten er voorkomen. Maar nu de aarde opwarmt en het ook in Nederland warmer wordt, begint die plantenrijkdom te verschuiven naar het noorden. Bij een temperatuurstijging van één graad kan het er al op neerkomen dat de Nederlandse plantenweelde net zo rijk wordt als die rond Lyon, denkt Van der Meijden. Dat kan betekenen dat er straks op iedere vierkante kilometer natuur in Nederland 80 tot 100 plantensoorten méér voorkomen dan honderd jaar geleden.
 
Ongeveer de helft van de 'exoten' komt uit Zuid-Europa, de rest komt overwegend uit Amerika en Azië. De meeste uitheemse zaden komen letterlijk aanwaaien. Een kleiner gedeelte bereikt Nederland via autobanden, kleding van reizigers of gewoon via het tuincentrum.
 
Ook in andere opzichten verandert de Nederlandse natuur. Ieder jaar worden er nieuwe uitheemse soorten insecten en andere dieren waargenomen. Zoals de veelbesproken paardenkastanjemineermot, maar ook de zilverreiger, de sikkelsprinkhaan, de Franse veldwesp en zelfs flamingo's. De Noordzee telt volgens cijfers van de Belgische overheid nu zo'n 120 exoten, waaronder Japanse wieren en oesters, Amerikaanse zwaardschedes, Chinese krabben en zeepokken uit Nieuw-Zeeland.
 
De soorteninvasie heeft ook nadelen. Zo zorgt de van oorsprong Amerikaanse waterwoekerplant de grote waternavel sinds zijn komst in de jaren negentig voor veel overlast in de Nederlandse binnenwateren. En in mei nog wees de Wageningse hoogleraar Wim van der Putten er in een rede op dat er makkelijk plantenplagen kunnen ontstaan, als de nieuwkomers ontsnappen aan hun natuurlijke vijanden.
 
Ook uit andere studies blijkt dat de plantenwereld een sensationele opleving doormaakt - precies zoals je mag verwachten in een warme, CO2-rijke broeikaswereld. Zo wees onderzoek vorig jaar uit dat de wereld in de periode 1980-2000 liefst 6 procent groener is geworden. Haast de helft van het nieuwe groen ontstond opmerkelijk genoeg in het gebied dat volgens milieuorganisaties met de ondergang wordt bedreigd: het tropisch regenwoud van Zuid-Amerika.
 
Dat in veel streken ook het aantal soorten toeneemt, is opmerkelijker. Meer groen kan namelijk ook betekenen dat er soorten worden verdrongen: landen als Nederland zouden veranderen in een saaie, eenzijdige 'brandnetelwereld'. In januari wees een geruchtmakende prognose nog uit dat liefst een kwart van alle planten- en diersoorten de komende vijftig jaar dreigt uit te sterven, als direct gevolg van de opwarming van de aarde.
 
Van der Meijden heeft echter scherpe kritiek op die 'uitsterfstudie'. "Die onderzoekers zijn in alle statistische vallen gelopen die je maar kunt bedenken. En afgezien daarvan: wij zien het aantal plantensoorten gewoon omhoog gaan. Ondanks het feit dat er steeds meer mensen zijn."
 
De Leidse plantkundige is onder de indruk van het feit dat de natuur letterlijk verandert waar hij bij staat. " Straatliefdegras bijvoorbeeld heb ik in de jaren 1967-1968 nog zien verschijnen, ergens op een stukje grond tussen Schiedam en Rotterdam. Nu vind je hem van Catzand tot Delfzijl en van Maastricht tot Den Helder. Zó snel kan het gaan."
 
Kritisch is Van der Meijden over natuurorganisaties die vinden dat de natuur juist steeds armer wordt. "We hebben de neiging om te denken dat het hier vijftig of honderd jaar geleden allemaal schitterend was. Maar als ik kijk naar onze gegevens, dan denk ik dat we de natuur van vroeger volstrekt romantiseren. Met respect, in werkelijkheid was het hier toch een beetje een armelijke zooi."
 
Maarten K.
 
De nieuwe Standaardlijst Nederlandse Flora verschijnt in september in een speciale uitgave van het vakblad Gorteria. Later wordt de lijst verwerkt in de nieuwe editie van het standaardwerk 'Heukels' Flora van Nederland', die voor de winter van 2005 gepland staat.

post lidmaatschap NVL

KNNV projecten

Thema's


Locale projecten

FLORON

  1. WFD Drenthe
  2. Groningen

More . . .

KNNV in Media

On the Spotlight:

Design Resources

Recently added:

Vijf op een rij Plantenexcursie lengerich BRD

Romantische Picknick Plantenexcursie Lengerich BRD

Maanlandschap Plantenexcursie Lengerich BRD

6 februari 2006 Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Vogelexcursie Kollumerwaard en Anjum met Roerdomp in Riet

Plantenexcursie aan de zuid west kant van Groningen

Extra uitleg voor de verschillende planten

Een FLORON hok wordt gekarteerd

Een stinzen-/vroege voorjaarswandeling bij onze oosterburen

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Tussen Oldenburg en Bremen in Duitsland ligt Hasbruch, een laatste restant oerwoud.

Meadow under an orchard in the village - thousands of Primula veris celebrate their spring, Foto afkomstig van www.franknature.nl

The floodplain-forest floor covered by Anemone nemorosa and Anemone ranunculoides, Foto afkomstig van www.franknature.nl
Freshly damaged wood that hit a forestry marking (on the left), Foto afkomstig van www.franknature.nl
Het is nu (lokale tijd) :
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op:
En u leest op dit moment het document
eXTReMe Tracker